De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De voortgang in het belijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De voortgang in het belijden

Belijden en Belijdenis

12 minuten leestijd

In ons vorige artikel hebben wij gesproken over een dubbele onderscheiding. Het is nodig om onderscheid te maken tussen de Heilige Schrift, welke Gods Woord is en de belijdenis der kerk. Wij hebben gezien, dat deze onderscheiding door onze Ned. Geloofsbelijdenis zelf wordt beleden. Er is ook nog een tweede onderscheiding. Dat is die tussen de belijdenissen, die in de worsteling van de Kerk der eeuwen geboren zijn en de opdracht voor de kerk om in het heden de Waarheid Gods te belijden.

Wij hebben in het voorafgaande ook gezien, hoe deze onderscheiding vooral in onze tijd critisch gevuld wordt en dan gelegenheid biedt om eigen inzichten en leringen, die in strijd zijn met het klassieke belijden, aan de man te brengen onder het motief van een voort-gaand belijden. Deze vulling van genoemde onderscheiding hebben wij afgewezen. Zij is in de kerk niet legitiem. Zij bouwt ook niet de kerk. Zij verdiept niet het belijden, maar zij verdraait en verarmt niet.

Wij hebben echter ook gewaarschuwd voor het gevaar om van de weerorpstuit in het tegenovergestelde verzeild te raken en de Schrift en de Belijdenis zo aan elkaar gelijk te stellen, dat aan beide evenveel gezag wordt toegekend. Dan gaat de belijdenis in de practijk als Heilige Schrift functioneren. Dan krijgt ze dezelfde eigenschappen. Dan wordt de belijdenis ook onfeilbaar genoemd, zoals de Schrift. En dan wordt ook de oude belijdenis gezien als iets, waar nooit meer iets aan kan worden toegevoegd en dat nooit meer voor verbetering en verdieping vatbaar is, evenals de Heilige Schrift. Ook dat hebben wij afgewezen, als zijnde oppervlakkig en in strijd met de Belijdenis zelf. Want wie de Belijdenis werkelijk kent en erbij leeft, komt juist te meer onder de indruk van de onuitputtelijke rijkdom van de Schrift zelf.

Voort-gang

Het is dus zaak om bovengenoemde onderscheiding te handhaven. Maar dan is het wel van beslissend belang, hoe deze onderscheiding wordt gevuld. Dan zal het erom gaan, dat als wij spreken van een belijden der kerk in het heden, van een voort-gaand belijden, dat deze voortgang dan ook werkelijk voort-gang is, die geheel en al in de lijn van het klassieke belijden ligt, zodat het duidelijk is, dat het gaat om dezelfde Waarheid Gods, die ook onze Vaderen hebben beleden. Wij zouden ook kunnen zeggen: bij elke voort-gang gaat het toch om dezelfde religie van het belijden. Het is hetzelfde hart, dat erin klopt. Wat dat betreft kan er in eigenlijke zin niet gesproken worden van een nieuw belijden. Want door hetzelfde hart, door dezelfde religie wordt elk waarlijk voortgaand belijden beheerst. In die zin moet het dan ook worden verstaan, als men zegt, dat in het klassiek-reformatorisch belijden in principe alles is gezegd. Dit 'alles' is dan niet bedoeld in kwantitatieve, maar in kwalitatieve zin. In de betekenis van: het centrale, het beslissende, het fundamentele is in de belijdenis der Reformatie vertolkt, zoals dit ook is geschied in de oecumenische belijdenissen van de oude kerk. Juist als het belijden in het heden in deze verbondenheid en continuïteit met het verleden staat, is er sprake van een werkelijk voort-gaand belijden, omdat ook in dat belijden dit centrale, beslissende en fundamentele getuigenis zal doorklinken. Even duidelijk als het in die zin een voortgang dient te zijn, dient het dan ook in ander opzicht een terug-gaan te zijn, namelijk een duidelijk geworteld zijn in het klare getuigenis der Schrift. Het gaat er om dat de Schrift opnieuw tot klinken gebracht wordt in de concrete worsteling van de kerk. Als zo deze ruimte gevuld wordt, die er is door de onderscheiding tussen het klassieke belijden in het verleden en het actuele belijden in het heden, dan zal blijken, dat er geen distantie ontstaat tussen het heden en dit klassieke belijden, maar een hartelijke en inhoudelijke verbondenheid. En zo kan het dan gebeuren, dat de kerk komt tot een nieuw belijden. Ook daarin staat zij in de traditie der eeuwen.

Een nieuw belijden?

Toch moeten wij dan wel een paar gezichtspunten in het oog houden, die in dit verband van onmisbare betekenis zijn. In het voorafgaande hebben wij al eens opgemerkt, dat de kerk in de loop der tijden niet zovele malen is gekomen tot een nieuw belijden in de vorm van een nieuwe belijdenis. Dat gebeurde alleen als de nood , ertoe drong, en als de Geest des Heeren, die in alle Waarheid leidt, het gaf. Zo is het in de oude kerk geweest en zo is het geweest in de Reformatie. De vraag is, of ook nu het moment ervoor is aangebroken.

