De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gedenken en vooruitzien

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gedenken en vooruitzien

1975/1976

7 minuten leestijd

Terugzien ?

Niemand, die zijn hand aan de ploeg slaat, en ziet naar hetgeen achter is is bekwaam tot het koninkrijk Gods, zegt de Schrift (Luc. 10 : 62). We kunnen en mogen in het verleden niet blijven steken. Dat geldt voor het persoonlijk leven, dat geldt voor het kerkelijk leven en dat geldt voor het maatschappelijk leven.

Wat het persoonlijke betreft: we kunnen het, geestelijk bezien, niet doen met de dingen van gisteren. Zoals het volk van Israël dagelijks het manna moest lezen zó geldt het ook geestelijk. Het gaat om dagelijkse versterking. In de dingen van gisteren zit de worm placht ds. G. Boer te zeggen.

Jaarwisseling

Toch zien we ook telkens terug en dat doen we wel heel speciaal bij de jaarwisseling. Voor mensen, die zware verliezen leden in hun persoonlijk leven, vermenigvuldigen zich de gedachten. Zijn anderen geneigd om vooruit te zien naar het nieuwe dat komt, voor diegenen voor wie het leed toesloeg in onherstelbare verliezen zal datgene wat komt, wat het leven hier en nu betreft, niét meer zijn zoals het was. Wij mensen zijn meestal geneigd naar voren te zien, de toekomst als het ware naar ons toe te halen. De mens leeft van te verwachten successen, van hoogtepunten, die in het verschiet liggen. De uitgestelde hoop krenkt het hart en de begeerte die komt is als een boom des levens. (Spr. 13 : 12). Maar mensen, die op hoogtepunten niet meer te hopen hebben, zullen zeker terugzien, terugdenken, vaak ook terugverlangen. Maar ook voor hen gaat het leven niet terug maar vooruit.

Gedenken

Nu geeft de Schrift ook herhaaldelijk te kennen, dat we ook gedenken moeten, gedenken aan de dagen van ouds, aan de 'vorige dagen'. De daden des Heeren gedenken is toch wel het meest essentiële in het christenleven, zowel in het persoonlijke als in de verbanden waarin we zijn gesteld.

Wanneer wij terugzien dan zijn er in onze samenleving heel wat daden des Heeren in de dagen van ouds te gedenken. Niet dat onze samenleving in de beste tijden, die we maar bedenken kunnen, uit heiligen bestond of vrij was van ongerechtigheid, bandeloosheid, afval of publieke zonden. Wie dat beweert kent zijn geschiedenis niet. Maar er was wél de publieke erkenning van de Naam, het openlijk aanroepen van de Naam. Onze samenleving was door de Naam des Heeren gestempeld. Zó was het in de dagen van ouds. Maar daar hebben we een - streep doorgehaald. We hebben de Naam uit het publieke leven geëlimineerd. Dat is het meest ingrijpende wat ook van 1975 moet worden gezegd. Wie hoopte op bekering kwam bij het aanhoren van de troonrede in september 1975 — en velen hebben daarop gehoopt en daarom gebeden — bedrogen uit. Opnieuw een troonrele zónder de Naam. En alsof de premier nog eens expliciet wilde onderstrepen, dat onze overheid de Naam niet meer uitspreken wil, liet hij bij de souvereiniteitsoverdracht van Suriname ook nog eens weg de toe­ voeging 'koningin bij de gratie Gods' achter de naam van de koningin. Toen heeft het velen ontroerd — dat mag en moet óók gezegd — dat onze koningin na het voorlezen van het stuk bij de souvereiniteitsoverdracht als een persoonlijk woord de bede uitsprak: 'God zij met u, Suriname'. De Naam werd tóch weer uitgesproken door onze souverein. Al weten we bepaald wel, dat het met alléén het noemen van de Naam niet gedaan is, het niet meer noemen van de Naam is wel duidelijk een afrekenen met de erkenning van Hem in Wiens hand alle gezag en alle macht liggen.

Dageraad ?

Het is altijd een hachelijke zaak om direct verband te leggen tussen straf en zonde. Maar toch weten we dat God de zonde straft, en dat er bij het verlaten van Hem en Zijn Woord geen dageraad is, zo goed als er in het onderhouden van Zijn geboden groot loon ligt. Zien wij momenteel in onze samenleving loon of dageraad? Het leven wordt steeds chaotischer en wat jaren lang als het hoogste goed is gepredikt — mensenrechten — wordt thans heel concreet toegepast. De mens komt om zijn rechten. Maar zonder het besef, dat de rechten van de mens alleen maar veilig zijn in de erkenning van Gods recht op het leven.

