De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christelijk basisonderwijs in de branding?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christelijk basisonderwijs in de branding?

7 minuten leestijd

In 1920 werd de 80-jarige schoolstrijd beëindigd. Door de wet van onze eerste minister van O., K. en W. dr. De Visser werd de financiële gelijkstelling vastgelegd tussen het openbaar en bijzonder onderwijs. De rust keerde weer op de scholen. De strijd was gestreden. Het begint er echter op te lijken dat het christelijk onderwijs opnieuw in woelige wateren gaat komen.

Onkerkelijkheid

Allereerst is er deze oorzaak: de christelijke school van vandaag wordt niet meer bevolkt door kinderen van uitsluitend kerkelijk meelevende ouders, zoals vroeger wel het geval was. De steeds groter wordende onkerkelijkheid trekt juist ook bij het christelijk onderwijs haar diepe sporen. Vele jonge ouders, afkomstig uit kerkelijk meelevende gezinnen, gaan te hooi en te gras of in het geheel niet meer op naar de dienst van het Woord. Toch stuurt men veelal de kinderen nog wel naar de christelijke school.

De reden kan zijn:

a) men wil de grootouders van het kind niet te veel voor het hoofd stoten;

b) men stelt het geweten wat gerust op die manier;

c) de christelijke school brengt toch wel zekere waarden bij, vindt men. In de plattelandsgemeenten overheerst de eerste reden, in de stedelijke gemeenten meer de laatste, dacht ik.

Daarnaast zijn er dan nog de ouders die eigenlijk voor openbaar onderwijs zijn, maar die de christelijke school voor hun kinderen kiezen omdat die dichtbij is, of wellicht een goede naam heeft.

Al met al krijgen we dus in toenemende mate te maken met kinderen die geen achtergrond meer hebben waar het de waarden van het christelijk geloof betreft. Woorden als doop, avondmaal, bekering, geloof, de consequentie van het volgen van Jezus, enz. kunnen in een hogere klas van het basisonderwijs niet meer zonder toelichting ter sprake komen. Bovendien is de interesse bij veel kinderen niet of slechts in geringe mate aanwezig. Hoe groot is het percentage kinderen dat de kerk regelmatig van binnen ziet ? In de grote stad minimaal. Op het platteland wat groter, maar ook in een dorp kan het beneden de 25 procent liggen.

Waarvoor is er belangstelling ?

Wat wel aanwezig is bij een behoorlijk aantal gezinnen, is een levendige interesse voor het onderwijs; hoe de school reilt en zeilt. Er is animo om mee te doen als er iets op touw moet worden gezet. En dat is fijn voor een team, als je dat medeleven voelt. Maar wat je mist, is die warme belangstelling voor de geestelijke zaken, voor de C van het christelijk onderwijs; het inspelen op wat in de bijbelles op school behandeld wordt: het voortborduren erop, het gebed. De school is veelal geen verlengstuk meer van het gezin.

Afscheiding ?

Misschien zult u als lezer zeggen: het faillissement van de christelijke school kan dus worden aangevraagd ? Dan zeg ik vanuit de grond van mijn hart: neen ! Maar moeten we dan toch maar een school op reformatorische grondslag oprichten ? Dat kan men plaatselijk als een noodzakelijkheid zien. Maar als hoofd van een christelijke school voor basisonderwijs zeg ik er persoonlijk nog geen volmondig ja op.

Want nu de andere kant: wat een velden wit om te oogsten. Bij de meerderheid van de kinderen komt de Bijbel thuis niet meer op tafel. Maar in de school wel. Aan moeders hand niet meer tot Jezus ? Dan moeten de onderwijzers en onderwijzeressen op onze scholen het met des te meer kracht doen: heenwijzen naar het kruis van de Heere Jezus. Steeds maar weer zien op Hem die de zonden wil vergeven, die het zegt: Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt en Ik zal U rust geven. Juist dan als je de weerstand van thuis soms in het kind aanwezig voelt.

Niet de socialistische heilstaat en de evolutie en zo veel andere duivelse zaken zonder meer van tafel vegen, maar het Woord van onze God er tegenover stellen: Zo spreekt de Heere !

Maar de realiteit

Maar sluit ik nu de ogen niet voor de werkelijkheid ? Uw vraag zal misschien zijn: Hoeveel positief-christelijke onderwijsmensen zijn er nog op onze scholen ? Laten we dat alstublieft niet onderschatten: duizenden. En u zult het met me eens zijn, het behoeft echt niet iemand van onze kerkelijke richting te zijn.

