Het geloof en zijn voorwerp
3
Vruchtdragend geloof zelf vrucht van het Evangelie
We hebben getracht iets te zeggen van twee manieren, waarop het geloof wordt losgemaakt van zijn voorwerp nl. God de Heere Zelf sprekende in en door Zijn Woord. Waar dit consequent geschiedt, krijgen we iets anders dan wat onze Catechismus een 'waar' geloof noemt. Gelukkig is een mens niet altijd geheel consequent. Maar ook was onder dat alles toch wel een waarachtig geloofsleven is, vertoont het toch de kwalijke sporen van deze misvorming.
Dat de rechte betrekking tussen het geloof en zijn voorwerp wordt gezien en beleefd is van zo groot belang, omdat God de Heere zulk een grote plaats aan het geloof gegeven heeft in de toepassing van het verlossingswerk door de Heilige Geest. De bekende Andrew Gray noemt ergens het geloof 'moedergenade'. Er zijn geen vruchten des geloofs zonder deze moeder. En R. Erskine tekent het nauwe verband tussen het geloof en Christus in de belofte in zijn verhandeling over 'de zwangere belofte en hare vrucht'. Het is zelfs te zwak uitgedrukt, dat de belofte het voorwerp des geloofs zou zijn. Zij brengt zelfs het geloof voort.
Het geloof uit het gehoor
Zo wordt duidelijk, dat het alles Gods eigen werk is. God geeft het licht. Maar Hij geeft ook het oog om dat licht te aanschouwen. Daarbij voegt het oog geen licht toe aan het licht der zon. Nochtans is het van de grootste betekenis. God geeft de wondere wereld der klanken. Hij geeft er ook een oor voor in muzikale begaafdheid.
God heeft in de schepping een allermerkwaardigste wetmatigheid gelegd. Hij geeft aan de mens ook het vermogen, die na te speuren, en haar alzo te gebruiken.
Zo geeft God ook Christus. Hij is de Fontein van levend water in de doodsvallei van deze wereld. Het water des levens wordt ons nabij gebracht (om een beeld uit Erskine's genoemde verhandeling te gebruiken door een wijdvertakt pijpenen buizenstelsel nl. de beloften van het Evangelie, die samen één geheel vormen en dat levende water ons nabij brengen. We behoeven niet (kunnen trouwens nog minder) in de hemel op te klimmen. Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het woord des geloofs, hetwelk wij prediken (Rom., 10 : 8). En in hetzelfde hoofdstuk zegt Paulus: zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods. Maar dan niet zo alsof wij onszelf (geestelijk doven) het gehoor gegeven hadden. Ook dat geloof is Gods gave (Efeze 2:8).
Ongeloof maakte en maakt God tot een leugenaar (1 Joh. 5 : 10)
Reeds in het paradijs sprak God tot de door Hem geschapen mens. Dat spreken was ook toen reeds niet alleen een eisend, maar ook een belovend spreken. De grondregel van wat wij 'het werkverbond' noemen was: doe dat en gij zult leven.
De ziel van de naar Gods beeld geschapen mens strekte zich uit naar die openbaring Gods, overtuigd, dat de door God voorgestelde rechte weg der gehoorzame liefde, de weg was, waarlangs God zijn leven zou zijn en blijven.
De val des mensen is begonnen met de aanval van de vader der leugenen op de geloofwaardigheid Gods in Zijn Woord. 'Is het ook, dat God gezegd heeft? ' vraagt hij. God heeft iets gezegd (zijn Woord gegeven). Wie dat Woord aanrandt, randt daarmede de waarachtigheid Gods aan. Diezelfde vader der leugenen doet nog al tijd niets anders dan vraagtekens zetten bij 't Woord. Dat wrikken, dat tornen aarx het Woord is de oorzaak van de verbreking van de gemeenschap tussen God en mens. Wij zeggen in het gewone leven wel eens: als je me niet gelooft, houdt alles op. Daar ontbreekt de zedelijk-geestelijke grond om verder te gaan. Dat ongeloof is de wortel van alle boosheid.
God als Onderwerp en als Voorwerp
Nu gaat het herstel alleen van God uit. Het komt uit de diepte van Zijn eeuwig, goddelijk wezen. Want ook 'de besluiten Gods zijn niet iets, onderscheiden van God Zelf, maar zij zijn de besluitende God Zelf, in zover Hij Zijn gedachten en wil laat uitgaan tot de bepaling van de dingen buiten Hem' (Hellenbroek). Christus is het, die de heilswil Gods volbrengt, het oordeel Gods over zonde en ongehoorzaamheid op Zich neemt en wegdraagt, de gerechtigheid en het leven verwerft, en Die met Zijn Geest en Woord de wereld in gaat, om de doden levend te maken en de dingen, die niet zijn te roepen, alsof zij waren.
Als vrucht daarvan ontstaat een vernieuwde en vernieuwende levensbetrekking tussen God en zondige, verloren, schuldige mensenkinderen.
In zekeren zin, zelfs eigenlijk, is God van die betrekking het grote Onderwerp, zoals het verbond der genade in wezen monopleurisch, éénzijdig is). Het gaat alles van God uit. Hij roept, Hij wederbaart. Hij schenkt het geloof.
Maar bij het geloof wordt God toch voor de zondaar, het grote, levende, levenwekkende, allesgevende Voorwerp. Want niet God gelooft, maar het is de mens, die door Gods genade, geloof oefent op God.
Centrale functie van het geloof.
