De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bevrijdingstheologie?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bevrijdingstheologie?

Wereldraad - Nairobi

12 minuten leestijd

2

Ik volsta — wat de dialoog met het marxisme betreft — met deze enkele opmerkingen, in het vorige artikel. Maar het is duidelijk dat dit alles niet losstaat van de theologie van de revolutie, die zich in de zestiger jaren breed heeft gemaakt. Niet een theologie, waarin het gaat om een gewelddadige revolutie, maar om een permanente sociale en culturele revolutie. Daarin wordt niet zelden China als voorbeeld genoemd.

Revolutie

In een overzicht van een artikel genomen uit Study Encounter staat te lezen, dat het Chinese onderwijsexperiment een luide roep is om radicale en fundamentele verandering in het onderwijsproces. Het is een experiment in de opvoeding tot bevrijding, die ten doel heeft zowel de onderwijskrachten als de opvoeders te bevrijden van sociale uitbuiting en culturele vervreemding en ze te vormen om te participeren in een persoonlijke en culturele revolutie.

Ik moet zeggen, dat we met dit alles wel een geweldige wending in kerk en theologie mee maken.

De aansluiting bij de revolutie is een revolutie in de theologie op zich geweest. Vandaar dat het Getuigenis van 1971 stelde, dat de verandering in theologie en prediking, zoals we die op dit moment meemaken een volledige breuk met het verleden der kerk kunnen gaan betekenen, gesteld dat dit mogelijk zou zijn.

Niemand zal ontkennen dat er in China dingen zijn gebeurd die het volk ten goede zijn gekomen. Maar mag de kerk daar op deze wijze bij aansluiten, als we bedenken dat het systeem daar ten principale atheïstisch is en de knechting en onderdrukking van christenen juist daar zulke groteske vormen aanneemt? Maar hier zit méér achter. Ten diepste gaat het namelijk om de permanente wil tot verandering, hoe dan ook en waar dan ook, opkomend uit een permanent onbehagen over, de maatschappelijke, politieke en sociale situatie. Daarbij staat dan echter de menselijke norm, de mondige mens, die zichzélf tot norm is, hoger genoteerd dan de goddelijke norm, dan God die Zijn recht op het leven heeft. Ik lees in de voorbereidende stukken voor Nairobi: 'De winden van revolutionaire krachten waaien door onze eeuw. Revolutie betekent radicale, dikwijls gewelddadige verandering in de economische en politieke orde van een land door een macht, die er aanspraak op maakt de verdrukte massa te vertegenwoordigen.

Het kan bevrijding brengen voor de armen. Het kan ook nieuwe tyrannic brengen. Christenen weten van revolutie uit de Schrift en de historische ervaring van de kerk. Het evangelie is in het voordeel van de armen. Rechtvaardigheid en vrede behoren tot de beloften van God. De machten van slavernij komt men te boven in Christus. Dit geeft de christen een natuurlijke symphatie voor de revolutie...

God kan christenen gebruiken om te participeren in een revolutionaire strijd maar tegelijkertijd roept Hij ons op om die krachten in de revolutie tegen te staan, die geen bevrijding of gerechtigheid brengen'. .

De vraag is dan — zo zou ik willen stellen — wat die bevrijding en gerechtigheid zijn. Worden deze bijbelse begrippen hier niet gelegd op het procrustes bed van een maatschappelijke ideologie?

Nu zal niemand ontkennen dat in één en ander ook waarheidselementen zitten. Bevrijding van slavernij, strijd tegen werkelijk onrecht en verdrukking staan niet los van de bijbelse boodschap. Bevrijding gaat inderdaad verder dan het persoon­ lijke leven. Tenslotte kennen wij uit eigen historie de vrijheidsstrijd van de tachtigjarige oorlog en de tweede wereldoorlog ligt nog maar dertig jaar achter ons en toen hebben we bij de bevrijding vrolijke gezangen van bevrijding gezongen, waarin de psalmen ons bepaald niet in de steek lieten. We werden bevrijd van het juk. De strik werd gebroken. En dat er zo situaties in de wereld zijn, waarin de roep der verdrukten klinkt tot in de oren van de Heere Zebaoth en waarin de bevrijding gewenst is die wij in de oorlog zozeer begeerden is buiten kijf. Maar dat dan uitgerekend het marxisme wordt aangegrepen als bondgenoot in de bevrijdingsbeweging duidt erop, dat het hier om wat anders gaat dan bevrijding van werkelijke onderdrukkung. De revolutie wordt tot principe. Maar zullen we daarmee — juist door de sterke hang naar het marxisme — geen machten oproepen die tienmaal erger zijn dan die men bezweren wil?

Een boekje van prof. dr. A. J. Rasker

Het lijkt me intussen goed om op de achtergronden van deze theologie wat dieper in te gaan. Ik wil dat doen — om maar dicht bij huis te blijven — aan de hand van een tweetal geschriften uit de Nederlandse theologie, die echter wel een doorkijkje geven naar wat er in dit opzicht mondiaal aan de hand is.

