De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het sterven van Jacob

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het sterven van Jacob

6 minuten leestijd

Door het geloof heeft Jacob, stervende, een iegelijk der zonen van Jozef gezegend, en heeft aangebeden leunende op het opperste vare zijn staf. Hebreeën 11 : 21.

De mens van een vrouw geboren is kort van dagen en zat van onrust. Hoe waar is dit woord voor ons allen. Het leven gaat immers zo snel voorbij. Wat een menselijke strijd is er vaak in ons leven. Hoe is uw strijd? Probeert u in uw strijd zich vast te grijpen aan de laatste strohalmen van wat dit leven en van wat deze wereld u biedt? Of heeft die onrust, die strijd u gebracht aan de troon der genade? Dat is het geval bij Jacob. Daarin is hij ons tot voorbeeld. De menselijke strijd was ongetwijfeld in Jacobs leven aanwezig. Wat een spanningen heeft hem de zonde gebaard: denk aan de vlucht voor zijn broer Ezau, denk aan de strijd tussen Lea en Rachel. Denk aan de kinderen van Jacob, de zonen die Jozef verkopen. Juda, die omgang heeft met zijn schoondochter. Simeon en Levi, die Sichem uitmoorden. En dan nog te bedenken, dat Jacob heel vroeg zijn meest geliefde vrouw verloor. Al die slagen hebben Jacob toch nader tot de Heere gebracht. Ondanks alle zonden, die zoveel menselijke strijd veroorzaakten, heeft Jacob, boven die strijd uit, geworsteld om de zegen van God, die alleen rijk maakt. Daarvoor worstelt Jacob bij Pniël met God: Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent!

Dan krijgt Jacob de naam Israël. Het gaat Jacob ten diepste om de God des Verbonds, in zijn leven maar ook in zijn sterven. Jacobs sterfbed is daarom niet vol van allerlei menselijke beslommeringen, maar wel van het geloof in God de Almachtige, die hem verschenen is en die hem, in de strijd om de zegen, de overwinning gegeven heeft. Daarom is Jacobs naam op zijn sterfbed nog Israël, niet omdat hij een doodstrijd voert, maar wel omdat hij de goede strijd des geloofs strijdt. Gods kracht wordt op Jacobs sterfbed in zijn zwakheid volbracht. De genade vernieuwt Jacob, doet hem profeteren en geeft hem een oog des geloofs in de verre toekomst, ja zelfs in de eeuwigheid, als Christus al Zijn beloften vervuld heeft. Zó profeteert en zegent Jacob. Wie zou Jacob zegenen?

Alle zegeningen spreken van Jacobs geloof. Wie noemt de apostel nu uitdrukkelijk? Wel, de zonen van Jozef. Waarom noemt de apostel nu Juda niet, uit wie de Messias geboren is? Wel, het moet ons opvallen dat Jacob de zonen van Jozef gezegend heeft voor zijn eigen zonen. Zij werden dus het éérst gezegend. De apostel wil de Hebreeën wijzen op de brede stroom van de beloften van het genade-verbond. De apostel wil juist door de zonen van Jozef te noemen laten zien hoe machtig de Heere is. De gevaren van het heidendom voor de Hebreeën waren groot, de geestelijke gevaren waarmee wij en onze kinderen in aanraking komen zijn ook bijzonder groot. Menigeen verzucht: Zullen straks onze kinderen nog wel de Heere dienen naar Zijn Woord?

Lezers, diezelfde zorg zullen grootvader Jacob en vader Jozef gehad hebben om Manasse en Efraïm. En niet zonder reden: De luxe van Egypte was veel meer in het oog vallend dan die van de patriarchen. De culturele verworvenheden van Israël en ook die van het christendom zijn te allen tijde maar zeer betrekkelijk geweest vergeleken bij die van het heidendom, omdat de kerk van alle tijden zich gast en vreemdeling weet op deze aarde en omdat zij weet dat het Kruis van Christus boven alle wereldse wijsheid staat en ook alle mensverheerlijkende wijsheid vernietigt. Jozef was vanaf z'n jeugd trots geweest. De gevaren van rijkdom waren voor Jozef en zijn gezin groot, omdat hij zo'n voorname positie had.