Ik meen, dat het een onvoldoende motief is, als men zegt, dat iedere tijd vraagt om een nieuwe vertolking, omdat iedere tijd haar eigen taal heeft en haar eigen vragen kent. Deze motieven blijven beneden de maat. Wat er dan aan nieuw belijden uitkomt, is daaraan navenant, meer eigentijdse theologie dan werkelijk belijden van kerkelijk en klassiek gehalte. Het komt dan ook doorgaans niet verder dan een 'Proeve van belijden', die op het grondvlak van de gemeente weinig weerklank vindt. Dat gold reeds van de proeve, die onze Hervormde Kerk in 1949 het licht deed zien: Fundamenten en Perspectieven van Belijden. Hoewel hierin waardevolle dingen staan, droeg zij toch een theoretisch-theologisch karakter. Zij was meer een gemaakte dan een in nood geboren belijdenis, die dan ook geen diepgaande betekenis heeft gehad en reeds spoedig in vergetelheid raakte.

Nog sterker moet dit o.i. worden gezegd van de Proeve van Belijden, die in de Geref. Kerken onlangs is opgesteld. Wij spraken daarover reeds. Deze Proeve heeft al heel sterk het karakter van een compositie van theologische inzichten, die een synthese beoogt in een kerkelijke situatie, die door polarisatie wordt bedreigd en tevens voorzichtig aansluiting zoekt bij wat gangbaar is in de theologie.

Nee, dan heeft het z.g. Getuigenis meer de allure van een belijdenisgeschrift, vanwege zijn zeggingskracht en besliste stellingname. Alleen blijkt er dan geen officiële kerk te zijn, die dit Getuigenis voor haar rekening wil nemen en als belijdend spreken der kerk wil aanvaarden. De Hervormde Synode kwam niet verder dan een 'discussiestuk' (Overwegingen over belijden, leven en werken van de Ned. Hervormde Kerk, 1972).

Wil men in dit verband ook nog aandacht geven aan de vele herderlijke schrijvens en kanselboodschappen, die de Synode van onze kerk in de na-oorlogse jaren heeft doen uitgaan, dan wordt nog duidelijker, hoezeer het geestelijk gezag van het belijden der kerk is gedevalueerd. De Hervormde Synode zelf heeft daarvan getuigenis afgelegd in een van haar recente publikaties (Kerken en Ontwikkelingsamenwerking, 1971, blz.: Een herderlijk schrijven in een schrijven, waar de Synode zich met haar gezag achterstelt. Welke kracht en inhoud dit gezag heeft, blijft daarbij vrijwel geheel in het duister. Wat wel duidelijk wordt, is, dat in deze geschriften het theologisch spoor van A. A. van Ruler, Karl Barth, post-Barth valt waar te nemen. (Vgl. J. Schipper, Theologie van het Saeculum I, blz. 1-33).

Anderzijds wordt het ook een moeilijke zaak om tot 'n waarachtig nieuw belijden te komen, als de kerk, die belijdt een verdeelde, een verscheurde kerk is, en daarbij door vele dwalingen wordt beheerst tot in haar hoogste regionen toe. Als een kerk onderhorig is aan de geest van de tijd en dan meent te moeten belijden, kan dat meer kwaad doen dan goed. En is momenteel de situatie daar niet naar?

Daar komt nog bij, dat niet alleen de rechtzinnige leer vereiste is voor een legitiem belijden, maar ook een levend geloof, een levende gemeente, een levende kerk, die vervuld is met de Geest en door de Geest gedreven wordt in haar getuigen en handelen. Dat maakt de situatie van het heden nog hachelijker. Want stel, dat het rechtzinnige deel van de kerk tot belijden geroepen werd, en dat wordt ze feitelijk, zij het deels niet officieel kerkelijk, ook dan zou het nog niet tot een waarachtig nieuw en autentiek belijden komen, omdat zo'n belijdenis, zonder het kloppende leven van de Geest in en door het Woord, alleen maar een dorre weergave van op zichzelf rechtzinnige waarheden zou te zien geven, waar geen kracht, geen werving en geen leven vanuit gaat.

Gemakkelijker gezegd dan gedaan

Het is dus wel gemakkelijker gezegd dan gedaan, als men roept om een vernieuwd belijden. Toch blijft daar de roeping der kerk om de Naam des Heeren te belijden, ook vandaag. En tevens merken wij een aantal dingen op, die ons toch tot dit vernieuwde belijden zonder meer nopen.

