De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijdenis doen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijdenis doen

8 minuten leestijd

De tijd van het doen van openbare geloofsbelijdenis in de gemeente Gods is weer daar. Aan het einde van de catechisatie-periode, die nogal vaak pleegt te lopen van september tot Pasen, wordt veelal tegen het Avondmaal voor Pasen belijdenis des geloofs afgelegd. Een veel gezochte zondag daarvoor is die voor Palmzondag. Dan heeft men op de belijdeniscatechisatie de geloofsleer in korte samenvatting gedurende een hele winter door kunnen nemen en door kunnen leren, waarvan dan de proeven zijn afgelegd op de aannemingsavond voor de kerkeraad: proeven van kennen en geloven. Soms ook laat men de openbare geloofsbelijdenis afleggen op den Pinksterdag, omdat het feest der Vervulling wel bij uitstek de geschikte tijd geacht wordt om nieuwe lidmaten tot de gemeente te laten toetreden. Waar men dan wat mee zit is dat de Pinksterdag nogal enkele weken van 't zomer-Avondmaal (als men dat viermaal per jaar in de gemeente viert) kan afliggen. En men wil toch gaarne de week na de belijdenis het Avondmaal vieren in de gerneente. Dit omdat naar Reformatorische gewoonte het belijdenis doen plaatsvindt, zoals u boven 't Kort Begrip leest, door hen die zich willen begeven tot des HEEREN Heilig Avondmaal.

De Avondmaalsgang was in de tijd van de Reformatie veel drukker dan bij ons gebruikelijk is. Die was toen voor de lidmaten regel. Evenals in het oude Israël het Pascha vieren regel was. Als wij bij tuchtoefening iemand het Avondmaal ontzeggen willen, dan treffen wij daar zelden iemand mee. Dat geeft toch wel te denken ! Het belijdenis doen valt dan dus op een vaste tijd in het jaar, doorgaans in het voorjaar.

Het is in vele gemeenten de afsluiting van de catechisatietijd en valt doorgaans zo rond of vlak na het twintigste jaar, een en twintigste jaar. Dat is een goede zaak om de catechese af te ronden met het lidmaat worden. Stelt men dit uit tot later, dan verlaat men de gewone catechisatie en bij menigeen komt er dan van het belijdenis catechisatie volgen op latere leeftijd niet meer. Er moet al echt behoefte aan het Avondmaal gaan en aan het lidmaat zijn ontstaan, wil men dit op latere leeftijd nog doen. Men geneert zich wat om op oudere leeftijd nog onder jongere catechisanten te gaan zitten, heeft vaak wat meer moeite om te leren en veelal is het leven bij oudere vrouwen zowel als mannen te bezet geworden om nog een avond per week (al vraagt zo'n belijdeniscatechisatie dan maar een enkel uur) uit te breken. Belijdenis doen en op tijd doen, ter afsluiting van de gewone catechisatie's, is een goede zaak. God is een God van orde. Daar waren ook in Israël vaste tijden bijvoorbeeld om 'zoon der wet' te worden. Alles heeft zijn bestemde tijd, ook in de dienst des HEE­REN.

Nu vraagt ge natuurlijk naar de meer innerlijke motieven, naar de goede innerlijke gesteldheid om tot het doen van belijdenis te komen. Terecht ! Dat doet u niet zomaar even. Al te veel mensen deden net inderdaad zo maar even, zonder de innerlijke drang van het hart. En men verdwijnt al spoedig, eerst uit de kerkdiensten, dan misschien geheel uit de kerk. Niet alzo! Niet alzo! Het moet ernst zijn met het belijdenis doen, ernst voor God, ernst voor Zijn gemeente, ernst voor de kerk. Het is een belijdenis 'des geloofs'! 't Is maar niet lid van de kerk worden, zo als men lid van een vereniging wordt. De kerk is de kerk van God ! 't Is ook niet maar een verstandelijk instemming betuigen met de waarheid. Dat is wel groot, als men instemt met de waarheid, maar dat is niet genoeg. Men moet 'van harte' instemmen met de waarheid — van harte, dat is gelovig. Men doet geloofsbelijdenis ! En dat moet echt zijn in het hart, ook in het hart van een jong mens. Al is het maar in het beginstadium. Zoals bij de discipelen, die het beleden: 'Gij zijt de Christus', maar die geen van allen nog zicht hadden op het borgtochtelijk lijden en sterven van hun Meester. Daar was bij hen nog lang niet alles — jongeren als zij waren — maar daar was bij hen wel eert goed begin. Dat was God mét hen en in hen begonnen. Als een jong mens maar zeggen kan: 'Heere, ik geloof, kom mijn ongelovigheid te hulp'. Dat moet iemand op latere leeftijd nog net zo vaak zeggen. Jamaar, zal iemand zeggen, dat beginnende geloof begint zo toch maar doorgaans op latere leeftijd ! Ja, is dat zo ? Ik merkte al op dat de discipelen allen 'Jezus' Jongeren' genoemd werden. Jóngeren ! Dat was niet zomaar een naam. Zij waren betrekkelijk jonge mensen. Jezus trad op op dertigjarigen leeftijd, ook Johannes de Doper, ook de priesters in Israël. 'k, Neem aan dat de discipelen van zulk een leeftijd geweest zullen zijn. — 'k Vroeg eens aan een oude christen in 't bijzijn van zijn kleinzoon, die in de oorlog uit Duitsland thuis kwam: 'Wanneer bekeert de HEERE de meeste mensen, oud of jong ? ' Met tranen in zijn stem zei de oude man: 'Jong, want een koning neemt in zijn leger doorgaans jonge mensen tot soldaten'. Onthoudt u dit, dat de regel in Gods koninkrijk is om dat te bouwen van jongsaf. Wat op latere eeftijd toegebracht wordt, dat zijn meevallers en die zullen betreuren de jeugdjaren, die zij aan de wereld en aan de zonde verspeeld en verspild hebben. Daarom: jong naar de catechisatie, op tijd belijdenis doen — en het menen ook. Het moet waar zijn in uw hoofd; het moet waar zijn in uw hart; het moet waar zijn in uw mond.

