De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Oral blink u Naam en majesteit!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Oral blink u Naam en majesteit!

8 minuten leestijd

Iedere natie bezit haar eigen taal, haar eigen cultuur en haar eigen geschiedenis. Elk volk heeft iets eigens, waardoor het verschilt van andere volken. Maar naast verschillen bestaan er altijd overeenkomsten. Naast veel dat scheidt, is er heel wat op te noemen waarin de volken elkaar raken en herkennen.

Een van die overeenkomsten zou kunnen zijn, dat we in nagenoeg elk volk — waar ook ter wereld — grotere of kleinere groepen mensen aantreffen die God erkennen als de Schepper van hemel en aarde en die belijden dat Jezus Christus in deze zondige wereld gekomen is om het verlorene te redden. Het Evangelie, de Blijde Boodschap, is doorgedrongen in alle werelddelen, het omspant de gehele aarde en het overschrijdt alle grenzen.

Van dié God, die aarde en hemel in Zijn machtige hand houdt, hebben ook dichters in Zuid-Afrika getuigd in hun eigen taal. Het Zuidafrikaanse volk is nauw verwant aan het Nederlandse. Dat geldt evenzeer voor de taal. Nederlands en Zuidafrikaans lijken veel op elkaar; iedere Nederlander die slechts enige woorden of zinnen in het Zuidafrikaans leest, kan dat gemakkelijk constateren. Die taalverwantschap is historisch te verklaren en voert ons terug tot het midden van de 17de eeuw, toen Jan van Riebeeck aan de Kaap aan wal ging. Juist gezien die verwantschap durf ik het aan om in dit kerstnummer enige dichters uit Zuid-Afrika voor het voetlicht te brengen.

God houdt deze wereld in Zijn machtige hand. Deze gedachte kom ik tegen in de volgende regels van een mij niet bekend Zuidafrikaans dichter:

Want al die nasies het één God. Hy re'el ider volk syn lot; Hy het ver ider volk syn taal, Syn land, syn reg, syn tyd bepaal.

(nasies: naties; het: heeft; re'el: bepaalt; ver: voor; reg: recht; bepaal: bepaald.)

Voor hen die God erkennen als degene die de aarde heeft geschapen en die de aarde onderhoudt, is overal de heerlijkheid van Gods Naam en Majesteit te zien, ondanks het feit dat deze wereld in het boze ligt, ondanks de verdorvenheid van de mens, ondanks het geweld en de macht van het kwaad. Daarvan zingt de dichter van psalm 8: 'O HEERE, onze Heere ! hoe heerlijk is Uw naam op de ganse aarde!' De dichter Totius (J. D. du Toit, 1877—1953), die voor de Zuidafrikaanse kerken de psalmen heeft berijmd, is erin geslaagd om met behoud van de rijkdom van de onberijmde tekst de psalm te maken tot een juweeltje van poëzie. De titel van dit artikel heb ik aan die berijming ontleend: oral blink u Naam en majesteit, wat wil zeggen: overal blinkt uw Naam en Majesteit. Ik Iaat Totius' berijming van psalm 8 hieronder geheel volgen. Als u de onberijmde tekst ernaast legt, hebt u geen moeite om het gedicht te begrijpen.

PSALM 8

Daar is geen land so ver of woes gelee, geen strand, o Heer, of wilde waterwee. geen hemelsfeer in die oneindigheid — of oral blink u Naam en majesteit.

U het, o Heer, wat troon oor alle dinge, uit kindertaal en stem van suigelinge u mag gegrond, sodat die mens moet swyg wat, hoog van hart, uit wraakbegeerte dreig.

As ek, o Heer, u nagtelike hemel daarbo aanskou, die tint-en glansgewemel; hoe, deur U toeberei, die skugter maan met stille gang oor sterrevelde gaan —

wat is die mens dan dat U hom gedenk het, die mensekind wat U so ryk beskenk het! Met eer en heerlikheid is hy gekroon, skaars minder as die eng'le om u troon.

U laat hom heers. Tot aan die verste strande gebied hy oor die werke van u hande. U het, o Heer, dit onder hom gestel, dit hoor sy stem en beef voor sy bevel.

Die os en skaap en wat in wildheid lewe, die voëls wat deur hoë lugte swewe, al wat deurkruis die paaie van die see — tesaam het U dit in sy mag gegee.

Ja, daar's geen land so ver of woes gelee, geen strand, o Heer, of wilde waterwee, geen hemelsfeer in die oneindigheid — of oral blink u Naam en majesteit.

