De verkiezing in de prediking
3
De werking van het Woord
Niet de verkiezing is in de Heilige Schrift het beheersende thema, maar de verkondiging van het Woord, de roeping tot de Heere en Zijn heil.
Dat begint al in het Oude Testament. De Heere roept Abraham uit een heidense omgeving: Ga uit uw land en uit uw maagschap naar een land dat Ik u wijzen zal. Hij geeft aan Jacob Zijn wetten, aan Israël Zijn inzettingen en rechten. Hij brengt Zijn volk onder de band van het Verbond. En zó vergadert Hij Zich een Gemeente.
In het Nieuwe Testament is die lijn nog veel duidelijker. Wij zien het Evangelie door de wereld gaan, van Jeruzalem naar Athene, van Athene naar Rome. Soms is de loop van het Evangelie anders dan de apostelen gedacht hadden. De Geest laat Paulus niet toe nog langer het Woord in Azië te spreken, hij moet naar Europa. En zo gaat het Evangelie maar verder, naar de einden der aarde.
En overal waar het Woord komt en waar mensen overwonnen worden door het Woord, daar gebeurt hetzelfde. Daar zeggen al die mensen: Ik heb het niet gewild, maar de Heere heeft me overwonnen. Ik heb nooit naar Hem gezocht, maar Hij heeft naar Mij gezocht.
Maar we zien ook iets anders gebeuren. We zien ook mensen onder het Evangelie zich verharden, ongehoorzaam blijven. Het Woord der prediking deed hun geen nut omdat het met het geloof niet gemengd was.
Hoe komt dat nu, dat de één het Woord aanneemt en dat de ander het verwerpt ? Dat de één eronder verbroken wordt en dat de ander eronder verhard wordt ?
'Dat er velen, door de bediening van het Evangelie geroepen zijnde, niet komen en niet bekeerd worden', zeggen de Dordtse Leerregels, 'daarvan is de schuld niet in het Evangelie, noch in Christus, door het Evangelie aangeboden zijnde, noch in God, Die door het Evangelie roept, maar in degenen die geroepen worden'. 'Maar dat anderen, door de bediening van het Evangelie geroepen zijnde, komen en bekeerd worden, dat moet men niet aan de mens toeschrijven, maar men moet het aan God toeschrijven' (III/IV, ? 10).
De Heere realiseert Zijn besluit door de prediking van het Evangelie. Hij zendt Zijn dienaren uit met het Woord om ernstig en welmenend te roepen tot de zaligheid. Waar dat Evangelie gehoord en geloofd wordt, daar is het Gods werk. Waar het verworpen wordt, daaar is het eigen schuld.
Nergens lezen we: Wie verkoren is zal geloven en wie verworpen is zal zich verharden. Wèl lezen we: Wie gelooft wordt niet veroordeeld, maar wie gelooft, is reeds veroordeeld. Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is zal het leven niet zien.
Geen uitgangspunt, maar eindpunt
De bijbel gaat dus niet uit van de praedestinatie, maar eindigt in de praedestinatie. Wanneer Paulus in de bekende hoofdstukken Rom. 9 t.m. 11 schrijft over de verkiezing en de plaats van Israël, dan loopt heel zijn betoog uit op een machtige lofzang: 'O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis van God ! Wie heeft de zin des Heeren gekend en wie is Zijn raadsman geweest ? Uit Hem en door Hem zijn alle dingen'.
En in Efeze 1, waar Paulus wèl met de verkiezing begint, daar houdt hij geen beschouwing, op de wijze van: God heeft van eeuwigheid besloten dat er een volk zalig zou worden. Nee, hij begint meteen van de verkiezing te zingen ! 'Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegd heeft... gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem van voor de grondlegging der wereld'.
In Hem ! Dat zegt ons nogmaals dat we niet abstrakt, los van al het andere, over de-verkiezing mogen spreken. God heeft niet zómaar verkoren, Hij heeft verkoren in Christus. En nu is de verkiezing van Zijn Gemeente nooit meer los te maken van Hem, Die door Zijn lijden en dood het mogelijk heeft gemaakt dat de Vader Zijn raad uitvoert en Die de Geest heeft verworven om Zijn werk toe te passen.
