Vrede over Israël
Sjabbat sjaloom
Een vredige rustdag. Met deze groet wandelden we van de oever van het meer van Galilea terug naar ons hotel in Tiberias. Het was vrijdagavond en een stille vrede legde zich over het liefelijke meer tussen de bergen. De sabbat brak aan met het ondergaan van de stralende zon. Voorjaar 1975. Sjabbat sjaloom, zegt men dan in Israël.
En toen voor ons de rustdag kwam en wij ons met ons kleine reisgezelschap neerzetten voor een kerkdienst onder een open hemel in de tuin van het Schotse kerkje met het zicht op Tiberias' zee, toen hebben wij Jezus in de geest weer zien wandelen op het water en we hebben Hem horen roepen: Kom ! Onvergetelijke uren in het land van Immanuël.
Een schone droom ?
Een vredige sabbat. Maar aan de overkant van het meer, even uit de kuststrook: het betwiste gebied van de Golanhoogten, waar kort tevoren nog de kanonnen van de Syriërs bulderden. En aan de zuidkant van het meer het terrein, waarop Jordanië aanspraak maakt. En in Jeruzalem een verhoogde activiteit van de militairen, omdat er weer eens een bom ontploft was. Een vredige sabbat. Ja, maar is dat niet slechts een schone droom ? Zolang Egypte het volk van Israël de Middellandse Zee wil injagen en het bestaansrecht van de staat Israël in de wereldopinie verdacht blijft, is Israels vrede steeds bedreigd en zijn sabbat geschonden.
Vrede op aarde
Vele preken en meditaties onder ons behandelen in deze dagen rondom Kerstfeest weer het thema van de vrede. Ontroerd zingen we het weer met de engelen in Efrata's velden mee: 'Ere zij God en vrede op aarde onder mensen van Zijn welbehagen'. Maar kan Israël buiten ons gezichtsveld blijven, als we van vrede spreken ?
Sjaloom. Dat is een diep woord. Er zit dynamiet in. Het duidt op geheelde verhoudingen, die door de zonde verstoord zijn. Geheelde verhoudingen naar boven toe en hier op aarde. Wie kan van die vrede de lengte en breedte, de hoogte en diepte onder woorden brengen ? Dan zouden wij het laatste woord over Jezus moeten kunnen spreken. Want één ding staat in onze Bijbel vast, dat de vrede, die Gods Woord ons predikt niet kan worden losgemaakt van de geboren Koning der Joden, die als het Kind van Bethlehem indaalt in het zondaarsbestaan. Vrede, daar verstaan we de diepte pas van, als we door dit Kind deel gekregen hebben aan de eeuwige God met Zijn eeuwige liefde en als al de ellende van ons Godsgemis mag plaatsmaken voor een opgeruimd en blijmoedig leven onder de ogen van God. Vrede: die mag ons dan uit de ogen stralen en ons doen en laten bepalen; die maakt van ons andere mensen in een wereld van egoïsme en haat, van oorlogsgeweld, onrust en chaos. Dat is de vrede van Christus' gemeente.
Maar. . . blijft er voor de gemeente, die naar Christus' Naam genoemd is, niet een schaduw liggen over het feest van de vrede, dat wij met Kerstfeest vieren, zolang er geen vrede over Israël is ?
Een grote droefheid — een gedurige smart
Heerlijk, als wij van het wonder van genade iets leren verstaan bij de kribbe van Bethlehem. Heerlijk, als wij als een verloren zoon thuiskomen bij de Vader. Maar kunnen we dat feest vieren, zonder tegelijk bedroefd te zijn over de afwezigheid van de oudste zoon uit de gelijkenis, die Jezus vertelde ? Hij werd toornig en wilde niet ingaan (Lucas 15 : 28). Anders geformuleerd: zijn wij er minder om, worden wij er slechter van, als Israël op ons Kerstfeest in onze geloofsovertuiging ontbreekt ? Of om het te zeggen met een beeld uit het dagelijkse leven: aan een vader en moeder rustig slapen als ze weten, dat één van hun kinderen nog niet thuisgekomen is ?
De christelijke gemeente uit de heidenwereld zal nooit kunnen vergeten, dat het volk van Israël, Abrahams zaad in Gods heilsplan het voorrecht heeft genoten om de eerste hoorder van het Evangelie te zijn. Dat voorrecht is geen kwestie van ras. Dat is een zaak van verkiezing. Hun zijn de woorden van God toebetrouwd (Rom. 3:1, 2). Eerst de jood, dan de Griek. Aan Israël heeft God Zijn Naam verbonden. En al heeft de Heere soms op het punt gestaan radicaal te breken met dit volk, als het Zijn verbond geschonden had en het er schandelijk bij had laten zitten, toch liet God Zijn trouw aan Israël nooit krenken. Dat hebben al 's aardrijks einden altijd al gadegeslagen. God hield Zijn Naam in dit volk hoog, al was het vaak in een kleine rest. En om der wille van die Naam gaat Hij dan ook nu met Israël voort, al was het slechts met één uit een stad en twee uit een geslacht (Jer. 3 : 14). De verharding is voor een deel over Israël gevallen.