En de wijze Wulfert Floor heeft gezegd: 'U moet niet zeggen: Omdat ik alles nog niet heb, heb ik niets'. Klein geloof is ook geloof, toevlucht nemen tot geloof is ook geloof, maar ongeloof dat is geen geloof. Belijdenis doen — geloofsbelijdenis doen. Daar zult u nooit spijt van hebben als het oprecht gedaan is, al is het ook nog zo beschroomd. Maar wat heb je daar nu aan ? Dat is niet onze eerste vraag: God heeft daar wat aan ! Hij staat daar groot op. De Heere Jezus zegt: 'Wie Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik belijden voor Mijn Vader in de hemelen'. Is dat wat of is dat niets. Dat moet u dus maar vroeg zien te doen, dat moet u maar zo spoedig mogelijk zien te doen ! Belijden, Hem belijden, dat moet u maar veel doen, in de kerk en daarbuiten, ook onder en voor tegenstanders, ook tegen spotters.

Dat versterkt uw geloof! Maar de kerk heeft zo veel aan uw belijdenis. Spreekt maar mee in dat koor, zingt maar mee in dat koor van de belijders van deze tijd, wijd en zijn en in dat koor van de tijden achter en voor u. Neem die stem maar over van de vroegere geslachten en geeft die stem maar door aan de komende geslachten. Laat geen stilzwijgen bij u zijn. En u hebt zo veel aan de kerk. Veel meer dan de kerk aan u heeft. Ik ken geen hoger instituut: veel meer dan een universiteit, veel meer dan welk laboratorium ook, veel meer dan het beste ziekenhuis. Aan de kerk hebt u alles voor het leven, alles voor de eeuwigheid, alles voor de gelukzaligheid. Ziet daar vooral lid van te worden ! Ziet daar lid van te zijn ! Ziet daar lid van te blijven !

Het lidmaat zijn opent u de weg tot al de zegeningen van de kerk, beide in verplichtingen en in voorrechten. Ik kan die in dit korte bestek alle niet behandelen, al zou ik dat graag doen. Eén zegening noem ik, die boven het Kort Begrip staat: voor die zich willen begeven tot des HEE­REN Heilig Avondmaal'. Laat die Tafel toch voor u niet een rechtbank of een Verschrikking zijn, want daar is hij niet voor gegeven. Hij is gegeven voor alle oprechte gelovigen, voor alle oprechte Christgelovigen, tot een Tafel der Vertroosting. Dat zegt het Formulier letterlijk ! Deze Tafel staat in het licht van de Avondmaalsdis in den hemel: 'Doet dat, totdat Hij komt !' Het Avondmaal is een Heilig Avondmaal, het is 'des Heeren' Avondmaal. Zult u het niet ontwijden, zult u er geen spot en geen spel mee bedrijven ? Wij horen zulke vreemde dingen. Ik acht geen ding zo erg, als spot en spel drijven met het Avondmaal. Daar staat een oordeel op. Dat moogt u niet op een onwaardige wijze vieren ! Dat moogt u niet op een onwaardige wijze eten en drinken. Dan wekt u de toorn Gods over de. hele gemeente op. Dan wordt Gods verbond ontheiligd.

Intussen: die Tafel, die de Heere alleen voor Zijn gelovigen ingesteld heeft en laat aanrichten, doet zo veel. Die versterkt het geloof. Hier wordt die bede verhoord: 'Heere — ik geloof — kom mijn ongeloof te hulp'. Hier wordt kleingeloof vergroot, verdiept, verbreed. Hier leert ge meer in Uw Zaligmaker zien, dieper in Zijn wonden schuilen, hoger tegen Zijn kruisverdienste opzien, meer - naar Zijn zalige komst en toekomst verlangen: doet dat totdat Hij komt' ! Hier leest ge nederiger, ootmoediger, schuldbewuster over Uzelf denken: Heere was zo 'n offer voor mijn zonde nodig ? Hier wordt ge schuwer voor de zonde, voor de wereld, voor de duivel. Ook voor uzelf ! Hier leert ge ook breder denken, namelijk aan uw medegenoten aan de tafel: ge acht hier een ander waardiger dan uzelf, hoger dan uzelf, geloviger dan uzelf. Hier leert ge breder denken, bijzonder aan Hem, Die alle waardigheid aan de Tafel en aan Zijn medegenoten schonk: de Gastheer Zelf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Belijdenis doen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's