Hij, Christus, is het Hoofd, en alle uitverkorenen zijn Zijn leden. En omdat de leden verkoren zijn in het Hoofd, kan er ook geen lid meer verloren gaan. 'Uit degenen die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren'.
Het is het begin tot einde Gods werk. Maar dat wordt niet gezegd als uitgangspunt, maar als eindpunt. Niet om de Heere na te rekenen, maar om God in Christus te prijzen. En — zoals Dordt zegt — tot een levendige troost van Zijn volk.
Calvijn
Calvijn heeft zeer veel over de praedestinatie geschreven. Dat is hem lang niet altijd en door iedereen in dank afgenomen. Velen hebben zijn verkiezingsleer een hard en koud systeem genoemd. Trouwens, zeggen zijn tegenstanders, heeft Calvijn zelf de verkiezing niet betiteld als een deeretum horribile (een verschrikkelijk besluit) ?
Het is te vrezen dat velen die zo'n vertekend beeld geven van Calvijns verkiezingsleer, Calvijn óf niet gelezen, óf niet begrepen hebben. Om een recent voorbeeld te geven: In Woord en Dienst van 6 sept. schreef ds. J. T. Wiersma over dit onderwerp. Nadat hij een paar volzinnen ten beste had gegeven voegde hij daaraan toe: 'Arminius en zijn geestverwanten hebben daar terecht hardgrondig Nee tegen gezegd'. Wie zich zo van Calvijns verkiezingsleer meent te kunnen afmaken zegt natuurlijk meer over zijn eigen verkiezingsideeën dan over die van Calvijn...
Belangrijk is de plaats waar Calvijn in zijn Institutie de verkiezing behandelt. Hij doet dat niet in het eerste boek. Daar . zou men het verwachten, omdat dit boek handelt over God de Vader, de Almachtige Schepper. En het is immers de Vader Die verkiest ?
Hij spreekt ook niet over de verkiezing in, het tweede boek, waarin de Persoon en het werk van Christus aan de orde komt. Daar zou het ook een plaats hebben kunnen vinden, omdat de Kerk immers verkoren is in Christus.
Maar pas tegen het einde van het derde boek, na gehandeld te hebben over de wijze waarop de genade van Christus verkregen wordt en over de weldaden die daaruit voortvloeien, brengt hij de verkiezing ter sprake. Na het geloof, dat door de Heilige Geest wordt gewerkt en in verband daarmee de roeping, de wedergeboorte, de bekering, de rechtvaardiging, het christelijk leven en de christelijke vrijheid.
Niet overal — aldus Calvijn — heeft de prediking hetzelfde reslutaat. Hoe komt het dat iemand tot het geloof komt ? Dat is geen vrije keuze van de mens, dat is Gods verkiezing, Gods onverdiende barmhartigheid.
De prediking van het Evangelie wil ons brengen tot geloof en bekering. Is de vrucht van die prediking in ons leven te zien, dan mogen we weten verkoren te zijn tot de zaligheid. Opdat we niet hovaardig zijn door de wetenschap dat we niet meer uit Gods hand kunnen vallen. Voortdurend waarschuwt Calvijn, ook in zijn commentaren en preken, niet te speculeren over de verkiezing. Alléén uit roeping, wedergeboorte en geloof kunnen we onze verkiezing te weten komen. En altijd moeten we ons tot Christus wenden, want Hij is de Speculum Elections, de Spiegel der verkiezing.
De praedestinatie is bij Calvijn geen duister mysterie, ook geen verhindering voor onze zaligheid. De gemeente moet opgeroepen worden in Christus te geloven, Zijn Woord aan te nemen.
Calvijn kan zo onbevangen over de verkiezing spreken omdat hij niet van de verkiezing uitgaat, maar in de verkiezing eindigt. Hij ziet de Heilige Geest aan het werk, in de gemeente en met het Woord. Predikers en hoorders hebben zich aan dat Woord te houden en de Heere op Zijn Woord te geloven. Zonder prediking van het Woord is er geen genade en ook geen verkiezing.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's