De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Mag een gelovige eer hebben?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mag een gelovige eer hebben?

Pastorale overwegingen

5 minuten leestijd

2

De lijn in de wereldgeschiedenis

De vorige keer spraken we met elkaar af om na te gaan wat de Schrift zegt. Maar het lijkt me de moeite waard om vooraf tegenover elkaar te stellen wat in de kerkgeschiedenis en in de wereldgeschiedenis geantwoord is op de vraag naar (eigen) eer. Deze laatste, de wereldgeschiedenis dus, kwamen we al op het spoor toen ik u de opvatting van het nationaal-socialisme weergaf, de ideologie van 'ras, bloed en bodem', die nog steeds aangehangen wordt. Er is een heel duidelijke lijn in deze te trekken vanaf de tijd van de nieuwe wereld, de renaissance tot nu toe. Letterlijk betekent dat woord renaissance 'wedergeboorte', maar dit woord krijgt 'n geheel andere inhoud dan in de Schrift.

De renaissance is een beweging, die wil doen terugkeren naar de bronnen, de geschriften van de oude Griekse en Romein­ se beschaving en cultuur. Daarbij wordt al zichtbaar de gestalte van de trotse, zelfbewuste mens. Als het meest waardevolle, als de hoogste wijsheid en het diepste geluk geldt 'de kennis van en de eerbied voor zichzelf'. Dat is tussen haakjes wel helemaal het omgekeerde van de reformatie: 'hoe komt God aan Zijn eer'? En dan komt, in ons land, Spinoza met zijn 'rust in zichzelf'. De beroemde Duitse dichter Goethe spreekt van 'eerbied voor zichzelf is de hoogste eerbied'. De wijsgeer en fel bestrijder van het christelijk geloof — weet u dat Nietzsche eens gezegd heeft: ik zou wel een christen willen zijn als de christenen er verloster uitzagen — Nietzsche komt dan met zijn ideaal van de vrije, trotse 'heremens', ontwikkeld in het nazisme van Hitler-Duitsland. Heeft Rosenberg niet in de plaats van de christelijke leer van de liefde, die zichzelf niet zoekt, gesteld de edele, trotse germaan, de ethiek van de Eer?

Lijnen in de kerkges chiedenis

Ja, nu moet ik spreken van meervoud. Want in de geschiedenis van de christelijke kerk zijn eigenlijk twee lijnen te ontdekken. U zegt: 'twee lijnen'? Ja, hoezeer ook het waarachtig geloof weet, dat alle eer aan God toekomt. Die te prijzen is tot in eeuwigheid. Een oprecht kind des Heeren, gestorven aan eigen ik, zou een plaats willen bekleden 'beneden zijn stand' als hij maar wist dat de Heere hem daar wil hebben. Maar dan is nog wel een vraagje, welke waarde de gelovige nu toekent aan 'burgerlijke eer'. Daarover is in de loop der tijden wel een en ander gedacht en gezegd. Aan de ene kant is heel duidelijk gesteld, dat God en wereld absolute tegenstellingen zijn. De wereld is slecht, ligt in het boze, bevindt zich in de macht van de boze. En het kind van God moet altijd bedenken, dat de vriendschap der wereld vijandschap met God betekent. Heeft de Heiland niet gedragen de haat-en de spot der wereld en zal elk, die in Hem gelooft, niet hetzelfde (moeten) ervaren?

In de rooms-katholieke kerk zijn deze gedachten verder uitgewerkt in het ideaal van onthouding, het kluizenaarsbestaan, uit angst voor verwereldlijking, waarbij later de figuur van de bedelmonnik opduikt. In protestantse kringen treft men hier en daar in piëtische stromingen ook bijna als doel aan, dat men de wereld tot spot en belaching wordt.

Aan de andere kant is wel opgemerkt, dat burgerlijke eer, waardering en aanzien bijna vanzelf toekomen aan allen, die gewetensvol en eerlijk ernst maken met hun beroep, werk en ambt. Natuurlijk is het dwaas op gunst van mensen te betrouwen, die zo wisselvallig is, maar een waarderend oordeel is toch niet niets. Men verwerft ook in de ogen der wereld respect en achting door trouwe arbeidzaamheid en opofferingsgezindheid. Een eerloze heeft het vertrouwen niet. De Schrift zegt toch ook, dat beter een goede naam dan goede olie is. En Paulus komt er toch voor uit dat toekomstige ambtsdragers een goed getuigenis moeten hebben van degenen, die buiten zijn. Wordt men geacht, dan gaat er toch een zekere opvoedende kracht van uit. Anderen worden geïnspireerd en putten er moed uit. Zelf dient het tot innerlijke aanmoediging te zijn om op deze weg verder te gaan.

Bij sollicitaties naar diverse betrekkingen wordt toch geïnformeerd bij vorige kantoren en bedrijven, waar men werkzaam was. Is er een eervolle waardering, dan kan dat van gunstige invloed zijn op een nieuwe aanstelling. Zo wordt nuchter zowel in rooms-katholieke als in protestantse kringen in de loop der eeuwen geoordeeld.

Wat zegt u daarop?

Ik heb zo het vermoeden, dat de lezers (-essen) die dit verhaal lezen met afschuw de bovengetekende lijn in de wereldgeschiedenis afwijzen. Wat betreft de grote lijnen in de kerkhistorie denk ik, dat u zegt: 'ja, in beide gedachtengangen zit toch wel wat, dat me aanspreekt. Natuurlijk de tegenstelling God-wereld is er. Maar toch, dat menselijke eer van betekenis is op verschillende manieren, zonder die van te voren te zoeken, ja, daar kan ik ook inkomen'. Zou het nu niet goed zijn aanstonds de Schrift Zelf te laten spreken? En naar wie kunnen we dan beter luisteren dan naar Hem, Die altoos de eer van Zijn Vader zocht, geen eer van mensen nam?

Katwijk aan Zee

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Mag een gelovige eer hebben?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's