Waarin wel
maar dat Hij ons lief heeft gehad en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden (1 Johannes 4 vs. 10)
Hij ons. Zomaar naast elkaar, terwijl ze zich tegen elkaar hadden opgesteld. Hij ons lief heeft gehad ! Wie zijn wij ? Mensen. Wie zijn wij tegenover Hem ? Zondaren. Hoe dan ? Vraagt de Heere naar mensen, die naar Hem niet vragen ? En waarom ?
Vraagteken na vraagteken drukt onze verwondering uit. Er valt geen enkele reden te bedenken. Daar nog overheen: Hij heeft lief, die Hem niet liefhadden. In wie niets was, wat Zijn liefde zou verdienen. Wie dat overweegt in zijn hart, zou bijna zeggen: Heere, wendt Uw liefde van mij af; de zon schijnt zo fel, we kunnen er niet in kijken. Haar stralen verwarmen het bevroren leven en ontdooien het. Bevroren, omdat de liefde ontbrak.
Maar dat Hij ons lief heeft gehad. Wij trachten steeds iets op te sporen, of op te diepen, waardoor wij enigszins Gods liefde waardig zouden zijn. Eens en voorgoed wordt ons daartoe de pas afgesneden. Hier heerst Gods liefde. Dat is de omgekeerde wereld. Hij was het waard, en wij hadden Hem niet lief. Wij waren het niet waard en Hij had ons lief. Daar gaat alles ondersteboven, alles wat ik overeind wilde houden, om toch nog ergens houvast aan te heljben. En daar vallen wij door de mand als liefdeloze en goddeloze mensen. En daarmee uit. Nu: dat Hij ons liefgehad heeft. U moet aan dat 'ons' niets opknappen, u moet het niet vroom aankleden. 'Ons', dat zijn die 'wij'. En van die 'wij' werd alleen gezegd: niet.
Wie ging dit smartelijk 'niet' voor God uitspreken ? Heere, mijn leven wordt gekenmerkt door wat er niet is en er toch moest zijn. Daarmee is het veroordeeld. Wij u, dat moet toch ? Hij ons, dat komt van de andere kant als een verlossend woord. Laat niemand daarover met de Heere twisten. Mag Zijn liefden dan de eerste en de meeste niet zijn ? Heeft de liefde zich soms te verantwoorden, mag zij de liefdeloosheid niet overwinnen ? Wij moeten het veld ruimen, laat Zijn liefde het veld behouden! Liefde is ontferming. Ik zal hen vrijwillig liefhebben. Wie de liefde vrij laat, geeft haar de hoogste lof, en heeft haar als genade ervaren. Dat Hij ons... Daar heb ik geen verklaring voor, daar heb ik eigenlijk geen woorden voor. Ik moet volstaan met wat ik lees: Hierin is... de liefde.
Kerstfeest, het feest van Gods liefde wordt gevierd door hen die eigen liefdeloosheid belijden, en aan Gods liefde niet twijfelen. Waarom niet. Vanuit die rotsvaste zekerheid: Hierom is de liefde. Het was geen gevoel, geen gebaar. Het was een daad. En Zijn Zoon gezonden heeft. Hoe weet ik dat God mij liefgehad heeft ? Dat weet ik wanneer ik kniel bij het geboren Kind. De liefde Gods trekt zich samen, als in een brandpunt, bij de kribbe. Christus, Zijn Zoon. Hier moeten alle stemmen, die Gods liefde in twijfel trekken, zwijgen. Soms hoont de duivel in moeilijke omstandigheden. Een mooie liefde en zo doeltreffend. Ons hart zou ervan in de war raken. Is dat nu liefde, fluistert het. Wij zoeken de liefde Gods in heel de wijde wereld, alsof ze overal zich liet kennen. Hier wordt ons haar plaats gewezen: Bethlehem.
