De koers gehandhaafd
De sectie-rapporten van de Wereldraad-assemblee
De delegatieleden van de meer dan 250 kerken, die in Nairobi bijeen waren, gingen in zes secties uiteen om zich te beraden op de verschillende aspecten van het thema 'Jezus Christus, bevrijdt en verenigt'.
We maakten nog mee de behandeling van de rapporten van de secties in de plenaire zitting. Het is uiteraard onmogelijk daarvan een gedetailleerd overzicht te geven. Allereerst kan er de nog volgende dagen nog heel wat aan geschaafd worden en in de tweede plaats is de inhoud te veelzijdig en te omvangrijk. Daarom slechts een eerste indruk.
Het belijden van Jezus Christus in het heden
We wezen reeds op de eenzijdige zetting van alle gehouden referaten en ook op het feit, dat 't rapport van de eerste sectie van die eenzijdige lijn leek af te buigen. Dat is in zeker opzicht het geval geweest. Daaraan zal niet vreemd zijn, dat in deze sectie zoveel Evangelicals of andere orthodoxe vertegenwoordigers zaten. (N.B. Lausanne wordt in het sectierapport met name genoemd, hoewel samen met Bangkok). De belangstelling voor deze sectie was zeer groot. Als we zeggen, dat er van afbuigen van de lijn van de referaten sprake was, dan geldt dat met name daarom, dat er sprake is van een evenwicht tussen de persoonlijke aspecten van het evangelie en de collectieve aspecten, nl. waar het de verbanden van staat en maatschappij betreft; dat er ook sprake is van zowel de vertikale lijn (de transcendentie) als de horizontale (de heiliging van het totale leven). Er staan in het rapport van de eerste sectie goede dingen, die het hart van het kerkzijn raken, geadstrueerd door vele bijbelteksten. Ingezet wordt met de noodzaak de goede belijdenis vast te houden, omdat we een grote Hogeprister hebben, die door de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God. En dat wordt uitgediept aan de hand van vele teksten (Romeinen 6 vers 4, Filippenzen 2 vers 9, 10, Mattheus 16 vers 15, 24, Johannes 14 vers 8, Jesaja 43 vers 8 tot 11, Johannes 8 vers 32, Openbaring 3 vers 14, 1 vers 5, Johannes 15 vers 26). Er wordt gezegd: 'We verwerpen een wijd verbreide goedkope bekering zonder consekwenties'. Ook wordt gezegd: 'We verwerpen, dat sommigen de bevrijding van zonde en kwaad reduceren tot sociale en politieke dimensies, evenals we het betreuren dat anderen de bevrijding beperken tot de persoonlijke en eeuwige dimensies.
Het christelijk getuigenis heeft te maken met de christelijke strijd tegen het kwaad in de mens zelf, in de kerken en in de maatschappij. Er wordt sterk de nadruk gelegd op de eredienst, het gebed, op de eenheid van leer en leven, hetgeen op zich goede dingen zijn.
Evangelisatie
De eerste sectie was weer verdeeld in vijf sub-secties. Omdat op de assemblee de kwestie van de evangelisatie (tegenstelling tussen prof. Arias en John Stott) sterke nadruk kreeg, werd er, afwijkend van de oorspronkelijke planning, een sub-sectie over evangelisatie gevormd, onder de titel 'een roep tot belijden en verkondigen'. Deze titel kwam overigens na een aantal malen stemmen tussen drie titels, tot stand, nl.: belijden, verkondigen, evangeliseren. In de combinatie van de eerste twee begrippen lag een zeker compromis. Dit hoofdstuk is onderverdeeld in titels als: het hele evangelie, de hele persoon, de hele wereld en de hele kerk. Het evangelisatiewerk heeft met al deze aspecten te maken. Gepleit wordt voor 'wholistic evangelisation', evangelisatie, die het totale leven in het blikveld heeft. Deze sectie en daarmee het hele rapport sluit af met de tekst uit 1 Korinthe 9 vers 16: Wee mij als ik het evangelie niet verkondig. Al met al veel goede en evenwichtige dingen.
