De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het geloof in zijn voorwerp

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het geloof in zijn voorwerp

2

7 minuten leestijd

Mysticisme

Ook het mysticisme maakt het geloof los van zijn eigenlijke voorwerp n.l. God in Zijn Woord.

Tegenover de dode orthodoxie met dat statische geloof in z'n verstandelijke eenzijdigheid, komt het accent te liggen op hetgeen er in de mens moet omgaan, wil hij vrijmoedigheid hebben om zichzelf deelgenoot voor Gods genade te achten.

Men maakt dan een scherp onderscheid tussen de verwerving van het heil en de toepassing daarvan. Maar — wanneer daarin de plaats uit het oog wordt verloren, die God de Heere juist in die toepassing van het werk van Christus heeft toegekend aan het Woord, wordt het geloof de grond onder de voeten ontnomen. Christus legt Zelf door het Woord ('het Woord van Christus' Col. 3 : 16) en de Geest ('de Geest van Christus' Fil. 1:19) verband tussen verwerving en toepassing. Uit reactie tegen het getekende intellectualistische hanteren van 't Woord, of door ongezonde zucht naar sterke sentimenten en exstatische gevoelens, durft men het niet meer aan het Woord te laten gelden als rechtstreekse openbaring en aanspraak van Godswege.

Men brengt een scheiding aan tussen

a: verstandelijke kennis (historisch geloof) en

b: nog iets anders, wat er in de mens gebeuren moet.

Die tweedeling past men dan ook toe op vraag 21 over het wezen van het geloof d.w.z. men scheidt 'kennen en vertrouwen'. Voor het laatste zoekt men de grondslag in bijzondere gebeurtenissen, opmerkelijke godsdienstige ervaringen, los invallende teksten (waarbij het een aanbeveling geacht wordt, dat men niet eens wist, dat het in de Bijbel stond).

Ik moet hierbij denken aan een woord van één van de Erskine's n.l. dat God altijd een belofte tot de mens brengt of de mens tot Zijn belofte. Het laatste acht hij ruim zo zeker. Trouwens als in vr. 22 van de Catechismus gevraagd wordt, wat een christen nodig is te geloven, worden we niet verwezen naar een enkel ons voor de geest komend Schriftwoord, maar naar alles wat God ons in het Evangelie beloofd heeft. Daarbij is het opmerkelijk, dat Ursinus en Olevianus de Apostolische geloofsbelijdenis gelezen hebben als het geloof in de drieënige, belovende God. Vanzelf denken we dan aan ons oude Doopformulier, waarin gezegd wordt wat de inhoud is van hetgeen ons beloofd wordt, wanneer wij gedoopt worden in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes.

De eenheid van het Woord

Bij het mysticisme dreigt het gevaar, dat het Woord nauwelijks een plaats inneemt. Alleen zoekt men er gaarne in naar bewijsmateriaal voor eigen opvattingen.

Daarbij wordt aan de betekenis van het Schriftwoord vaak geweld aangedaan. Er is geen sprake van het 'Schrift met Schrift vergelijken'. De eenheid van het Woord gaat daarbij teloor. Het komt vaak tot allerlei narigheden en rarigheden.

Men gaat de grondslag des geloofs op een verkeerde plaats zoeken, omdat men wei­gert God op Zijn Woord te geloven, tenzij men eerst in allerlei gemoedsaandoeningen het bewijs meent te zien, dat men zich de belofte mag toeëigenen. Een zo ingestelde prediking durft eigenlijk niet tot geloof op te roepen. Men ziet de fontein van Gods genade niet in het Woord ontsloten, wacht op 'een gegeven ogenblik', verheerlijkt soms het ongeloof en doolt in een eindeloze zelfbeschouwing rond.

Men zoekt het kenmerk des geloofs niet in de vruchten, maar wil telkens het fijne wortelleven uit de verborgenheid te voorschijn halen, en de werkzaamheid des Heiligen Geestes tot beneden de drempel van het bewustzijn controleren.

Het plantje des geloofs krijgt dan geen gelegenheid te wortelen in de rechte grond van Gods beloften. Het vertoont daardoor ook geen wasdom. Gevolg is een geringe mate van activiteit. Tenzij dat men in het geweer komt ter verdediging van het eigen standpunt.

Men zou verzekerd willen zijn van eigen wedergeboorte en uitverkiezing desnoods buiten Christus en het geloof in Hem om.

De jonggestorven Andrew Gray heeft ergens het wijze, maar ook ontdekkende woord geschreven: 'menigeen is meer belust om te weten, dat men in Christus is, dan dat men begerig is om in Christus te zijn'. Het is duidelijk, dat het laatste heel wat anders en heel wat meer is dan het eerste.

