De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

De V.U. en de C.P.N.

De laatste tijd is de doelstelling van de Vrije Universiteit nogal in discussie, in verband met de infiltratie van studenten met communistische sympathieën die zich uiten in een idmaatschap van de C.P.N. Deze studenten kunnen uiteraard in alle rust en vrijheid aan de V.U. studeren. Wij leven tenslotte in een land met vrije meningsuiting. Iets anders is, of zij ook deel mogen uitmaken van de universiteitsraad of van een andere bestuurscommissie. De studenten zelf wijzen op hun democratische rechten. Studentenpredikanten hebben gewaarschuwd voor politieke discriminatie. Maar anderen wijzen erop dat bestuurslidmaatschap van hen die marzistische ideeën aanhangen of lid zijn van de C.P.N., onverenigbaar is met het karakter en doelstelling van de V.U.

In Hervormd Nederland van 13 maart geeft J. Goossensen een overzicht van de moeilijkheden, de achtergronden van het conflict, terwijl hij tevens allerlei stemmen aan het woord laat.

De moeilijkheden begonnen toen vorig jaar zestig studenten de nieuwe lichting eerste-jaars aanspoorden om het communistische dagblad De Waarheid te gaan lezen. Hun oproep kwam in handen van de verontruste professor Fokkema en staflid mevrouw Joren die het pamflet kopieerden en rondstuurden aan de ruim vijftig hoogleraren en lectoren van de sociale faculteit. De oproep voor De Waarheid werd daardoor een soort 'zwarte lijst'. Sindsdien is het in vier gevallen tot botsingen gekomen tussen stafleden en studenten die in een van de vele raden en commissies van de universiteit waren of zouden worden benoemd. Protestbijeenkomsten en een studiestaking op de subfaculteit sociaal-culturele wetenschappen waren het gevolg.

De eerste botsing deed zich voor in de universiteitsraad, het hoogste gezagsorgaan van de V.U. Rectormagnificus I. A. Diepenhorst richtte zich tot student Johan de Jong, ondertekenaar van de Waarheid-oproep, die namens de Progessieve Kiesvereniging (verbonden met de radicale studentenvakbond Mundus/SRVU) een van de elf studentenzetels in de UR bezet. Diepenhorst vond, dat communistische sympathieën onverenigbaar zijn met de doelstelling van de V.U. In het tweede geval weigerde professor G. Kuypers samen met student Jan Alderliesten in een benoemingscommissie een nieuwe lector internationale betrekkingen te gaan zoeken. Ook Alderliesten had de oproep ondertekend. Bij de laatste gevallen is de wetenschappelijk medewerker J. J. Oostenbrink betrokken. In de universiteitsraad weigerde hij kandidaten voor de raad voor studentenaangelegenheden te steunen die op de 'zwarte lijst' stonden. Later wilde hij in een benoemingscommissie voor een medewerker rechten de student Kees van der Flier vervangen, die ook de oproep had ondertekend.

De infiltratie van de communisten en sympathisanten met de C.P.N. blijkt aan de V.U. niet gering te zijn, trouwens niet alleen daar. Een kleine groep maakt actieve propaganda voor de C.P.N, en het blad 'De Waarheid'. Onder de vlag van democratisering en met behulp van de klacht dat er. anders gediscrimineerd wordt tracht men zijn invloed uit te breiden. Het is deze lieden kennelijk ontgaan, of willen zij het niet weten, dat in de landen waar de C.P.N, mee sympathiseert, de democratie de nek omgedraaid wordt en de discriminatie aan de orde van de dag is. Men denke aan het lot van Joden in Rusland, aan de situatie van de christenen achter het ijzeren gordijn. Maar in het geding is ook de doelstelling van de V.U. Deze luidt: 'De universiteit stelt zich ten doel, overeenkomstig de grondslag der vereniging, al haar arbeid in gehoorzaamheid aan het Evangelie van Jezus Christus te richten op het dienen van God en zijn wereld. Van allen die tot de universitaire gemeenschap behoren wordt verwacht dat zij naar hun vermogen in de geest van deze doelstelling te werk gaan'.

Dit is tamelijk gematigd geformuleerd, maar m.i. toch niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Het is onbegrijpelijk dat de studentenpredikanten zo vlotweg zeggen dat de meest uiteenlopende interpretaties van de doelstelling mogelijk zijn. Terecht is daartegenover gewezen op het atheïstisch karakter van het marxistisch-leninistisch communisme.

In het artikel van HN wordt ook de discussie die hierover ontstaat weergegeven.

