De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk in Rusland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk in Rusland

Enkele achtergronden van Solzjenitsyns vastenbrief

8 minuten leestijd

3

Opkomst Russische dissidentenbeweging

In de tweede helft der jaren '60 is een in belang en omvang toegenomen beweging van zgn. 'dissidenten' ontstaan. Deze beweging is voor een deel kerkelijk, maar bestaat voor een belangrijker deel uit ontevreden intellectuelen en schrijvers die inzien dat het Russische systeem heeft gefaald. Zo schrijft in 1969 Andrej Almarik zijn Haalt de Sowjet-Unie 1984 ? , waarin hij de aftakeling van dit systeem beschrijft. Nog veel scherper valt Alexander Solzjenitsyn uit, aan wie in 1970 de nobelprijs voor literatuur wordt toegekend. Solzjenitsyn waagt het te-spreken over de 'geest van München' die in de twintigste eeuw de overhand heeft. De Russische dissidenten — vooral Sacharow en Solzjenitsyn zijn opvallend minder optimistisch over de motieven en de achtergronden van de Russische détentepolitiek. Sachrow wil dat de ontspanning gekoppeld wordt de interne democratisering van het Sowjetbestel, hetgeen duidelijk niet het geval is. Solzjenitsyn heeft in een geruchtmakend BBC-interview recentelijk-opgemerkt dat de Russische détentepolitiek maar een heel dunne korst is die in een mum van tijd weer kan verdwijnen, waarna de harde werkelijkheid van de Russische bedoelingen zichtbaar worden.

In de jaren '70 groeit de Russische dissidentenbeweging tegen alle verdrukking in.

In de lente van 1972 zal Solzjenitsyn de kerkelijke situatie in Rusland, aan de orde stellen middel een open brief gericht aan de nieuwe patriarch (opvolger van Alexi) Pirtien.

Solzjenisyns brief aan patriarch Pimen

In deze brief verwijt hij de patriarch zijn dubbele houding inzake de opvoeding der kinderen in de liefde tot vaderland èn kerk.

De patriarcch had daartoe de Russische emigranten opgeroepen, mensen die ver van Rusland zelf wonen, maar had tegenover de Russisch-Orthodoxen in Rusland zelf gezwegen over de opvoeding in de liefde tot de kerk. Solzjenitsyn schrijft: 'Maar wat is dat ? Waarom die eerlijke oproep slechts gericht tot de Russische emigranten ? Waarom roept gij slechts om een christelijke opvoeding van die kinderen, waarom houdt gij alleen die verre kudde voor, 'laster en leugen te onderkennen' en zich te sterken in gerechtigheid en waarheid ? Maar wij, moeten wij laster en leugen niet onderkennen ? En onze kinderen, moeten wij die liefde tot de kerk inprenten of niet ? 

'Waarom moet ik mijn paspoort tonen, wanneer ik in de kerk kom om mijn zoon te dopen ? ' zo vraagt Solzjenitsyn nog aan Pimen. De gelovigen in Rusland worden aan allerlei beperkingen en vereisten onderworpen, zoals 'de verraderlijke registratie'. Godsdienstige opvoeding kan al helemaal niet, want kinderen mogen geen erediensten bijwonen. De kerkelijke hiërarchen heben zich hierbij neergelegd. De kinderen worden echter wèl 'toevertrouwd aan handen die niet neutraal zijn, aan de meest primitieve en oneerlijke atheïstische propaganda.

De kerk heeft haar zelfstandigheid opgegeven. 'Verdwenen is die klare ethische christelijke atmosfeer waarin gedurende duizend jaar onze zeden, onze levenswijze, ons wereldbeeld, onze folklore zijn bezonken en die de mensen zelfs hun naam heeft gegeven — 'kerstenen'. Wij zijn bezig de laatste trekjes en tekenen van een christelijk volk te verliezen — en kan dat werkelijk niet de voornaamste zorg zijn van de Russische patriarch ? Over al het kwaad in het verre Azië of Afrika heeft de Russische kerk haar bewogen mening, maar over het ongeluk in eigen land geen enkele'.

Dit slaat vooral op wat er met de regelmaat van de klok in het Tijdschrift van het Patriarchaat van Moskou verschijnt aan vredesnieuws onder het kopje 'De Vredesbeweging'. In deze rubriek wordt voortdurend en consequent iedere handeling van de Sowjetregering op het terrein van de buitenlandse politiek verdedigd door de kerk. Het heeft ook betrekking op de herhaalde uitspraken tegen het Amerikaanse optreden in Vietnam en elders in de wereld (Korea 1950 !), waarbij telkens maar èén schuldige werd aangewezen: de Verenigde Staten.

Vervolgens gaat Solzjenitsyn in op de oppositie die tegen de hoge met het regime collaborerende kerkleiding is ontstaan. Hierbij worden de gevallen van Jakoenin, Esjliman en Jermogen met name genoemd. 'En tot op de dag van heden leeft de enige moedige aartsbisschop, Jermogen van Kaloenga, nog steeds in kloosterlijke gevangenschap, omdat hij aan een achterhaald en fanatiek atheïsme, dat vóór 1964 zoveel heeft aangericht in andere bisdommen, niet heeft toegestaan zijn kerken te sluiten en zijn ikonen en boeken te verbranden'. (Zie hierover ons tweede artikel).