Daarbij is het geloof niet een toevallig of partieel (gedeeltelijk) hulpmiddel. Geloven in Christus wordt gelijkgesteld met zijn in Christus. De Catechismus, spreekt over ingelijfd worden in Christus door het geloof.
Als er in Rom. 8 : 1 gezegd wordt, dat er geen verdoemenis is voor degenen, die in Christus Jezus zijn, dan zou daar in plaats van zijn ook kunnen staan geloven. Daarom staat het geloof met alles wat de zondaar uit Christus ontvangt (juridisch en ethisch) in verband.
Christus is geworden tot wijsheid van God, en rechtvaardigheid en heiligmaking en daarin tot een volkomen verlossing. Maar de in Hem geschonken wijsheid wordt alleen ons deel door het geloof (Jac. 1:6, 7). Gerechtvaardigd worden we alleen door het geloof (Sola fide). In de heiligmaking hebben we te doen met de vruchten des geloofs. Het is immers onmogelijk, dat iemand Christus door een waarachtig geloof zou zijn ingelijfd, en niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid.
Het geloof is de functionering van hetgeen de Heilige Geest teweeg brengt.
Het wonder van een plant bestaat niet alleen uit de losse, samenstellende delen, maar daar is het wonder van de groeifunctie. Men heeft het geloof willen typeren als een hebbelijkheid, een akte, een instrument, een hand enz. Maar de organische functie, die de Schrift bedoelt is nog intiemer. Het is de functie van de rank, die krachten ontvangt uit de Wijnstok (Joh. 15). Daarom kan het leven des Geestes alleen in zeker opzicht vergeleken worden met het boven geciteerde beeld van een buizen-of pijpenstelsel, waardoor de geestelijke weldaden ons toe zouden komen, als het water, dat loopt door de goot.
Het beeld is juist om ons te tekenen, hoe de gemeenschap tussen Christus en Zijn gemeente tot stand gebracht wordt door Zijn nabijheid in de belofte(n) des Evangelies.
Maar ik zou liever daaraan willen verbinden een ander beeld, nl. dat van het fijne wortelgestel van een plant, dat uit de voedingsbodem, waarin het geplant is, zijn levenskracht ontvangt. Die levenskracht heeft de plant niet uit zichzelf. Dan is zij ten dode opgeschreven. Maar zij zuigt haar leven in.
Zodoende is het geloof altijd eerst receptief (ontvangend) en dan eerst productief (voortbrengend).
Waar God werkt door Zijn Geest en Woord, wordt dat Woord ook gehoord. Hij wekt mij het oor (Jesaja 50 : 4). Daar krijgt de zondaar met God te doen. Met zijn verhouding tot God.
Het Woord als Wet en Evangelie
De Wet Gods is de rechte maatstaf, die laat zien, hoe krom de weg is van ons, dwalende schapen. Maar God stelt die Wet met al haar gestrengheid en onomkoopbaarheid in dienst van het Evangelie, zoals de ploeger de zaaier dient en de graver de bouwer. God heeft Zijn Wet gegeven aan Israël het volk des verbonds, dat Hij uit Egypte, het diensthuis, uitleidde. In Jesaja 40 is dejStem des roepende in de woestijn dienstbaar aan de boodschap der vertroosting. Marcus zet zijn optekening van het Evangelie in met de worden: Het begin des evangelies van Jezus Christus de Zoon Gods, gelijk geschreven is in de profeten: Zie, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht. Die Uw weg voor U heen bereiden zal — en dan volgt het optreden van de wegbereider. Door hem zijn de eerste discipelen tot Jezus geleid, al zullen zij zowel Wet als Evangelie nog veel dieper moeten Ieren verstaan. Maar de woorden des eeuwigen levens hebben ze bij Hem gevonden. Zij hebben ook in Hem de Messias gevonden, de Zoon des levenden Gods. Met de eis des geloofs gaat van meet af aan gepaard de oproep tot bekering. Niet als verandering van uitwendig levensgedrag alleen, maar ook als verandering des harten, die niet alleen slaafse vrees betekent, maar ook schuldbesef en verslagenheid, boetvaardigheid en berouw. Van deze boetvaardigheid handelt Calvijn in zijn Institutie (III, 3, 1 v.v.). Hij wijst het verschil aan tussen bekering en geloof, maar ook dat er geen bekering is zonder geloof. De Doop van de wegbereider is die der bekering tot vergeving der zonden. Het doopwater vat Wet en Evangelie samen. De grote Arts der zielen wijst de kwaal niet aan zonder het medicijn, dat genezing biedt.
'Zodra de minste druppel des geloofs in onze harten wordt ingedruppeld, beginnen wij reeds het vriendelijke en lieflijke en goedgunstige gelaat Gods te aanschouwen, weliswaar uit de verte en op een afstand, maar toch met zo vaste blik, dat wij het ons allerminst verbeelden'. (Calvijn).
Dat geloof bevindt het alles waarachtig, wat God ons in Zijn Woord geopenbaard heeft: schuld en smet, zonde en genade, bedreiging en vertroosting, gerechtigheid en goedertierenheid; en leert daar Amen op zeggen, tot eigen beschaming en tot Gods eer.
Maar de wegen Gods zijn in de leerschool des geloofs zeer verschillend. En toch wezenlijk één in alles wat tot het hart der zaak behoort. Zoals wij zondaren zeer verschillend zijn in levensomstandigheden en levensopenbaring, en toch één in schuld en bederf. Zeer schoon schrijft over deze verscheidenheid W. a Brakel in zijn Redelijke Godsdienst, deel I hoofdstuk 31.
(slot volgt)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's