De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

15 minuten leestijd

Een prachtig en een verschrikkelijk hoek

Zo typeert dr. B. Rietveld in het Centraal Weekblad (van 3 jan.) het in december van het vorig jaar uitgegeven boekwerk Antwoord, over de gestalten van geloof in de wereld van nu. Rietveld vindt dit boek over de geschiedenis van de godsdiensten, qua uitgave een prachtig boek. een boek dat geschreven is door deskundigen en veel informatie verschaft voor geïnteresseerde leken. Tegelijk noemt hij het een verschrikkeijk boek, vanwege de inhoud. Allereerst werd dit lezen van dit boek voor hem een geloofsaanvechting, omdat meerdere schrijvers in dit verzamelwerk de suggestie oproepen alsof religie een menselijk verschijnsel is, dat uit de mens verklaarbaar is. Rietveld huivert bij de gedachte aan de invloed die een dergelijk suggestief geschreven boek kan oproepen bij jongeren. Voorts is hij nogal geschrokken van de manier waarop het horizontalisme verdedigd wordt, als het enig legitieme in het christelijk geloof. En dan acht hij de wijze waarop Sperna Weiland over de toekomst van de godsdienst schrijft onthutsend.

Een verschrikkelijk boek, tenslotte en beslissend om het hoofdstuk over de toekomst van de godsdienst van de hand van Sperna Weiland. Ik kan mij niet voorstellen, dat alle schrijvers in dit boek daar achter staan. Gelukkig heeft ieder zijn eigen naam gezet onder eigen bijdrage. Volgens dat laatste hoofdstuk moeten we een religie verwachten, die geen plaats meer heeft voor de Godsregering in de zin van zondag negen van de catechismus, maar die een vertrouwen is in en een overgave aan een Werkelijkheid, die aan het leven zin, eenheid en richting geeft.

(Kunt u zich de pastor voorstellen, die met zo'n troost naar een door ongeluk of schuld verminkt mensenleven gezonden wordt? )

Die religie van de toekomst zal ook aan de mensen, geen denkbeeldig geluk voorspiegelen, dat niet in deze wereld maar in een leven na de dood wordt gevonden.

(Kunt u zich de pastor voorstellen op het kerkhof met deze boodschap? Leven de doden niet meer voor Hem? )

God de Vader zal het waarschijnlijk erg moeilijk krijgen. En dat nota bene door Freud. Ik ken de aardse vader en ik ken God. De identificatie van die beiden is m.i. ridicuul. Er komt nadruk te liggen op het gevoel. Prachtig. Zaligheid is ook een gevoel. Maar waarom dit gesteld moet worden tegenover het gezag, dat uitgaat van de sprekende God ontgaat mij ten enenmale.

Een verschrikkelijk boek, het allermeest om de laatste kolom.

Daarin geeft Sperna Weiland een wijsheid door van de Maori's op Nieuw-Zeeland: Goden sterven wanneer er geen tokunga's (priesters) zijn om ze in leven te houden'. Sperna Weiland debiteert dan de enormiteit om dat te vergelijken met Ps. 22 : 4, waar sprake is van God, de Heilige, die troont op de lofzangen Israels. Is God er niet meer als de lofzangen zwijgen?

Is God er niet meer als de kotunga zwijgt?

Is God er niet meer als ik (dominee en dus kotunga) niet meer in Hem geloof en daarom stop met preken?

Is onze godsdienst dus een zuiver menselijk verschijnsel, dat tenslotte nergens op slaat?

Een verschrikkelijk boek, dit prachtige boek!

Misschien wel het meest om de mystificatie van de allerlaatste woorden. Daar wordt ineens een tekst gebruikt, een heel mooie tekst. Misschien komt er toch nog wat van de religie terecht, want soms loopt een omgehakte boom weer uit, een kind speelt bij het hol van een adder en de aarde zal vol zijn van de Kennis des HEEREN. Ook de hoofdletter van de laatste naam zijn van het boek. Maar je zit wel met een suggestie, dodelijk voor iedere serieuze dienst van God, namelijk, dat het om niet meer gaat dan om een illusie, die werkt zolang een kotunga vals of onnozel genoeg is om te blijven preken.