Het werk des Geestes wordt dan los gedacht van het Woord. Men zoekt een rechtstreekse relatie tot God. Wat Hem aangaat buiten Zijn Woord om; wat ons betreeft min of meer buiten het klare bewustzijn (door W. a. Brakel vaak genoemd 'de verstandige wil') om. Onze Dordtse Leerregels hebben reeds gewaarschuwd tegen het zoeken van heilszekerheid in een bijzondere openbaring, zonder of buiten het Woord geschied. (D.L. VIO).

Aanwijsbaar ogenblik

Bij sommigen wordt daarbij alles geconcentreerd op één bepaalde daad, die op een geheel enig moment in de ziel moet hebben plaats gehad; een bepaald aanwijsbaar ogenblik, waarin de goddelijke vierschaar gespannen is in de conscientie en een onmiddellijke zekerheid geschonken is, dat men vrij gesproken is. Al wat daarvan niet weet te spreken wordt dan miskend.

Men heeft er geen oog voor, dat de rechtvaardiging een uitspraak Gods is, een Woord Gods omtrent de zondaar, en dat die uitspraak ligt opgesloten in de belofte Van het Evangelie. Dat sluit niet uit, dat in 't leven des geloofs deze vrijspraak een gebeurtenis wordt, zoals ook in 't gewone leven de vrijspraak voor een veroordeelde een gebeurtenis van de eerste rang is. In de verhouding van de schuldige zondaar tegenover God is die uitspraak zo overweldigend, dat de schuldbewuste zondaar zichzelf afvraagt, of hij zijn oren wel mag geloven. Het zal hem daarom nog eens en nog eens gezegd moeten worden in de gedurige prediking des Evangelies als een bediening van de sleutelen des hemelrijks (Zondag 31).

Geen scheiding

De fout van het mysticime is, dat het scheiding teweeg brengt tussen het geloof en het voorwerp des geloofs, door eenzijdig te letten op de subjectieve, innerlijke ervaring.

Het is ongetwijfeld waar, dat de bevinding een vrucht des geloofs is. Zij is ook een bevestiging van het geloof, en een noodzakelijke openbaring van het leven des geloofs. Van een kind, dat zich nimmer beweegt, zouden we terecht vragen, of het wel leefde.

Maar de zekerheid des geloofs kan alleen gevonden worden, doordat het hart van de zondaar tot rust komt in de volkomenheid van de Zaligmaker van zondaren. Die ons voorgesteld en gepredikt wordt in het heilig Evangelie.

Maar ook waar men niet op zulk een eenzijdige manier de rechtvaardigmaking drijft, wordt het inderdaad gewenste 'onderscheidenlijk prediken' tot een al te zeer classificeren en rubriceren van allerlei soorten overtuigden en begenadigden, bekommerden en verzekerden, zodat de aangesprokenen zich eerst moeten realiseren, in welke afdeling men eigenlijk thuishoort, zodat de spontaneïteit van 't geloofsleven teloor gaat. Het gevaar dreigt, dat men het vertrouwen in de bediening des Woords als zodanig kwijtraakt, en men meer geestelijk voedsel zoekt in de bekeringsgeschiedenis dan in de door God geschonken en verordende genademiddelen. De voornaamste functie van de menselijke ziel wordt dan niet gezocht in het verstand (terecht), maar (ten onrechte) in het gevoelsleven met al zijn wisselingen en ongestadigheden.

Men zoekt de grondslag om op te steunen meer in de ervaring van de mens dan in het levende en eeuwigblijvende Woord van God.

Ook hier plukken we de kwade vruchten van het losmaken van het geloof van zijn voorwerp.

Het intellectualisme loopt dood, omdat het het Woord losmaakt van God, in het bijzonder van de Heilige Geest, Die dat Woord geïnspireerd heeft. Die dat Woord alleen plaats bereidt in het hart van de zondaar en die zondaar stelt voor Gods aangezicht.

Het mysticisme loopt ook uit in de dood, omdat het miskent dat de Heilige Geest, de Grote Leermeester der kerk, het Woord gegeven heeft en gebruikt om de waarheid Gods te verheerlijken in het hart van de mens.

Tegenover het intellectualisme moet men zeggen: wie de hoge God niet eert, eert ook het Woord niet, al doet hij dit schijnbaar.

Tegen het mysticisme zeggen we: wie het Woord niet eert, eert ook God Zelf niet, ondanks alle vrome gevoelens. Wanneer we het Woord als voorwerp des geloofs losmaken van God Zelf krijgen we een soort Schriftgeleerdheid zonder Godsvrucht.

Wanneer men God als voorwerp des geloofs losmaakt van Zijn Woord, verliest men de kracht van het profetische Woord, dat zeer vast is.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het geloof in zijn voorwerp

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's