De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Adam Westerman en zijn Christelyke Zeevaart (1637)

Bekijk het origineel

Adam Westerman en zijn Christelyke Zeevaart (1637)

Minder bekende oude schrijvers

9 minuten leestijd

2

Geleide economie

God Zelf is de Uitvinder van het schip. Op Zijn bevel heeft Noach de ark gemaakt, en hem werd daarbij precies voorgeschreven hoe hij het doen moest. God heeft schepen nuttig en nodig gevonden.

Het profijt dat mensen van schepen hebben is velerlei. Schepen stellen ons in staat zaken te doen in andere landen met andere volkeren, in landen waar men anders niet zou kunnen komen; zij zijn dus nodig met het oog op de handel.

Hierin is een opmerkelijke voorzienigheid Gods ter harte te nemen. In Zijn wijze Raad heeft Hij het zó beschikt, dat er niet één land is dat niet andere landen nodig heeft. God heeft Zijn gaven onder de landen en volken verdeeld. Het ene land lijkt op een 'Koornschure', het andere op een 'Wijnkelder', het derde op een 'Vleeshal', het vierde op een 'Vismarkt', het vijfde op een 'Wapenhuys' en het zesde op een 'Goudmijne'.  't Is kennelik dat de rijke Godt 't eene Land tot een rijken Solder en Kelder voor 't andere Land maakt'. Er is dus uitwisseling nodig. Het gebrek van het ene land kan vervuld worden uit de overvloed van het andere. Door de schepen moeten de waren worden overgebracht. De zee kan men vergelijken met 'een houten Brugge', dank zij de scheepvaart. Of om een ander beeld te gebruiken: de schepen zijn de 'Armen' waarmee de ene natie de andere omhelst. Om eigen overschot mee te delen aan de ander. Geleide economie, zeggen wij dan in deze 20e eeuw, maar in hogere zin.

De zeevaart is een der oudste beroepen, zegt Westerman. Zij is een eerlijk beroep; men kan er God in behagen. Als de reizen maar in de vreze Gods begonnen, voortgezet en geëindigd worden.

De goddelijke Admiraal

Uw weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren', staat er in Psalm 77. Onze God regeert ook de zee. Vrome zeelui vertrouwen daarop. Zij weten dat God de zee gegeven heeft tot hun voordeel.

Maar God is ook een Heer der winden. Zie het boek Jona. Er werd door Hem, toen Jona vluchtte, een grote storm op zee geworpen. Nu komt bij Westerman de herinnering op aan andere stormen, nog door hemzelf meegemaakt. Die ontzettende storm op Texel en op 't Vlie op een kerstavond; die storm één dag na Pasen, 7 maart 1593; het noodweer van 30 januari 1607, toen bij Texel-5 schepen vergingen, 170 mannen om het leven kwamen en de hele lading kostbaar koren verloren ging; de storm op 7 oktober 1615, die van 26 februari 1625, die van 21 maart 1630. Neen, Westerman is ze nog niet vergeten. De inwoners van de kuststeden van de Zuiderzee evenmin.

Maar hoe gaat het gewoonlijk op schepen? De zeelui zijn heel wat gewend, zij zijn gehard; zij kunnen tegen een stootje. Ach, zij zitten aan boord te lachen, te dobbelen, te spelen, te lezen in onnutte en onkuise boeken of in kluchtboeken en zo worden ze dan door de storm overvallen. Even prevelen ze een Onze Vadertje, maar daar is het niet mee goed te maken. Laten zij toch niet zo zorgeloos zijn; de dood kan ze overvallen.

God is ook een Heer van donder en blik­sem. Er zijn er die met onweer spotten of er grapjes over maken. Er zijn er ook die een bijgelovige angst vertonen, zij nemen een paar kannen en beginnen ermee te klinken, of zij gaan dansen of zij gaan springen, zij menen op deze wijze het onheil te kunnen bezweren. Of zij nemen bijgelovige praktijken te baat die zij vroeger in het pausdom hebben geleerd. Maar het zijn niet geoorloofde middelen. In onweders predikt God boete en bekering; ge moet dan uw zonden belijden en om genade bidden.

Het gezelschap der blaasbalgen

Had het aan Westerman gelegen dan zou elke reder en elke schipper op zijn schip slechts godvrezende mannen hebben toegelaten.

Maar het tegenovergestelde werd vaak gezien. Westerman klaagt er tenminste over. Menigmaal wordt de voorkeur gegeven aan goddelozen, zegt hij. Is het wonder dat er zovele ongelukken gebeuren op zee? Van de kwaden komt niets dan kwaad. Om de farao is heel Egypte gestraft en om Achan heel Israël, de vromen delen in de straffen die de kwaden overkomen.

Bovendien, kwaad is besmettelijk. Wie op de molen komt wordt allicht bestoven en wie met pek omgaat pikt er allicht wat van mee. En staan de sluizen eenmaal open dan stroomt het water binnen.

Doch als ge er niet onder uit kunt, als ge met goddeloze mensen móét omgaan, verzuim dan niet uw licht te laten schijnen. Maak u met deze lieden nooit te familiair, mijd zoveel mogelijk hun gezelschap.

Reders en kooplui, bedenkt wel: God zegent de Zijnen. Om Jacob werd Laban en om Jozef werd Potifar gezegend; en om Lot heeft Gods zelfs Sodom willen sparen. Gij zoekt het vaak bij de goddelozen, weet wél dat zij 'blaasbalgen' zijn; het vuur van Gods toorn wordt door hen opgestookt. Zij brengen uw schepen niet veel heil; alleen met de vromen is het goed zeilen.

Spookt het?

