Kerk in Zorg en Hoop
Het vijf-jaarlijks visitatie-rapport
Eenmaal per vijf jaar dient de generale visitatie een overzicht samen te stellen 'over het geestelijk leven van gemeenten én kerk' ten behoeve van de generale synode. Zulk een rapport geeft in grote lijnen weer hoe de kerk reilt en zeilt. De echt geestelijke kant, zeg de binnenkant van het kerkelijk leven is in zo'n rapport uiteraard nooit weer te geven. Maar de uterlijke verschijnselen van het gemeentelijk leven zijn wel een weerspiegeling van die binnenkant. Daarom hebben we met belangstelling kennis genomen van het nu verschenen visitatierapport. De visitatoren zeggen terecht, dat door hen niet beantwoord kan worden de vraag voor hoevelen in de achter ons liggende jaren het Evangelie de enige troost in leven en in sterven is geweest (en nog is). Dat antwoord is inderdaad aan God voorbehouden. Maar wat het wel en wee van de kerk betreft geeft het rapport ons veel informatie.
Gemeentelijk leven
De Hervormde Kerk telt 1372 (centrale) gemeenten inclusief de b.w.i.w.'s. Terecht begint het rapport met gewag te maken van dankbaarheid voor het vele werk en de vele opoffering door stille werkers — en hun thuis alleenzittende huisgenoten — gegeven aan het gemeentelijk werk in huisbezoek, jeugdwerk, zendingscommissies, evangelisatiewerk e.d. Maar welk beeld vertoont verder het gemeentelijk leven ? 'Er zijn streken — aldus de visitatoren — waar de kerkgang (nog) goed is; waar over het aantal catechisanten niet geklaagd wordt: zoals plattelandsgemeenten in Overijssel, binnen de classis Harderwijk of in sommige delen van Zuid-Holland'. Maar andere streken gewagen van teruglopend kerkbezoek: zoals het verstedelijkte platteland, Groningen, Zeeland en de classis Apeldoorn. De situatie in de steden is zorgelijk: daling van het aantal predikantsplaatsen, afstoting of sluiting van kerkgebouwen. Als oorzaken van dit laatste worden genoemd: migratie, ontvolking van oude woonkernen, trek naar het platteland, toenemende weekènd-recreatie. Zo zegt het de Noordhollandse visitatie. Terecht voegt de generale visitatie eraan toe: de vervreemding van het Evangelie, het afnemen van de kerkelijke belangstelling, het zich afwenden van de kerk-als-instituut door de jongeren. Men zou als het om migratie gaat dan toch in andere gebieden oplevingen moeten zien ?
In de kerkprovincie Groningen daalde van 1940 af het aantal predikantsplaatsen tot de helft. (De streekgemeente is er 'geen succes'). In Brabant en Limburg wordt voor de grote steden en in de Oude Mijnstreek een teruggang in kerkbezoek geconstateerd die veel groter is ddn de vermindering van het aantal hervormden zou doen verwachten, hoewel er kleinere gemeenten zijn met verblijdende groei in kerkgang.
De visitatoren zeggen: 'Er zijn gebieden waar ogenschijnlijk alles pais en vree is. We signaleerden dat reeds. Te denken valt aan de meer rechtse sectoren van de kerk ! Van de classis Harderwijk wordt gezegd, dat het kerkelijk leven zich kenmerkt door trouw, offervaardigheid en duidelijke betrokkenheid. Toch zijn er ook veel rand-en buitenkerkelijken. Overigens wordt gezegd, dat halfmeelevenden of buitenkerkelijken van nu meelevenden van morgen kunnen zijn. Men ziet soms oplevingen in gemeenten waar na jarenlange vacature nieuwe impulsen worden gegeven door de komst van 'een enthousiaste voorganger, die — door trouw pastoraat en bijbelse prediking — ook anderen (ambtsdragers en gemeenteleden) weet te bezielen'.
