Wie is Hij toch?
En zijn Heerlijke zal uit hem zijn en zijn Heerser uit het midden van hem voortkomen; en Ik zal Hem daar naderen en Hij zal tot Mij geraken. (Jeremia 30 21a)
Als er werkelijk niemand meer is, blijft die Ene nog over. Tastend wordt Hij gezocht en verrassend laat Hij Zich vinden. Maar dan willen we ook méér van Hem weten. Stel u eens voor dat u midden in de nacht ergens in het water bent gevallen. U kunt niet zwemmen en u denkt hulpeloos te zullen omkomen. Maar... daar snelt een onbekende te hulp. Hij redt u, brengt u op het droge. Hij is voor u een vreemde, slechts een schim die opgedoken is in de nacht. Maar hij is uw redder. Daarom wilt u méér van hem weten en hem nader leren kennen. Wie nu in de nacht van zonde en schuld Hém heeft ontmoet die zijn of haar Redder wilde zijn — die met Zijn hart voor u Borg wilde worden bij God — die vraagt: Wie is Hij toch ? U hebt Hem dan gezien als een schim in de nacht. De allereerste kennismaking maakt reeds duidelijk: al wat aan Hem is, is gans begeerlijk !
Maar dan gaan we verder vragen net zoals die schuchtere mannen die discipelen wilden worden: Meester, waar wóónt Gij? We willen aan de voeten zitten van deze Vriend en Broeder die ons in de benauwdheid is geboren. Als leerjongeren van Christus nauwlettend opmerken hoe Hij de Schriften opent en vanuit de Schriften — ook vanuit Jeremia 30 — Zich nader bekend maakt.
De tekst vormt eigenlijk een stralend hoogtepunt in het toekomstbeeld dat Jeremia mag schetsen. Wat moeten die beloften (vanaf vers 16) Jeremia's trouwe hoorders als muziek in de oren hebben geklonken ! Denk u de toenmalige situatie eens in ! Het was oorlogstijd. Het grootste gedeelte van de stad lag in puin. Door de straten klonken dreunend de soldatenlaarzen van vreemde onderdrukkers. De bevolking was danig uitgedund. Velen in ballingschap weggevoerd. Menige jonge man was gevallen in de strijd. Temidden van die keiharde werkelijkheid gaat Jeremia van Gods toekomst spreken. De gehate vijand die u geplunderd heeft, zal door de Heere geplunderd worden. Jeruzalem zal uit het puin herrijzen. De profeet tekent ons het beeld van die hernieuwde stad — de gebouwen in oude luister hersteld, de straten overvol van mensen die dankliederen zingen en instrumenten bespelen. Ook jongemannen zullen er weer zijn — ze behoeven niet langer voor de slagvelden te worden grootgebracht. Het allermooiste zal echter wezen: het paleis midden in de stad en daarin een eigen koning. Ze zullen weer een zelfstandige natie zijn onder bestuur van een nieuwe koning David (vs. 9). Niet langer een stroman — een pion van vreemde overheersers — zoals Zedekia. Neen, een eigen vorst bij de gratie Gods. 'En zijn Heerlijke zal uit hem zijn'. Heerlijk door het ambt dat hij draagt — bekleed met koninklijke waardigheid; zijn Heerser zal uit het midden van hem voortkomen, een koning die een van u zal zijn. Niet een gehate vreemdeling, maar vlees van uw vlees en been van uw gebeente.
Dat is de voorzegging. En de vervulling ? Is Israël niet op een wonderlijke wijze uit Babel teruggeleid ten tijde van Zerubbabel ? En... nog in 1976 is Jeruzalem een teken op aarde. Vers 7 van het teksthoofdstuk kan met vlammende letters geschreven staan boven de jongste geschiedenis van het joodse volk. Wat dunkt u van de toekomst van Israël ? Ook van Jeremia 30 valt geen tittel of jota ter aarde.
Bij nieuwtestamentisch licht is het ons gegeven de vervulling te zien in Christus. De Heerlijke, de Heerser voortgekomen uit het midden van Jakob. Naar men méénde een timmermanszoon uit Nazareth. Geboortig uit het nietig Bethlehem. Onzer één. Is daar niet héél Zijn weg en werk (zoals de prediking van de afgelopen maanden ons weer voor ogen stelde) een sprekend getuigenis van ? Zie telkens weer Zijn erbarmen. Zijn ontferming. Zijn medelijden. Hij weet van al onze zwakheden. Hij voelde Zich niet te hoog om Zich in alle verzoekingen mede te laten verzoeken — nét zoals wij. Maar... Hij bleek toch ook de Heerlijke, de Heerser. Koninklijk gebiedt Hij over de ziekten, ook over de elementen, ook over de demonen — ja Hij heeft zelfs macht de zonden te vergeven op deze aarde. Als Hij zó heerlijk is behoef ik buiten Hem niets te begeren. De beste remedie om alle boze begeerten te overwinnen is een blik op Christus' heerlijkheid. Bidden wij God om daar niet alleen voor het eerst een glimp van op te mogen vangen, maar ook steeds meer van te gaan zien. Hij is de Heerser ! Dan kan Hij ook mijn opstandig hart temmen. O Heerser, regeer mij alzo door Uw Woord en Geest, dat ik mij hoe langer hoe meer aan U onderwerp.
Jeremia zegt echter nog iets van de komende Koning. Hij zal een priester-koning zijn. Zoals Melchizedek dat was en psalm 110 hem bezingt. De tekst luidt namelijk: 'En Ik zal Hem doen naderen — en Hij zal tot Mij genaken.' Naderen, zoals de priesters naderden in de tempel. En dat niet met lege handen, maar met het bloed der verzoening. Hier loopt Jeremia 30 direct uit op de Hogepriester van onze belijdenis. We zijn de lijdensweken ingegaan. We gedenken hoe de Heere Jezus Zijn schreden is gaan richten naar Jeruzalem om daar te lijden en te sterven. Wat beweegt Hem toch ? Ik zal Hem doen naderen. Het heilig moeten vanuit de raad des Vaders drijft Jezus voort. Bindt de offerdieren dan met touwen tot aan de hoornen van het altaar. De vezels van Christus' ziel zijn vastgeknoopt aan de vezels van de wil des Vaders. Het altaar is Golgotha. Daar komt de Priester. Alle dingen zijn gereed. Maar waar is het Lam ? God Zélf zal Zich een lam ten brandoffer voorzien. .. Daar wijst Gods vinger: Ik zal Hem doen naderen. De Priester zélf zal het Lam zijn. Hij nadert met Zichzélf, met Zijn hartebloed. En... Hij zal tot Mij genaken. Hij blijft niet halverwege steken. Hij bereikt de Vader. Zie de twee lijnen: God stelt de bediening van de verzoening in, de verzoening gaat van Hem uit. Maar ook: God wórdt verzoend door de dood van Zijn Zoon. Ik zal Hem doen naderen en Hij zal tot Mij genaken.
In deze weg is er de verzoening waar vers 22 van spreekt. God krijgt Zijn mens terug en de mens krijgt zijn God terug. Het ligt weer vlak, alles is vereffend. Er is niemand! Is er dan tóch Iemand ? Ja, de Heerlijke, de Heerser, de Priester, het Lam ! Hier hebt u Hem. Buiten Hem is er geen weg. Hij is de Weg. Zoekt u deze Weg ? Wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's