Vernieuwde dwalingen

Ik denk allereerst aan de vernieuwde dwalingen, die momenteel in de kerk heersen en zovelen in beslag nemen en de prediking van de kerk ernstig beïnvloeden. Met als gevolg een ernstig bloedverlies van de gemeente, van haar geloof en haar getuigenis en haar uitleving. Met als gevolg ook, dat de kerk in deze ontzaglijke wereld geen pilaar en vastigheid der waarheid meer is, maar zelf zich laat meenemen door de geest van deze eeuw. Zou het dan niet een harde noodzaak zijn voor de christelijke kerk om opnieuw belijdenis af te leggen van haar geloof terwijl zovelen wegdwalen op allerlei doodlopende doolwegen? Onwillekeurig denken wij hier aan het z.g. Getuigenis, omdat dit inderdaad iets van zo'n belijdenis had, van deze kracht, opwekkend en in een krachtige confrontatie.

Machtige vragen

In de tweede plaats leven wij in een tijd, waarin de mens weliswaar ook nu de mens blijkt te zijn, die zich wil vrij-maken van het gezag van God en zijn Woord, maar aan de andere kant zijn machteloosheid openbaart in de confrontatie met machtige vragen op velerlei terrein. De vraag naar de zin van het leven, de vraag naar de toekomst, de dreiging van de macht der techniek, de verlegenheid met fundamentele ethische vragen, zoals de euthanasie en de abortus en de atoombewapening en het racisme, enz.

Hier mag de kerk niet zwijgen. Hier heeft zij haar geloof en haar hoop en haar liefde te belijden in het midden van deze wereld. Hier wordt zij genoopt tot een actueel belijden, zonder dat er maar enige afstand bestaat met het belijden der kerk in het verleden. Dat laatste is niet nodig, omdat zij nu mag spreken vanuit het hart van het Evangelie van Gods verzoenende en vernieuwende genade in Christus.

In de waarheid leiden

In de derde plaats zou ik willen wijzen op het feit, dat de Geest ook nu de belofte van Christus vervult, dat Hij zijn gemeente inleidt in de volle waarheid. Er zijn uit de Schrift aspecten naar voren gekomen, die in het belijden hun wettige plaats mogen innemen. Ik denk b.v. aan de prediking van het Koninkrijk Gods. Ik zou allerminst willen meegaan met hen, die menen, dat de Reformatie dit aspect van de Bijbelse verkondiging niet gezien of verwaarloosd heeft. Dat heeft zij zeker niet. Wie èn het Schriftgetuigenis èn de belijdenis daarop naleest zal dit moeten erkennen. Wie dit nog eens bevestigd wil zien, leze C. Aalders, Geloof en Bevrijding (Rondom het Woord, 16/4, 1974, blz. 21-29). Maar wel is het zo, dat de omvang van de Bijbelse prediking van het Koninkrijk Gods meer is dan in de belijdenis vertolkt wordt. En daarom zou er een voortgaand belijden op dit punt mogelijk en ook nodig zijn, geconcretiseerd in de vraagstelling van deze tijd, die dringt naar revolutie en geweld alsook naar vermenging van goddelijk heil en menselijke ideologie. Ik zou ook willen wijzen op de betekenis van Israël, het oude volk van het verbond, in de Schriften. Het heil voor Israël, dat zo duidelijk uit de Schrift tot ons komt, is in de belijdenis der kerk nog niet vertolkt. En het zal niet buiten de leiding des Geestes om gaan, dat wij daar nu zo zeer mee geconfronteerd worden. Ook hier heeft de kerk de roeping om opnieuw te belijden, en dat in een volstrekte verbondenheid met de kerk der eeuwen, omdat ook hier hetzelfde hart van het christelijk geloven klopt.

Getrouwe Getuige

Juist wie deze opdracht, vanuit het Woord en staande in het heden, en verbonden met het verleden, ziet, verlangt te meer naar een kerk, die een werkelijk getrouwe Getuige is. Het lijden aan de kerk wordt erdoor verhevigd, als wij zien, hoe nodig dit vernieuwde belijden is om een licht op de kandelaar en een stad op de berg te zijn, terwijl de kerk toch in gebreke blijft, juist omdat zij teveel met de stroom van de tijd meedrijft en te weinig op het Woord staat en uit het Woord leeft.

Daarbij hebben wij voortdurend te bedenken, dat die kerk niet een ander is maar wij zelf. Wij willen geen stenen werpen naar anderen. Wij slaan onszelf op de borst en wij slaan onze ogen neer, in het besef, dat wij gezondigd hebben, wij en onze vaderen tevens.

Als er sprake moet zijn van een spanning tussen het belijden in het verleden en in het heden, dan is het wel deze spanning, dat wij van de hoogte, waarop onze vaderen leefden, omdat zij dicht bij het Woord leefden, zijn afgevallen, nu verkerend in de laagvlakten van onze eigen inzichten, al of niet orthodox. Dat is onze gemeenschappelijke schuld, die wij ook gemeenschappelijk dienen te belijden, en die ons ook, moge het zijn, gerneenschappelijk doet uitzien naar een nieuwe Op-wekking, een Reveil van de Geest, van wie Christus beloofd heeft, dat Hij van zijn gemeente nimmer wijken zal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De voortgang in het belijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's