Eredienst
Enkele opmerkingen uit het rapport over de kerkdienst. 'Alleen in sommige steden is er interesse voor liturgische diensten'. 'We hebben niet de indruk dat deze invoering (van het nieuwe liedboek) tot grote bljvende moeilijkheden aanleiding heeft gegeven', al zijn jongeren enthousiaster dan oudere gemeenteleden (is dat niet te zwak gezegd? , v. d. G.). Gezegd wordt (uit Overijssel), 'dat de kerkeraden over het algemeen afwijzend staan tegenover politieke prediking'. Het aantal dopelingen neemt over de hele linie af. Maar praktisch allerwege is er toenemende belangstelling voor-het Heilig Avondmaal. Het 'open avondmaal' (avondmaal waaraan ook niet-leden worden toegelaten) bevordert het doen van belijdenis niet.
Wat de waardering van de prediking betreft wordt gezegd, dat die afhangt van de eisen, die men aan de prediking stelt. 'Is men tevreden met een goede exegese en Schrift-uitleg ? Verwacht men een persoonlijk warm woord ? Of stelt men prijs op een preek, waarin vooral de drie stukken van de catechismus tot hun recht komen ? '
Mogen we zo vrij zijn te zeggen, dat een combinatie van deze drie elementen de prediking maakt tot verantwoorde prediking ?
Gemeentetperusting — apostolaat
Wat de gemeentetoerusting betreft: groothuisbezoek beantwoordt niet in alle gevallen aan doel en verwachting; de zondagsschool functioneert in het algemeen nog goed; van bloeiend gericht kerkelijk jeugdwerk is, 'behoudens het werk dat door de HGJB in bepaalde gemeenten gedaan wordt' geen sprake. De catechese vertoont in sommige overzichten bedenkelijke 'teruggang (Groningen, Noord-Brabant, Limburg en de classis Tiel) of is een aangevochten zaak (Noord-Holland 'met uitzondering voor een G.B.-gemeente'). In Friesland bleef in verschillende gemeenten het catechisatiebezoek op peil. De classis Harderwijk gewaagt van grote belangstelling. De belangstelling in de classis Arnhem neemt toe. Het aantal belijdeniscatechisanten neemt over het algeeen af. Belangstelling voor gesprekskringen neemt toe.
Wat het functioneren van de gemeente in de wereld betreft wordt gesteld, dat de zending in de gemeenten wel leeft, werelddiakonaat minder, maar dit ligt toch 'wat beter in de markt bij de meer orthodoxe gemeenten dan de ontwikkelingshulp en de 2%-actie'.
De modaliteiten
Uitgebreide aandacht besteedt het rapport aan het modaliteitenvraagstuk. De oude tegenstelling vrijzinnig—rechtzinnig is afgezwakt. Gelderland zegt: 'De overtuiging groeit, dat de vrijzinnige gezindte steeds kleiner wordt en aan invloed verliest'. Wat de confessionelen betreft: 'in de vijfjaarlijkse visitatie-overzichten — zo wordt gezegd — zijn wij deze modaliteit, geen enkele maal tegengekomen'. Van diegenen, die politiek geëngageerd zijn: 'Zij wekken soms de indruk hun politieke overtuiging als een evangelie of bijna in de plaats van het Evangelie te stellen'. Maar dit alles leidt — zegt de classis Doetinchem — 'tot bepaalde spanningen en het afhaken van een aantal gemeenteleden'.
Dan zijn er nog gemeenten met 'eigen stijl', zoals de gemeenten van het citypastoraat, de Bergkerk in Amersfoort e.d.
Maar de problemen liggen bij de Gereformeerde Bond. Gezegd wordt: 'De G.B. wil van zijn kant voluit Hervormd zijn en voor zodanig worden aangezien, maar in het plaatselijk vlak kost het hem moeite zoal niet om een andere modaliteit te aanvaarden en dus een kerkelijke plaats te gunnen. Zo zijn er 30 b.w.i.w.'s gevormd in gemeenten van G.B .-signatuur, hoewel er ook minderheidsgroepen van G.B .-modaliteit zijn in de gemeenten, waar de kerkeraad tot dusver niet bereid was aan zo'n groep een kerkelijke status te geven. (Ik acht het — tussen twee haakjes een nalatigheid van de visitatie dat hier niet het aantal evangelisaties van G.B .-modaliteit wordt genoemd, nl. 40, waarbij dan nog komen de niet-evangeliserende minderheden).
