De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondom de kansel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondom de kansel

Pastorale overwegingen

10 minuten leestijd

2

In ons vorige artikel over de verhouding predikant - gemeente zijn wij bezig geweest met de vraag wat een gemeente van haar dominee mag verwachten. En ons antwoord was: de gemeente mag van haar voorganger verwachten, wat de Bijbel van hem verwacht. En zo hebben we de dienaar des Woords voor ons gekregen als een herder en leraar, die waakt over de kudde. Hij is de man van het Woord. Met dat Woord is hij tijdens zijn studie jarenlang aan het werk geweest en hij is er nog dagelijks in zijn studeerkamer mee bezig. Het is de beste weide, waarin de kudde voedsel vinden zal. Het is het enige richtsnoer voor een werkelijk zinvol leven. Uit dat Woord brengt hij in prediking en pastoraat oude en nieuwe dingen voort, vermaning, onderwijs, bemoediging, troost. Als hij zich aan dat Woord van God niet houdt, verziekt zijn prediking en doet hij in zijn pastoraat tekort aan zijn heilige roeping, ook al meent hij gelijk Saulus van Tarsen Gode een welbehaaglijk werk te doen. De schrik des Heeren en de liefde van Christus mogen hem dringen de mensen te bewegen tot het geloof.

Niet zonder wedergeboorte

Ja, en toch is deze man van , het Woord niet een Schriftgeleerde, die tot in de finesses op de hoogte is van God en goddelijke dingen. Hij kan zijn gemeente tot een bolwerk van orthodoxie maken. Maar daarmee is die gemeente nog niet een toonbeeld van ware godsvrucht.

Het Woord van God dient zich niet aan als een studie-object, waar 'knappe koppen' hun stelsels en systemen aan ontlenen. Het Woord van God is voertuig des Geestes, waardoor de levende God Zijn bemoeienis heeft met de mens. En entree tot dat Woord komt er dan ook pas, als een leraar Israels persoonlijk verstaat wat wedergeboorte is. Eerst in die weg gaat de Bijbel open, persoonlijk, maar ook in het studeervertrek van de pastorie en ook op de kansel in het midden van de gemeente. Waar de vreze Gods en de liefde van Christus gemist worden, kan de prediking nog zo rechtzinnig zijn en nog zoveel bijval en instemming krijgen, ten diepste is dan toch het hart er uit weg. Ze verschraalt. De gemeente verschraalt.

Wetenschap met godsvrucht verbonde n

Terecht is daarom door Voetius de nadruk gelegd op de verbinding van wetenschap en godsvrucht. Terecht is in de dagen van de Nadere Reformatie de beoefening van de theologie een practicale geweest. Als de afstand tussen universiteit en gemeente groter wordt, dreigt te meer het gevaar, dat de theologische opleiding losgeweekt wordt van het eenvoudige geloof der gemeente. En dat is een groot gevaar. Een theologie, die de verbinding verliest met de gemeente en haar geloof wordt onvruchtbaar, speculatief. Theologie wordt altijd, als het goed is, aan de grens van de eeuwigheid beoefend, coram Deo — voor het aangezicht van de levende God. Luther heeft eens gezegd: 'Wat ik in de theologie vermag, dat weet ik daar vandaan, dat ik geloof, dat Christus alleen de Heere is, van wie de Heilige Schrift spreekt. Ik heb het niet uit de grammatica en ook niet van mijn kennis van het Hebreeuws. Dat kan men ook zien aan de oud-vaders, zoals Bernard en Augustinus; als zij van Christus spreken, hoe liefelijk is dan hun leer, maar als Christus erbuiten valt, is hun leer mij zo koud als ijs of sneeuw.'

Met het oog op deze dingen mag iedere dienaar des Woords zich wel afvragen of hij bereid is zijn hand in het vuur te steken voor wat hij zijn gemeente leert. Gelooft hij met heel zijn hart wat hij zegt. En zegt hij wat hij gelooft ? Zegt hij het, omdat het in zijn hart ligt: 'Wee mij, indien ik Christus niet verkondig' ? En mag dat dan ook de motivatie zijn voor hem, die theologie gaat studeren ? Om nog een woord van Luther te citeren: 'Niemand moet zich voor prediker uitgeven, tenzij hij daartoe geroepen is. Daarbij komt geloof en liefde te pas'.

