Bar-abbas in vrijheid gesteld
Pilatus nu, willende der schare genoeg doen, heeft hun Bar-abbas losgelaten en gaf Jezus over, als hij Hem gegeseld had, om gekruisigd te worden. Markus 15 vs. 15.
De onrechtvaardige rechter. Dat is Pilatus. Het onrecht viert hoogtij, waar het recht de toon aan moest geven. Het recht wordt ondergeschikt aan wens en eis, nut en nijd. U hebt gelijk. Ik moet er echter wat aan-toevoegen. Iets vreemds, iets volkomen anders. In de lijdensgeschiedenis gaat het namelijk niet alleen om menselijk onrecht maar ook om goddelijk recht. Recht en onrecht, schering en inslag. Recht en onrecht, een knoop, die wij niet kunnen verwarren, laat staan doorhakken. De hemelse rechter spreekt een woord mee, een beslissend woord. De raad van God en de daad van de mensen liggen verstrengeld; niemand die dat beter wist dan de Heere Jezus. Daarom verdedigt Hij zich niet, daarom Iaat Hij zich overgeven. Het hoog heilig recht des Heeren gaat Hem ter harte. Dat recht is het heil voor zondaren.
Overgeven. De brieven leggen het evangelie uit. God ! Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven. Rom. 8 : 32. Hetzelfde werkwoord. Prijsgegeven. In de stikdonkere nadht wordt een helder licht ontstoken. O gezegende Vader, dat U dat deed. Niemand vroeg er om, niemand vond dat het nodig was. Als om strijd verklaarden wij: an mij hoeft het niet. U deed het toch. U kwam met Hem naar voren: hier hebt ge Hem. En Christus is zo gewillig. Hij wordt niet naar de kruispaal gesleept, o nee. Paulus verklaart: die mij lief gehad heeft en zich voor mij overgegeven heeft. Hoe, liefgehad heeft ? Hoe ver ging dat ? Gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven tot een offerande. Opofferende liefde, liefde die zich geeft. Hij knoopt er een vermaning aan vast: mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de gemeente lief gehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven. Dat gaat door. Pilatus ga eens op zij. Hij zou mij bijna het uitzicht op Christus benemen, nu zijn vonnis zo'n zware slagschaduw werpt over deze Rechtvaardige. Hém wil ik zien. Hem zal ik danken: Heere Jezus, dat is mijn troost, dat Gij U hebt overgegeven. Als een Lam ter slachting.
En nu krijgt Bar-abbas een beurt. Pilatus heeft hem hun losgelaten. Dat is ook zo'n betekenisvol werkwoord — u merkt wel, de werkwoorden doen het hem. Losmaken van, loslaten uit. Soms komt daar een losprijs bij te pas. Hier is het: ontslagen worden, van verdere rechtsvervolging. Bar-abbas was namelijk zijn vrijheid kwijt, hij zat in de gevangenis. Niet in voorlopige hechtenis, o nee. Hij was ter dood veroordeeld. Er was voor hem geen vrijkomen aan, zijn kansen waren verkeken. Misschien was hij een vrijheidsstrijder, maar daarmee had hij eigen vrijheid verspeeld, voorgoed.
Bar-abbas in vrijheid gesteld. Wie had dat kunnen denken. Dat is amnestie, gratie. Inderdaad, al ging het vreemd in zijn werk. De schare had er op aangedrongen: Vrij laten. Iemand vrijlaten. Dat was een paasgewoonte. Pasen is het feest van de vrijlating. Israël in Egypte, opgesloten in een vernietigingskamp, hekken op slot, prikkeldraad, zoeklichten; spervuur bij iedere poging om te ontsnappen. Wat een nood, wat een angst. Toen greep de Heere in: Laat mijn volk vrij. Laat hen los ! Farao's greep verslapt, toen ramp na ramp hem trof. Tenslotte liet hij hen los. De hekken zwaaiden open, het waren poorten van heil en hulp. Om nooit te vergeten. En het werd niet vergeten, het werd gevierd, met liederen van bevrijding, van geslacht tot geslacht. Nu, daarop haakte die gewoonte in. Wat een heel volk overkwam, wordt aan één enkele gevangene nog eens duidelijk. Wordt deze keer Barabbas duidelijk. Het is pasen, dat wordt ons diep ingeprent, als hij langs ons heen loopt.