Het is goed dat we van deze tegenstem kennis nemen. Juist wanneer een dergelijk boek onder onze aandacht komt is kritische lezing broodnodig. Nu is het uiteraard niet nieuw, wat in dit boek te berde gebracht wordt. We zien ook hier weer een opleving van een negentiende eeuws modernisme. Het enige deugdelijke wapen tegen een dergelijk modernisme is bijbelse prediking en catechese. Toen ik het artikel van Rietveld las, dacht ik: Wat is in onze tijd Romeinen 1 en Hand 14 weer actueel. J. H. Bavinck heeft daar destijds indrukwekkend over geschreven in zijn boek Religieus besef en christelijk geloof. En in gesprekken met catechisanten blijkt telkens weer de vraag naar de relatie tussen het christelijk geloof en de niet-christelijke godsdiensten boven te komen. Of de invloed van het door Rietveld gesignaleerde erg groot zal zijn? Dat is moeilijk vast te stellen, maar onderschatten moeten we het niet, zeker niet in gesprekken met randen buitenkerkelijken. En ook de gemeente is geen stormvrij gebied. Daarom zullen we voor het Antwoord altijd weer in de Schrift moeten zijn en bij profeten en apostelen in de leer hebben te gaan.

De VN en het Zionisme

In het blad 'De Vrije Natie' (dec. 1975) stelt ds. S. Gerssen de vraag: Wat betekent de V in de afkorting V.N.? Gerssen schrijft dit naar aanleiding van de antizionisme verklaring van 10 november. Heeft het iets te maken met vrijheid?

Na de anti-zionisme verklaring van 10 november j.l. bleek die verklaring helaas een grandioze vergissing. Men kreeg eerder de indruk van een opgehitste en onder zware druk gezette massa, die voor redelijk overleg niet meer vatbaar was. En men moest onwillekeurig denken aan het gepeupel, dat zich in pogroms in onbeheerste willekeur op de Joden stortte, zonder zich te interesseren voor de vraag of die Joden werkelijk iets ergs misdreven hadden. Wie de verklaring van de V.N. analyseert kan moeilijk tot een andere conclusie komen; er staat geen enkel argument in op grond waarvan men het zionisme als een vorm van racisme en rassendiscriminatie aan de kaak stelt. De resolutie beschrijft alleen hoe de blindehaat tegen Israël en het jodendom bezig is te escaleren. Men herinnert aan de conferentie van de organisatie van Afrikaanse eenheid te Kampala, aan die over de vrouwenemancipatie te Mexico en aan die van niet-gebonden landen in Lima. Aan de juistheid of onjuistheid van deze uitspraken wordt geen woord gewijd; zij dienen alleen als grondslag voor het vonnis, dat het Zionisme een vorm van racisme is. Zo blijkt deze resolutie alleen al uit de vorm waarin hij gegoten is een stadium te zijn op een weg waarop elke stap dichter brengt bij het doel: de uitstoting van de zionisten, ideologisch en fysiek. Wie nog iets van de jongste geschiedenis weet zegt: zo werkt het antisemitisme. Men stelt eenvoudig: de Joden zijn misdadigers, zij zijn ons ongeluk en gaat dan vanzelf over tot de daad. Deze vergelijking is huiveringwekkend, maar noodzakelijk. In de VN speelt zich op wereldschaal af wat zich tevoren in het Nazisme heeft afgespeeld. Het antizionisme is een moderne vorm van antisemitisme. Deze instelling heb ik al jarenlang verdedigd en sommigen vonden dat overtrokken. Het is allerminst met vreugde dat ik constateer in het gelijk gesteld te zijn. Niemand kan meer op de gedachte komen, dat VN een afkorting zou zijn van Vrije Naties: de naties zijn gebonden aan hun onwil de motieven en achtergronden van het huidige joodse volk te begrijpen. Men doet daar ook geen moeite voor, want men laat zich op een irrationele manier beheersen door de weerzin tegen het joodse volk als zodanig. Daarom is de resolutie ook geen politieke uitspraak, maar een ideologische: men heeft niet alleen maar bezwaar tegen de staat Israël, maar veeleer tegen de geest waaruit deze staat geboren is, tegen de droom waar het hele joodse volk uit leeft.