Gewezen wordt op kwesties als het nieuwe liedboek en de vrouw in het ambt, waardoor de G.B .-gemeenten en de overige verder uit elkaar gegroeid zijn dan ooit tevoren. Het visitatierapport van Groningen gewaagt intussen van 'verhoogde activiteit van de G.B. in deze provincie'.
De visitatoren vragen zich af of het niet tijd wordt, dat er serieuze pogingen worden ondernomen om de zich al meer en meer openbarende tegenstelling tussen de G.B. en de rest van de kerk tot onderwerp van bezinning te maken. Hiertoe roepen zij de generale synode op.
vervolg op pag. 129
vervolg van pag. 124
Zorg en hoop
We zetten boven dit artikel: Kerk in zorg en hoop. De zorgen mogen uit het boven-staande genoegzaam duidelijk geworden zijn. Ook dit rapport is evenals het vorige, wat het zichtbare betreft, in — mineur. Terecht merken de visitatoren echter op, dat er meerdere tijden geweest zijn waar-in de kerk zeer klein en als tot niet scheen gekomen te zijn in de ogen der mensen (art. 27 N.G.B.). Terecht wordt ook gezegd dat de kerk de opdracht heeft om het evangelie op zodanige wijze te brengen dat ook voor volk en enkeling iets mag duidelijk worden van de veelkleurige wijsheid Gods, waarbij we hebben te bedenken, dat het evangelie niet is naar de mens, wel vóór de mens. Naast zorg is er hoop. Onze hoop is op God en die hoop gaat altijd hoger dan de zorg. Maar — we citeerden het hierboven ook — 'onvermoede mogelijkheden' liggen er alleen in trouw pastoraat en bijbelse prediking. Wil onze : hoop een gefundeerde zijn dan hebben we zorg te dragen voor bijbelse prediking.
Geen hotelkerk
De crisis van de kerk is de crisis van de prediking. Daarom — wanneer de visitatoren oproepen tot het gesprek der richtingen — dan hebben we elkaar op de bijbelse prediking aan te spreken. In feite geeft ons het visitatoren-rapport het beeld te zien van de hotel-kerk, een kerk-voorelk-wat wils. Het wordt ook eerlijk geconstateerd, dat er een neiging tot congregationalisme is (verschillende geaarde gemeenten in federatief verband naast elkaar). De praktijk is inderdaad in grote lijnen zó. Maar zou daarom ten principale ; 'de bond' als zo hinderlijk ervaren worden, omdat deze — alle eigen hebbelijkheden en onhebbelijkheden ten spijt, want wie roemt roeme in de Heere — de hotel-kerk niet aanvaarden kan ? In het verleden heeft de Gereformeerde Bond — ondanks stemmen uit zijn midden, die daartoe opriepen — de modus vivendi (het elk op eigen wijze naast elkaar leven in de kerk) afgewezen. De hele kerk dient gereformeerd te zijn en te worden. Maar is de praktijk niet geworden, dat onze kerk in grote lijnen het op een modus vivendi houdt ? Leven en laten leven, ruimte voor ieder is de hoogste wijsheid. Maar dan maken we het elkaar te gemakkelijk. Een gesprek der richtingen ? Graag! Maar met Schrift en belijdenis als uitgangspunt als het goed is. Ons kerkelijk leven zal niet gebaat zijn met democratisering van de verhoudingen maar met verscherping van de tucht van het Woord.
Tenslotte
In het visitatoren-rapport staat nog te lezen, dat al de stromingen in de Hervormde Kerk 'een zekere mate van liefde' voor de Hervormde Kerk hebben. Welnu dat zeggen we wat ons betreft mee, zelfs zonder de woorden 'in zekere mate', We hebben de kerk lief omdat ze Kerk des Heeren is en omdat binnen onze kerk de voetstappen des Heeren nog gezien worden. We hebben de kerk lief omdat we ondanks de zorgen en de zonden hoop voor haar hebben. We hebben geen hoop voor de Bond maar hoop voor de Kerk.
Maar de liefde kan ook scherp zijn. Uit liefde, uit zorg om behoud, kan de profetische scherpte van het Woord nodig zijn, sterker nog die is nodig. Laat zo in alle eerlijkheid en scherpte het gesprek in de gemeenten en in het geheel van de kerk maar op gang komen. Dan zal 'de veelkleurige wijsheid Gods' ook inderdaad wel aan het licht treden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's