De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De nood des tijds

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De nood des tijds

Prof. dr. W. J. Aalders

7 minuten leestijd

1

Dat dit opschrift tussen aanhalingstekens staat heeft een bijzondere reden.

Zonder aanhalingstekens zou trouwens dit opschrift niemand verwonderen in het tijdsbestek, dat wij beleven. Het zou zonder twijfel de moeite waard zijn om, over dit onderwerp schrijvende, een ontleding van deze tijd te geven. Ik denk aan de wijze, waarop ds. L. Kievit op de in jan. 75 gehouden contio van predikanten van de Gereformeerde Bond een dergelijke analyse heeft willen geven in de vorm van 'n causerie, deskundig en spits. Maar iets dergelijks moet u hier niet verwachten.

Een boek uit 1934

De titel van dit artikel (en van volgende) is ontleend aan een in 1934 verschenen boek, dat zo heet. Bij het noemen van dit jaartal denkt u misschien aan een heel andere, voorbijgegane, vooroorlogse tijd. Maar het merkwaardige van dit boek is, dat de schrijver ervan 40 jaar geleden, bij zijn ontleding van die ogenschijnlijk al weer zo ver van ons afliggende tijd, zo diepborend te werk is gegaan, dat hij op allerlei lagen stootte, die hij als de diepere ondergrond van de nood van die tijd ontdekte, en die nu na de oorlog, ondanks allerlei weelde en welvaart en ondanks allerlei idealistische theorieën en vernieuwingspogingen, alleen maar duidelijker te voorschijn zijn gekomen. Hij zag de wagen reeds op de naar beneden hellende weg staan. De oorlog sloeg de remmen los, zodat de wagen snel naar beneden schoot. Maar de schrijver zag het en waarschuwde.

De schrijver

Nu eerst iets over de schrijver. Dat was de toenmalige Groningse hoogleraar in de theologie prof. dr. W. J. Aalders (wel te onderscheiden van de nu onder ons bekende dr. W. Aalders, lector aan de Nijmeegse universiteit). Prof. Aalders werd in 1870 geboren en overleed in 1925. Hij heeft heel wat werken op zijn naam staan. Grotere, zoals zijn boeken over Mystiek en over de Incarnatie (de Menswording van Christus). Maar ook tal van minder omvangrijke.

Ds. H. G. Groeneoord schreef in de tweede uitgave van de Chr. Encyclopedie een artikel over prof. Aalders. Daarin wees hij de brede belangstelling van prof. Aalders aan; een belangstelling, die niet alleen maar theoretisch beschouwend was, maar uitermate practisch, nauw verbonden met verantwoordelijkheidsbesef. Daardoor op actuele problemen gericht. Groenewoud roemt de diepzinnige bezinning van deze positief rechtzinnige theoloog,

Ik moet zeggen, dat het mij verwondert, dat van dit boek, waarvoor ik hier de aandacht vraag, niet tal van drukken verschenen zijn. Want de typering van tal van geestesstromingen en tijdsverschijnselen is zo opmerkelijk juist, dat de lezer telkens geneigd is er een streep onder of en uitroepteken bij te plaatsen.

Ik veronderstel, dat het komt, doordat Aalders' werk doet denken aan fijn en diep etswerk. Hij werkt niet met vette, dikke verfklodders van woorden op geduldig papier. Hij maakt zich ook nergens op een oppervlakkige, journalistieke manier van zijn tijd af, zoals men links enrechts in allerlei bladen lezen kan. Hoe geheel anders is de manier, die Aalders hanteert om zijn tijd te schetsen, dan die, die we ontmoeten in sommige werken, die het verleden bekijken als een plaatjesalbum, waarmede je jezelf en anderen amuseert. Zelfs de waardering en verwantschap, die dan hier en daar t.o.v. het verleden wordt uitgesproken klinkt toch nogal hooghartig-welwillend in onze oren.

Hoe geheel anders heeft b.v. dr. C. Rijnsdorp in zijn roman 'Koningskinderen' de intieme zijde van het Gereformeerde geloofsleven getekend.

Of P. J. Risseuw in zijn 'Gasten en vreemdelingen'. Anders dan de manier, waarop verschillende schrijvers eenzijdig de inderdaad nogal protserige voorgevel van het leven der 'Mannenbroeders' hebben geridiculiseerd.

