Boekbespreking
W. R. v. d. Zee, UIT DE BERGREDE, werkschrift van een gemeente in de leer bij Mattheus 5 tot 7, 112 blz. paperback, prijs ƒ13, 50. Boekencentrum B.V., 's Gravenhage 1975.
Dit boek is gegroeid uit de praktijk van prediking, en catechese, of zoals ds. v. d. Zee zelf zegt: leerhuis. In de Maranathakerk in Den Haag hield hij een serie kerkdiensten over de Bergrede, daarnaast ging hij in een cursus wat dieper in op een aantal vragen over dit gedeelte van de Bijbel.
Zoals de ondertitel zegt, moet u geen afgewogen, all-round theologisch betoog verwachten. Maar juist omdat het regelrecht voortkomt uit de kerkelijke praktijk is het des te boeiender. En uit de verschillende hoofdstukken blijkt dat de schrijver zich terdege geëorienteerd heeft inzake zijn onderwerp.
De schrijver releveert allerlei opvattingen over de bergrede die z.i. evenzovele vluchtwegen zijn, om aan de ernst van deze hoofdstukken te ontkomen. Tussen wetticisme en gemoedelijke vrijblijvendheid wil hij de weg gaan van het geloofsvertrouwen en de geloofsgehoorzaamheid tegenover Christus, in de kracht van de Heilige Geest. Van de Zee meent dan ook dat we de bergrede vaak veel te weinig serieus genomen hebben, te vrijblijvend gelezen hebben, of er een wettisch program van hebben gemaakt. Het gaat in de Bergrede om de nieuwe Tora van Hem Die zelf de wet vervult. Maar de aanhef wordt gevormd door de zaligsprekingen als messiaans proclamatie van heil en verlossing.
De preken zijn ingekaderd in het kerkelijk jaar. Hier en daar is dat verrassend, hier en daar ook wat geforceerd. Ik denk b.v. aan de manier waarop Mattheus 7:13, 14 ingevoegd wordt in het kader van de Palmzondag.
Meerdere malen heb ik een vraagteken gezet. Ik denk aan de wijze waarop Van der Zee spreekt over het begrip 'gerechtigheid' op blz. 26. Is dit toch niet iets meer dan alleen maar dat dedingen rechtvaardig verdeeld zijn? Ik denk ook aan de uitdrukking op blz. 70, dat God ons bidt om het gebed. Wat bedoelt de auteur daar precies mee.
Op verschillende plaatsen laat de schrijver merken dat het heil ontvangen moet worden in de weg van het geloof. Voor mijn gevoel komen de blz. 101, 102 hiermee toch wat in tegenspraak, als v. d. Zee in een preek over de brede en de smalle weg toch weer op in een inclusieve wijze de weinigen die ingaan verbindt met de velen (de weinigen volgen steeds terwille van de velen, zegt hij). Wordt het skandalon van de grote scheiding, de wig die het Evangelie door de wereld drijft toch niet weggenomen als de auteur zegt: Aan het kruis heeft Jezus Christus alle mensen omarmd, de hele wereld'?
Overigens een boeiend boekje dat methodisch veel geeft en inhoudelijk stimuleert om nu ook zelf met dit gedeelte van het Evangelie bezig te zijn. En ik denk zo, dat dat laatste toch vooral de bedoeling van een werkschrift is.
Prof. dr. L. Doekes, CREDO, Handboek voor de gereformeerde symboliek, 427 pag. ƒ49, 50 Bolland, Amsterdam 1975.
Dit fors uitgevoerde handboek wil de bestudering van de belijdenis der kerk dienen. Het begint met een uiteenzetting over het credo in het Nieuwe Testament, de oorsprong van de geloofsbelijdenissen, vervolgens schenkt het aandacht aan de belijdenisgeschriften van de oude kerk. In hoofdstuk II komen de reformatorische belijdenissen aan de orde: bekende en minder bekende symbolen. Je komt dan weer onder de indruk van de breedheid van de reformatie. In het derde hoofdstuk gaat Doekes na hoe de belijdenis van de Geref. kerken in de 16de en 17de eeuw gehandhaafd is. Hoofdstuk IV en V geven aandacht aan Trente en de oosters-orthodoxe Kerk. In hoofdstuk VI volgt een overzicht van een aantal belijdenisgeschriften en vormen van andere protestantse kerken (dopersen, socinianen, quakers, methodisten). Hoofdstuk VII gaat de confessionele ontwikkeling na in de 19de en 20ste eeuw. Daarbij komen ook typisch sectarische groepen ter sprake. De auteur spreekt in verband met de 19de eeuw van een confessionele teruggang. Het doet wat vreemd aan in een handboek voor gereformeerde s5Tnboliek een paragraaf over de Christian Science aan te treffen, terwijl b.v. over het Getuigenis, waarvan de verschijning toch direct samenhing met het belijden der kerk gezwegen, wordt. Het laatste hoofdstuk (zo'n kleine 200 bladzijden) geeft een samenvattend overzicht van de inhoud der reformatorische confessie, de dwarslijnen, de verbindingen, soms ook de divergerende stemmen. Bijzonder belangwekkend voor wie in kort bestek geïnformeerd wil zijn.
