De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het reformatorisch vrijheidsbegrip

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het reformatorisch vrijheidsbegrip

5

13 minuten leestijd

In aansluiting op de vier voorafgaande artikelen over het Reformatorisch vrijheidsbegrip, waarin wij vooral de gedachten van Calvijn hierover hebben weergegeven, wil ik in dit artikel een indruk ervan geven, hoe actueel deze vraagstelling nog op dit ogenblik is, vooral gezien tegen de achtergrond van de assemblee van de Wereldraad in Nairobi in het afgelopen jaar en van de kerkenconferentie van de Raad van Kerken in Nederland in het jaar daarvóór.

Naar aanleiding van de laatstgenoemde conferentie is er enige tijd geleden een samenspreking geweest tussen de Raad van Kerken met enige door hen aangetrokken theologen én enkele leden van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond ook met efvige door hen aangetrokken theologen.

In deze samenspreking is toen, op verzoek, door mij een praat-stuk op tafel gelegd over de Bevrijding. U kunt daarvan kennisnemen in het hiervolgende. Het zal u dan duidelijk worden, dat de lijnen, die Calvijn getrokken heeft, ook nu nog volop gelden, hoewel zij juist in de oecumenische theologie diepgaand worden weersproken en door veel meer universalistische alternatieven worden vervangen.

BEVRIJDING

De bedoeling was geen uitgewerkt betoog te houden maar slechts enkele hoofdlijnen te trekken, die konden dienen tot inleiding van het gesprek.

Het woord 'bevrijding'

1. Het kiezen van het woord 'bevrijding' als aanduiding van het heil, dat het Evangelie ons verkondigt en dat ook nu als boodschap (van de kerk) voor vandaag moet worden doorgegeven, is een beperkte keuze. Er kunnen andere woorden uit de Schrift worden genoemd, die niet minder centraal staan. Om de beperktheid van het keuze-woord 'bevrijding' niet nog beperkter te maken, is nodig, dat het van stonde af aan omgeven wordt door woorden als: verzoening, genade, vergeving, rechtvaardiging en heiliging. Deze woorden veronderstellen als achtergrond andere woorden als: zonde, verlorenheid, doodzijn, oordeel, toorn van God, vijandschap, enz. En woorden zijn realiteiten in de Schrift. Wanneer deze bijbelse uitwaaiering en uitdieping van het woord 'bevrijding' niet voldoende plaatsvindt dreigt het gevaar, dat dit woord 'bevrijding' een sloganachtige functie krijgt, waarin het gevuld wordt vanuit bestaande ideologieen. Wat op dit ogenblik betekent, dat er een sterke associatie plaatsvindt met het politieke bevrijdingsdenken en vooral met (bepaalde) politieke bevrijdingsbewegingen. We komen op deze wijze in een klimaat, dat aan de Schrift vreemd is. Het gevolg is, dat het woord 'bevrijding' een eigen ideologisch leven gaat leiden, waarbij de bijbelse vulling steeds meer op de achtergrond raakt. (Vgl. G. de Ru, De verleiding der revolutie. Kampen, 1974 en H. Berkhof, Verzoening en bevrijding, in Liber Amicorum, A. J. Rasker, blz. 93 V.V.).

Bevrijd worden van'...

2. Het bijbelse woord 'bevrijding', 'redding', enz. betekent in de eerste plaats bevrijd worden van...

In het Oude Testament denken wij aan de bevrijding van Israël uit het diensthuis van Egypte. In het vervolg van het Oude Testament gaat het om een gered worden uit de schuld en de macht van de ongerechtigheid, door Israël zelf bedreven. Dan ook een gered worden van en uit het oordeel van God en de menselijke en politieke ellende, die aan dit oordeel zijn concrete gestalte gaf. In het Nieuwe Testament is het gered worden weer allereerst een gered worden van de zonde (Matth. 1 : 21: ant Hij (Jezus) is het, die Zijn volk zal redden van hun zonden). En dit concretiseert zich in het gered worden o.a. van ziekte, van de dood.