Nog maar een jongeling

Er zal niemand zijn, die van een theologisch student of van een dominee in zijn eerste gemeente vraagt, dat hij preekt als een man die veertig dienstjaren achter de rug heeft. En verder zijn er ook, wat de doorleving van de dingen des geloofs betreft, op de kansel jongelingen en mannen in de genade. Maar anderzijds voelt de gemeente het wel degelijk, of zij te maken heeft met een prediker wiens, hart in de prediking klopt, ook al is het een prediker die de mannelijke wasdom nog niet heeft. Dat laatste is trouwens wel een zaak van voortdurende worsteling, opdat de gemeente niet opgevoed worde bij de melk alleen, en opdat zij b-v. niet blijve steken in het stuk der ellende, maar moge komen tot de doorbraak des Geestes in een hartelijke omhelzing van de Christus (Ef. 4 : 13 v.v.).

Contact met de gemeente

Tot nu toe zijn we bezig geweest met de lijn van de pastor naar de gemeente toe. Maar laten we het nu ook omkeren. Er is ook een lijn van de gemeente naar de dominee. Zij moet maar niet lijdelijk afwachten, wie er op de preekstoel komt te staan. Zij mag van meet af aan meedoen. Zij kan ook een hoogst belangrijke taak vervullen tijdens de opleiding van haar aanstaande dienaren des Woords. En dan bedoel ik niet in de eerste plaats, dat een aanstaand predikant in de gemeente bij een stuk gemeentewerk betrokken kan worden en tijdens zijn studiejaren wat meewerkt in het jeugdwerk of in de evangelisatie. Ook dat is een goede zaak. Het helpt de man om in al zijn voorbereidingen de gemeente in het oog te houden. Het zou daarom, den ik, wel zo goed zijn, als de kerk een soort stage-arbeid van de theojogische student door heel de theologische studietijd heen zou vlechten. Het preken zou dan wel zeer beperkt moeten •worden, zolang als men zijn kerkelijk examen nog niet heeft gedaan. Zoiets lijkt me beter, dan een verplichte seminarietijd vanuit de eerste gemeente, met de nodige sancties.

Het gezin van de a.s. predikant

Maar nogmaals, daarop doel ik nu niet zozeer. Ik zou vooral willen pleiten voor een echt geestelijk contact met de gemeente tijdens de studiejaren. Dat is moeilijk te kanaliseren. Hier ligt echter wel een duidelijke taak voor de gemeente zelf. Van menige theologische student zal gelukkig gelden, dat hij met zijn vragen terecht kan bij zijn ouders en in het gezin waar hij uit voortkomt. Het is een zegen, als een Timotheüs een grootmoeder Lois heeft, een moeder Eunice met een ongeveinsd geloof. De grootmoeder van Kohlbrugge in Edam heeft hem, de jonge Fritz aan de hand van de haardtegels met bijbelse voorstellingen rondom de open haard van haar woning godvruchtige lessen gegeven. Maar niet iedere aanstaande predikant heeft biddende ouders achter zich staan. Niet van elke theologische student kan gezegd worden, dat hij terug kan vallen op een thuisfront in zijn gezin. Soms wordt er alleen maar kritisch aangekeken tegen de studierichting, die de jongen koos, of omdat men vindt dat het met de roeping tot het ambt niet goed zit of omdat er helemaal geen geestelijke belangstelling is voor het werk in Gods wijngaard. En verder zijn er ook vaders en moeders, die er alleen maar een weinig trots op zijn, dat hun zoon straks een belangrijk man wordt, terwjil ze er niet de flauwste notie van hebben, dat die jongen bezig is de theologische les in te studeren, die Jezus ons geleerd heeft: 'Wie onder u de meeste zal willen zijn, die zij aller dienaar'. Augustinus heeft eens gezegd: 'Altijd weer preken, disputeren, berispen, stichten, voor iedereen klaar staan — dat is een grote last, een zware druk, een afmattend werk. Wie zou zich daaraan niet willen onttrekken ? Maar het Evangelie jaagt mij schrik aan'