Liefde voor het land en de lieden

Wie Aalders' voorname trant van behandelen van een geestelijk milieu wil leren kennen, leze zijn bijdrage in de bundel Kèrke-werk (samenstellers: prof. Berkelbach van der Sprenkel, N. Stufkens en ds. H. C. Touw). Aalders schrijft daarin over de gemeente Beesd, waar hij 14 jaar predikant is geweest. Je proeft de liefde van zijn hart voor 'het land en de lieden', zoals je die bij ds. W. L. Tukker ontmoet als hij b.v. over de Alblasserwaard schrijft. Die liefde bleef Aalders bij ook als hij critiek kreeg op zijn prediking. Zoals b.v. die van een jonge boer, die langzamerhand weinig bij hem kerkte. Die critiek luidde: u bent een goed onderwijzer, maar daarbij blijft het in uw preek. Aalders schrijft dan, dat hetgeen deze man bedoelde, eerst later volkomen door hem begrepen werd; en dat hij hem, meer dan hem lief was, gelijk moest geven. Hij begreep, dat deze man op zijn manier het verschil aangaf tussen leraar en getuige, tussen rede (preek) en prediking. Menigeen zou over deze gemeente in oppervlakkigheid een minder gunstig oordeel hebben geveld. Actief waren deze mensen zeker niet. Vrolijk zag hun geloofsleven er niet uit. Groot was het aantal Avondmaalgangers niet. Er was weinig zin voor liturgie, waarbij Aalders opmerkt, dat men de voorkeur gaf aan de Psalmen boven de Gezangen. Aalders zelf liet beide zingen. Maar hij erkent, dat de eersten het winnen door de toon van nood en gemis, weemoed en verlangen, afstand tussen God en mens, schuld en boete, deining en worsteling. Aalders schrijft, dat hij soms opeens groot ontzag gekregen heeft voor de geestelijke diepgang van het leven in zijn gemeente. Tot die gemeente behoorde ook de bekende Pietje Baltus, de vrouw, die Abraham Kuyper de hand weigerde als predikant in datzelfde Beesd, vanwege zijn vrijzinnige prediking, een daad, die door Kuyper later als een weldaad erkend werd, omdat hij er door tot bezinning werd gebracht.

De gezelschappen

Rondom Pietje Baltus trof Aalders een kring van gezelschapsmensen aan. Van hen schrijft hij het bekend geworden woord, dat tot zulk een kring 'de besten en de slechtsten' behoren. Aalders weet scherp en juist te onderscheiden. Hij is daardoor er voor bewaard om tengevolge van de aanraking met sommige bedenkelijke vormen van mystiek, alle mystiek te verwerpen. Sommigen deden dat. Aalders' boven reeds genoemde boek laat zien, hoe hij genoopt werd er - diep en breed op in te gaan. 

Niet gaarne had Aalders de positieve invloed van deze conventikel-mensen willen missen, die hij 'met critische ontvankelijkheid' ontmoette. Wat hem bijzonder trof was het besef van 'de afstand tussen God en mens, het enig nodige, het hechten aan Gods genade alleen, het leven uit Zijn hand'.

Dat wil niet zeggen, dat Aalders' mening omsloeg in een critiekloze aanvaarding van en bewondering voor deze kringen en voor deze toch wel matte gemeente in het algemeen. Hij beseft, dat zij in velerlei opzicht radicale bekering nodig heeft. En dat dat Gods werk is. Dat deze gemeente ook geestelijke leiding en opvoeding behoeft. Dat daartoe wederzijds vertrouwen nodig is en dat de predikant, die zich tot de bearbeiding van zulk een gemeente zet, daartoe de drijfveren moet meebrengen 'van de belangstelling, de liefde, het geloof'. 

Wanneer Aalders na vele jaren professoraat op zijn arbeid in de gemeente terugziet, dan beseft hij zijn tekort, omdat — zoals hij ootmoedig belijdt — die genoemde geestelijke bondgenoten te zeer ontbraken.

Een beeld dat blijft

Nu, deze fijnzinnige man, die bij de ontleding van zijn gemeente met haar lichten schaduwzijden zichzelf niet voorbij gaat, heeft een alleszins lezenswaardig boek geschreven met de titel hierboven vermeld: de nood des tijds.

Dat het boek niet breder verspreid is geworden is m.i. niet zozeer te wijten aan de gebreken, die het zouden aankleven als aan z'n deugden. Het is gemakkelijker met wat donkerder of lichter kleuren van het schilderspalet een goedkoop land-schapsbeeld te vervaardigen of zwart-witschetsen te ontwerpen op de manier van sommige populaire sneltekenaars, dan de etsnaald zo te hanteren, dat een misschien niet dadelijk opvallend, maar een na vele jaren nog steeds uitermate waardevol beeld wordt ontworpen, waarvan we telkens tot onszelf en tot anderen zeggen: wat is dat treffend juist weergegeven. Gaarne zou ik het nu moeilijk meer verkrijgbare boek met u willen doorlezen en dan telkens even stilstaan om de juistheid, waarmede de auteur zijn tijdsbeeld ontworpen heeft te bewonderen. Ik zal hem dus veel citeren. Letterlijke citaten komen tussen aanhalingstekens. Maar ook waar deze ontbreken, probeer ik Aalders' kijk op mens en wereld weer te geven en de actualiteit daarvan op te merken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De nood des tijds

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's