Kritiek
Wanneer ik toch kritiek heb op het rapport van de eerste sectie dan is dat omdat, — weliswaar met verwerping van alle syncretisme — de noodzaak van de dialoog met andere religies en ideologieën 'als een middel tot wederzijds begrip en praktische samenwerking' wordt gesteld. Verder ook, dat de verhouding tussen man en vrouw niet bijbels wordt uitgediept (het sexisme wordt met name genoemd), en dat de Christus-belijdenis toch min of meer afhankelijk wordt gemaakt van de culturele situatie. Wat dit laatste betreft: in een eerste weergave van het rapport werd gesteld, dat het moeilijk is voor een zwarte Christen, bijvoorbeeld in Zuid-Afrika, te geloven, dat de Christus, die hij of zij belijdt, dezelfde Christus is als die blanke christenen belijden. In de uiteindelijke tekst werd Zuid-Afrika geschrapt, omdat één en andermaal werd uitgesproken, dat in andere situaties (bijv. in Rusland) ditzelfde kan worden gesteld. We kregen wel de indruk, dat bij veel assemblee-gangers sterk leefde het verzet tegen onderdrukking in communistische landen.
Universalisme
Zo zouden meer punten van kritiek te noemen zijn, als bijvoorbeeld de solidariteitsgedachte (solidair zijn met de wereld), en het positief waarderen (zonder onderscheid) van aktiegroepen. Maar laat ik wat dit rapport betreft volstaan met één hoofdkritiek. De bewogen roep van John Stott: Hoort de wereldraad ook het geschrei van de verlorenen, vinden we in dit rapport niet terug. Stott legde de worteldwaling van de algemene verzoening bloot. Zonder dat nu de alverzoening expliciet wordt beleden: ze wordt ook niet expliciet afgewezen. Dat blijft het bedenkelijke, want er was na Stott's bewogen referaat aanleiding toe. Ook nu kunnen de aanhangers van het universalisme met dit rapport — ondanks het evenwicht tussen het persoonlijke en het collectieve, het vertikale en het horizontale — uit de voeten. Daarom is onze waardering een getemperde.
Werkt het door?
De vraag is intussen of de positieve dingen uit de eerste sectie ook doorwerken in de andere secties. Ik volsta met twee belangrijke secties: de derde sectie hield zich bezig met het zoeken van gemeenschap — het gemeenschappelijk zoeken naar verschillende religies, culturen en ideologieën, dus ook met de dialoog. Het rapport van deze sectie was zó gespeend van elke vrees voor syncretisme (vermenging van godsdiensten), dat het door de plenaire vergadering naar de sectie werd teruggewezen. Als basis voor het zoeken van gemeenschap werd (N.B.!) gesteld dat we allen als schepselen Gods met elkaar verbonden zijn (he^ universalisme onverhuld). Er waren in deze sectie overigens ook vertegenwoordigers van andere religies aanwezig (bijvoorbeeld een Hindoe, een Boeddhist, eén Moslim, een Sikh, een Jood), die lang aan het woord waren. Maakte het rapport van de eerste sectie nog duidelijk een voorbehoud ten aanzien van de dialoog (al opende het wel de weg daartoe), dit rapport pleit constant voor tenminste de dialoog. Over de dialoog met het Marxisme wordt gezegd dat deze niet alleen plaats vindt op een theoretisch vlak maar nog veel meer over praktische punten. Dit is mogelijk — aldus het rapport — omdat, hoewel atheïsme het tegendeel is van het christelijk geloof, het atheïsme slechts een deel van de marxistische ideologie is. Het marxistisch socialisme doet een ernstig appèl op de kerken en op hun verstaan van het Christendom. De vraag wordt gesteld of geloof en ideologie elkaar wederzijds uitsluiten of dat zij in sommige situaties in dialectische verbondenheid tot elkaar staan, niet alleen tussen groepen maar ook tussen individuen. De vraag, stellen is deze beantwoorden maar alleen het stellen van de vraag al — toegespitst op de verhoudingen van christendom, marxisme, humanisme — spreekt boekdelen.
