De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vorm en inhoud niet te scheiden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vorm en inhoud niet te scheiden

Nóg eens de kanseltaal

6 minuten leestijd

Ik veroorloof me nog enkele opmerkingen over de nu pas goed loskomende kwestie van het taalgebruik in de prediking, naar aanleiding van de geruchtmakende kerkdienst in Wageningen, waarin dr. G. H. ter Schegget zich bediende van onbehoorlijk taalgebruik.

Dr. Ter Schegget heeft zich nader verklaard in. Trouw van 14 februari. Naarstig poogt hij zijn taalgebruik aannemelijk te maken door o.a. een achteraf-interpretatie van enkele woorden te geven, die hij zich zó tijdens het uitspreken ervan dunkt me bepaald niet heeft gerealiseerd. Ten aanzien van de opmerking 'Jezus' leerlingen, langharig tuig, loopt het uit de klauw' zegt hij bijvoorbeeld, dat klauw hier de betekenis heeft van scheepsanker. Ik kan me maar moeilijk voorstellen, waarom Ter Schegget, bij gebruik van meerdere termen ontleend aan de dierenwereld wanneer het om menselijke lichaamsdelen gaat, opeens behoefte heeft aan zulke herinterpretaties.

Belangrijker is echter, dat hij zijn spijt — uitgesproken op een gemeente-avond in Wageningen — duidelijk relativeert, betrekkelijk stelt. Hij zegt zelf, dat die spijtbetuiging slechts ten dele waar is. De spijt betrof slechts dit: 'dat het mijn bedoeling is met de vorm (van de prediking) de inhoud voor ieder verstaanbaar over te brengen en dat het mij spijt als dit kennelijk mislukt'. Ter Schegget betuigt dus geen spijt over het taalgebruik als zodanig maar over het feit, dat het bij een deel van de gemeente niet goed overkwam. Dus eigenlijk krijgt de gemeente de schuld. En verder zegt Ter Schegget dan, dat hij zich ernstig verzet als wordt beweerd dat kanseltaal voor ieder aanvaardbaar moet zijn. Ook zegt hij dat er een deel van 't gehoor in Wageningen aanwezig was aan wiens verwachtingen hij niet kon voldoen en dat het hem veel te ver gaat als men het miskennen van het gehoor een tekortschieten als dienaar van het Woord noemt.

Groep of gemeente ?

Wat dit laatste betreft: hier refereert Ter Schegget aan de uitspraak van de commissie. En hier ligt inderdaad de zwakte van de uitspraak van de commissie, zoals hier óók de drogredenering bij Ter Schegget zélf ligt. Ter Schegget heeft kennelijk de gemeente opgesplitst in een deel, dat men met grove taal tegemoet kan of zelfs moet treden en een deel, dat meer van traditionele taal is gediend. Enerzijds kan men daarop zeggen dat de gemeente één is maar vooral valt op te merken, dat het Woord van God zélf nooit grof is, wél scherp en dus niet zoetsappig. De taal, die Ter Schegget bezigt gebruikt het Woord nergens, zou een dienaar van het Woord er zich dan wel van (mogen) bedienen ? En mag een dienaar van het Woord er dan van uitgaan, dat een bepaalde categorie onder de prediking aanwezig zal zijn, die deze taal wel ligt ? Dat is een miskenning van het wezenlijke van de gemeente als lichaam van Christus. Het hele Woord bedoelt de hele gemeente.

Het kwaad zit dieper

Ik vrees echter, dat het kwaad dieper zit dan op het eerste gezicht lijkt. Vorm en inhoud van de prediking zijn niet te scheiden. Wat de inhoud betreft heeft Ter Schegget zich intussen niet onduidelijk uitgelaten. Hij zegt: 'we moeten spreken in de gewone taal van ons allen om een uitleg van de bijbelse begrippen te geven die politiek, sociaal en ethisch van belang is'. Hiermee geeft Ter Schegget het program van zijn verkondiging duidelijk weer: politiek, sociaal, ethisch! Is er door hem meer in de prediking niet te zeggen ? Ik vrees van niet. Het gaat hier om een uitsluitend politiek en maatschappelijk gerichte prediking. Hoort daar dit taalgebruik, dat gewelddadig aandoet, misschien helemaal bij ? Past dit geweld in taalgebruik misschien bij de op revolutie en op al dan niet gewelddadige omkering van de maatschappelijke orde gerichte prediking ? Ik vrees dat dit taalgebruik een weerspiegeling is van een theologie die erachter zit.

Daarom ben ik het eens met S. J. de Groot, redacteur geestelijk leven van het Leids Dagblad, die op een vraag van de door hem geïnterviewde Leidse studentendominee ds. J. Eekhof, of het niet beter was zich niet over deze formele kwestie van het taalgebruik druk te maken, maar over de inhoud van de preek — met de citaten van Marx — antwoordde: 'Nee dominee. De weg naar de hoofdzaak komt pas vrij als je de bijzaken hebt opgeruimd.'

Maar dan moet de hoofdzaak ook aan de orde komen. Als ik in het interview in het Leids Dagblad zie wat Eekhof — die het voor Ter Schegget opneemt — b.v. bedoelt met traditionele kerktaal, dan is het duidelijk dat hij daarmee de taal van de Schrift zelf bedoelt als deze spreekt over zonde, genade en oordeel. Eekhof zet tegenover Ter Scheggets taalgebruik het taalgebruik in een Leidse kerkdienst, waarin hij aanwezig was en waarin het over de verdoemenis ging. Een beangstigende vorm van christelijk geloof'. Het was een hervormde dienst, dus ik denk dat het wel een G.B.-dienst zal zijn geweest. Er is geen commissie ingeschakeld, zegt Eekhof, maar er wordt wel geprobeerd om telkens wanneer dit mogelijk is met vertegenwoordigers van deze richting binnen de kerk een overigens moeizaam gesprek te voeren.

Ik denk dat hier opnieuw de kern van de kwestie bloot komt. Wie de prediking politiek, sociaal en ethisch duidt zal aan de ernst van de vefdoemenis en aan de vreugde om de genade, die hierin uitkomt, dat er géén verdoemenis is voor degenen, die in Christus Jezus zijn, niet meer toekomen. Hier gaapt een kloof tussen predikers én predikers, politieke predikers als Ter Schegget en predikers van zonde en genade anderzijds.

Eigentijds of traditioneel ?

Het gaat in de zaak-Ter Schegget niet om eigentijdse taal (de taal kan niet eigentijds genóég zijn en wie de boodschap verhult in geheimtaal, of taal van eeuwen terug, doet tekort aan zijn roeping). Maar het gaat hier om een taal die wel eens zou kunnen corresponderen met een theologie en prediking, die een radicale breuk met het verleden der kerk zou kunnen betekenen (Getuigenis). Terwijl er een traditionele taal is, die weliswaar zéér eigentijds en fris is, maar die wortelt in het geloof van de kerk der eeuwen, een geloofstaal, die getradeerd, doorgegeven is door de eeuwen heen, en die alleen verstaan wordt doof hen die de Stem gehoord hebben, en die ze gehoord hebben zullen leven.

Kerk, spreek, over de vorm én de inhoud. De gemeente is in onrust. Bij het Getuigenis is het tot een klaar en helder spreken niet gekomen. Vandaar dat de theologie van het politiek messianisme ruim baan houdt. Hoe lang nog ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Vorm en inhoud niet te scheiden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's