Pasen, een pleitgrond voor vrijlating. Vergeet dan het bloed aan de posten niet; vergeet het Lam niet. Geen paasfeest zonder paasoffer. Profeten en psalmisten hadden voortdurend over die grote bevrijding gesproken. De Heere Jezus had er over gepreekt in Nazareth: om de gevangenen te prediken: loslating. Dat was de tekst, de paastekst. Hoe komen ze vrij ? Dank zij het Lam, dat werd geslacht bleven ze in leven en werden ze in vrijheid gesteld. Ziet het Lam Gods. Hier op het jlein doet Hij Zijn mond niet open, maar uid en helder klinkt de prediking: De gevangenen ? Loslaten !
Hoort u het Hem zeggen, en zegt het u niets ? Och, u bent vrij man! Vergis u niet, er is een aanklacht tegen u ingediend, wet en geweten getuigen tegen u. Schuldig verklaard. Zoekt de schuld niet te ver. Bar-abbas was in een oproer gegrepen. Smoor de stem van uw geweten niet. Al bent u nog op vrije voeten, u kunt ieder ogenblik opgepakt worden. Veroordeelde mensen. En het vonnis wordt wis en zeker voltrokken. Zo bedenken wij onze zonden. We kijken soms schichtig achterom; is daar de gerechtsdienaar al ? Zijn de zonden dan zo erg ? Zo erg, dat Jezus er voor gaat sterven. Zo erg, dat ze de dood verdienen naar het recht des Heeren. Ik kan er niet één ongedaan maken. Zij rijzen rond mijn leven als de muren van een gevangenis. De hoop op vrijlating vervliegt van dag tot dag.
Hij knippert met de ogen tegen het schelle licht. Bar-abbas, wel heb ik van mijn leven. Bar-abbas vrij ! Wie kan het vatten, het verrast ons. Bar-abbas komt vrij door het kruis van Christus; dat is de kans van zijn leven. Want al werd er over hem zonder hem onderhandeld, het zijn toch verknochte zaken, die van Jezus en die van Bar-abbas. Een van de twee wordt vrijgelaten. Zo alleen, kan er van vrijlating sprake zijn. Mogen mensen pasen vieren met het Lam. Nooit zonder het Lam. Nooit zonder het verootmoedigende: Hij voor mij daar ik anders. Hij uitgeleverd aan mijn dood; ik vrijgelaten tot Zijn leven. Dat leert de Heilige Geest ons door het Woord, dat bevrijdende woord dat u hoort en leest. Bevrijd, om voor de Heere te leven. Laat mijn volk trekken, opdat het Mij diene.
Vandaag kwam ik Bar-abbas tegen. Man, zeg ik, ik had je al lang doorgedaan ! Klopt, zegt hij, maar ik ben vrijgelaten. Toe, vertel er eens wat van. Ga maar mee naar Golgotha, daar staan drie kruisen in de grond, daarvan was er een voor mij bestemd. Het ging tussen Hem en mij, dat vernam ik later. Wel, Hij werd gekruisigd en ik kwam vrij.
Dat is kenmerkend voor de bevrijden des Heeren: hun vrijheidspas is gestempeld met een kruis. Dat mogen zij vertonen aan allen die hen de vrijheid betwisten en ontwringen willen. Staat dan in de vrijheid met welke Christus ons heeft vrijgemaakt.
Dan luiden de paasklokken al en de vreugde stroomt de galmgaten uit. Want Gij Heere hebt mijn ziel gered van de dood, mijn ogen van tranen, mijn voet van aanstoot. Ik zal wandelen voor het aangezicht des Heeren in de landen der levenden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's