Het eerste is een bijdrage van prof. dr. A. J. Rasker in een boekje, getiteld Theologie und Revolution en het tweede een geschrift van de Hervormde Synode getiteld Revolutie en Gerechtigheid. Prof. Rasker gaat uit van de gedachte dat het God in de eerste plaats om de wereld en in de tweede plaats om de kerk is te doen. De kerk heeft dan ook vanuit haar apostolaatstheologie met de revolutie te maken. Die revolijtie wordt theologisch positief geduid vanuit de uittocht van Abraham uit Ur, het oervoorbeeld van de revolutie. Verder fundeert prof. Rasker de revolutie in de Godsleer door te wijzen op Jesaja 43 : 19, waar God zegt: Ziet Ik zal wat nieuws maken, ... Ik zal in de woestijn een weg leggen en rivieren in de wildernis'. En vandaaruit krijgen bijbelse grondwoorden als bekering (metanoia), roeping, verkiezing, wedergeboorte, vernieuwing door de Heilige Geest, hoop, liefde, gerechtigheid en barmhartigheid sociaal gerichte ethische strekking. De kerk moet zich per definitie plaatsen aan de zijde van de vernieuwing en niet aan de kant van de gevestigde orde.

De Heilige Geest, die de geschiedenis voortstuwt, krijgt ook een plaats ten aanzien van Gods drang naar verandering. Het gaat namelijk om het scheppen van een nieuwe maatschappelijke orde, waarin aards recht, aardse vrijheid en aardse vrede het Rijk Gods bepalen of naderbij brengen. Luther en Calvijn zijn, aldus Rasker, kampvechters voor de bestaande orde geweest evenals Groen v. Prinsterer. Ze hebben de behoefte aan sociale en politieke vernieuwing geloochend en de gelegenheid om in het voortschrijden van de geschiedenis een positieve kracht te zijn niet als roeping van Godswege verstaan. Daarom hekelt prof. Rasker ook art. 36 van de N.G.B., waarin verzet wordt aangetekend tegen de wederdopers en andere oproerige mensen.

Het Marxisme moet echter gesprekspartner zijn van het christendom vanwege de gemeenschappelijke strijd om de redding en toekomst der mensheid.

Revolutie en gerechtigheid

De nota van de Hervormde Synode Revolutie en Gerechtigheid elimineert het reformatorisch verzet tegen de revolutie wat verhulder dan prof. Rasker doet. In vroegere tijden paste de revolutie niet in het kader van de bestaande verhoudingen, zegt de nota. Want die tijd was statisch. Maar in onze tijd is dynamisch en in de dynamiek van onze tijd wordt de revolutie, de omwenteling een normaal verschijnsel om de maatschappij tot verdere ontwikkeling te brengen.

Zo past ook artikel 36 van de N.B.G. in de vroegere statische samenleving. De gereformeerde theologen hebben vanuit hun visie op de bijbelse gerechtigheid de revolutie afgewezen. Maar in ónze tijd zijn de machten gekomen, die de economische, politieke en maatschappelijke ontwikkeling tegenhouden. Uitgaande van de bijbelse gerechtigheid past de revolutie daarom in onze tijd wèl. De revolutie wordt zelfs een wezenlijk bestanddeel van de samenleving zelf, en niet zozeer een middel waar men noodgedwongen naar grijpt, maar namelijk vanwege een steeds sterker wordend besef van menselijke waardigheid, waardoor - er onvrede komt met de bestaande samenlevingsverbanden.

Met de Franse revolutie is eens en voor altijd een nieuw levensprincipe voor de wereldgeschiedenis gebracht. Vandaar dat de leuze van de Franse revolutie 'Vrijheid, gelijkheid en broederschap' wordt gezien als een seculair (wereldlijk) grondbegrip van het evangelie. Hier ligt ten diepste de fundamentele verschuiving bij de moderne theologie t.o.v. de reformatorische. De Reformatie was diep doordrongen van de verdorvenheid van de mens. De moderne theologie gaat uit van de waardigheid van de mens. Dat is een copernicaanse wending. Vanuit een drietal bijbelse grondnoties wordt dan de revolutie gewettigd, namelijk de gerechtigheid, de verzoening en het koninkrijk Gods. De gerechtigheid — zo heet het — is een gebeuren, waarin langs de weg van oordeel en genade, de rechte verhouding van God en mens, van mens en medemens, van mens en wereld wordt hersteld.

In de bijbelse gerechtigheid overheerst dan ook niet het juridische maar 't heil. De naaste komt tot zijn recht, mensen kunnen elkaar weer recht in de ogen zien. En in het licht van die gerechtigheid moeten wij op aarde het recht realiseren. En daarbij kan het geloof in Gods gerechtigheid ten aanzien van de status quo (be­staande orde) zeer revolutionair zijn.