De discipelen dachten dat het een spook was, maar zie, het was Jezus (Matth. 14 : 26). De mens kan zich weleens verbéélden dat het een spook is. Er is zoveel bijgeloof. In het pausdom heeft het gewemeld van spoken. Zeelui zijn er erg gevoelig voor. Het spookt voor hen al gauw als het spóókt op zee. De angst speelt hen dan parten en de onkunde spreekt een woordje mee.

Wil dat zeggen dat er nóóit wat gebeurt? Westerman is voorzichtig. De bijbel spreekt van tovenaars die voor farao stonden en die deden dan toch maar wonderlijke dingen. De macht van de duivel is niet gering. De kerkvaders hebben gesproken over merkwaardige verschijningen, was het allemaal onzin?

Spreekt Paulus niet van 'geestelijke boodheden in de lucht? ' (Ef. 6).

Evenwel, één ding staat vast, zielen van gestorvenen zijn het niet! Die keren niet naar de aarde terug. Wat Saul aanzag voor Samuel was Samuel niet.

Wat moet een zeeman doen als hij denkt aan spoken? Ze niet vrezen, want God regeert, en bovenal: hij moet zijn hele wapenrusting aandoen, de wapenrusting Gods.

Zeilen

Schepen zeilen. Intussen is er de ledigheid. Erg gevaarlijk. Dan besluipt u het kwaad van het teveel drinken. En dan komen u onder ogen die slechte boeken, vol onkuisheid. De duivel is een 'stokebrand'. Hij voedt u met 'hellebrood'. Aan wal gekomen zoekt men zijn Delila. Dat is 'den Duyvel open Hof houden'. Zo mag het niet. Uw wandel zij eerlijk onder de heidenen. Laat zien dat ge uit een gereformeerd land komt.

Wilt u het kwaad genezen? Gebruik de middelen. Eerste middel is: een goed huwelijk. De zeeman die thuis een vrouw heeft waar hij veel van houdt zal voor veel kwaad bewaard blijven. Tweede middel: het mijden van alle slechte gelegenheden; kom niet in de herbergen. Derde middel: een zien op de schade en de straf. Het kost u uw gezondheid', het kost u ook uw goed geweten. God straft alle kwaad. Vierde middel: God bidden om kracht. U zeilt? Zeil ook aan de zonde voorbij!

In uiterste nood

Zeelui kan van alles overkomen. Wij hadden het al over storm. Maar er zijn ook vijanden, Spanjaarden, Portugezen, de Turken, de kapers, de rovers, de schuimers. Er dreigen soms grote gevaren. Het schip kan zinken, het kan gekaapt worden. U kunt omkomen in de golven, u kunt gevangen genomen worden, u kunt meegevoerd worden, u kunt tot slaaf gemaakt worden, u kunt op de galeien terechtkomen.

Als zulke gevaren dreigen is er een bijzondere verzoeking. Als ik nu tóch moet omkomen..., één sprong en het is gebeurd! Men kan het woord haast niet over de lippen krijgen en toch mag het niet worden verzwegen: zelfmoord... Liever dan in de handen van de vijanden, liever dan mijn levenlang een slaaf, liever dan een ellendig leven op de galeien, — zo wordt dan gedacht. Maar is het goed? Westerman wil er niet van horen. Het is een verzoeking, zegt hij; de duivel heeft er zijn boze hand in. Het mag niet; gij zult niet doden. Het mag ook niet voor het vaderland; denk aan uw vrouw, denk aan uw kinderen, ge legt een lak op ze. Maar bovenal, het is door God verboden. Ook niet een lont in het kruitvat werpen en uw schip de lucht laten invliegen. De Heere regeert. Hij de Admiraal der wateren is ook de Heere van uw leven.

God aanroepen

Geef de moed nooit op. Ga tot de Heere in uw nood. Hij is 'in 't Schipken'. Is er geen tijd meer voor om met zoveel woorden Hem aan te roepen. Hij hoort ook uw zuchten. Hij leest zelfs de begeerten van uw hart.

Als ge uitvaart doe het niet in overmoed. Niemand mag onbedachtzaam op reis gaan. Onzeilbaar weer moet voor onzeilbaar gehouden worden. Niet uitvaren als het niet kan. Geen bravour! Luister naar oude en verstandige piloten.

Maak voor ge afreist uw testament in orde. Anders kan er later ruzie komen. Maar bovenal, tracht met God verzoend te zijn. Belijd Hem oprecht uw zonden, met hartelijk berouw en leedwezen, zoek uw troost in de beloften Gods, en beloof de Heere in de vreze Gods te leven en te sterven. Zeg tegen de Heere Jezus: Heere, ik ben in Uw Naam gedoopt, op U vertrouw ik, in U leef ik en in U sterf ik. Zucht om Gods leiding en bewaring.

Verzoen u ook, zo nodig, met uw vrouw, met uw kinderen, met uw vrienden en met uw naasten. Anders hoort God uw gebeden niet.

Komt onderweg voor u de dood, weet dan dat elk mens móet sterven, dat het niet van belang is waar hij sterft, en dat de deur naar het vaderhuis altijd en overal voor u openstaat.

De ware godsdienst

Zijt ge behouden thuisgekomen, dank God! Hij heeft uw gebed willen verhoren. Dank Hem met de lippen, maar ook met uw hart en met uw daden. Hebt ge in de nood de Heere geloften gedaan, vergeet ze niet.. Is door u veel winst gemaakt, verkwist ze niet. Laten ook anderen er in mogen delen. Ga er niet de grote Jan mee uithangen. Dankbaar zijn is de ware godsdienst. Ook zeelui kunnen vroom en godzalig leven. De 'Christelyke Zeevaart' van Adam Westerman heeft hen daarbij de helpende hand willen bieden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Adam Westerman en zijn Christelyke Zeevaart (1637)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's