Onrechtvaardige structuren
Tenslotte nog iets over het rapport van de vijfde sectie over 'onrechtvaardige structuren in de strijd voor bevrijding'. De inzet is zodanig dat het geheel wel uiterst ontsporend is. Gezegd wordt, dat het evangelie ons de boodschap brengt van Gods totale identificatie met de lijdende mensheid en dat dat is uitgedrukt in de incarnatie (de vleeswording) in de realiteit van de dienende Christus, die geboren werd in armoede en vrijwillig de weg van de verwerping koos. De identificatie — aldus het rapport — met de lijdende naaste en het sterven van de onboetvaardige zondaars is de hoogste manifestatie van Gods liefde voor zijn schepping. We menen dat deze identificatie zonder meer onbijbels is. Christus werd de mensen in alle dingen gelijk, behalve in de zonden. Hij stierf voor zondaren maar de winst uit Zijn sterven verkregen gaat ook langs de weg van de boetvaardigheid. Als dit — tussen twee haakjes — dus ook de onboetvaardige zondaren betreft vraag ik mij af waarom de onderdrukkers van die liefde dan uitgesloten zijn en die liefde slechts de onderdrukten geldt.
Mensenrechten
Ook de mensenrechten komen in dat rapport aan de orde, echter niet opkomend uit Gods recht op het leven maar alleen terwille van een samenleving waar ieder ten volle menselijk recht kan beoefenen. Een dergelijk rapport vraagt veel breder aanpak dan deze enkele kwalifikatie. Maar gezegd moet nog worden dat de nadruk op mensenrechten ook hier uitlopers heeft naar het anti-sexisme, waarbij gepleit wordt voor niet-sexistisch taalgebruik (dus bijv, zowel mannelijke als vrouwelijke namen voor God), Bij de behandeling van dit rapport meldden zich 40 sprekers. Dat was, gezien het massale van een assemblee als deze niet haalbaar, maar terwille van de definitieve vaststelling van de tekst zou nog een hearing gehouden worden. Het zou dunkt me weinig wezenlijke verandering brengen in de nerf van dit verhaal, dat volledig horizontaal gericht is en een aards gericht evangelie predikt.
Incident
Tijdens de behandeling van dit rapport deed zich een merkwaardig incident voor. In het rapport komt een passage voor waarin gezegd wordt dat de kerken moeten luisteren naar die stemmen in haar midden, die wijzen op onrechtvaardige structuren in het beleid en dergelijke. Eén van evangelical pleitte toen voor de toevoeging van de Wereldraad zélf in deze paragraaf, kennelijk doelend op manipulaties in het beleid door de wereldraadleiding Secr.-generaal Potter reageerde toen zeer verontwaardigd: 'Manipulatie is er bij ons niet bij'. Maar het pleidooi voor opname van een paragraaf, waarin gezegd wordt dat ook de wereldraad (leiding) moet luisteren naar kritische stemmen uit haar midden op het gevoerde beleid bracht een donderend applaus. Kennelijk is er dus toch een stuk spanning tussen de officiële leiding en de kerken die vertegenwoordigd zijn in de wereldraad. Zo is het zeker.
Gemengde gevoelens
Ik maakte Nairobi mee met gemengde gevoelens. Ik werd temeer geconfronteerd met een bewust beleid van de leiding. Ik maakte ook dingen mee die hoop betekenen voor de kerk in de wereld. Te meer realiseerde ik me echter het grote goed van de reformatie, waarvan we op deze assemblee weinig terugvonden, maar die met de ontdekking, de herontdekking van de rechtvaardiging door 't geloof weer de weg opende naar de ware bevrijding, namelijk de persoonlijke verlossing die in Christus Jezus is, een bevrijding die intussen niet losstaat van de heiliging van het totale leven, en ook consequenties heeft voor een wereld in nood, geestelijk en materieel, want die nood mag ons ook zeer ter harte gaan. Maar met de huidige sectierapporten wordt geen nieuwe weg mogelijk. De invloed van de kerken op het wereldraadbeleid is door de massastructuur veel geringer dan de invloed van het wereldraad-beleid op de kerken. De grote bezwaren die onder ons leven tegen dit hele wereldraadbedrijf werden wat mij betreft alleen maar gesterkt.
Nairobi mag dan in vergelijking met Uppsala een stabilisering of een afremming betekenen, een werkelijke verandering van de internationaal socialistische koers gaf Nairobi niet te zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's