De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een klein Reveil (1912-1915)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een klein Reveil (1912-1915)

Ds. C. B. Holland in Driesum

8 minuten leestijd

Zo noemde ds. Abma op een ledenvergadering de gebeurtenissen in de tijd van ds. C. B. Holland (1912 - 1915).

Hij heeft niet zo lang in Driesum gestaan, maar goed twee-en-een-half jaar. Maar zijn ambtsbediening is tot grote zegen geweest voor de gemeente, en de sporen daarvan zijn tot op vandaag aan te wijzen.

Het verhaal gaat, dat ds. Holland na het bezoek aan de gemeente op de terugreis tegen zijn vrouw zei: dat Driesum zien we nooit weer'. Maar toen ze thuis kwamen, was het al veranderd: ik moet er naar toe'. En hij ging. Op 13 oktober 1912 werd hij bevestigd door zijn schoonvader, ds. Oosterhuis uit Suawoude, met de tekst 1 Kor 9:16 en 17 '... . want de nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig!'

Bij zijn intrede preekte ds. Holland over Exodus 33 : 21 en 22, waar de Here tegen Mozes op de berg Sinaï zegt: Zie, er is een plaats bij Mij; daar zult gij u op de steenrots stellen; en het zal geschieden, wanneer Mijn heerlijkheid voorbij zal gaan, zo zal Ik u met Mijn hand overdekken, totdat Ik zal voorbijgegaan zijn'.

AI heel spoedig bleek, dat de prediking gezegend werd. Bij velen kwam het tot een doorbraak, meermalen op zeer krachtdadige wijze. Een half jaar na zijn overkomst deden 18 gemeenteleden belijdenis des geloofs, en verschillenden kwamen over uit de Gereformeerde Kerk.

Ds. Holland heeft er later eens van gezegd: 'zoveel jaren hadden de mensen geleefd onder de druk van de wet, toen het Evangelie kwam, barstte het leven naar buiten'. Daarmee is de bron van til dat nieuwe leven aangeduid!

De prediking van zijn voorganger was een ontdekkende prediking geweest, die de diepe nood en geestelijke ellende van de mens grondig blootlegde en die zo plaats maakte bij velen voor de zeer blijde boodschap van het Evangelie. Toen ds. Holland een rijke Christus voor arme zondaren predikte, was er een ruime en wijde weg voor dit Evangelie geopend.

'Toen ik in Driesum kwam' vertelde hij later, 'lagen de schapen alle voor de Deur. Ik behoefde die Deur maar te openen, en de schapen vielen naar binnen'. Ook in herinneringen van oudere gemeenteleden wordt telkens op dat verband gewezen: de opleving onder ds. Holland was mede een vrucht van dé voorbereidende prediking van ds. Woldringh.

'Ds. Woldringh leefde nogal moeilijk en legde sterke nadruk op de schuld, maar ds. Holand predikte de Christus en toen kwam het bij velen tot een doorbraak'.

'Ds. Holland predikte ellende én verlossing, maar kwam niet veel toe aan de dankbaarheid', vertelt een ander. Meermalen wordt hij een echte Kohlbruggiaan genoemd.

Wie zijn preken leest, in de bundel Licht en Leiding (Huizen, 1950), zal bemerken, dat hij wel degelijk het nieuwe leven verkondigde, maar dan 'het leven, dat 'met Christus verborgen in God' is (Col. 3:3). De dankbaarheid is voor hem die van de tiende melaatse, die terugkeert om Gode de eer te geven. Die liep niet met zijn reiniging te koop, maar als een vreemdeling lag hij aan de voeten van Jezus. Zijn weg eindigde aan de voeten van Christus. Dat is de ware dankbaarheid.

Ds. L. Kievit schrijft in het voorwoord van genoemde bundel:

'Zijn statige gestalte verrijst voor ons, zijn zware stem dreunt nog na. Zijn uitspraken waren even kras als raak, zonder iemand te sparen en recht op de man af. Zijn woorden hadden het gewicht der waarheid en nooit zwichtte hij voor menselijke weerstand. Wat méér is: In deze preken klonk het Woord des Heeren, dat hij bediende, helder door. Voor dat Woord beefde hij en van dat Woord leefde hij. Steeds was hij in zijn dienst met dat Woord doende, om neder te werpen wat hoog was, en te vermurwen wat hard was. Doch niet zodra kreeg hij bedroefden in het oog, of dit Woord werd uitermate troostend; opbeurend voor nedergebogenen, heenwijzend naar den Heere Jezus Christus, in Wien alle zaligheid te vinden is. Ja, dit was zijn eenige begeerte en hier worstelde hij menigmaal om; dat het Woord des Heeren heerschappij mocht hebben'. We hoorden al iets over zijn indrukwekkende persoonlijkheid.

Daaraan worden hier ook herinneringen bewaard, er was ontzag voor hem. Alles hield zich stil en onderworpen. Er stonden altijd veel jongelui op de hoek van de straat, maar als ze ds. Holland zagen aankomen, gingen ze achter de herberg tot hij voorbij was. Hij had een krachtige stem, men kon buiten op straat de preek wel volgen.