De kerk durft niet in opstand te komen tegen de vele inbreuken op haar rechten. Maar dat is voor Solzjenitsyn nog niet het ergste. Het ergste is dat de atheïstische overheid zich bemoeit met het interne leven der kerk zelf. 'Het gehele kerkelijke bestuur, de benoeming van zieleherder en bisschoppen (en zelfs van liederijke, opdat de kerk des te gemakkelijker kan worden bespot en ondermijnd), wordt nog steeds even geheim geregeld vanuit de Raad voor Godsdienstzaken. Een door atheïsten dictatoriaal bestuurde kerk — dat is een schouwspel dat in tweeduizend jaar nog niet is vertoond !' Dit heeft vooral betrekking op de instelling van de dwadtsatki (groepen van twintig) die door de autoriteiten worden gecontroleerd. De Raad voor Godsdienstzaken toetst de kandidaten voor het ambt van geestelijken op hun geschiktheid. Vervolgens wijst Solzjenitsyn nog even op de aktiviteiten van de Russische kerk op het gebied van de vredespropaganda. Ieder jaar geeft deze kerk namelijk een bijdrage aan het zgn. 'Sowjet-vredesfonds'. Hierover schrijft hij: 'Met een groots gebaar stort men vijf miljoen roebel in vreemde fondsen, maar de armen jaagt men uit het kerkportaal, en er is geen geld om het lekkende dak in een parochie te herstellen. De priesters zijn rechteloos in eigen parochie, slechts de eredienst wordt hun nog toevertrouwd, en dan nog alleen binnen de muren van het kerkge­ bouw...' 'Hoe kan men zichzelf wijs makendat' de planmatige verrdetiging van de geest en het lichaam van de kerk onder leiding van atheïsten het beste middel tot haar behoud is ? Behoud voor wie ? Toch zeker niet voor Christus ? '

Tegenover de houding van de Russische kerkleiding stelt Solzjenitsyn de houding van de oer-christelijke kerk 'Laten wij niet veinzen tegenover de mensen, en nog minder in ons gebed, dat uiterlijke kluisters sterker zijn dan onze geest. Ook de geboorte van het christendom was moeilijk, maar het heeft standgehouden en is tot bloei gekomen. En het heeft ons de weg gewezen: het offer. Wie geen enkele materiële macht bezit, behaalt in het offer altijd de overwinning. En zulk een martelaarschap, de eerste eeuwen waardig, hebben vele van onze priesters en geloofsgenoten bij ons leven op zich genomen. Maar toen werden ze voor de leeuwen geworpen, nu verliest men alleen zijn comfort'.

Conclusie

De brief van Solzjenitsyn getuigt ervan dat er ook in Rusland zich een kerkstrijd voltrekt tussen hen die de kerk hebben overgeleverd aan de staat en hen die voor de ideologie van de machthebbers niet hebben willen knielen. ledere onderwerping aan atheïsten komt er immers op neer dat tegen Christus en voor de ideologie wordt gekozen. Dat blijkt trouwens reeds aan de aktieve steun die de Russische kerkleiding geeft aan de ideologische propaganda welke de Sowjet-Unie in het buitenland voert.

Een dergelijke kerkstrijd treedt in vrijwel iedere ideologische situatie op: in nazi-Duitsland ontstond tegenover de beweging der 'Duitse Christenen' de belijdende kerk en in China stelde zich tegenover de 'Drie-Zelf-Beweging' de autonome kerk van Wang Min-tao en Watchman Ne en vele anderen.

De keuze 'Christus of ideologie ? ' betekent altijd een totale scheiding tussen hen die het martelaarschap van de leugen en hen die het martelaarschap van de waarheid op zich willen nemen. Het laatste martelaarschap wordt door de kerk en door de christen niet gezocht: het wordt haar opgedrongen. 

In onze tijd heeft een dergelijke les veel waarde. We zouden kunnen stellen dat de ideologisering van de kerk zich thans op wereldniveau voltrekt binnen de Wereldraad van Kerken. Het is precies dezelfde herhaling van hetzelfde proces waardoor ook de kerk in b.v. China geïdeologiseerd is. Het geloof wordt tot politieke ideologie, met sterk marxistische affiniteiten. Vanwege de leiding (de staf) van de Wereldraad en vanwege enkele toonaangevende theologen wordt een in diepste wezen antichristelijk denken binnen de kerken geïntroduceerd. Daartegenover staan groepen die niet voor de nieuwe Wereldraad-ideologie willen buigen, zoals bijvoorbeeld in Duitsland het geval is met de beweging 'Geen Ander Evangelie' rond Peter Beyerhaus, c.s.

Daarom zijn Solzjenitsyns woorden in onze situatie zo aktueel. Wij staan voor een nieuwe kerkstrijd, maar in andere vorm en op ander niveau dan de vele plaatselijke 'kerkstrijden' die reeds zijn en worden gevoerd. Het gaat echter wederom om de strijd tegen de ideologie en voor Christus. Wie voor Hém kiest kan niet anders dan de ideologie afwijzen want een kiezen voor beide is niet mogelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De kerk in Rusland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's