Uit de synode
Volgende week hopen we uitvoerig in te gaan op de besprekingen ter synode van het verslag van de visitatie-generaal en op de besprekingen over het avondmaal. In het nu volgende overzicht laten we kort enkele andere punten de revue passeren.
Financiën
Ds. W. H. den Ouden, de centrale man bij de financiële actie Kerkbalans, gaf ter synode enkele interessante financiële informaties. Uit de gegevens, die uit 200 gemeenten binnenkwamen, is gebleken dat de gemiddelde groei van de inkomsten ten opzichte van 1975 16, 4% bedraagt. In Den Haag kwam honderdduizend gulden meer binnen dan vorig jaar. Ds. Den Ouden noemde enkele voorbeelden. In Arnhem was de groei 11%, in Abcoude 25%, in Hoevelaken 27%. Verder gaf ds. Den Ouden enkele cijfers over het binnenkomende levende geld van de gemeente, de bijdragen dus die uitsluitend binnenkomen voor de kerkvoogdij (niet voor diakonie, bijzondere collecten, zending, werelddiakonaat e.d.). Voor 1976 is de prognose, dat in het totaal van de hervormde gemeenten 160 miljoen gulden binnenkomt. Op een totaal van ongeveer drie miljoen geregistreerde hervormden (al of niet meelevend, inclusief de kinderen) mag dit een respectabel bedrag heten. In 1969 was het bedrag, dat aan Ievend geld binnenkwam, 80 miljoen gulden. Een stijging dus in 7 jaar met honderd procent.
De synode besloot de bijdrage aan de Generale Kas te verhogen van ƒ 12, 50 tot ƒ 15, —. De helft wordt, zoals bepaald is, gerestitueerd aan de gemeenten. De Generale Financiële Raad wil dat deze bijdrage ook gevraagd zal worden aan de doopleden. Daartegen had ds. J. Vroegindewey (Emmeloord) blijkens een vraag in de rondvraag bezwaar. Toegelicht van de zijde van de GFR werd, dat het dan de bedoeling zal zijn de gemeenten te vragen (niet te verplichten) hieraan hun medewerking te geven. De kerkvoogdij ter plaatse zal moeten beslissen of men deze stap al dan niet zal doen. Dit ter geruststelling van een toch niet geheel gerustgestelde ds. Vroegindewey.
De drie van Breda
Op de synodetafel lag een verklaring van de Raad van Kerken, waarin gepleit wordt bij 'allen die verantwoordelijkheid dragen voor deze zaak' om de drie oorlogsmisdadigers van Breda los te laten. 'Door de wegzending van de drie van Breda — aldus de verklaring — moeten wij uitdrukken dat wij weten waartoe de straffende gerechtigheid wel en waartoe zij niet dient'. De voortzetting van de straf houdt, aldus de verklaring, geen verband meer met het doel van de straffende gerechtigheid, namelijk bescherming, bevrijding en loutering van het menselijk leven in al zijn verhoudingen. Ten aanzien van het tegenargument, dat vrijlating het lijden van de slachtoffers opnieuw vergroot, meent de verklaring, dat de mogelijkheid van deskundige hulp sterk is toegenomen en dat het aantal overgebleven slachtoffers al sterk is verminderd. Men vraagt zich verder af of de wegzending niet juist een reinigende , en bevrijdende uitwerking op de slachtoffers zal hebben.
Op deze verklaring, die een omstreden, tere en complexe kwestie raakt, werd verschillend gereageerd. Ds. H. Binnekamp herinnerde aan een woord van ds. H. G. Abma in hét parlement, dat vrijlating zou betekenen 'het snij den-van riemen van barmhartigheid uit het levende vlees van de Joden'. Reacties na de verklaring van de Raad van de Joodse gemeenschap en van prof. Bastiaanse wijzen al in die richting. Ds. J. Pronk daarentegen (die zei dat een broer van hem gefusilleerd was in de oorlog) koos in het 'onoplosbare dilemma' voor vrijlating. Hij stelde dat na de 145 terdoodveroordelingen en 91 gratiëringen in 1945 wij drie mensen onbegrijpelijkerwijs hebben vastgehouden.
Ds. S. Gerssen was het wel met de conclusie van de Raad van Kerken eens maar niet met de argumenten. De Raad redeneert te veel vanuit de situatie van de oorlogsmisdadigers en vanuit 'algemene categorieën van ons rechtswezen'. Hij achtte dat het vreemd bij de nu nog levende slachtoffers zou overkomen, dat gesteld wordt, dat het aantal slachtoffers intussen is verminderd. Ds. Gerssen stelde 'mijn solidariteit ligt onvoorwaardelijk bij de slachtoffers'. Hier passen verder geen algemene rechtscategorieën, het gaat hier om een uitzonderlijk geval.
Maar bij de discussies van enkele jaren geleden had hij gezegd 'laat dit nu de laatste keer zijn'. Elke discussie vergroot het lijden en het leed van de slachtoffers. Nu die discussie toch elke keer weer loskomt is het, juist met het oog op de slachtoffers, nodig de drie weg te zenden. Maar dan met als enige argument 'solidariteit met de slachtoffers'. Zoals het nu in de verklaring van de Raad van Kerken wordt gezegd kan het bij de Joden weer overkomen in die zin, dat de kerken nooit en ook nu weer niet echt solidair zijn met het Joodse volk.
De synode besloot over de verklaring niet te stemmen omdat voorvoeld werd dat er zeer verschillend gereageerd zou worden en nam de verklaring dus voor kennisgeving aan.
Gesprek moderamen/ hoofdbestuur G.B.
