De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De verkiezing in de prediking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De verkiezing in de prediking

4

8 minuten leestijd

De Nederlandse Geloofbelijdenis

Ons meest bekende belijdenisgeschrift, de Heid. Cat., noemt de verkiezing slechts in het voorbijgaan. In Zondag 21 wordt geleerd dat de Zoon van God Zich een Gemeente vergadert die tot het eeuwige Ie ven is uitverkoren.

In de Ned. Gel. Bel. wordt meer opzettelijk over de verkiezing gehandeld. Artikel 16 (Van de eeuwige verkiezing Gods) is — dunkt me — daarom zo belangrijk om­ dat het lijnen trekt voor de prediking van de verkiezing. Wij geloven, zo begint het, dat het gehele geslacht van Adam door de zonde van de eerste mens in verderf en ondergang was . . . . .

Er wordt dus niet begonnen met de verkiezing, er wordt begonnen met de val en de totale verdorvenheid. Het hele geslacht van Adam was in verderf en ondergang. Het mensdom lag in schuld en vloek voor God verloren. Er was geen hoop dat één mens ooit uit zichzelf naar God zou terugkeren. Niemand kon de hemelhoge schuld betalen die de mens gemaakt had. Niemand kon de erfzonde ongedaan maken die zich over het ge slacht van Adam had uitgebreid. Verderf en ondergang, daar is niets van te verwachten, niets aan op te knappen. Reddeloos verloren.

Maar — zo gaat Art. 16 verder — terwijl nu het hele geslacht van Adam in verderf en ondergang was, heeft God Zichzelf bewezen te zijn zoals Hij is, namelijk barmhartig en rechtvaardig.

De barmhartigheid staat voorop. Dat zouden we misschien niet verwachten. We zouden misschien gedacht hebben: rechtvaardig, en dat toont de Heere door het grootste deel van het menselijk geslacht te laten in de verlorenheid. Nee, dat komt straks pas. De barmharigheid roemt tegen het oordeel.

De Heere is barmhartig, belijdt Art. 16, doordat Hij uit het verderf trekt en verlost. Dat is een wonder. Daar hebben wij het niet naar gemaakt. Daar hebben wij ook niet om gevraagd. Dat is Gods barmhartigheid die schittert in de verkiezing. En rechtvaardig, doordat Hij de anderen laat in hun val en verderf waarin zij zichzelf gestort hebben. In de verwerping gaat de Heere strikt rechtvaardig te werk. Daarin doet Hij niemand onrecht. Wie verloren gaat heeft niets te zeggen.

We moeten ons verwonderen, aldus zouden we Art. 16 kunnen samenvatten, niet over het feit dat er verlorenen zijn, maar over het feit der verkorenen zijn.

De Leerregels

De Leerregels van Dordt zijn eigenlijk een toelichting op het genoemde Art. 16. Dat blijkt ook uit de oorspronkelijke titel: 'Nadere Synodale Verklaring'. Die nadere verklaring betreft dan Art. 16, waarover met de Remonstranten verschil was ontstaan. En over die verschillen had de Synode vn Dordt zich uit te spreken en hééft ze zich ook uitgesproken. De Leerregels beginnen, evenals Art. 16, niet met de verklaring, maar met de verlorenheid. God zou niemand onrecht gedaan hebben, indien Hij het ganse menselijke geslacht in de zonde en in de vervloeking had willen laten. Maar alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft... En opdat de mensen tot het geloof zouden worden gebracht zendt God goedertierenlij k verkondigers van deze zeer blijde boodschap tot wie Hij wil en wannéér Hij wil, door wier dienst d, e mensen geooepen worden tot bekering en geloof in Christus de Gekruisigde.

We ontdekken weer dezelfde lijn: eerst de totale verdorvenheid, daarna de barmhartigheid Gods in de zending van Zijn Zoon, vervolgens de prediking van deze blijde boodschap. En waar die prediking gehoord en geloofd wordt, daar is de verkiezing.

Ons jongste belijdenisgeschrift behandelt niet alleen de leer der verkiezing op zeer evenwichtige wijze, maar geeft ook de richtlijnen aan waarnaar de dienaren van het Woord in de prediking en in het pastoraat deze leer hebben voor te dragen. Ik citeer uit het 'Besluit':

'Ten laatste vermaant de Synode alle mede-dienaars in het Evangelie van Christus dat zij zich in het verhandelen van deze leer, beide in scholen en kerken, godvruchtig en godsdienstig gedragen; deze zowel met de tong als met de pen tot Gods eer, heiligheid des levens en vertroosting der verslagen gemoederen richten; dat zij met de Schrift naar de regelmaat van het geloof niet alleen gevoelen, maar ook spreken; en eindelijk van al zulke wijzen van spreken zich onthouden, die de grenzen van de rechte zin der Schrift te buiten gaan en die de dartele Sophisten rechtvaardige oorzaak zouden geven om de leer der Gereformeerde Kerken te beschimpen of te lasteren'.

Onze verantwoordelijkheid

De waarschuwing van Dordt om bijbels en godvruchtig over de verkiezing te spreken en te schrijven, had z'n reden ! De geschiedenis laat overduidelijk zien dat het moeilijk is, de balans in evenwicht te houden. De oorzaak van die moeilijkheid is dat Gods soevereiniteit en onze verantwoordelijkheid voor ons verstand niet met elkaar in overeenstemming zijn te brengen.