Discussieërend over de doelstelling, komt de vraag op, of het christendom met het communisme (marxisme) verenigbaar is. Diepenhorst, Kuypers, Oostenbrink en vele anderen menen van niet. Diepenhorst vindt, blijkens een brief van eind vorig jaar, dat De Waarheid en de C.P.N, op een aantal principiële punten a-religieus en zelfs anti-religieus zijn. Volgens hem verloochent een student die voor zijn communistische sympathieën uitkomt de 'bewilligingsverklaring' die hij heeft ondertekend om in de universiteitsraad te komen. Verder verwijzen tegenstanders van het communisme naar professor Verkuyl die de onverenigbaarheid met het christendom heeft aangetoond. Daarnaar gevraagd, bevestigt Verkuyl vele bezwaren( principieel atheïisme, dogmatisch dialectisch-materialisme, een verabsoluteerde visie op religie die gebaseerd is op toestanden in Pruisen in de vorige eeuw, en tenslotte een ten onrechte vasthouden aan een begrip als klassenstrijd. Daarentegen waardeert Verkuyl in het marxisme het zich afzetten tegen wat hij noemt 'afgoden' en het erkennen van de economische verhoudingen als belangrijke factoren voor de geschiedenis. Sprekend over de V.U., zegt Verkuyl — hij is trouwens niet bij de affaire betrokken — dat inderdaad het gevaar dreigt dat 'de koekoek een ei legt in het nest dat hij zelf niet gebouwd heeft en dat daardoor gevaar loopt vernield te worden'. Van de kant van Mundus/SRVU wordt ontkend, dat de vakbond erop uit zou zijn, de doelstelling op te blazen. Johan de Jong zegt dat het christendom en het marxisme niet strijdig kunnen zijn, omdat het één voorwetenschap en het andere een wetenschap is. SRVU-bestuurslid Barend Middelkoop zegt, sprekend over de verhouding tot de C.P.N., dat de a-religieuze passages uit de C.P.N.-statuten al in de jaren vijftig geschrapt zijn.

Moeten de communistische studenten nu de raden en commissies verlaten ? De meningen zijn verdeeld. Diepenhorst en Oostenbrink vinden van wel. Kuypers heeft zich zelf uit de desbetreffende benoemingscommissie teruggetrokken. Professor Verkuyl wil de C.P.N.-ers niet verwijderen, zegt hij, als zij maar het frame van de universiteit en de doelstelling aannemen. Als ze willen inifltreren en de grondslag belachelijk maken, wordt het veel moeilijker. De Mundus-studenten zelf wijzen op hun democratische rechten. Iedereen die aan de V.U. wordt toegelaten als student, moet ook benoembaar zijn in bestuurscommissies. Discriminatie op politieke gronden is gevaarlijk. Het kan leiden tot wantoestanden zoals Berufsverbote in West-Duitsland, waar progressieve burgers geen overheidsbaan kunnen krijgen. Zelfs sympathie met Amnesty International is daar al verdacht. De studenten van Mundus/ SRVU wijzen erop, dat ook voeger de V.U. politieke discriminatie heeft toegepast. De PvdA-er Hoogerwerf kon indertijd geen hoogleraar worden. Interessant is nog de opmerking van professor Kuypers, die geen beperkingen wil opleggen voor het lidmaatschap van de verschillende raden, maar wel voor benoemingscommissies. De leden daarvoor worden op hun geschiktheid uitgezocht, aldus Kuypers, die heeft geweigerd samen met 'n communistische student een nieuwe lector te zoeken. 'ledere ongelijke behandeling is nog geen discriminatie', vindt hij.

Men wrijft zich de ogen uit al men leest hoe naief sommigen redeneren. Enerzijds principieel nee zeggen en tegelijk de C.P.N.-ers niet verwijderen uit raden en bestuurscommissies, als zij maar de doelstelling willen aannemen. Begrijpt meri dan niet dat men op deze wijze zijn eigen doelstelling ondergraaft en een systeem, dat juist leeft van dergelijke infiltratie, begunstigt ?

Natuurlijk kan niemand het recht ontzegd worden aan deze universiteit te studeren. Net zomin als andersdenkenden geweerd worden van christelijke spholen. Maar het is een volstrekt eerlijke zaak als men in die organen die belast zijn met de leiding en de organisatie, de doelstelling handhaaft. Dat heeft niets te maken met ketterij-jacht, discriminatie, dictatuur. Dat betekent alleen dat men waarden waar de V.U. jaren lang voor op de bres heeft gestaan, niet wil en mag verzwakken. Mag een organisatie die in haar doelstelling Christus belijdt en haar werk in gehoorzaamheid aan Zijn Woord wil doen, nog een keer daarmee ernst maken ? Wie hier van discriminatie spreekt en gebrek aan democratie, maakt zich m.i. zelfs schuldig aan een stuk geestelijke terreur.

Hierboven werd de naam van Diepenhorst genoemd. Hij is een van hen die principieel stelling nemen tegen de C.P.N.-ers. In het Centraal Weeekhlad van 13 maart heeft hij over de kwestie van de doelstelling een artikel geschreven, waar we graag een deel van overnemen.