De christelijke gemeente uit het heidendom neemt Maria's lofzang over: Want zie van nu aan zullen mij zaligspreken, al de geslachten' (Lucas 1:48). En in Maria eert zij dat volk van God, dat in Gods heilsplan zulk een bevoorrechte positie kreeg, dat het het middel voor de komst van de Messias op aarde zijn mocht. 'De zaligheid is uit de Joden' (Joh. 4 : 22). Wanneer dan ook een zondaar genade vindt in die Messias, kan hij het dan anders in Hem vinden dan als een 'hondeke', dat deelkrijgt aan het brood der kinderen ? (Matth. 15 : 26, 27) 'Niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods' (Ef. 2:19). Als het groot is, dat een man en een vrouw, die met elkaar getrouwd zijn, samen een toegang tot God krijgen, als het groot is, wanneer een dominee met zijn gemeente samen een toegang krijgen tot God, dan is het vast en zeker het grootst, als wij samen met Israël tot God mogen naderen. Broederliefde is - voor alles ook liefde tot Israël. 'Hoewel vijanden aangaande het Evangelie, zijn zij aangaande de verkiezing beminden, om der vaderen wil' (Rom. 11 : 28).
Daarom is het feest van de grote blijdschap, dat wij met Kerst vieren, toch ook verbonden met een grote droefheid en een gedurige smart over het uitblijven van de vrede over Israël (Rom. 9:2).
Hij — onze vrede
En dan nu terug naar het begin. Ik denk weer aan het 'sjabbat sjaloom', dat wij hoorden aan Tiberias' zee in de lente van dit jaar.
Israëls vrede, ligt die in de erkenning van de staat Israël door vijanden daarbuiten en daarbinnen ? Israels vrede, ligt die in bloeiende woestijnen ? Ligt ze in de listigheid, zijn 'gein', waarmee de jood zich vaak weet te redden in moeilijke situaties en waardoor het bestaan voor hem althans een beetje leefbaar wordt ? Ligt de vrede van Israël verankerd in Amerika's houding tegenover dat volk of, een klein beetje, in de goodwill jegens Israël in Nederland ?
Met vreze en beven belijden wij, dat wij telkens weer voor het wonder van Israels bestaan en voortbestaan gezet worden. Er zijn tekenen van Gods trouw, ondanks Israels ontrouw. Maar met vreze en beven belijden wij dat. Want als de profeten van de oude dag vandaag geleefd hadden, zouden zij dan gesproken hebben van vrede, vrede en geen gevaar ? Zouden zij gezegd hebben, zoals vandaag in bepaalde Israël-visies, dat Israël ook zonder de aanvaarding van Jezus als Messias, met de Thora, de wet alleen vrede hebben kan ? Of zouden zij, ook ondanks het verschrikkelijke Auschwitz, dat als een onuitwisbare smet op het Westen ligt, blijven zeggen: Goddelozen', zegt mijn God, 'hebben geen vrede' ? (Jes. 57 : 21), . Kunnen aardse verhoudingen ooit helen, wanneer de levende God geen aanbidding krijgt in de Gezondene des Vaders, het Kind van Bethlehems stal ?
Sjabbat sjaloom. Wanneer breekt die ooit voor Israël aan ? Vanuit de tuin van het Schotse kerkje in Tiberias hebben we Jezus in de geest weer zien wandelen op het meer. Het stormt rondom dat meer van Galilea. De zee bruist. De volkeren verheffen zich. Zoals eertijds, toen Egypte dat volk achterna zat en het door de Rode Zee moest. Het werd erin gejaagd. Het moest erin omkomen. Maar het kwam er doorheen, dankzij Hem, die veel sterker is dan het geweld der wateren. En Jezus, Israels Messias, is ook zo: 'Hij doet de storm bedaren, de golven zwijgen stil. . . !' Dat heeft Hij gedaan op het meer van Gennesareth. Maar dat heeft Hij vooral gedaan, toen Hij het sabbat maakte in Zijn opstanding uit de doden. Toen verbrak Hij het graf, overwon de dood, en God sprak Zijn bruidsgemeente vrij. De zee met hare bruisende volheid: Hij is er heer en meester. 'En de zee was niet meer'.
Sjabbat sjaloom ? Heere, wanneer ?
Als Gods oude bondsvolk onder het recht van Zijn God buigt bij Jezus' kribbe, bij Jezus' open graf. Als dat volk de teugels uit handen geeft en eerbiedig en schuldbewust leert luisteren naar de stem van de Meester, die in nacht en stormgedruis riep: Kom !
Want Hij is ónze vrede.
En gedeelde vrede, gedeeld met Israël, is dubbele vrede. Dan, als herders uit de velden van Efrata en wijzen uit het Oosten, uit zo verre land, samen knielen in de stal !
Vrede over Israël.
Wageningen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's