De recente gijzelingen liggen nog vers in ons geheugen. We hebben het ervaren als een afschuwelijke zaak. Maar hebben we ook hier niet te maken met 't oogsten van storm na het zaaien van wind? We zijn al enkele jaren bezig — ook vanuit de kerken — om actief steun te verlenen aan allerhande bevrijdingsbewegingen in de wereld, om het even of ze van lijfelijk geweld gebruik maken of niet. Hebben we hier, bij de gijzelingen door de Molukkers, met iets anders te maken? Ook hier zoekt een groep mensen naar zelfstandigheid in politiek opzicht en naar erkenning daarvan door de wereld. En ook hier schromen deze mensen niet gebruik te maken van geweld en hun rechten te verhalen op de rug van onschuldigen. Wij hebben actief steun gegeven aan anarchistische tendenzen ver over en buiten onze grenzen. Maar we hebben dezelfde anarchistische trekken thuis gekregen. Het jaar onzes Heeren 1975 was gekenmerkt, ook in onze samenleving, door toenemende anarchie. Daarbij bleek dat, niet zodra de anarchistische streken zich keren tegen hen, die deze al lang propageren, men zich uitput in allerlei argumenten om aan te tonen dat het hier toch om iets anders gaat. Maar in feite gaat het om hetzelfde: mensen nemen in naam van de rechten van de mens het recht in eigen hand.

Bevrijding

Het jaar 1975 stond in het teken van de bevrijding. Bevrijding was hét slagwoord in kerk, staat en maatschappij. Maar het was in doorsnee de bevrijding van de bevrijdingsbewegingen, geactiveerd en gestimuleerd door socialisten en radicalen door messianisten en marxisten. Het was niet de bevrijding door de Waarheid die alléén vrij maakt. We hebben dan nu geweten wat die bevrijding uitwerkt. Dood en verderf, geweld en chaos. Als we terugzien op het jaar 1975 dan komt dit alles toch dwingend in onze gedachten terug. En weer denken we: was het misschien omdat we een Naamloze Vennootschap zijn geworden, waarin nog slechts plaats is voor het zakelijke?

Wij kunnen God wel proberen terug te dringen. Maar God laat zich niet terugdringen.

De hand aan de ploeg

En toch zeggen we ook nu, dat wie de hand aan de ploeg slaat niet achterom moet zien omdat hij dan niet bekwaam is tot het koninkrijk Gods. Het jaar 1976 ligt vóór ons. En dan moge waar zijn wat het spreekwoord zegt, namelijk dat in het heden het verleden ligt en in het nu wat worden zal, méér nog is waar wat de Schrift zegt, namelijk dat wij 'van Hem niet beschaamd gemaakt zullen worden in Zijn toekomst' (1 Joh. 3:28). Dat geldt — staat er bij — als wij in Hem blijven. Dat geldt voor allen, die in persoonlijk levensleed gedompeld zijn. Dat geldt ten aanzien van het kerkelijk en het maatschappelijk leven ondanks alle verwarring. De toekomst is de toekomst des Heeren. Ons leven en onze toekomst zijn in Gods hand. En daarom richten we ons toch naar de toekomst en zien we niet om maar slaan de hand aan de ploeg. Niet activistisch maar vertrouwend, dat Hij die het beloofd heeft het ook doen zal.

Het jaar 1975 gaf immers ook tekenen van hoop te zien, vonken van licht in de duisternis van onze eeuw. Daar waar de Geest des Heeren werkte was werkelijke vrijheid. Daar waar het Woord getrouw werd bediend viel zegen en was er groei. Dat was ook het bemoedigende in eigen kerk. We hebben tot onze beschaming gezien dat God werkte daar waar wij misschien al hadden afgeschreven. Dat geeft moed om voort te gaan. Voort te gaan in de verdediging en de verbreiding van de Waarheid, die Gods Waarheid is. Voort te gaan naar Zijn toekomst als Hij komt om te oordelen levenden en doden.

En dan worden we toch geoordeeld ook daarin of we getrouw bevonden zijn, of we ook de hand aan de ploeg hebben geslagen, of we ook een beker koud water hebben gereikt aan dorstigen en of we ook de liefde hebben beoefend tot elkander. We zullen rekenschap hebben te geven van ons rentmeesterschap.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 31 december 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Gedenken en vooruitzien

Bekijk de hele uitgave van woensdag 31 december 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's