In dat artikel zet Diepenhorst de verschillende aspecten nog eens op een rijtje. Ook hij citeert de doelstelling, en hij vervolgt dan:

Hoe jammer ook, er moeten ofschoon het grote moeilijkheden kan scheppen, zekere waarborgen zijn dat zij die zeggen bij de Vrije Universiteit te willen werken, aan de doelstelling recht doen. Van hen die aan de universiteit in leidende bestuursfuncties verbonden zijn, van hen ook die met onderwijs of onderzoek werden belast — hoogleraren, lectoren, wetenschappelijke ambtenaren — vraagt men dtt zij met de doelstelling instemmen. Ook verder is het naar vanzelf spreekt — denk aan de administratie of aan de technische diensten — de opzet om zo veel mogelijk mensen aan te trekken, die met de doelstelling instemmen. Daarbij spreekt natuurlijk het goed vertrouwen de hoofdrol. Wat iemand zegt, wordt aanvaard, tenzij het duidelijk niet waar kan zijn. Zou een hoogleraar de doelstelling voor zijn rekening willen nemen, maar tegelijk de volstrekte twijfel, het scepticisme tot richtsnoer voor zijn werk kiezen, dan is hij onaanvaardbaar. Met achteruitzetting, deftig uitgedrukt, discriminatie heeft het niets te maken. In een enkel geval is misschien geen geestverwant te vinden, denk aan een betrekkelijk zeldzaam medisch specialisme, dat de universiteit toch niet missen kan. Er is — hier spreekt het gezonde verstand —-niets op tegen om bij dringende noodzaak een ontheffing te verlenen, weer deftig gezegd, een dispensatie toe te staan aan een de doelstelling niet aanvaardend maar respecterend buitenstaander.

Vanaf het jaar der oprichting kon iedereen aan de Vrije Universiteit studeren. Al werd verwacht dat er bijna uitsluitend geestverwanten zouden komen, niemand die zich in de gang van zaken aan de universiteit wilde voegen, zag zich de toegang ontzegd. Natuurlijk was behoorlijk gedrag een vereiste. Men hanteerde de maatstaf — een latijnse en dus heel deftig — nil contra Deum et bonos mores, niets tegen God en de goede zeden. Wanneer er daarom vrij veel jongelui zonder voor het ideaal der Vrije Universiteit te voelen, zich laten inschrijven, kunnen zij dit doen. Iets overeenkomstigs gebeurt trouwens op christelijke scholen voor lager en voortgezet onderwijs. Volledigheidshalve zij toegevoegd dat wat er ook beweerd moge worden, geen student tegen zijn zin aan de Vrije Universiteit in verband met plaatsbeperkingen behoeft te verblijven.

Dat laatste moet men niet vergeten. Men zou n.l. kunnen denken: In deze tijd van lotingen en studentenstops, zijn studenten misschien wel gedwongen aan een universiteit te blijven, waar nog plaats voor hen is, ook al kunnen ze met de doelstelling niet instemmen. Zouden ze weggaan, dan zouden ze misschien de weg tot de universiteit blokkeren. Niets is minder waar. Wie principiëele bezwaren heeft, kan overgeplaatst worden.

Diepenhorst wijst op de ruimte, de royale toepassing van de doelstelling in allerlei gevallen, om mensen niet nodeloos in moeilijkheden te brengen. Maar de ruimte heeft grenzen.

Hier moet opnieuw ieder op zijn woord worden geloofd. Wat echter als er strijd tussen de verklaring van de betrokkenen en zijn verder optreden bestaat ? Een student die het blad de Waarheid en het lidmaatschap van de communistische partij Nederland aanbeveelt, kan wel voor zijn gevoel eerlijk zeggen aan de verwezenlijking der doelstelling te willen nieewerken; als dit echter niet wordt aanvaard door hen die met de doelstelling der Vrije Universiteit werkelijk ernst begeren te maken, staan deze laatsten in hun recht; het Nederlandse communisme sluit zich toe voor het christendom.

Aangaande het lidmaatschap van sommige universitaire commissies is er niets geregeld. Wanneer een student niet-geestverwant zitting krijgt in een benoemingscommissie, hoort hij daarin niet thuis. Zij die zich daartegen verzetten discrimineren in genen dele. Overigens past over 't algemeen een student niet in een benoemingscommissie, wat ook het standpunt van het departement van onderwijs is.

Een punt apart vormt of christen-marxisten voor de universiteit steeds onaanvaardbaar zijn; dit is een vraag verwant aan de aanvaardbaarheid van christen-liberalen; sommigen zullen ook aan christenationaal-sociaallisten willen denken. Tot dusver bleek hoe gevaarlijk zulke verbindingen soms — de christen-nationaal-socialisten — konden zijn en hoe weinig het evangelie tot zijn recht kwam. Dat hier met beslistheid een houding wordt bepaald is in overeenstemming met de bedoeling der oprichters van de universiteit. Kuyper, wilde ten opzichte van met het evangelie niet rekenende samenlevingsverbanden, een uitgesproken christelijke, een 'gereformeerde' universiteit, wat men ook bewere moge. Geen enkele communistische partij staat haar leden toe propaganda tegen haar ideologische grondslagen gericht te maken. Mede ter bestrijding van al dergelijke vormen van absolutisme werd de Vrije Universiteit gesticht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's