Moeten we dan soms denken aan 'verenigde naties'? Maar juist rondom Israël zijn de naties diepgaand verdeeld. Tegenover het profetisch visioen van Jes. 2 van volkeren die optrekken naar Sion zien we nu het tegendeel gebeuren: De meerderheid der volkeren komt tot een gemakkelijke veroordeling. Dat doet eerder denken aan de volkerenconcentratie tegen Sion (Psalm 2). De morele crisis waarin de VN verkeren komt juist rondom het vraagstuk Israel aan de dag. Israël is het breekpunt, de steen des aanstoots. Zo bezien is de verklaring geen ongelukkig intermezzo, maar een signaal van de climax waarheen de geschiedenis op weg is. De naties zijn verenigd in hun verzet tegen Israël en de God van Israël.

De V zou voorts ook kunnen wijzen op vrede en veiligheid.

Niets is echter minder waar dan dat. De meerderheid heeft de vredeskansen in het Midden-Oosten en daarmee de veiligheid in deze wereld bewust op het spel gezet. Na deze resolutie kan men van Israël moeilijk meer verwachten, dan dit land risico's zal willen wagen om tot een betere verstandhouding met de Arabische landen te komen. Het-is ook onwaarschijnlijk, dat nu nog het extremisme van b.v. de P.L.O. zal worden afgeremd. Een escalatie van het conflict is het logisch gevolg van het stemgedrag van de meerderheid in de Verenigde Naties. Ieder zinnig mens heeft dat kunnen voorzien. Dat Israël uiterst beheerst heeft gereageerd, valt te prijzen; dat neemt echter de ernst van de situatie niet weg. Heeft men deze escalatie dan gewild? Stuurt men aan op een vernietiging van de staat Israël? Als dat inderdaad het geval is volgt daaruit, dat met name de Westerse wereld nu een duidelijke politiek gaat voeren en aan de Arabische Wereld laat zien waar zij staat. De tijd van de compromissen, van het enerzijds-anderzijds is voorbij. Wie de consequentie niet trekt stelt zich bloot aan steeds laaghartiger chantage.

Over de inhoud van de resolutie heb ik in deze reactie niet geschreven. Of het zionisme al of niet een vorm van racisme is kan geen punt van discussie zijn. De hele joodse geschiedenis is een doorlopend relaas van racisme en rassendiscriminatie, niet van de kant van de Joden, maar van de kant van de niet-Joden, altijd en overal. Het Zionisme als politieke beweging is het joodse antwoord op dit racisme en deze discriminatie. En als men de lijst ziet van de landen, die aan deze V.N .-resolutie hun stem gegeven hebben, krijgt men het gevoel dat men in een krankzinnigengesticht verkeert. Voor mij is het zo, dat de Verenigde Naties op 10 nov. j.l. openlijk hebben uitgesproken zich aan racisme en rassendiscriminatie te willen schuldig maken als het gaat om de plaats van het joodse volk in deze wereld.

Van IKOR naar IKON

U weet: vanaf 1 januari spreken we niet meer over het IKOR, maar de IKON, de interkerkelijke omroep Nederland. Bijna 30 jaar heeft het IKOR uitzendingen verzorgd. In Hervormd Nederland van 3 januari vertelt ds. L. H. Ruitenberg iets vanuit zijn persoonlijke ervaringen.