Als de nota dan in dit verband over bekering spreekt is dat de bereidheid om van onze voorkeuren en onze voorrechten afstand te doen en onszelf beschikbaar te stellen in de dienst van de naaste. En de donkere rand van het óórdeel, die aan God gerechtigheid is verbonden, komt tot uitdrukking in de veroordeling van hen die de status quo willen handhaven ten koste van de armen en de rechtelozen in de wereld. Ik zeg wéér: ligt de Schrift hier niet op het procrustesbed van de maatschappelijke ideologie?

Gerechtigheid, zo zegt de nota, hangt ten nauwste samen met de verzoening. Dat is het tweede aspect dat ik onder ogen wil zien. Daarvan wordt gezegd dat we geen scheiding noeten aanbrengen tussen de orde van de schepping en de orde van de verzoening. Daarachter zit dan kennelijk de gedachte, dat de schepping en als zodanig ook de gehele mensheid is vérzoend. Gegeven deze stand van zaken gaat het dan om het bevrijdend handelen van God in de geschiedenis, waardoor aards recht, bevrijding van uitbuiting, slavernij en machten tot stand komen. Deze verzoeningsgedachte is dermate universeel, dat de breuk, die er in de schepping ligt door de zondeval, als het ware is weggedrukt en de vraag naar geloof en bekering niet of nauwelijks van belang meer is. De verzoening richt zich vrijwel uitsluitend op de intermenselijke verhoudingen.

En tenslotte de visie op het koninkrijk Gods. Waar de verzoening zó sterk getrokken wordt op de verhoudingen in de aardse verbanden daar krijgt het koninkrijk Gods ook vrijwel geheel een plaats in de tijd, in de geschiedenis. Gezegd wordt: 'Als er minder direkte oriëntatiepunten zijn voor Gods aanwezigheid in de ruimte van de kosmos (is dat zo? v. d. G.), dan komt er misschien méér accent te liggen op Gods werkzame-tegenwoordigheid in de tijd, in de geschiedenis van de wereld. Midden in het krachtveld van de ontwikkelingen in de maatschappij, daar beleeft de mens de gemeenschap met Christus, die richting aan de geschiedenis geeft. Want daar gaat het om die gerechtigheid, die door Jezus Christus in Zijn sterven en opstanding openbaar wordt. Het is echter tekenend, dat de nota in dat verband een hoofdstuk wijdt aan de utopie. In het Utopia van Thomas More ging het nl. om een gemeenschap waar de mensen in commune leefden en waar de natuurlijke Godskennis het dragende element vormde. De maatschappelijke structuren moesten hervormd worden langs de weg van menselijke activiteit. Zó zou het heil, hier en nu, verwezenlijkt worden. De hervormde nota pleit zo voor een éérherstel van de utopie. In de gemeente wordt immers de droom zichtbaar van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waar gerechtigheid woont. Maar — en nu treedt onverhuld aan het licht dat het om het heil hier en nu gaat — de nota zegt: 'Het nieuwe Jeruzalem is er reeds nu. Het daalt neer waar de wil van God opnieuw gehoord wordt en als heil en bevrijding wordt ervaren. Het gaat niet hoofdzakelijk om een gouden stad na deze tijd, maar om de presentie van Israels Messias in deze tijd. Een ontkenning van de wederkomst?

Ik moet met deze korte aanduidingen volstaan. Ik meen daarmee enkele wortels bloot gelegd te hebben van een theologie, waarvan de theologie van de bevrijding, die we op dit moment tegenkomen, slechts een toespitsing is. De bevrijding tot dienst, gerechtigheid, vrede en menselijkheid ligt namelijk door de hele revolutietheologie heen.

De kerk aan het woord?

Graag wil ik tot besluit nog een aantal opmerkingen maken ten aanzien van deze theologie, waarin de wereld punt één op de agenda is. Ik stel dan voorop, dat de .geweldige crississituaties in de wereld ons allen drukken op de vragen van politiek en maatschappij. En deze vragen zijn voor christenen, voor gereformeerde christenen bepaald geen vragen van de tweede orde. De grote meester Calvijn leert allen, die gereformeerd willen zijn, de opmerkingen van prof. Rasker ten spijt, wel het tegendeel. Maar ik zou liever nog zeggen: het Woord leert het tegendeel. Men moet wel hele grote stukken uit zijn Bijbel scheuren als men de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor christenen naar achter zou willen schuiven en het christendom zou willen brengen op de enge noemer van alleen de individuele heilsbeleving. De kerk heeft ook een profetische taak, die alles te maken heeft met het leven in staat en maatschappij. Maar dan heeft de kerk ook maar één mond om te spreken en dat is de mond van het Woord. Al wat niet naar dat Woord is heeft geen dageraad. En wanneer de kerk slechts halve waarheden laat horen — gesteld al dat het waarheden zijn — dan zijn het nog hele leugens. Datzelfde geldt wanneer bijbelwoorden los van hun bijbelse context worden gehanteerd en geduid. Zou dan allereerst niet gesteld moeten worden dat de kerk allereerst staat tegenover God, voor Zijn Aangezicht, en in de eerste plaats aan Hem verantwoording schuldig en niet aan mensen? Daarover tenslotte de volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Bevrijdingstheologie?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's