Duidelijk is daarbij, dat de werkelijkheid van de mens (het volk, de wereld) een onheilswerkelijkheid is, die als het noodzakelijk vooronderstelde altijd op de achtergrond staat. Wanneer dan ook in de nu aan de gang zijnde kerkenconferentie alleen gesproken wordt over 'bevrijd-worden tot...', dan heeft men een dubbele beperking aangebracht. Niet alleen de eenkennige keuze van het woord 'bevrijding', maar ook de eenzijdige vulling ervan als bevrijding tot... De inhoud en werkelijkheid van de bijbelse bevrijding worden op deze wijze van hun wortels afgesneden en komen ergens in de lucht te hangen. Het gevolg is ook dan weer, dat het van ons uit concreet wordt gevuld. We denken aan de anthropocentrische benadering van het thema 'bevrijding tot geloof' op de laatst gehouden kerkenconferentie, waarin bevrijding tot geloof tot 'ontspannenheid' wordt, 'zich niet over de kop laten jagen', 'taaiheid'. Wanneer dieper en bijbelser nagegaan was, waaruit en waarvan wij gered (moeten en kunnen) worden, zou er ook veel meer inhoud komen in de bezinning op waartoe wij worden bevrijd, i.e. wat het geloof is en inhoudt.

Hiermee hangt samen een o.i. enorme nivellering (verburgerlijking) in de visie op de empirische gemeente (kerk), waarbij stilzwijgend uitgegaan wordt van het feit, dat het om een waarachtig christelijke gemeente gaat. Het scherp insnijdende van de Schrift (profeten, Jezus) is, dat het volk van God zelf de schuldigen, de verlorenen zijn, die gered moeten worden. Wanneer de kritische gezindheid, die in veel oecumenische gesprekken leeft, meer op deze eigen-positie gericht zou worden, zou het spreken van de kerken in de oecumene dichter bij de profetie staan. De kerk zelf moet bevrijd-worden-van . . .

Bevrijding en verzoening

3. Nog even dieper ingaande op dit bevrijd-worden-van. .., zullen wij de hevenwoorden, onder 1 vermeld, niet kunnen missen: redding, behouden worden, vergeving, rechtvaardiging, heiliging, wedergeboorte, enz. Het blijkt dan, dat de diepste nood van de mens gevonden wordt in zijn relatie tot God. De God-mensrelatie is fundamenteel en beheerst ook de mensmensrelatie en de mens-wereldrelatie. Omdat de eerstgenoemde relatie verbro­ken is, daarom ook de tweede en derde. En omgekeerd: de tweede en derde relatie laboreert, omdat de eerste relatie kapot is. Die samenhang is correlatief, maar dan zo, dat de eerste fundamenteel is. Daarmee verbonden blijkt de nood van de mens (volk, wereld) ten diepste een schuld-zaak te zijn. De nood is geen noodlot, geen gevangenschap, die van buitenaf de mens overkomt en waaruit hij bevrijd moet worden (omdat hij er recht op heeft). Maar de nood is gevolg van een schuldige, door de mens zelf verbroken relatie tot God.

We krijgen nooit goed zicht op de nood van mens (wereld), als wij niet deze dieptedimensie onderkennen. De Schrift openbaart ons deze dieptedimensie (Gen. 3, geschiedenis van Israël, het Christusgebeuren, Rom. 3, enz.).

Zo blijkt het nog urgenter te worden om het woord 'bevrijding' te pareren door woorden als verzoening en rechtvaardiging. Het woord 'bevrijding' kan verdoezelend werken in dit opzicht en doet dit ook. De woorden 'verzoening' en 'rechtvaardiging' drukken ons met onze neus (ons hart) onontkoombaar op de schuldzaak.

Het lijkt me toe, dat als de oecumenische bezinning (en actie) meer deze fundamentele elementen in het geding zou brengen, zij wellicht tot een even fundamentele ommekeer (bekering) zou komen in al haar doen en laten. Voorbeeld: de Wereldraad zou niet zo oppervlakkig, politiek-moralistisch de empirische bevrijdingsbewegingen met de bijbelse bevrijding in verbinding kunnen brengen'. Zij zou dieper verstaan (en aan dit verstaan ook gestalte geven), dat het in de bijbelse bevrijding om diepergrijpende nood, schuld en redding gaat, omdat deze zich voltrekt coram Deo (voor het aangezicht van God) en daarom ook door het geloof in Jezus Christus.