God leidt deze wereld. Er is een goddelijk plan, voor ons vaak ondoorgrondelijk. Is de geboorte van het Kind te Bethle­ hem niet één van de duidelijkste bewijzen van Gods wonderlijke leiding ? In de Zuidafrikaanse bijbel luidt Lucas 2 : 1—7 als volgt:

En in daardie dae het daar 'n bevel uitgegaan van keiser Augustus dat die hele wereld ingeskryf moes word. Hierdie eerste inskrywing het plaasgevind toe Cirénius goewerneur van Sirië was. En almal het gegaan om ingeskryf te word, elkeen na sy eie stad. En Josef het ook opgegaan van Galiléa, uit die stad van Nasaret, na Judéa, na die stad van Dawid, wat Betlehem genoem word, omdat hy uit die huis en geslag van Dawid was, om hom te laat inskrye saam met Maria, die vrou aan wie hy hom verloof het, wat swanger was. En terwyl hulle daar was, is die dae vervul dat sy moes baar; en sy het haar eersgeborene Seun gebaar en Hom toegedraai in doeke en Hom in die krip neergelê, omdat daar vir hulle geen plek in die herberg was nie.

De geboorte van Christus, zoals hierboven beschreven, heeft verscheidene Zuidafrikaanse dichters geïnspireerd tot het schrijven van poëzie. Elke dichter met een eigen toon en vanuit een eigen invalshoek. De een legt de nadruk op persoonlijke zonde en schuld, een ander op de trieste omstandigheden van Christus' geboorte die reeds vooruitwijzen naar Zijn lijden en sterven, en weer een ander wijst op Gods ondoorgrondelijke handelen. Wie kan Gods daden bevatten ?

Voor de dichter Louis Leipoldt (1880— 1947) is het gebeuren te Bethlehem aanleiding tot een gebed. Hij noemt het: 'n Kersnaggebed. Als Kerst het feest van de vrede is en van Gods trouw, waar is dan de vrede tussen de mensen onderling ? Hij vraagt licht om waarheid van onwaarheid te onderscheiden en om werkelijk als schepsel Gods te kunnen leven, totdat de dood hem wegneemt, op Gods tijd. De eerste twee strofen Iaat ik hier volgen.

Bedaar, o Heer, die hartstog wat tot haat Teen broer en buur wil opbruis as ek vind 'n Vriend nie meer tot vriendewerk gesind, 'n Maat van ouds nie meer my troue maat;

Skenk my die krag om, wat ook wissel en kwyn, Die jare deur as mens getrou te bly. En sonder trots en sonder huiglary My plig te doen voordat my dag verdwyn;

De dichteres Elisabeth Eybers (1915-heden) belicht de geboorte van Jezus van een geheel andere kant. Zij richt de schijnwerper op Maria, die de vreugdeboodschap van de engel heeft ontvangen en een lofzang zingt tot eer van God. Zij stelt de vraag: Heb je wel goed begrepen, Maria, wat er allemaal nog gebeuren gaat ? Eerst wijst ze op Jozef die haar wilde verlaten. Daarna gaat ze de schrijnendste momenten langs van Jezus' lijden: de helse pijn aan het kruis, de worsteling in Gethsemané, de spot van de soldaten die Hem de doornenkroon opzetten, het versmachten van dorst.

Ik neem dit prachtige gedicht in zijn geheel voor u over. Let u vooral op de eerste strofe, waarin Maria 'nooi' wordt genoemd (d.i. ongerept, ongeschonden meisje, maagd), en de laatste, waarin de dichteres de omschrijving 'vrou van smarte' gebruikt, d.w.z. een volwassen vrouw die het leven kent met al zijn zorgen en teleurstelling en verdriet.

MARIA

'n Engel het dit self gebring, die vreugde-boodskap — en jy het 'n lofsang tot Gods eer gesing, Maria, nooi uit Nasaret!

Maar toe Josef van jou wou skei en bure-agterdog jou pla, het jy kon dink, eenmaal sou hy die hêle wereldskande dra ?

Toe jy soms met 'n glimlag langs jou liggaam stryk... die stilte instaar... wis jy met hoeveel liefde en angs sou hy sy hellevaart aanvaar ?

Die nag daar in die stal — geen een om in jou nood by jou te staan — het jy geweet dat hy alléén Gethsemané sou binnegaan ?

Toe vorste uit die Ooste kom om nederig hulde te betoon, wis jy hoe die soldate hom as koning van die volk sou kroon ?

En toe hy in jou arme lê, sy mondjie teen jou volle bors, het jy geweet dat hy sou sê, toe dit te laat was: Ek het dors ! ...

Toe dit verby was, en jy met sy vriend Johannes huistoe gaan — Maria, vrou van smarte, het jy toé die boodskap goed verstaan ?

Overal op aarde blinkt Gods Naam en Majesteit. Boven Bethlehem blonk een ster. De komst van Christus in deze duistere wereld betekent, dat er slechts één Naam onder de hemel gegeven is tot zaligheid. Overal op aarde wordt die ene Naam geprezen of. . . belasterd, aanbeden of.. . genegeerd ! Dit geldt voor Zweden en Australië, voor Hongarije en Indonesië, voor Nederland en Zuid-Afrika. Dit geldt voor u en voor mij.

Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Oral blink u Naam en majesteit!

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's