Een vaste paasdatum?
Op de hervormde synode was enig beraad over de kwestie van een vaste paasdatum, waarop momenteel sterk wordt aangedrongen. Drs. S. Gerssen liet daarover ook zijn mening horen. Hieronder volgt wat hij hierover in hoofdlijnen te zeggen had. De kwestie zélf zal de komende tijd ongetwijfeld telkens ter discussie zijn.
De kwestie van een vaste paasdatum is sedert kort weer aan de orde. In mei van dit jaar schreef het Vaticaan erover aan de bisschoppen en de Wereldraad van de leden-kerken. Men wil een vaste datum: de zondag na de tweede zaterdag in april en als alles goed gaat zou men daartoe in 1977 kunnen overgaan. Het lijkt alleen maar een praktische kwestie te zijn: een vaste datum sluit beter aan bij de behoeften van de scholen en de bedrijven. Men krijgt dan een steeds gelijke periode tussen Nieuwjaar en Pasen en van de springerigheid van de paasvakantie met alle bezwaren van dien is men dan voorgoed verlost. Waarom zouden de kerken zich niet aanpassen aan de behoefte, die in het moderne leven steeds duidelijker wordt gevoeld ? Toch vragen wij ons af of het werkelijk goed zou gaan als het zover komt.
Zoals men weet wordt nu Pasen gevierd op de zondag na de eerste volle maan in de lente. Dat geeft een grote tijdsruimte; , men zou kunnen zeggen van sneeuwklokjes tot bossen in voorjaarstooi. Men heeft dat bezwaar de laatste tijd ondervangen door de paasvakantie van de scholen zo te regelen, dat deze met de paasdagen kunnen beginnen of eindigen. Daar lijkt mij niets tegen.
Over de achtergronden van de huidige paasdatum is veel geschreven en ik ga daar hier niet op in. In elk geval is deze geen onaantastbaar gegeven. Niemand zal aan de zondag na de eerste volle maan in de lente openbaringswaarde toekennen. Het zou echter onjuist zijn te denken, dat de huidige discussie over een nieuwe paasdatum niets principieels zou behelzen. Sommigen zeggen: wij hebben geen heilige plaatsen en ook geen heilige tijden; daarom zou men in principe Pasen op iedere willekeurige datum kunnen vieren. Zo'n gedachte heeft op het eerste gezicht iets dat bekoort. Maar bij nader inzien rijzen er gewichtige vragen. Op dezelfde manier zou men kunnen zeggen, dat men de bevrijding kan vieren op iedere dag, die men daartoe met onderling goedvinden kiest. B.v. in november ter herinnering (als ik het goed heb) aan de slag bij Waterloo. Of midden in de zomer. Of op 5 mei. Maar viering van de slag bij Waterloo veronderstelt een ander historisch besef dan viering van de 5de mei. En als men zomaar een dag kiest viert men niet de concrete bevrijding, maar een bevrijdingsidee. Als men de 5de mei viert betekent dat dat men het front wil betrekken tegen het fascisme van toen en van vandaag. Het maakt dus echt wel iets uit wanneer men zoiets doet.
Als men aan de paasdatum geen principiële betekenis toekent en deze alleen maar uit praktische overwegingen vaststelt, loopt men het gevaar op idealistische manier een opstandingsidee te huldigen en niet de opstanding onzes Heeren te vieren. De laatste is immers historisch bepaald; het gaat om een heilsfeit. Wij hebben geen heilige tijden, maar toch is het jaar 1 van onze jaartelling van theologisch gewicht en dat geldt in die zin niet van b.v. het jaar 101.
Die historische bepaaldheid van het christelijke paasfeest ligt in het joodse pesach en is dus georiënteerd op de 14de nisan. Door de paasdatum daarop af te stemmen belijdt de christelijke kerk, dat zij niet een nieuw verschijnsel in de geesteswereld is, maar is voortgekomen uit de schoot van Israël. Zij kan het heilsfeit van de opstanding niet vieren als zij de samenhang verbreekt met de bevrijding uit de slavernij, zoals Israël de gedachtenis daarvan alle eeuwen door heeft bewaard. Een kerk, die zich daarvan wil emanciperen draagt bij aan haar eigen ontworteling. Zij wordt dan een idealistisch genootschap, dat diepe gedachten huldigt, maar er moeilijks meer toe komt de daden Gods te gedenken.
Als dan toch de paasdatum weer in duscussie komt is er alle reden ervoor te pleiten, dat deze geestelijke samenhang duidelijker tot uitdrukking wordt gebracht. De hervormde Raad voor Kerk en Israël, om advies gevraagd, pleitte daarom voor de eerste zondag na de 14de nisan.
Het kan en mag ons niet onverschillig laten door welk ritme het kerkelijk jaar wordt bepaald. Het enige ritme dat daarvoor in aanmerking komt is dat van de gang der daden Gods. Het huidige voorstel van de zondag na de tweede zaterdag in april is niet gebaseerd op de heilsdaden Gods, maar op de behoefte aan efficiency van onze moderne economie. En het gaat daarbij niet alleen maar om Pasen, maar (zoals vanzelf spreekt) ook om Pinksteren en om het hele kerkelijk jaar. Dat zou dan betekenen, dat de kerk de heilsdaden Gods zou moeten belijden binnen een kader dat haar door de moderne efficiency is opgelegd. Het zal spoedig blijken, dat dat kader niet alleen maar formele betekenis heeft. De datum van het kerstfeest is ook al bepaald door een buitenbijbels gegeven: de midwinterzonnewende. Onder de gevolgen daarvan zuchten wij nog steeds: het blijkt vrijwel onmogelijk te zijn om werkelijk de geboorte des Heeren te vieren en niet in de een of andere natuurmystiek te vervallen. Zo kunnen wij met Pasen het ontluikende nieuwe leven vieren of de onuitblusbare menselijke energie. Maar de Bijbel heeft dat allang baalsdienst genoemd. En het enige wat het leven en de prediking der kerk voor zulke gevaren kan bewaren is de versterking van het besef in de viering van het heil met Israël verbonden te zijn.
De kwestie van een vaste paasdatum heeft dr. W. Barnard zo opgewonden, dat hij in Trouw van 11 oktober jl. schreef: 'Van woede heb ik mij gesneden bij het scheren'. En hij eindigt dit artikel met de noodkreet, die mij zeker niet overdreven-lijkt: 'Die 'paasdatumkwestie' zit me zo hoog, dat ik het gevoel heb: als ze dat echt officieel zouden invoeren, houdt het voor mij op met de kerk. Want Pasen is altijd de kern en de kiem geweest van waar het om ging in de gemeente...'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's