In de informatienota stond te lezen, dat er beraad geweest was tussen het moderamen van de synode en het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Ds. G. Spilt gaf desgevraagd informatie over de gesprekspunten. Het hoofdbestuur had de vragen ter tafel gelegd inzake de vrouw in het ambt, de verhouding van de Hervormde Kerk tot de Zuidafrikaanse kerken en het functioneren van de belijdenis. Door het moderamen was eraan toegevoegd een vraag over bemiddeling van het hoofdbestuur inzake kwesties, die op het terrein van de visitatie liggen. Wat het laatste punt betreft lichtte ds. Spilt toe, dat het hoofdbestuur slechts daar voor gesprekken aanwezig is waar zij zelf vanuit de gemeente met hej; oog op hervormd gereformeerde minderheden en dergelijke gevraagd wordt en dat het hoofdbestuur verder ook, wanneer het zaken betreft die die visitatie aangaan, naar de visitatie verwijst. En passant hielp ds. G. Spilt nog eens het hardnekkige fabeltje van het zwaaien door de G.B. en de I.Z.B. met de geldbuidel om eigen posities te vestigen uit de wereld. Het fonds van de G.B. is bedoeld voor steun aan hervormd gereformeerde predikantsplaatsen in de steden en bedraagt jaarlijks een som van ƒ 40.000, —.
Over de zaak van de vrouw in het ambt stelde de praeses, dat vanwege de blijvende problematiek, die hier ligt, de vraag onder ogen was gezien deze kwestie nog weer eens binnen de kerk onder ogen te zien. De zaak is dat er een nieuwe generatie ambtsdragers is gekomen, die én niet meer weet van de krappe beslissing ter synode (24 tegen 22 stemmen) én niet meer weet van de pastorale brief van de visitatie met het verzoek om de gevoelens van de bezwaaiden te ontzien.
Onzerzijds zij hieraan toegevoegd dat de irritaties de laatste tijd toenemen. Van de zijde van het moderamen is toegezegd, dat deze zaak weer eens serieus ter hand genomen zal worden, niet alleen vanwege de pastorale kant die eraan zit maar ook vanwege de noodzaak om inhoudelijk de kwestie nog eens onder ogen te zien op grond van exegetische gegevens.
Over de vragen inzake Zuid-Afrika was dé praeses summier. Van de zijde van het hoofdbestuur is echter de ernstige verontrusting kenbaar gemaakt over het feit dat door de kerken in Nederland, inclusief de Hervormde Kerk, de Zuidafrikaanse kerken in een isolement komen en dat wij door steun aan bevrijdingsbewegingen (het anti-racismefonds), eenzijdige politieke stellingname, desinvesteringsresoluties e.d., ontwikkelingen bevorderen, die vanuit de kerk niet bevorderd mógen worden.
Het hoofdbestuur wordt in toenemende mate, bij bezoeken van delegaties van de Zuidafrikaanse kerken aan Nederland, gevraagd orn contact en correspondentie. Die verzoeken komen vanwege verbondenheid in de confessie. In het gesprek met het moderamen is gepleit voor evenwichtige samenstelling van gespreksdelegaties met Zuidafrikaners. Gekritiseerd is onzerzijds het beleid inzake de brochure van dr. B. Spoelstra (door de SIH gevraagd ter voorlichting van de diakonieën) maar niet uitgegeven, die een antwoord was op de radicale, omstreden brochure van Robert van Waesberge Apartheid, hebben we er part aan ? Van de zijde van het hoofdbestuur is bij het moderamen erop aangedrongen de blanke Zuidafrikaanse kerken vast te houden (toegegeven werd dat die verhouding stroef is), terwijl het moderamen aan het hoofdbestuur vroeg vooral ook contacten met zwarte Zuidafrikanen te hebben.
Deze zaak is intussen in ontwikkeling. Zowel in de Zuidafrikaanse kerken als in het hoofdbestuur worden deze dingen besproken. Onzerzijds wordt echter de op z'n zachtst gezegd manipulerende wijze, waarop binnen de Nederlandse kerken de blanke kerken van Zuid-Afrika tegemoet worden getreden, afgewezen en zonder te komen tot welke politieke vereenzelviging dan ook beseffen we, dat de band met de Zuidafrikaanse kerken, die een broederband is, moet blijven. In de Zuidafrikaanse kerken heeft men intussen de laatste jaren duidelijk' ontdekt, dat het gereformeerde leven in Nederland niet alleen bepaald wordt door wat men tot voor kort dacht dat hier het gereformeerde leven was, namelijk datgene wat vanuit de Gereformeerde Kerken bekend was en wat de theologie betreft door de V.U. werd geproduceerd.
Uit de rondvraag
In de rondvraag op de synode vroeg ds. J. Vroegindewey of het moderamen niet eens wilde onderzoeken of niet met twee maten gemeten werd door de bevoegde instanties inzake het verlenen van dispensaties voor het aanstellen van ambtsdragers in bepaalde gemeenten uit naburige gemeenten. Hem waren gevallen bekend, waarin in gelijksoortige situaties verschillend werd gehandeld. We zetten onder deze vraag een dikke streep.
Ds. H. Veldhuizen vroeg of het moderamen de kwestie van de samenwerkingsschool eens tot een agendapunt voor de synode wilde maken. Ook hier zetten we een dikke streep. Laat de Hervormde Kerk zich inderdaad nog maar eens buigen over de zaak van het onderwijs, met name het christelijk onderwijs,
Ds. H. Binnekamp vroeg of er nog vorderingen waren terzake van de afvaardiging van de classis Gorinchem naar de synode. Het ziet ernaar uit dat deze stoel wel tot 1977 vacant zal blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's