Hij wijst erop hoe het ontstaan van het IKOR samenhangt met de nieuwe visie van de Hervormde Kerk na 1945 op de roeping tegenover het volk en de samenleving. Men wilde een nationale omroep met eigen zendtijd voor de kerk. Men wilde niet horig zijn aan de bestaande omroepen. Daarnaast was er 't oecumenisch gezichtspunt dat leidde tot oprichting van het IKOR. Ruitenberg meent dat 't IKOR op twee punten baanbrekend werk gedaan heeft, n.l. op het gebied van de oecumene, en voorts inzake allerlei experimenten. Ruitenberg schrijft hierover:

Daar kwam nog iets bij. Pas al doende gingen de programmamakers zich ervan bewust worden, dat het medium zijn eigen eisen stelde. Men kan op een viool geen orgel spelen. Men kan via radio en televisie geen Avondmaal bedienen. Vooral sinds de televisie werd opgenomen in het takenpakket, en men van het zichtbare moest leven, kwamen er elementen in de verkondiging, waar niemand ervaring mee had, waar alles nog te leren viel.

Zo ontdekte men, dat zowel het diakonaat (Wilde Ganzen) als het pastoraat (ds. Klamer), maar ook de dialoog specifieke vormen vroeg. Op het ogenblik, dertig jaar na de oprichting, kan men zeggen, dat er nog steeds experimentele elementen een rol spelen, soms geslaagd, soms ook mislukt. Maar dat de kerken er, ondanks kritiek, ondanks aanvechtingen om af te haken, toch verantwoordelijkheid voor het driechte gebruik van dit medium zijn blijven houden, moet met dankbaarheid worden geconstateerd.

Met dankbaarheid. Te weinigen beseffen, hoe voor duizenden buiten de kerk het IKOR een draad (toegegeven: een dunnen draad) is geweest met het leven van de kerken, dat anders was dan men in eigen omgeving ervoer. Te weinigen weten, dat internatio­ naal IKOR onder de kerkelijke uitzendinstarities zeer hoog staat genoteerd. Niet voor niets zijn aan het IKOR bij internationale gelegenheden vele prijzen uitgereikt. En dat door vaak zeer kritische gezelschappen.

Tenslotte: zonder de andere omroeporganisaties die godsdienstige uitzendingen verzorgen te kort te doen, kan men zeggen, dat het IKOR op het punt van de liturgische vernieuwingen, vooral door het werk van Frits Mehrtens, de kerken, het christelijk gemeenschapsleven zéér ten dienste is geweest.

Er is in die dertig jaar veel veranderd. In omroepland, in Nederland, ook in de verhouding met de omroepverenigingen, met name met de NCRV en de KRO, waarmee op verschillende punten goed wordt samengewerkt. Dat eindigt allemaal niet.

Van 1 januari af zal de IKON in de ether komen. Nu niet het Convent van Kerken apart, maar alle negen kerken die bij de Wereldraad zijn aangesloten tezamen. De IKON zal bovendien de zendtijd in technische zin verzorgen van die kerken, die niet of nog niet tot de IKON zijn toegetreden, namelijk van de Vrijgemaakte Gereformeerde Kerken, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Unie van Baptisten.

Wat in 1946 niet mogelijk was, is in 1976 wel mogelijk gebleken. Maar het is mogelijk geworden door de trouwe dienst van zovelen gedurende de jaren, dat het zicht op eenheid velen nog vreemd was en de verantwoordelijkheid voor, het gesprek met het signaleren van 'de wereld' nog niet zo sterk was gaan spreken.

Er is alle reden dankbaar te zijn voor het IKOR, dat op 28 december 1975 om 20 uur ging zwijgen. Er is alle reden vertrouwen te hebben in de IKON, dat op 1 januari 1976 zijn werk begint.