Lolke Kramer wou graag naar de kerk, maar hij drufde eerst niet; vele keren lag hij achter de heg rond het kerkhof, waar hij alles woordelijk kon verstaan. Men kwam van heinde en verre om deze prediking te horen. Ze kwamen lopend. Uit Wetzens, Oostrum, Murmerwoude, Zwaagwesteinde, noem maar op. Het brood kwam mee, dat aten ze op in de herberg naast de kerk, met een kop koffie, of ze gingen met driesumers mee naar huis.

Als er 's woensdagavonds bijbellezing was, om half acht, stonden er om 7 uur al rijen mensen voor de kerk. Als de deur openging, was de kerk direkt vol. Ze zaten op de uittrekbankjes in de paden; op de balken bij het orgel, op de trap van de preekstoel, in de vensterbanken, ze zaten overal. Dominee kon haast niet op de preekstoel komen, zó vol was het. Als 's zondagsmiddags om 5 uur nog een vacaturebeurt in Dokkum vervuld moest worden, reed er een platte boerenwagen vol oude vrouwtjes, en vele anderen (ook jonge kinderen!) gingen lopen, om de derde dienst ook nog mee te kunnen maken.

In Wouterswoude kwam in deze jaren bijna niemand in de kerk. Alles trok naar Driesum. Vandaar dat de kerkeraad zei, toen ds. Svanback wegging: 'zo kan het niet langer, we moeten ook zo'n dominee hebben'. Zo kwam men aan 'een dominee zonder gezang' in Wouterswoude.

U kunt zich voorstellen, wat een indruk het maakte, dat in één winter 18 mensen in de ruimte werden gezet. Het legde beslag op het dorpsleven. De herbergier hoopte, dat deze dominee maar spoedig zou vertrekken. Maar de kwajongensstreken op catechisatie gingen gewoon door. Eén herinnert zich, dat de jongens het hek met prikkeldraad hadden dichtgebonden. Toen de catechisatie, met de nodige vertraging begon, vroeg dominee wie het had gedaan. Niemand meldde zich.

'Dan is er hier één die liegt' zei ds. Holland en begon daarvan de ernst te benadrukken.

Een andere keer gingen de catechisanten zo te keer, dat een vrouw uit de gemeente binnenkwam om de jongens te vermanen 'dat het zo niet kon'.

Grote beroering bracht het teweeg, toen twee in de gemeente zich het leven benamen. Er waren andere oorzaken, maar ds. Holland kreeg de schuld. Het kerkelijk leven in deze jaren heeft op velen ongelooflijk diepe indruk gemaakt.

Ik kan het niet laten u iets over te schrijven uit een brief van ds. Holland die hij aan het eind van zijn leven naar bekenden in Driesum schreef. Hij vertelt daarin iets over de verschrikkelijke gebeurtenissen in Putten, waar hij in de oorlogsjaren predikant was. Hij vertelt, dat zijn 'gedachten herhaaldelijk teruggeleid werden naar de tijd dat ik in uwe gemeente het Woord Gods mocht bedienen. Het ligt alles in 't verleden; 35 jaren bijna liggen er tusschen. Daar is veel gebeurd in die jaren. Ook vele droeve herinneringen komen bij mij op. De donkere dagen zijn, niet weinige geweest. Zoo gaat het hier door de woestijn heen. Sinds ik van u weg ben gegaan hebben vele zware verliezen mij en mijn gezin getroffen, maar ook de goedertierenheden des Heeren Heeren zijn niet achtergebleven. Zo moeten wij leren om onszelf te sterven, opdat de Heere zelf in Christus het leven van onze ziele zij en meer en meer worde. De Heere wil het niet met de wereld goed maken, maar met Zichzelf wil Hij het alles goed maken. Niet met Zichzelf, maar met Zichzelf in Christus Jezus!

Laat ik nu iets mogen schrijven. De jaren 1943/1944. Zij zijn zeer zware jaren voor mij geweest, hoewel de Heere God Zich niet onbetuigd heeft gelaten. In 1944 waren het vooral in het laatste deel van het jaar de wegvoering van meer dan 600 jongens en mannen uit Putten. 1 Oct. des Zondags had ik 's morgens gepreekt over Hosea 6 : 1 Komt en laat ons wederkeeren tot den Heere, want Hij heeft ons verwond en Hij zal ons verbinden. En des namiddags werden wij saam gedreven naar de school en de kerk. Ik heb zelf ook een nacht in de kerk opgesloten gezeten. Den volgende morgen (maandag) heb ik een kort woord gesproken tot diegenen, die in de kerk waren en daarna hebben we saamen gezongen Psalm 84 : 3, 4 Welzalig enz. Later op de dag werden de mannen en de jongens weggevoerd; ongeveer een dertig zijn teruggekomen. Toen volgde de winter. En in mei 1945 kwamen de lijsten binnen van hen, die overleden waren.

10 mei '45, het was juist Hemelvaartsdag, heb ik 's avonds ongeveer half elf een lange doodenlijst, ongeveer 180 overledenen, bij walmend Petroleumlicht in de kerk voorgelezen. Ontzettend was dat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een klein Reveil (1912-1915)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's