De vrouw in het ambt
Ofschoon het onderwerp: 'de vrouw in het ambt' in onze kerk wel een afgezaagd onderwerp is, wil ik toch gevolg geven aan uw uitnodiging tot reactie op de briefwisseUng tussen ds. Spijkerboer en ir. Van der Graaf in Woord en Dienst.
Het is niet mijn bedoeling er diep op in te gaan, ik wil mijn reactie in 3 punten samenvatten:
1. Je vraagt je wel eens af, heeft de Nederlandse Hervormde Kerk in deze tijd geen belangrijker zaken aan het hoofd dan het al of niet toelaten van (de vrouw in het ambt. Buitenstaanders zouden dit makkelijk kunnen veronderstellen (...)
W. F. Prins-Verhagen
ouderlinge interkerkelijke zaken van de Marcuskerk, Utrecht
Geachte heer Van der Graaf,
Het is een hachelijke zaak om je in een discussie te mengen. Natuurlijk lees ik artikelen van u en van Spijkerboer in W. & D. met grote aandacht. Op één punt ga ik in. Dat is de vrouw in het ambt. Spijkerboers beroep op de praktijk is onvoldoende. Of ze goed of slecht functioneren doet niet ter zake. Wel de vraag of het schriftuurlijk is of niet. Vroeger dacht ik er net zo over als u. Ik ben van inzicht veranderd alleen op bijbelse gronden. Net als de kinderdoop die niet expliciet in de bijbel vermeld wordt is m.i. 'de vrouw in het ambt' ook niet expliciet vermeld, maar is, zelfs duidelijker dan de kinderdoop, 'bijbels te verantwoorden'.
Ik geef een paar argumenten. Zowel in het O.T. als in het N.T. treffen we profetessen aan. Profeteren is 'hervorsagen' verkondigen in een grote gemeente. De boodschap des HEEREN doorgeven aan het volk Israël of aan de christelijke gemeente. Mirjam, Debora, Hulda en er zijn in het O.T. meer voorbeelden.'Bij Hulda zelfs de formule: 'Zo zegt de HEERE'. In het N.T. spreekt de profetes Anna: 'tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten'. Let wel tot allen. Dat is publiekelijk de grote daden des HEEREN verkondigen.
Daarnaast vermeldt het N.T. de 4 dochters van Philippus de evangelist, Phebe de 'dienares' d.i. de vrouwelijke diaken en in Rom. 16 nog een aantal vrouwen die medewerkers of anders genoemd worden. Maar het meest overtuigende argument vóór de vrouw in het ambt is het feit dat de opgestane Christus in alle vier de evangeliën aan vrouwen de opdracht geeft om te verkondigen, 'te zeggen tot de discipelen' dat Hij is opgewekt. De opgestane Heere geeft aan vrouwen de opdracht om de gemeente van de discipelen de grote mare te verkondigen dat Hij die overgeleverd is om onze zonden opgewekt is om onze rechtvaardigmaking. Dat Paulus die nog doortrokken is van den zuurdesem der farizeeën de vrouw in de gemeente wil laten zwijgen en zich daarbij beroept op de wet des HEEREN (welke eigenlijk) zegt niet veel.
De evangeliën zijn zwaarder getuigenis vóór 'de vrouw in het ambt' dan Paulus er tegen. We zullen moeten laten gelden dat Paulus, zoals wel rneer, het evangelie niet ten volle begrepen heeft en zich daarom ook de voornaamste der zondaren kan noemen.
Begrijpt u dat het tegenhouden van de vrouw in het ambt net zo goed tegen het geweten ingaat en dat ik de houding van de gereformeerde bond in deze onschriftuurlijk vind? Er zijn meer argumenten aan te halen maar ik volsta hiermee. Zoals ik al zei kinderdoop, zondagsviering i.p.v. de sabbath en ook de vrouw in het ambt zijn direct van de Schrift uit af te leiden.