Een geestelijk thuisfront

Een echt geestelijk contact met de gemeente, zou dat, vooral als er thuis niet zoveel aan wordt gedaan, voor een aanstaande dienaar de^ Woords niet van belang zijn ? Worden onze studenten in de theologie wel opgevangen in de gemeente ? Zijn er niet onder ons, ambtsdragers in de kerkeraden, maar ook eenvoudige gemeenteleden, die vanuit een oprechte vreze Gods hartelijk betrokken zijn bij het werk in de wijngaard des Heeren en die naar het bevel van Christus dagelijks de Heere van de oogst bidden, dat hij arbeiders in Zijn wijngaard uitstoot. Maar het is toch niet alleen het gebed, dat ons nodig is. Een levende gemeente baart haar eigen dienaren. En zij brengt die vooral ook voort, doordat zij de jonge leden der gemeente, in wier hart de Heere de begeerte legde om Hem te gaan dienen in het ambt, met de grootste zorg omringt. Want roepingsbessef is meestal niet zonder aanvechtingen. En door alle mogelijke strijd moet roepingsbesef rijpen. Het is er bovendien ook niet zonder die gemeente zelf gekomen.

Daarom mogen wij in het bijzonder van hen, die met een levende band van geloof aan de Heere van de Kerk verbonden zijn, verwachten, dat zij deelnemen aan de opleiding van hun aanstaande dienaren des Woords. Hoe verkwikkend en zegenrijk kan een gesprek niet zijn, waarin het van hart tot hart gaat over de leidingen van Gods Geest met Zijn kinderen ? Het kan een onuitwisbare invloed hebben op het leven van de toekomstige predikant. Als soms in de gemeente geklaagd wordt, dat er zo weinig geestelijk voedsel zit in de prediking, kan dat dan ook hieraan liggen, dat die gemeente met haar dominee of aanstaand predikant nooit eens vanuit de praktijk gesproken heeft over het wonder van de begenadiging van een zondaar ?

In Efeze waren het Aquila en Priscilla, die de jonge dominee Apollos, een redenaar eerste klas, machtig in de Schriften bovendien, de weg Gods nauwkeuriger uitlegden. En hij liet het zich welgevallen. Hij wist ook echt nog niet zoveel, al verdedigde hij dat, wat hij wist, met heel zijn hart. Het moet een betweter zijn, die niet op zijn tijd aan de voeten van zulke eenvoudige christenen wil zitten om zich door hen nader te laten leren, ook al is hij dan dominee. Iedereen kent het voorbeeld van dr. A. Kuyper, die, kersvers van de academie, in zijn eerste gemeente Beesd in aanraking kwam met Pietje Baltus, een gelovige vrouw, in wier hart de Heere de reformatorische waarheid bewaard had, meer dan aan de universiteit in die dagen.

Een zaak van sabbatsheiliging

Kortom; het zou een goed ding zijn, als de gemeente er meer besef van kreeg, dat de zaak van de opleiding van haar dienaren, een stuk is van haar sabbatsheiliging. 'Wat gebiedt God in het vierde gebod ? ' vraagt de Heidelberger ? Antwoord: Eerstelijk, dat de kerkedienst of het predikambt en de scholen onderhouden worden...' En dat onderhouden van de scholen, zeker ook van de hogescholen met hun theologische opleiding, is niet alleen een eerste vereiste in die zin, dat wij jonge mensen, die zelf hun studie niet bekostigen kunnen, door onze studiefondsen helpen en ook niet alleen, dat wij heel de theologische opleiding van zondag tót zondag minstens in onze voorbede gedenken, maar ook en vooral, dat de zorg om de kansel in de gemeente tot uitdrukking komt in een hartelijk meeleven met hen, die onder aan de trap van de kansel staan of misschien al jarenlang daar bovenop. En als ze ernaar zoeken willen, dan vinden onze theologische studenten in de gemeente gelukkig nog wel mensen, in wie de religie van onze belijdenis gestalte heeft gekregen in éen hartelijk en opgewekt geloofsleven. Het mag dan ook de ervaring zijn van menige dominee, dat er in zijn gemeente zijn, die elke vrijdag of zaterdag, als hij bezig is met de voorbereiding van de preek, aan hem denken en die op zondag tijdens de kerkdienst steeds maar weer voor hem vragen moeten. 'Broeders, bidt voor ons'. 'Opdat ons het Woord gegeven worde in de opening van onze mond met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend temaken'(Ef. 6:19).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Rondom de kansel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's