De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heeft het nog zin?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heeft het nog zin?

Het gesprek der richtingen

10 minuten leestijd

In Hervormd Utrecht laat ds. M. Groenenberg — tot voor kort visitator generaal van de Hervormde Kerk — weten dat hij 'niets en niemandal' ziet in een nieuw gesprek tussen de modaliteiten, waartoe van synodewege werd besloten. Hij ziet er alleen een verharding van standpunten door ontstaan. Ik citeer nu uitvoerig ds. Groenenberg met weglating van enkele persoonlijke momenten:

Vooral de Gereformeerde Bond staat in de kerk stevig op de benen. Men heeft eigen bladen, eigen zending, eigen evangelisatiewerk en blad, eigen jongerenwerk. Het mag er allemaal wezen ook! Hoe schamel steekt daarbij vaak af wat anderen doen of juist helemaal niet doen. Onlangs is er in het blad 'Woord en dienst' een interessante discussie gevoerd tussen drs. A. A. Spijkerboer (A'dam) en ir. V. d. Graaf. De redactie zette onder het laatste artikel, dat ieder die dat wilde ook zijn mening over het geschrevene mocht geven in dertig regels. Wat zag je toen ? Hele pagina's vol van stukjes gericht tegen v. d. Graaf en geen enkel artikel tegen Spijkerboer. Eigenlijk een heel naargeestige bladzijde, want het leek wel of het hervormde kerkvolk de G. B. te lijf ging. Natuurlijk was dat gezichtsbedrog, want er bleek alleen maar uit hoe W. en D. kennelijk alleen maar wordt gelezen in andere kringen dan die van de G. B. Daar leest men alleen eigen bladen. Dat is jammer, want men leest nooit eens wat andere mensen aan zinnigs zeggen en schrijven. Men praat over de kerk en over de anderen alleen maar zoals deze bladen die anderen laten zien. Maar het is goed dat weer eens te ontdekken. Ik hoop daarom dat ir. v. d. Graaf zich dat allemaal niet zal aantrekken, maar zo'n gevoelige ziel heeft hij nu ook weer niet. Dat moet trouwens geen enkele secretaris-generaal hebben!

Is de G.B. in opmars in de kerk ? Ik houd me bij mijn uitspraak: de G.B. gaat niet vooruit maar andere modaliteiten gaan achteruit en brokkelen af. Het probleem ligt niet bij de G.B. maar bij de andere modaliteiten. Als daar de verbinding met de kerk, waarbij men minachtend spreekt over het instituut, verdwijnt en jongeren er niet aan denken belijdenis te doen of zich voor de kerk in te zetten of er zelfs te verschijnen, dan moet men niet jammeren dat de invloed gaat toenemen van degenen, die zich anders en veel positiever opstellen in en ten opzichte van de kerk ook als instituut.

Wat die 'gevoelige ziel' betreft, ds. Groenenberg kan gerust zijn. Maar reden om dit op te nemen vond ik in het feit, dat, na alle door hem ook gesignaleerde kritische reacties op de briefwisseling tussen ondergetekende en ds. Spijkerboer, deze stem ook gehoord dient te worden.

Heeft het zin ?

Men kan zich inderdaad afvragen welke zin gesprekken als de genoemde hebben als men ziet hoe de meute als één man in één richting erop afstormt.

Het sluitstuk vormde wel een dezer dagen nog in Woord en Dienst geplaatste reactie van twee Groninger dominees die — persoonlijke insinuaties laat ik maar buiten beschouwing — in een uitvoerige reactie de kerkpraktijk van de aanhangers van de gereformeerde prediking en van de Bondsbonden op het Groningerland aan de orde stellen. Alles doet 'de Bond' (G.B. en I.Z.B.) daar fout. Er worden namelijk gemeenten financieel gesteund, er worden ambtsdragerscursussen belegd, er worden onbevoegde predikheren ingeleid in het werk en gesubsidieerd. En er schijnt de opdracht te zijn: 'Gaat heen verkondigt al de volken de 'gereformeerde' prediking. Er is maar één doel: de verovering van het Groningerland voor de gereformeerde prediking tot elke prijs.