Misschien is het trieste van ons verschil van mening dat de beroemde perspicuitas scripturae (helderheid, duidelijkheid van de Schrift) niet aanwezig is. Zoals zo vaak (dienstweigering b.v.) is er een eroep op de schrift gedaan door twee tegengestelde meningen.
ds. F. J. Dun
em. predikant, Hummelo
zeer geachte heer Van der Graaf,
De vrijheid maar genomen te hebben, richt ik mij tot u, met het blad 'Woord en Dienst' voor mij, met dit schrijven. Ik ben een Friese vrouwelijke ouderling in de hervormde kerk, en wel in de dorpen Oppenhuizen-Uitwellingerga, dus in de Zuidesthoek van Friesland, omgeving Sneek. Onder het genot van een kopje koffie begon ik 'Woord en Dienst' te lezen, en kwam ook uw schrijven daarin tegen. Ik heb het een paar maal overgelezen (de vrouw in het ambt). Ik ben nu vier jaar in de kerkeraad. Toen ze mij daarvoor kozen heb ik ook echt Efeze 5 goed in mijn gedachten gehad. Ik ben niet licht overheen gegaan. En nu denk ik zo vaak heel dankbaar, wat ben ik dankbaar dat de Here God mij, gewone vrouw, hiervoor wil gebruiken. En eerlijk waar mijnheer Van der Graaf, ik voel altijd Gods Heilige Geest met mij, ook als er wel eens moeilijke dingen in gezinnen zijn, maar ik heb ook mogen ervaren, dat mensen tot het Geloof terugkwamen, zich hebben laten dopen, en nu elke zondag weer met de gemeente des Heren mogen opgaan.
En het grote voorrecht is, dat we dan niet alleen behoeven te gaan, de Here gaat zelf mee, en ik heb Zijn Woord, de bijbel altijd bij me. Er staat in de bijbel: Want het wordt geheiligd door het woord Gods en door het gebed. En die beide zijn mijn grote kracht, 'k Heb ook de gedachte altijd; de vrouwen werden door de Here Jezus zelf zo naar voren gebracht, 'k Ben er ook echt niet voor om zoals het afgelopen jaar 'het jaar van de vrouw' te noemen. Nee, dat heeft me niets gezegd. En ook vind ik dat de hele kerkeraad niet uit vrouwen moet bestaan. Want de mannen hebben het ook altijd goed gedaan. En ik ben ook geen tegenstrijdster van de Gereformeerde Bond in de Hervormde kerk; Nee, zelfs menen de mensen wel eens dat ik daar ook bij behoor! Omdat ik ook ouderwets van opvatting ben. Net als het nieuwe liedboek: dat is een afbreuk volgens mij om God de Here de lof toe te zingen. Want als men in Gods huis niet meer uit volle borst kan zingen is dit volgens mij afbreuk. Maar daar heeft ieder zijn eigen inzicht over. De jongeren zullen het nog wel leren, maar wij niet.
Ik ben 58 jaar dus geen jonge vrouw meer. Maar het is heerlijk om met de boodschap van Gods genade en liefde voor zondaren en redding op pad te gaan, de gemeente in. 'k Hoop (nu weer opnieuw voor 4 jaar gekozen) het ook in gezondheid en met 's Heren hulp te doen.
En nu schrijft u dat bij gebrek aan mannen de vrouwen zijn ingeschakeld. Dat is op veel plaatsen ook wel zo. Maar toch geloof ik dat God de Here ook Zijn zegen wil schenken op het werk in Zijn Koninkrijk gedaan door een vrouw. Denkt u ook maar aan — nu laat me noemen — majoor Boshardt van het Leger des Heils. En dan zeg ik aan het eind van mijn briefje: ik voel me door God geroepen in dit heerlijke werk in het ambt van ouderling. Hij die roept is getrouw die het ook doen zal. Met dank aan u als u dit hebt willen lezen.
Met vriendelijke groet,
C. Haagsma-van der Heide
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's