De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Blijdschap... die al den volke wezen zal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Blijdschap... die al den volke wezen zal

8 minuten leestijd

De engel verkondigt in de eerste kerstnacht grote blijdschap. Deze boodschap komt tot mensen die vol vrees zijn. Begrijpelijk, die vrees. Middenin de nacht omschijnt de herders in het veld de heerlijkheid des Heeren. En wie kan dan bestaan ? Het licht uit de hemel onthult onze schuld en onze zonde. Als God ons leven binnenkomt, dan komt pas 'de ware vrees-lijkheid van ons leven en sterven aan de dag: de vrees-lijkheid van de zonde' (J. Koopmans). Maar in die vrees en het sidderen door die vrees klinkt het Woord van God: Vrees niet ! God doet vrezen voor Zijn heiligheid, maar niet om in die vrees te laten sterven. Voor dat laatste is wel nodig dat we het uit Gods mond hebben gehoord in ons leven: Vrees niet! We kunnen het immers onszelf wijsmaken of door anderen laten aanpraten. Wees maar niet bang! Het valt wel mee ! Nee, de ware vrees is vrees voor God. Die kan ook alleen maar door God zelf worden weggenomen. Dat gebeurt in de kerstnacht. God neemt de vrees weg in de gave van Christus. God doet het heden niet anders. Waar Christus ons hart en leven wordt binnengedragen door de Heilige Geest, daar wijkt de vrees en wordt ontvangen: grote blijdschap. Er staat: Vrees niet, want, ziet ik verkondig u grote blijdschap.

De vrees moet het afleggen tegen de grote blijdschap die God schenkt. Lol en pret wordt er op aarde genoeg gemaakt. Zeker, gemaakt. Maar omdat het een maaksel van ons is, houdt het geen stand. Daarom zitten zoveel mensen met de brokken in de hand. De scherven van wat ze voor het geluk hielden, liggen om hen heen. Triest kijken ze je aan. Ze spreken erover in de verleden tijd. Ik had zoveel pret. Ik was zo gelukkig. Ik dacht dat ik het had. Maar er is niets van over. Zo gaat het met alles wat van beneden is. Het gaat voorbij. Het is voorbij eer je het beseft. Maar in het kerstevangelie klinkt het woord 'blijdschap'. De engelen zingen ervan op verhoogde toon. Ze trekken alle registers open. Ze jubelen hun ziel leeg. Blijdschap, grote blijdschap. Blijdschap van boven ! Blijdschap uit de hemel. Het bijbelse woord 'blijdschap' heeft verwantschap met het woord 'genade'. De 'grote blijdschap' uit het kerstevangelie is gave, is geschenk. Een vrij geschenk. Een onverdiende gave. We hebben allen eeuwige smart verdiend. En eeuwige droefheid ons waardig gemaakt. Maar ziet, ik verkondig u grote blijdschap ! God heeft in het zaad van Izaak een lachen gemaakt. Een lachen dat door de vrees heen geboren wordt. Deze blijdschap wordt in de tegenwoordige tijd verkondigd. Ik verkondig u. U is geboren. Ik verkondig u heden. Het heden van Gods genade.

Dat brengt ertoe te zeggen dat de prediking van kerst een adres heeft. Het komt wel uit de hemel, maar het blijft niet ergens hangen. God bezorgt de boodschap thuis. Ze is gericht. Op wie ? In de tekst tot de herders in het veld. Laten we erdoor waken onze fantasie hier de vrije teugel te laten door van de herders te maken wat ze niet waren. Dat kan inlegkundig wel goed overkomen, maar uitlegkundig hebben we dan de Schrift niet mee. Zeker, de herders waren een groep in de samenleving van die dagen die niet of nauwelijks in tel waren. Maar niet daarom laat God juist hen Zijn boodschap van de grote blijdschap verkondigen. Want dan zou God hen daartoe verkozen hebben op grond van waardigheid of kwaliteit in hen zelf. Maar waardigheid in de mens is er niet. Vreemd dat men onder ons dit laatste zozeer benadrukt en terecht en dat men toch in allerlei kerstpreken en overdenkingen van de herders reeds lang ontdekte zondaren maakt. Vrije genade blijft een ergernis ook voor hen die er de mond vol van hebben. Onwaardig zijn be(s)preken is eenvoudiger dan beleven. Toch valt de grote blijdschap alleen ten deel aan die het niet waardig zijn. Dat kunt u zien aan de herders. 'Wanneer God op die manier handelt, dat Hij de voornamen en hen die geprezen en geëerd worden links laat liggen en de geringen verkiest, maar begint bij hen die gebrek hebben en behoefte aan alles en die niet een enkele druppel deugd in zichzelf hebben, zo ontsluit Hij een toegang om rechtuit tot Hem te gaan.' (Calvijn).

