De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

Blijspel, de godsdienstige vorming van de kleuter, door Werkgroep 'Unie'-Kleuteronderwijs. Dl. 17. Cahiers voor het Christelijk Onderwijs. Uitg. J. H. Kok, Kampen, 1975, 129 pagina's, prijs ƒ 13, 90.

In dit cahier gaat het om de kleuter. Veel is in de bekend geworden Cahiers van de Unie 'School en Evangelie' al aan de orde geweest, maar de kleuterschool nog niet.

Dat gebeurt in deze uitgave, waarin het gaat om de bij belvertelling op de kleuterschool in het kader van de godsdienstige vorming van de kleuter. Een werkgroep van deskundigen, betrokken bij het kleuteronderwijs, heeft deze uitgave samengesteld. Het is een praktisch boek geworden, dat zeker de kleuterleidster veel materiaal biedt.

Ook wanneer we overtuigd zijn van de noodzaak reeds in de kleuterjaren met de godsdienstige vorming te beginnen, dan blijven er nog vele vragen. Hoe bereiken we het kind? Er is een spanning tussen de theologische en pedagogische (opvoedkundige) motivatie, zo stelde de bekende A. B. Lam reeds. Maar waar moet je vanuit gaan? Van de bijbel en zien hoe wij deze naar de kinderen kunnen brengen óf moeten we uitgaan van het kind, van de prille belevenis en ervaringswereld van de kleuter, om dan te onderzoeken hoe hij in deze wereld God kan ontmoeten?

De schrijvers gaan bewust van het kind uit, van diens ervaringswereld, van zijn behoefte aan veiligheid en geborgenheid.

Dit uitgangspunt is naar mijn mening niet juist. Ook in het prille begin van de godsdienstige vorming zullen we uit moeten gaan van de bijbelse boodschap en deze moeten vertalen naar de wereld van het kind. Naar de mate van zijn verwerkingsmogelijkheden mag toch de bijbelse boodschap aan de kinderen gebracht worden. Anders dreigt het gevaar — en de schrijvers ontkomen hier niet aan — dat de godsdienstige vorming niet meer dan funktie is in de ontwikkeling van kind naar een harmonieuze volwassenheid. Maar bijbels gezien beoogt de godsdienstige vorming méér dan dat!

Opmerkingen als: 'bij de jongeren gaan de concrete ethische vragen steeds meer aan de godsdienstige vooraf en aan die frontverlegging moet ook op de kleuterschool aandacht geschonken worden' zijn illustratief.

Door het boekje heen spreekt een theologie die de bijbelse niet is. Het gaat om het aardse, om het horizontale en niet om het hemelse, om eeuwige waarden. Dat is jammer, want in deze uitgave staat veel wat de kleuterleidster van dienst kan zijn. Zo is de beschrijving van de leef-en denkwereld van de kleuter goed. Ook worden talrijke praktische regels gegeven voor het vertellen die van nut kunnen zijn. De theologische achtergrond deugt echter niet en dat vermindert de principiële bruikbaarheid van het boek.

Zij die met de godsdienstige vorming van de kleuters te maken hebben en dat zijn naast kleuterleidsters ook ouders en het personeel van de zondagscholen, vinden in dit boek veel wat de wereld van de kleuter verheldert. Zij doen er echter goed aan met deze gegegens een eigen weg te gaan. Die weg moet zijn: het vertellen van de grote daden Gods, ook aan de jonge kinderen.

M. Burggraaf

C. J. Buijs: Israels aanneming het leven uit de doden. Bleiswijk 1974; 262 blz.

De heer Buijs heeft volgens eigen zeggen een kerkhistorische documentatie over het nationaal en geestelijk herstel van het volk der Joden enz. geleverd. Ik betwijfel dat zeer. Hij heeft kriskras een groot aantal citaten ons gegeven, waaraan hij stellige conclusies verbindt, maar de nuances in de Tweede Reformatie en in het Réveil inzake de eschatologie ontgaan hem. Hij stelt een belangrijk onderwerp aan de orde, dat zuiverder behandeling verdiende.

C. A. T.

C. Steenblok, Voetius en de Sabbat, diss. .VU., 1562, 941 d

V.U., 1941, 265 blz., ƒ27, 50, uitg. Gerefomeerde de Pers, 1975.