We zouden hierbij de volgende kanttekeningen willen plaatsen:

a) Het is te begrijpen dat ds. Ruitenberg zo schrijft als hij schrijft. Hij is van binnenuit bij het werk betrokken geweest en uit zijn artikel blijkt dat hij achter de visie van 't IKOR staat. En natuurlijk zijn er in deze 30 jaar allerlei uitzendingen geweest die van hoog gehalte waren en waardering gekregen hebben. En dat velen, vooral degenen die op radiodiensten zijn aangewezen, zich door menige dienst aangesproken geweten hebben, zal ook niemand ontkennen.

b) Wat ik echter toch mis in dit artikel is het serieus nemen van de kritiek die jaar in jaar uit op het IKOR is uitgebracht. Ook nu blijkt weer dat de mensen die er zo nauw betrokken zijn daar blind voor zijn. Ruitenberg kan nu wel zeggen dat het verwijt aan het IKOR dat het te links en te vrijzinnig is geweest, een verwijt aan die kerken betekent die ernst wilden maken met hun oecumenische roeping, maar een feit blijft het, dat het IKOR in de keuze van voorgangers, in de verdeling van de kerkdiensten vaak zeer eenzijdig en selectief te werk is gegaan, met een opvallend geringe aandacht voor de stem van de gereformeerde gezindte in de Hervormde Kerk (enkele diensten per jaar), en dat het in allerlei uitzendingen toch demonstreert een duidelijke voorkeur voor 'politiek-links'.

c) Wat de experimenten betreft, ook daar kan ik minder jubelend over zijn als Ruitenberg. Zijn de eisen die het medium radio stelt van dien aard dat a) het aantal zondagmorgendiensten stelselmatig ingekort en b) de tijd van uitzending zo beknopt mogelijk gehouden moest worden? Ik ben geen deskundige, maar waag dit toch te betwijfelen. En juist hier regent het klachten van mensen die door ziekte of leeftijd verstoken zijn van de kerkgang en graag elke zondagmorgen een gewone gewone kerkdienst willen beluisteren en geen 'praatprogramma' over van alles en nog wat, behalve over het Evangelie. Is dat een onredelijke eis? Als ik denk hoe in het sydonale schrijven over het geheim van de gemeente gesproken wordt over het belang van de kerkdienst, dacht ik van niet. Het IKOR heeft de jaren door kritiek op dit punt min of meer naast zich neergelegd.

d) Is het IKOR voor duizenden een dunne draad met de kerken geweest? Het lijkt me moeilijk na te gaan. Ds. Ruitenberg kan best gelijk hebben. Maar hoe verklaart hij dan dat in de dertig jaar de ontkerstening van het Nederlandse volk is doorgegaan. Als er sprake is van duizenden, dan had dit toch merkbaar moeten zijn in een opleving naar de kerken toe. En wat de waardering betreft van internationale zijde, welke maatstaven worden en werden hier aangelegd? Artistieke, omroeptechnische, of ook kerkelijk-confessionele maatstaven? Anders ge­zegd: Ik vind dit een onzakelijk argument als het gaat over de betekenis van het IKOR ten aanzien van de kerken.

De schrijver zal het niet zo bedoelen, maar een dergelijke zinsnede komt bij mij over als: 'Wat klagen jullie kritici toch? Kijk eens, hoeveel prijzen we gewonnen hebben'.

e) Er is alle reden vertrouwen te hebben in de IKON, schrijft Ruitenberg. Laten we het hopen. De eerste uitzendingen geven bepaald geen reden tot deze mening dat een andere koers wordt ingeslagen. Het is daarom te hopen dat de kritische aandacht van de kerken, en ik denk dan met name aan de Hervormde en Geref. kerk, niet zal ontbreken.

f) Uit Ruitenbergs artikel blijkt nog wel eens dat de visie op het IKOR toch ook samenhangt met de visie op de relatie kerk-wereld, pastoraat en apostolaat. Ook de beoordeling van een dergelijke zaak heeft theologische achtergronden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's