Aan de ene zijde staan de Remonstranten, die vragen: Hoe kan de Heere van tevoren vastgesteld hebben wie er zalig zullen worden en wie niet, en tegelijk verkorenen en verworpenen welmenend en ernstig roepen tot de zaligheid ? Hun probleem was trouwens al het probleem van Pelagius ! En evenals eeuwen tevoren Pelagius deed hebben ook de Remonstranten de vrijmacht laten vallen. Zij zeiden: Wie de verkiezing, het besluit van God leert, kan het aanbod van Gods genade niet meer ernstig nemen. Alles is van tevoren bepaald. Het getal der uitverkorenen staat vast. Die tot het eeuwige leven zullen ingaan zijn toch verordineerd, waarom zou men aan hen nog het Evangelie prediken? God kan er dan tóch wel voor zorgen dat de verkorenen behouden worden. Nee, zeiden de Remonstranten, de Heere biedt Zijn heil aan, dus de mens kan dat heil aannemen. Hoe zou God kunnen roepen, wanneer de geroepenen niet de macht hadden om te komen ?

Gods soevereiniteit

We zouden van deze Remonstrantse. opvatting, die trouwens nog in vele kerken en kringen opgeld doet, heel wat kwaad kunnen zeggen. We willen er echter ook een positieve kant van laten zien. Wat de Remonstranten ook ten laste mag worden gelegd, zij namen in elk geval de verantwoordelijkheid, het leven onder het aanbod van Gods genade, volkomen serieus. En helaas kan dat niet gezegd worden van allen die de klassieke leer van de verkiezing beleden... Want aan de andere zijde vinden we de zogenaamde hypercalvinisten, die trouwens op de Dordtse Synode al van zich liet horen. De afgevaardigden van Gelderland waren van oordeel. dat de wéldaden van Christus met aangeboden worden 'aan' allen ende een iegelijken aan welke de predikatie gedaan wordt'. De Gelders afgevaardigden konden het ook niet met elkaar rijmen: verkiezing en verantwoordelijkheid. Maar terwijl de Remonstranten de verkiezing lieten vallen, ontkenden zij het aanbod van Gods genade in de prediking.

Hier ligt het begin van een stroming in Nederland, Engeland en de Verenigde Staten, die wel wórdt genoemd de 'ultra-orthodoxie' of het 'hypercalvinisme'. uit vrees voor remonstrantisme legt deze stroming een zwaar accent op Gods eeuwige raad en ontkent ze dat de Heere Zijn genade welmenend aanbiedt aan alle hoorders van het Evangelie.

Een felle twist over deze kwestie ontstond in de vorige eeuw tussen twee groepen Afgescheidenen. De Drentse richting, onder leiding van ds. Joffers, beredeneerde alles vanuit de verkiezing en de vrijmacht Gods en reserveerde de beloften van het Evangelie uitsluitend voor de uitverkorenen. De Gelderse groep daarentegen, onder leiding van ds. Kreulen, handhaafde met kracht het welmenend aanbod van Gods genade (Een uitvoerige beschrijving van dit conflict bij C. Veenhof, Prediking en Uitverkiezing, 1959).

Minder bekend, maar zeker niet minder interessant is een conflict dat in dezelfde tijd speelt rondom ds. W, Laatsman en de zogenaamde Rhedense kring, die sterk onder invloed van Kohlbrugge stond. Men stelde dat de prediking van het Evangelie geen ander doel heeft dan de exacte uitvoering van Gods eeuwige raad. Eén van de leden van deze kring, Van Nijevelt, legde er de nadruk op dat de zaligheid een éénzijdig werk Gods is (terecht!), maar bestreed dat het Gods wil is 'dat zondaren zalig worden. En zo kwam hij tot de logische consequentie: hij ontkende dat de Heere welmenend Zijn genade aanbiedt. Een felle verdedigster van deze opvatting was ook Baronesse Van Verschuer, de latere (tweede) echtgenote van Kohlbrugge, die daarin scherp bestreden werd o.a. door Isaac da Costa en ds. J. J. Ie Roy. (Zie hierover: P. N. Holtrop, Tussen Piëtisme en Reveil, diss. 1975).

De geschiedenis heeft zich in onze eeuw nog een keer herhaald, toen dr. C. Steenblok met dezelfde opvattingen een scheuring veroorzaakte binnen de Ger. Gemeenten. Hij ontkende eveneens het aanbod van Gods genade en wilde het Evangelie slechts verkondigen aan hen die eerst door de Wet verbroken en verbrijzeld zijn. Dit standpunt werd ingenomen uit vrees voor twee dingen: ontkrachting van de doodstaat van de mens en afzwakking van de vrijmacht Gods.

Tegenover deze ontsporingen stellen de Dordtse Leerregels (terwijl ze toch juist de Goddelijke soevereiniteit willen verdedigen !):

'Voorts is de belofte van het Evangelie, dat een ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe. Welke belofte aan alle volken en mensen, tot wie God in Zijn welbehagen het Evangelie zendt, zonder onderscheid moet gepredikt worden, met bevel van bekering en geloof' (II, 5).

En: 'Doch zovelen als er door het Evangelie worden geroepen, die worden ernstig geroepen. Want God betoont ernstig en waarachtig in Zijn Woord wat Hem aangenaam is, namelijk dat de geroepenen tot Hem komen. Hij belooft ook met ernst allen die tot Hem komen, de rust der zielen en het eeuwige leven'. (IH/IV, 8). -

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De verkiezing in de prediking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's