Ik begin te geloven dat het géén zin meer heeft nóg weer eens al die dingen met klem van argumenten te ontkennen en de insinuerende opmerkingen te ontzenuwen. Bij zulke reacties ben ik geneigd te denken aan notoire kwaadaardigheid en ook te denken, dat de dagen van 1834 en 1886 zich herhalen, toen al wat gereformeerd wilde zijn zich ook het ongenoegen van het verlichte volk op de hals haalde. Maar ik ben liever geneigd te zeggen: waarom keert men niet met deze vragen tot zichzelf in; waarom gaat Groningen vrijwillig om gereformeerde prediking vragen; waarom reageren zoveel ambtsdragers (vrijwillig) op de daar, evenals in andere streken van het land door de Bond belegde ambtsdragersvergaderingen (met écht geen pleidooien voor de Bond maar met bezinning op het functioneren van het ambt); waarom reageren zovelen in Groningen (vrijwillig) op de regionale vergaderingen, die daar worden belegd ? Als dat allemaal strategie van de Bond moet heten !

Mogen we, vanuit onze overtuiging, óók nog in het geheel van de kerk meewerken aan een stukje bezinning op de vragen van geloof, kerk, ambt en al wat daarmee samenhangt ? Of geldt hier: naar uw reservaten, o bonders ! Mogen we alléén daar zijn, waar we altijd geweest zijn ? Of mogen we ook samen het kerkelijk leven in de volle breedte maar dan ook in de diepte mee dragen ? Bepaalde reacties — zeker uit Groningen, waar thans geen circulaire rondgaat of geen vergadering wordt gehouden of het schijnt ook over 'het oprukken van de Bond' te moeten gaan — geven het trieste gevoel, dat we geduld worden in de marge (in de rand). Of spreekt soms het geweten, dat de stemmen zo luid zijn ? Maar gegeven dit alles heb ik met ds. Groenenberg, het gevoel: wat haalt het gesprek uit ? En toch, terwijl ik het zeg, val ik mezelf in de rede en zeg ik: en toch! We kunnen er niet omheen telkens weer aan elkaar rekenschap te vragen en te geven van de hoop die in ons is, óók voor de kerk. We zullen tóch present zijn.

Slotbeschouwing in Woord en Dienst

Er is nog iets, waarop ik kort wil ingaan. Enkele weken geleden kondigde ik aan, dat de eindredacteur van Woord en Dienst, ds. J. T. Wiersma, in zijn blad nog een slotbeschouwing zou geven over de gevoerde discussie. Dat is dan nu gebeurd. De discussie zou zich herhalen als we op alles wat daar wordt gesteld (ook veel herhaling overigens van wat al aan de orde kwam, zoals zicht op het Woord, de belijdenisgeschriften, de psalmen) zouden ingaan. Maar ook zijn reactie lezende zeg ik: zijn we dan toch doof voor elkaar en heeft een gesprek geen zin ? Ds. Wiersma beantwoordt de vraag bevestigend.

Het heeft zin, maar zijn conclusie is intussen dat onze visie is: 'Alle gemeenten zouden bondsgemeenten moeten zijn ... Zou het ooit gebeuren dat alle hervormde gemeenten bondsgemeenten zijn geworden, dan is het doel bereikt en kan de Gereformeerde Bond, die noodorganisatie in een noodtoestand is, zichzelf opheffen'. Is dat nu juist en mag dat de conclusie zijn uit de briefwisseling? Wat zijn bondsgemeenten eigenlijk precies. Ik wéét het niet. Ik kan slechts hervormde gemeenten met belijdende leden, doopleden en geboorteleden, waarbij de verhouding tussen deze categorieën van gemeente tot gemeente variëren kan, mitsgaders ook de kerkelijke meelevendheid.