Maar, beste mensen, waar ligt toch de oorzaak van ons bergafwaarts gaande christelijk onderwijs ? Ligt dit nu alleen in de andere bevolking van onze scholen, in het veelal niet meer kerkelijk gebonden zijn van de ouders, of is er nog een andere oorzaak ?

Hoe is onze houding ?

We kunnen zo gemakkelijk kritiek hebben op een school, op het personeel; het met elkaar verzuchten: nog even en onze school is een puur heidens instituut geworden. Maar is er gebed ? Niet één of twee keer, maar voortdurend ? Naderen we steeds weer voor de troon van Gods genade ?

Er zijn vaak zo weinig mensen van onze richting te vinden voor een bestuursfunctie of voor een oudercommissie. We laten het zo vaak aan een ander over. Waar voor de ouders de taak ligt, biddend bezig te zijn met het onderwijs voor hun kinderen, hoeveel te meer geldt dit ook voor bestuursleden. En wat dient een bestuur erop toe te zien wie er benoemd gaat worden. Gaat het gesprek bij de benoeming dieper dan de school, het huis, de vernieuwing ? Komt het christelijk karakter van de school ter sprake ? De mening van de sollicitant hierover ?

Wat kan het een onderwijzer of onderwijzeres goed doen als een bestuurslid waardering en belangstelling toont voor het werk. En wanneer je als man of vrouw voor de klas principieel bezig bent met de kinderen; de nood van de zielen je op het hart ligt, wat een weelde als er dan een luisterend oor is bij iemand die het christelijk onderwijs eveneens ter harte, gaat.

Dat de minister toegang eist tot de christelijke school is gevaarlijk. Er wordt veel over geschreven, ik ga er hier niet verder op in. Maar veel gevaarlijker vind ik het als de christelijke school beschouwd wordt als een vanzelfsprekendheid, op een manier zoals we een boek of een plant als ons bezit beschouwen. De strijd is immers gestreden ?

En hier ligt een gezamenlijke schuld, dacht ik. Wat dienen we een eenheid te vormen, bestuur, ouders en personeel, in ons gebed om de krachtige werking van de Heilige Geest (we geloven toch in de Heilige Geest ? ). Eén in liefde voor de school die naar de Heere Jezus Christelijk is genoemd, opdat in een tijd van afkeer van Evangelie en kerk we onze jeugd met des te meer kracht en geloof wijzen op het kruis van Jezus, waar de enige redding is.

Geen vluchtweg

Maar er blijft een brandend probleem liggen. Uw vraag kan zijn: Onze kinderen zitten op een school waar de nieuwe theologie is doorgewerkt; de wonderen uit de Bijbel worden met het verstand benaderd; de leerkrachten komen niet meer in de kerk; wat dan ? We moeten toch bidden en werken ?

Dat is waar. Naast het gebed moet er werk verzet worden. Dat houdt in: gaan praten met de onderwijzer of onderwijzeres van uw kind, met het hoofd van de school, met een bestuurslid dat aanspreekbaar is. Nodig gelijkgezinden die ook in zorgen zitten over het christelijk karakter van de school eens bij u thuis. Let wel, hen die bezorgd zijn, niet de meepraters (bij wie het buiten het hart omgaat). Bespreek uw zorgen, leg het samen de Heere voor in het gebed. Vraag dan weer, maar nu als groep, een onderhoud aan bij het bestuur. Maar alstublieft, hak niet met de botte bijl erop los, dan maakt u zoveel stuk. Men identificeert dan het principiële van de zaak met een harde manier van optreden. Spreek niet meteen af: Als ze niet luisteren, gaan we een andere school oprichten. Het gaat niet om ons gelijk, het gaat om de zaak des Heeren.

En wanneer men luistert, spreek dan vanuit de bewogenheid van uw hart, probeer aan te tonen waar het werkelijk om gaat: de bijbelse wijze van het komen tot Jezus. Wees dankbaar als er geluisterd wordt en werk niet ondergronds door. Wanneer een groep Christus-belijders uit onze scholen stapt, wordt weer minder gesproken binnen de school over die ene Naam die tot zaligheid nodig is. Begrijp me goed, ik meet me niet de verwaandheid aan te zeggen dat wij de christelijke scholen drijvende houden, daar zal God zelf wel voor zorgen. Maar ik zeg wel, dat elk die voor Gods eer opkomt heel erg meetelt juist ook op onze scholen voor christelijk-onderwijs.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Christelijk basisonderwijs in de branding?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's