Dit boek is een reprint van de oorspronkelijke uitgave, die in 1941 als dissertatie werd gepubliceerd. Nieuw was dit boek kennelijk niet meer te verkrijgen, hoewel het antiquarisch, voorzover mij bekkend, tegen een aanzienlijk lagere prijs nog te verkrijgen is dan tegen de nieuwprijs van deze herdruk. Maar wellicht heeft niet deze pragmatische reden de Gereformeerde Pers ertoe gebracht om een heruitgave te verzorgen, maar veeleer redenen van piëteit tot de persoon van dr. C. Steenblok en van Gisbertus Voetius, wiens 300-jarige sterfdag op 1 november a.s. zal vallen. Het boek is in zoverre de moeite van het herlezen waard, dat daarin niet zozeer de figuur van Voetius ons voor de geest komt als wel de figuur van Steenblok. Ik werd vooral getroffen door het derde hoofdstuk, dat handelt over het vierde gebod in de Decaloog en waarin hij uitvoerig stilstaat bij de diverse beschouwingen vóór en in Voetius' dagen. Opvallend is de schoolse weergave van dit alles, waarin de schrijver niet alleen een indruk geeft op welke wijze er in de gereformeerde scholastiek werd getheologiseerd, maar waarin hij ook zichzelf typeert als iemand, die zich in dit klimaat helemaal thuis voelt. Dat wordt geadstrueerd door de tiende stelling, die de toenmalge promovendus verdedigde, en die luidt: door de val is de logische denkfunctie niet aangetast geworden.

Niettemin is het boek waard nog eens te worden herlezen. De lezer krijgt dan tevens de informatie, waaruit blijkt, dat er onder onze vaderen ook nogal wat verschillend is gedacht, niet alleen over de verklaring van het vierde gebod, maar ook over de practische beleving van de Zondagsviering. Dit laatste zou ons wat voorzichtiger kunnen maken in het al te strak in kaart brengen en voorschrijven van hoe een Zondagsviering eruit behoort te zien.

C. Graafland

B. Moore, Zwarte theologie in Zuid-Afrika, 179 blz., f 19, 50, Ten Have B.V., BAARN, 1975.

Dit boek is een Nederlandse vertaling van het oorspronkelijk in het Engels geschreven werk: Black Theology, The South African Voice. In de Nederlandse vertaling wordt dit boek ingeleid door een opstel van dr. J. J. Buskes, die erop wijst dat deze zwarte theologie zwarte situatietheologie is, en dat het dus voor een blanke uitkijken geblazen is om op zo'n boek critiek te oefenen. Beter is om lang en geduldig naar deze zwarte theologen te luisteren en daarbij te bedenken, dat hun theologische noodschreeuw nodig is geworden vanwege blanke onderdrukking. Buskes heeft hierin gelijk, maar hij is wel eenzijdig. Luisteren, geduldig en goed, is nodig. Maar dit luisteren zal toch ook de mogelijkheid moeten ontvangen om met elkaar in gesprek te komen. En dan ontkomen wij er niet aan om niet alleen met Buskes vele vraagtekens te plaatsen, maar om deze zwarte theologie evenzeer als onze eigen theologie te confronteren met en te onderwerpen aan het getuigenis van de Schrift.

We moeten dan komen tot 'n critische stellingname. Niet vanuit een westerse vooringenomenheid, want ook deze zwarte theologie zelf is niet denkbaar zonder westerse beïnvloeding. Critiek op haar leveren betekent dan ook ten diepste westerse zelfcritiek leveren, die niet mals is. Maar wat zou gepronoceerd duidelijk in deze zwarte theologie naar voren komt, is dat men de Bijbel alleen wil aanvaarden, voorzover hij antwoord geeft op haar vragen en spreekt in het verlangde van haar (veelal menselijk gerechtvaardigde) behoeften en verlangens. Daarmee staat deze zwarte theologie op één lijn met alle andere (blanke) theologieën, die ten diepste opkomen uit de mens, en niet een vrucht is van een zelf verloochend luisteren naar de Schriften. Niettemin blijft het besef, dat onze kritiek alleen maar 'op een gedempte toon' kan worden uitgesproken.

C. Graafland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's