Mag een gelovige eer hebben?
Pastorale overwegingen
Een vreemde vraag
Ja, wat moet men daar nu mee aan, als de vraag opgeworpen wordt: mag een kind van God eer hebben? Onder de lezers zullen er zijn, die denken of zeggen: daar zijn belangrijker vragen. Daar behoef je niet wakker van te liggen. Tussen haakjes: hebt u wel eens wakker gelegen en kon u niet slapen, omdat u bezig was met de eeuwige dingen? Maar goed, deze vraag komt naar me toe en ik wil proberen met u erover na te denken. En u mag gerust met een vraag komen, niet om maar wat te vragen, omdat dit moet, maar omdat het mag.
De vraag dan of een gelovige eer mag hebben. Weer niet zo vreemd, als het op het eerste gezicht lijkt. Daar zit bij de beantwoording wel stof in voor een paar artikeltjes dacht ik zo, stof, die ons leerzaam kan bezig houden.
Een ongepaste vraag?
Wellicht denkt een, lezer (es): 'een kind van God weet toch, dat God alleen alle eer toekomt? ' Ja, maar het is een stuk om dat te leren. We zeggen dat wel heel vlot. We schrijven in ons vaandel en doen horen in allerlei leuzen: soli Deo gloria, Gode alleen de eer. Maar zijn we er aan toe met ons hart? Wie het oprecht belijdt en dat begeert is geen vreemdeling van het leven der genade. Wij zijn geen eerzoekers van God, veel eer eerrovers. En dat is erg! De Heere leert ons door Zijn Geest, dat wij voor Hem niet kunnen bestaan. We hebben zijn wet overtreden en Zijn eer stout geschonden. Maar in de Heere Jezus is die eer teruggekomen. En wanneer Hij in ons hart wordt verheerlijkt, leren we door Hem weer aan Gods bedoeling te beantwoorden. Het wordt ons tot blijdschap tot Zijn eer te leven. Het wordt ons tot verdriet, dat we nog zo weinig van die gehoorzaamheid hebben. Er is een groter eer voor een mensenkind om in de dienst te zijn van Hem, Die kwam om te dienen. Is het dan in dit licht bezien geen ongepaste vraag om nog aan eigen eer te denken? Dan moet de gelovige toch wel helemaal het spoor bijster zijn. Maar vergeten we niet, dat een kind van God, zolang het op. aarde verkeert, midden in de samenleving staat, met ook allerlei regels en normen rondom burgerlijke eer en beoordeling door anderen. En is een gelovige ook niet 'de beste onderdaan, de beste burger? ' En daarom ook een
Een begrijpelijke vraag!
De vraag naar eer onder de mensen klinkt allerwege luid op, door al de tijden heen. Eigenlijk worden de eerste klanken daarvan reeds in het gezin ten gehore gebracht. Hoe menige ouder hoopt, dat zijn of haar kind 'iets zal worden' in de maatschappij. Onze kinderen moeten het verder brengen dan wij. Zij moeten meer verdienen, een betere baan hebben, een flinkere positie, een grotere welvaart. Ja, en dat leeft toch ook daar, waar elke dag de Bijbel op tafel komt. Nu ben ik niet zo overgeestelijk, dat ik zou beweren, dat het totaal onverschillig is, wat onze kinderen gaan worden of doen als ze groot zijn. We hebben van de Heere allemaal een taak en plaats gekregen in deze wereld, hier en nu. Het kost ons soms heel wat zorg en moeite om hen netjes de deur uit te laten gaan. Maar is dat het enige, is dat het voornaamste? Hebben we niet eerst voor en met onze kinderen ook te zoeken het koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid? Er zijn wat een jongeren, die door hebben, dat de welvaart niet alles is. Maar ze kennen het echte wel-zijn niet, ze weten niet van zonde en genade, ze kennen de Heere Jezus niet als hun persoonlijke Zaligmaker.
Alom in de maatschappij klinkt de roep om eer en aanzien. Ook in ons volksleven en in de politieke verhoudingen van deze tijd. Soms wordt deze roep satanisch. Hoe lang is het geleden dat de 'herrenmoral' ook in ons land heerste, de ideologie van 'ras, bloed en bodem' opgeld deed? Weg met het 'kwade geweten' de vrij-geboren mens is geen slaaf, maar trots. Het recht van de sterkste zegeviert. 'De Uebermensch' (Nietzsche) let alleen op wat bij zijn adeldom past. Maar wat was de praktijk? Verdierlijking, beestachtigheid in naam van de nieuwe orde! De mens zonder God wordt en is de beestmens, minder nog dan een dier. Neen, niet de bijbelse leer van de liefde 'maar de moraal van de eer is maatgevend. In zulk een wereld stond en staat de gelovige van deze tijd, het kind des Heeren dat nu leeft. Begrijpelijk is dan de vraag of, en, zo ja, hpe de christen dan moet staan tegenover de eer.
En het antwoord?
U zult begrijpen, dat voor het antwoord op de vraag of de gelovige eer mag hebben, beslissend is wat voor ons gezaghebbend is. En is dat wat mensen daarover denken? Of is bepalend wat mensen met genade ten beste geven? Wordt het antwoord bepaald door de geest van de tijd, de algemene opvatting, zo die er al is, een stelsel van gedachten? Ik geloof niet, dat ik nu in gedachten veel hoofden bevestigend zie knikken. Neen, zegt u, alleen de Schrift. Wat zegt God? Accoord, mijn vriend(in), maar dan ook de Schrift voluit. Niet maar een willekeurige tekst. En dan is het nog zo simpeltjes niet.
Katwijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's