Bevrijding is Gods werk

4. Bij dit laatste aanknopend, blijkt, dat wanneer wij zo de bevrijding zien (coram Deo, van schuld, zonde en zodoende van ellende), deze bevrijding exclusief het werk van God zelf is. Zó diep ligt de mens verloren, zó vijandig staat hij tegenover God en tegenover zijn eigen heil, dat God zelf, niet dankzij de mens maar ondanks de mens, de mens redt, omdat hij Zijn mens is en blijft. Zo spreekt het getuigenis van de Schrift doorlopend. Het sola gratia is niet slechts paulinisch, maar bijbels, en dan essentieel bijbels. Geen aspect, maar kerngegeven. Dat kerngegeven mis ik vrijwel geheel in de inleidingsschets 'Bevrijding tot geloof'. Daarin gaat het om de weliswaar 'kleine schreden', die de mens doet, 'één kleine stap', 'één daad van geloof'. Dat lijkt ootmoedig, maar is in het licht van de Schrift titanisch en tegelijk hopeloos frustrerend. Dit bevrijdt niet tot geloof, maar voert tot vrees, onzekerheid, krampachtigheid. De boodschap van de kerk is alleen dan bevrijdingsboodschap (voor de kerk zelf en voor de wereld) als zij geheel en al inzet bij Gods totale en volkomen bevrijdingshandelen in Jezus Christus. Dat is maar niet een initiatief geweest (dat wij moeten afmaken), maar een volkomen volbracht werk. In Jezus Christus zijn wij een nieuwe schepping (2 Cor. 5). Want die door Jezus Christus is vrijgemaakt, is (alleen) waarlijk vrij (Gal. 5:1). Dat het getuigenis van de oecumene zo weinig werkelijk bevrijdend werkt, vindt zijn oorzaak m.i. daarin, dat het op deze zaligheid geen (voldoende) acht geeft. En dat komt weer, doordat zij theologisch de relatie God-mens vertekent door een (verkeerde) partner-theologie.

Bevrijding en geloof

5. Even duidelijk als de Schrift ons zegt, dat het God is, die ons, schuldige ellendige mensen, bevrijdt, wijst ze erop, dat dit bevrijdingshandelen Gods in Jezus Christus gerealiseerd wordt door het werken van de Geest. En dat wil zeggen: op de wijze van het geloven in Jezus Christus, van het wedergeboren worden uit water en Geest, van rechtvaardiging door het geloof en van de heiliging door de Geest van Christus.

In dat kader blijkt nog eens de beperktheid van het spreken over 'bevrijding tot geloof'. Want de Schrift spreekt veel duidelijker van een bevrijd worden (vrijgemaakt worden) door het geloven in Jezus Christus. Het blijkt tevens daaruit, dat het bevrijd-zijn een geloofs-werkelijkheid is. En zoals het bevrijdingshandelen van God door Jezus Christus een exclusieve zaak is zo ook het geloven in Jezus Christus. Het geloof leeft van deze exclusiviteit. D.w.z. we kunnen deze bevrijdingsrealiteit door het geloof niet veralgemeniseren tot een zaak van humaniteit zonder meer. Gered worden, gerechtvaardigd worden, een nieuwe schepping worden in Christus, is meer dan humaan worden. Bevrijd worden door het geloof in Jezus Christus kan niet verbogen (omgeduid) worden in algemeen-menselijke, eventueel politieke categorieën, ook niet verbogen worden in actie. De diepste reden daarvan ligt in het feit, dat het in het geloven in Christus ook gaat om Gods exclusieve verlossingshandelen, nl. door Zijn Heilige Geest. Zelfs het geloven is het werk van de Geest dat als gave door de mens wordt beoefend (Ef. 2).

Dit heeft grote consequenties opnieuw, als wij denken aan de bevrijdingsboodschap voor vandaag. De kerk (Wereldraad van Kerken) dient, zich primair bezig te houden met de verkondiging (en zo het brengen) van deze (bovengenoemde) geloofs-bevrijding. En ze hoeft niet bang te zijn, dat zij dan op platonische wijze aan de echte werkelijkheid zich onttrekt, maar dan raakt zij juist hoogst reëel de diepste nood van de mensheid, evenals zij zo de meest werkelijke en waardevaste bevrijding brengt. Oproep tot geloof is hier meer en raakt dieper het wezen van de zaak dan oproep tot actie. En het vergaderen van de gemeente van Christus is hier meer to the point dan het helpen van bevrijdingsbewegingen en het beoefenen van politieke profetie.