En Zijn Zoon gezonden heeft. Zijn eigen Zoon. Niemand beseft of vermoedt, hoe lief de Vader de Zoon heeft. Maar die liefde treedt naar buiten wanneer Hij die Zoon wegstuurt. Zenden is wegzenden. Wegzenden. Abraham stuurde Ismaël de woestijn in. God zond Zijn Zoon naar de wereld. Hij moest de heerlijkheid, die Hij bij de Vader had verlaten. Hij moest naar een vreemde, een van God vervreemde wereld gaan. Hoe heeft Hij daaronder geleden van kribbe tot kruis. Die wereld was niet om Hem verlegen en niet van Hem gediend. Integendeel: zij wilde van God niets weten en moest van Hem niets hebben.
Gezonden. Christus moest de zomerse warmte van de liefde verwisselen voor de winterse koude van de liefdeloosheid Hierin is de liefde, de drijfveer van het handelen Gods. God wilde zich geven aan een wereld, die zich aan Hem niet wilde geven. Schieten woorden niet telkens tekort ? Wanneer het dan onze harten maar raakt. Hierin is de liefde. Zodat we er stil van worden.
Gezonden, er op uitgestuurd. De donkerte en de kou in. Om het liefdewerk te doen. Er was niet om gevraagd, het werd zelfs geweigerd. Daarom was het liefdewerk, dat verlossingswerk van God in Christus. Wie ermee in aanraking komt merkt dat terdege. De liefde straalt door alles heen door woorden en wonderen, in leven en sterven. God redt verlorenen, God.... Hierin is de liefde. De zending van de Zoon is het doorslaggevende bewijs van die liefde Gods. Gezonden om mij te redden te trekken uit de kuil en uit het slijk. Koester toch nooit harde gedachten over God, verdenk Hem nooit van liefdeloosheid.
Er op uitgestuurd. Eraan opgeofferd. De liefde getroost zich grote offers. Abraham offerde zelfs zijn zoon Izaak. En God ? Hij zond Zijn Zoon tot een verzoening voor mijn zonden. Zijn Zoon, ónze zonden. Wat een bezittelijke voornaamwoorden. Onze zonden, die zijn van ons die leren wij ons toeëigenen. Zijn Zoon, die was van Hem. En Hij werd tot ons gezonden. Tot een verzoening van onze zonden. De verzoening is de bedekking der zonden voor het aangezicht Gods. Het was tevens de uitwissing van die zonden, ze werden weggedaan. Daarin ligt het levensbehoud, want we hebben het leven verbeurd door onze zonden.
Oudtijds deed de priester verzoening. De hogepriester op de grote verzoendag. Hij sprenkelde het bloed: leven voor leven. Het offer is het verzoeningsoffer. Nu, Christus is priester én offer. Hij heeft zichzelf Gode onstraffelijk opgeofferd. God heeft Hem ervoor opgeofferd. Hierin is de liefde. Zij deinst voor het offer niet terug, als het gaat om het leven, om het herstel van de goede verhouding. Liefde is offerbereid. Christus verschijnt hier als het offer van de liefde Gods. Dan komen we door de Heilige Geest met de Zoon tot de Vader: Uw offer. Uw liefde. De drieënige God wordt verheerlijkt.
Voor onze zonden. Wat waren die zonden ? Vele en velerlei. In dit verband worden ze samengevat: dat wij God niet liefgehad hebben. De hoofdsom van de wet, haar vervulling in één woord. Wij kunnen aan de greep van de geboden lange tijd ontsnappen. Ook als er geroepen wordt: houdt de dief, maken wij ons uit de voeten: ik heb nooit gestolen. Wordt ons echter van Godswege gevraagd: Hebt u Mij liefgehad boven alles en de naaste als uzelf, dan worden we gepakt: Dat niet, Heere. Dat kan immers geen mens waar maken, het kleinste kind nog niet. Onze zonden. Hier zijn ze, we leveren ze uit, ze verdienen de dood. Mijn zonden, mijn dood. Wie kan bedekken, wat eindelijk werd ontdekt? Ik ben een kind des doods. De liefde is sterker dan de dood. De liefde kiest de weg van het offer. Tot een verzoening van onze zonden. Zo wordt het ons verzekerd en verzegeld onder het Woord en door de sacramenten. En we dolen in de hof der liefde Gods. Dat hangt Johannes aan de grote klok. Hoort alle klokken luiden. Laat ons elkaar liefhebben. God is liefde en die in de liefde blijft, blijft in God en Hij in hem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 31 december 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 31 december 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's