Het is een voornaam werk van encyclopedische omvang dat dank zij uitstekende registers ook als zodanig goed te gebruiken is. Met name voor de voorbereiding van catechisatie en leerdiensten kan men er veel aan hebben. In een epiloog wekt de auteur op om in een tijd van devaluatie van het belijden de belijdenis vast te houden die we uit Gods Woord geleerd hebben.
Zeer aanbevolen studiemateriaal.
A. Noordegraaf
Drs. H. G. Leih, De droom der revolutie, In de serie Theologie en Gemeente, 196 blz. ƒ 19, 90. Kok, Kampen 1975.
Een paar jaar geleden verscheen in dezelfde serie van de hand van dr. G. de Ru een bijbels-theologische publicatie over de verleiding der revolutie. De ons ter bespreking toegezonden studie is historisch van opzet en geeft ons een uitermate oriënterend overzicht over maatschappijkritiek en revolutie door de eeuwen heen. Achtereenvolgens komen ter sprake de houding van de eerste christelijke gemeente ten opzichte van de maatschappij, de toestand sinds Constatijn, de middeleeuwen, de vraag naar het recht van opstand, renaissance en reformatie, de amerikaanse revolutie, de Aufklarung en de franse revolutie, de opkomst van het marxisme, de sociale revolutie van de vorige eeuw, het russisch communisme, de derde wereld, het Maoisme, het studentenprotest in Amerika en Europa, Marcuse en de beweging van Nieuw-links, terwijl Leigh ook een uitvoerig hoofdstuk wijdt aan het fanatisme en het nationaal-socialisme.
Terwijl het in de revolutiebewegingen die onder invloed staan van Marx gaat om emancipatie en bevrijding, staan 'fascisme en nationaal-socilisme in doelstelling en ideologie lijnrecht tegenover die emancipatiebewegingen. In het fascisme behoort de onmenselijkheid principieel tot de leer.
Het is een bruut machtsdenken, dat niet geïnteresseerd is in de humaniteit. In een slothoofdstuk wijst de schrijver er op dat een liberaal conservatisme, dat de status-quo verdedigt, vaak revoluties oproept. Afwijzing van revolutie, omdat ze geweld gebruikt en onwettig tegen de bestaande orde ingaat, acht Leigh zwak geargumenteerd, zeker als de keerzijde, n.l. het onrecht, dat in naam van de bestaande orde geschiedt, vergeten wordt.
Toch wil de schrijver bepaald geen apologie voor de revolutie voeren. Hij typeert de revolutie als een geseculariseerde verlossingsleer. En deze ideologie staat in lijnrechte tegenstelling tot het Evangelie. Daarbij kan de verwachting soms snel omslaan in een wanhoopsrevolte, gevoed door romantischutopische ideeën (vgl. het studentenprotest). De revolutie-ideologie is een pervertering van de christelijke verlossingsboodschap. Het legitieme antwoord zal dan alleen gegeven worden, als we ernst maken met de bijbelse oproep tot gerechtigheid. Bijbels heil is anders dan revolutionaire verlossing. Met bewondering en respect heb ik deze boeiende studie gelezen. De schrijver geeft in de aantekeningen een grote hoeveelheid literatuur voor hen die op bepaalde onderdelen verder in willen gaan.
Hier en daar zette ik een vraagteken. Zo vraag ik me af of hij op blz. 134 helemaal recht doet aan Zuid-Afrika. En ook meen ik dat hij te gemakkelijk het legitimiteitsbeginsel voor waardeloos verklaart. De brief aan Jacobus b.v. bevat een scherpe veroordeling van een bestaande orde die onrecht tolereert, maar roept de armen toch niet op tot revolutie.
Overigens, een waardevolle studie die brede aandacht verdient en uitstekende informatie verschaft. En wat geen geringe verdienste is: helder geschreven!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's