Een niet onbelangrijke notie in dit verband is, dat in de Schrift het geloven in Christus als de weg van het deel krijgen aan Gods heil allereerst persoonlijk getoonzet is. We kunnen dit Schriftgegeven niet afdoen met de opmerking, dat dit een cultuurgebonden benadering is. Veeleer mikt de Schrift hier op de centrale gerichtheid van Gods heilshandelen in de, vernieuwing van het hart (de mens) en vanuit dit centrum waaieren de gestalten van het heil uit in steeds wijdere kringen (gemeente, volk, wereld — 'alle terreinen des levens', structuren).

Bevrijding en vernieuwing

6. Zoals de werkelijkheid van het kwaad zich manifesteert in de vormen van schuld en macht, zo manifesteert zich de bevrijding door het geloof zich in vergeving en vernieuwing (rechtvaardiging en heiliging). Daarbij is het ene niet meer of minder dan het andere. Ze zijn correlatief, maar in deze correlatie is er een eerste en een tweede, een fundament en een bouwwerk, een ingeplant-zijn en een vrucht dragen. De vergeving ligt ten grondslag aan de vernieuwing, maar de vernieuwing legitimeert de vergeving (Luc. 7 : 47). De accenten zijn echter even zwaar in de Schrift. Daarom moet elke overaccentuering van de verticale geloofshouding in vergelijking met de praxis van het geloof worden afgewezen, evenals het omgekeerde. Na eerst dit gezegd te hebben, kan ook het andere worden gezegd, dat de overaccentuering van verticale geloofsrelatie een ernstig tekort is, dat niet mag worden goedgepraat, maar dat de verwaarlozing van deze geloofsrelatie het hart van de boodschap raakt en het geloof doet ontaarden in een ideologie.

Bevrijding en politieke roeping

7. Wanneer onder 5 gesproken is over het centrale van de persoonlijke mens in de realisering van het heil, doet dat niets af van het niet minder belangrijke van de gestalte van het heil in de gemeente, en ook in de samenleving (zie ook onder 6). Daarom heeft de christen ook een politieke, maatschappelijke en culturele roeping en heeft de kerk ook een profetische boodschap in de wereld temidden van het volk en de volkeren. Door het geloof worden wij bevrijd tot gemeenschap en gerechtigheid, die tekenen zijn van het Rijk Gods, dat gekomen is en komt. Maar ook hier geldt weer binnen de correlatie dezelfde rangorde. De verwaarlozing van de politieke roeping is een ernstig tekort. Maar verwaarlozing van de boodschap tot persoonlijk geloof en bekering doet de boodschap van de kerk ontaarden in een ideologische boodschap.

Het gaat hier niet om óf, .. óf, 'maar om een wegen van de prioriteiten binnen een én . .. én-verhouding. Daarom is er wat voor te zeggen, dat met name de politieke roeping van de kerk gestalte krijgt in meer gespecialiseerde en afgeleide gestalten van de gemeente (de christenen), terwijl hier ook gewezen moet worden op de eigen plaats en roeping van de overheid, terwijl de primaire verkondiging als oproep tot geloof en bekering vanwege het in Christus geschonken heil centraal dient te staan in de directe verkondigingsopdracht van de kerk. 

Bevrijding en de wereld

8. Wanneer wij in het bovenstaande vanuit het centrum van het heil (Evangelie) en de geloofsgestalte van de gemeente gedacht hebben, weten wij zeer wel, dat er in deze wereld veel te koop is aan menselijke ellende en ook aan edele humaniteit. Wij geloven, dat God ook met dit alles te maken heeft. Niets gaat buiten God, de rechtvaardige en barmhartige, om. En daarom mag het ook niet buiten ons omgaan. Ook hier krijgt o.a. de overheid een plaats. Maar de Schrift verhindert ons hier alles te brengen onder de ene noemer van het heil. We kunnen er niet van buiten om met twee woorden te spreken. Er is zoiets als bijzondere genade en algemene genade, christen-zijn en humaan-zijn, geloven en goed-leven, heiliging en moraal, kerk en overheid, gemeente en democratie, geloofsgerechtigheid en politieke gerechtigheid. We kunnen ze niet van elkaar scheiden, we mogen ze ook niet identificeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het reformatorisch vrijheidsbegrip

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's