Het adres van de kerstboodschap is de herders. Maar in hen heeft God het hele volk op het oog. Want de grote blijdschap 'zal al den volke wezen'. Het is een misverstand om zonder meer te lezen alsof er staat: alle volkeren. Er staat al den volke. Bedoeld is het volk Gods, het volk der joden. God komt in Christus tot het Zijne. Zijn eigendom. Het volk uit Abraham gesproten. God richt zich in de gave van Zijn eniggeboren Zoon primair tot Israël. 'Het moge waar zijn dat allen zich er niet over verheugd hebben, maar van Gods kant is hun de vreugde aangeboden' (Calvijn). We kunnen ons afvragen of dit woord ook nog steeds het huidige volk Israël bedoelt. Ik meen van wel. Grote blijdschap zal voor Israël alleen te vinden zijn in de uit hun volk geboren Zoon. De prediking van de geboorte van Christus behelst nog steeds een belofte voor Israël. 'Die al den volke wezen zal'. We mogen dat tijdens de kerstdagen in onze gebeden wel inzonderheid de Heere voorleggen.

Maar in Israël heeft God de wereld op het oog. In Christus is de middelmuur des afscheidsels gebroken. Tot Abraham had God gezegd: In u zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden. Het heil in Christus, de geboren Koning der Joden, wordt door middel van de verkondiging uitgedragen tot aan de einden der aarde. Uit joden en heidenen te zamen vergadert God zich in Christus Zijn gemeente. Dat is Zijn volk waarvan de engel sprak in de geboorte-aankondiging: Gij zult Zijn Naam heten Jezus, want Hij zal Zijn volk zalig maken. Uiteindelijk zal blijken dat heel dat volk ook werkelijk de grote blijdschap deelachtig zal zijn.

Langs welke weg maakt God mensen van die grote blijdschap deelgenoot ? Er staat in het kerstevangelie: Ik verkondig u. Of letterlijk: Ik evangeliseer u. 'De geboorte van onze Heere Jezus Christus zou ons totaal ongelofelijk zijn, tenzij wij daarover een onderrichting hadden, zoals de herders hebben gehad nl. dat het Evangelie ons werd gepredikt. Onze Heere Jezus zou tevergeefs geboren zijn en wij zouden er geen vrucht van hebben zonder de prediking' (Calvijn). 'Als Christus twintig maal geboren werd en niet gepredikt, dan was het als vergeefs' (Luther). Calvijn legt er in een kerstpreek alle nadruk op dat de eenmaal geboren Christus ons nu nabij is door middel van Zijn Evangelie. In dat Evangelie verschijnt Christus ons. Opdat door de Heilige Geest in onze harten het levend geloof verwekt en gewerkt worde in Christus. De grote blijdschap wordt ons alleen geschonken in de weg van de verkondiging nl. daar waar die verkondiging door de genade van de Heilige Geest geloof werkt. Daar eerst blijkt of we waarlijk tot Zijn volk behoren. Het kenmerk van dat volk is immers dat het heeft leren geloven in de Naam van Jezus Christus en Die geboren, gekruisigd, gestorven en opgestaan. Daar bloeit de grote blijdschap open. Daar waar tevoren vrees en smart overheerste. Vrees over de zonden. Smart om de ongerechtigheden. Hij kwam in het kleed van Zijn Evangelie tot ons en werd gelegd in de kribbe van ons hart. Hij werd ons het leven midden in de dood.

Die al den volke wezen zal. Het wil tenslotte zeggen: Gods blijdschap is niet voor een gereserveerd groepje bedoeld. Nee, ze wordt heel het volk aangeboden. Jong en oud, riik en arm, vroom en goddeloos. Dat was toen en het is nog zo.

De verkondiging gaat uit tot allen die haar horen. U is heden geboren de Zaligmaker. U, wie u ook bent. U, zonder onderscheid. U, waar u ook woont. God heeft u, die Zijn Woord hoort op het oog. En Hij meent het nog ook. Hij wil uw leven in Hem die het leven is en geeft.

Blijdschap, die al den volke wezen zal. Dat geeft de kracht aan de prediking. Wezen zal. Daar staat God zelf achter. Het welbehagen zal door Christus' hand gelukkiglijk voortgaan, al lijkt in onze dagen vaak het tegendeel. Hij zal Zijn volk zalig maken en de grote blijdschap schenken.

Straks zal de blijdschap onbepaald, door het licht dat van Zijn aanzicht straalt, ten hoogsten toppunt stijgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Blijdschap... die al den volke wezen zal

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's