Toch heeft Jozef al die begeerten leren doden. Jozef wist te bezitten als niet bezittend. Het ging Jozef er niet in de eerste plaats om, dat zijn kinderen een voorname positie in Egypte ontvingen, maar wel een plaats in de stammen Israels, aan wie God zoveel beloften gegeven had. Ouders, is dat ook uw begeerte, dat uw kinderen in de eerste plaats de zegen van geloof en bekering ontvangen, omdat ze zonder de zegen van God, al hebben ze alles in deze wereld, straatarm zijn? Gaat het u in uw leven erom uw kinderen te brengen aan de voeten van Jezus boven alles wat de mogelijkheden van deze tijd u bieden? Dan ligt hier een sterke troost: De kinderen, zelfs uit een Egyptische, heidense vrouw geboren, die het dichtst leven bij de wereld, worden het eerst gezegend!

Zo laag komt God af tot de kinderen over wie wij zo'n zorg hebben. Zij ontvangen de zegen van Abraham, Izak en Jacob en de Heere bevestigt het later, als zij ook liever verkiezen smadelijk behandeld te worden met 't volk Gods dan de rijkdommen te genieten in Egypte. Bij die zegen van Jacob valt ons op, dat Efraïm, de jongste, gezegend wordt voor Manasse, de oudste. Terwijl Jozef denkt, dat Jacob verkeerd handelt, houdt Jacob zijn armen gekruist.

Hier behoeven wij geen vragen te stellen maar hier handelt God naar Zijn vrijmachtig welbehagen. Het moet ons tot verwondering wekken dat de Heere zo diep tot zondige mensen afkomt. Iemand heeft deze zegen onder de gekruiste armen van Jacob 'een zegen onder het Kruis' genoemd. En het is waar. In deze twee volken zal God zijn geestelijke en natuurlijke zegeningen, voortvloeiend uit de kruisverdienste van Christus, bevestigen. Ook de ergernis van Efraïm en Manasse zal zich openbaren aan de dienst der verzoening als Efraïm en Manasse zich afkeren van God, terwijl Hij zegent.

Jacob heeft ook gebeden op zijn sterfbed. Gods kinderen zijn nauwkeurig. Jacob liet Jozef daarom zweren, dat hij begraven mocht worden in de spelonk van Machpela, in Kanaan, in het graf van zijn vaderen. In het land van de belofte zou immers de Messias geboren worden. Daar lag zijn verwachting, ook door de dood heen. Als Jacob begraven wordt, spreekt hij nog, nadat hij gestorven is: Op Uw zaligheid wacht ik, Heere. Nu rust zijn stof in de zekere verwachting van de zaligheid, die Christus aanbrengt, in de zekere hoop op de opstanding uit de doden. Tegelijk zien we in deze wens van Jacob, waarna hij God aanroept, dat Gods kinderen zó alle zonden afsterven met de dood. Jacob wordt immers niet begraven bij Rachel, die hij het meest lief had, maar bij Lea, de verachte! In Genesis staat dat Jacob bad aan het hoofdeinde van zijn bed: Door de Griekse vertaling van het Hebreeuws heeft de apostel door de Heilige Geest het goed gedacht hier te schrijven: 'leunend op zijn staf'. Jacob zei na Pniël: Ik ben met mijn staf over de Jordaan getrokken. Die staf predikt ons de leiding Gods. De staf ging met de aartsvaders heel hun leven mee. Zo mocht Jacob eindigen. Alles wat hij had meegemaakt, overgeven aan de Heere. Met ons sterven kunnen we op niets steunen dan op de Heere alleen, op Zijn leiding alleen. Dan wordt het ook in hun dood waar dat Gods kinderen in de dood geen andere ontmoeten dan hun in het leven is geopenbaard.

Ze mogen voorgoed alles overgeven aan de Heere als ze de levensstaf neerleggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het sterven van Jacob

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's