De kerk moet niet 'bonds' worden maar heeft — inclusief de Bond — bekering nodig, telkens opnieuw. De kerk — inclusief wie de secundaire betiteling van bonder draagt — dient aan het Woord gebonden te zijn. Als ds. Wiersma vraagt: wat bedoelt de Bond met de Waarheid ? , en hij antwoordt: 'Gods Woord is de waarheid', dan zeg ik van harte akkoord. Dan zeg ik ook erbij dat we ten dele kennen en dat we ons allen telkens weer door het Woord moeten laten gezeggen. Maar gebeurt dat nu echt in het geheel van de Hervormde Kerk ? Waarom wordt die vraag naar één kant, naar de Bond gesteld, terwijl er in het geheel van de kerk zoveel ontrouw aan het Woord is ? Maar, wat de één trouw aan het Woord noemt noemt de ander ontrouw en omgekeerd, vanwege het verschillend zicht op het Woord. Daar ligt toch de crux in ons kerkelijk leven.

Klagen

De ontboezemingen van ds. Wiersma laten zien dat hij het klimaat van de hervormd gereformeerde gemeenten en prediking van binnen uit kent. En toch, de opmerkingen, die ik nu van hem laat volgen, doen dunkt me enerzijds geen recht aan de realiteit en suggereren anderzijds een tegenstelling, die met de Schrift niet is vol te houden. Men leze mee:

Waarom doet de Gereformeerde Bond zo klagerig alsof het inhaerent zou moeten zijn aan het zieleleven van Gods Kinderen ? Ik denk, omdat zij de grote daden van God in Christus onvoldoende eerbiedigt en daarom het klagen van de psalmen graag op de lippen neemt. In de gemeenten van mijn jongens jaren ging dat tot aan en ook wel over de rand van geestelijke zelfpijniging. Wordt er in de gemeente van het Nieuwe Testament na Christus op dezelfde wijze geklaagd als bij de vromen in het Oude Testament vóór Christus ? De vóórklacht vóór de Godverlatenheid van Christus kan niet dezelfde zijn als de naklacht na Hem. Klagen mag de Christen dat hij zijn leven van dank zo gebrekkig waarmaakt. Zonde is ondank jegens de Genadige. Spreekt hier nu écht de Waarheid ? De Waarheid zegt in het Oude Testament al dat, dwars door alle klachten heen, de kinderen Gods van kracht tot kracht en niet van klacht tot klacht voortgaan. Maar is in het Nieuwe Testament bij het ervaren van de kracht van de opstanding de klacht opeens weg ? Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods, zegt Paulus. De klacht en de jubel liggen dan vlak naast elkaar, maar de klacht is er terdege. Maar bovendien mogen we de waarheid zó uiteen gaan halen, dat we het Oude Testament met de klachten van de Psalmisten gaan uitspelen tegen het Nieuwe Testament ? Gaat het niet om de éne Waarheid, die in Christus is vervuld omdat hij dé Waarheid is ? Me dunkt dat we over de waarheid nog lang niet uitgesproken zijn.

Eigen opdracht

Toch eindig ik maar met goede nota te nemen van wat ds. Wiersma in het slot van zijn bijdrage zegt:

De Gereformeerde Bond kan een eigen opdracht vervullen in onze kerk. Zij kan allen die zich niet onder haar vleugels scharen niet ongedaan te maken beslissingen, die in de Reformatie gevallen zijn, op het hart binden. De kerk heeft ook wachters nodig bij dat verleden dat, gewaarmerkt door het getuigenis van de Schriften, articula stantis et cadentis ecclesia, geloofsartikelen waarbij de kerk staat en valt, aan het licht heeft mogen brengen. Als het reformanda daarbij maar niet vergeten wordt.

Welnu, semper reformanda, voortdurende reformatie, dat heeft de kerk inderdaad nodig. Daarom willen we bidden, daarover willen we spreken, daarvan willen we graag getuigen. Maar voor een 'eigen opdracht' voor de Bond gevoel ik dan heel wat minder dan voor een levensnoodzakelijke opdracht voor de gehele kerk. Of het gesprek tussen de modaliteiten zin heeft weet ik niet. Het zal geen zin hebben als we wel naar elkaar luisteren maar niet met-effect. Het zal wèl zin hebben als we niet naar de Bond luisteren of tot de Bond spreken maar als we samen willen luisteren naar de Waarheid, die niet wie-dan-ook in pacht heeft, maar die mensen gevangen neemt.

En tenslotte past voor allen zelfonderzoek, of er ook redenen voor zijn dat we soms bij de ander anders overkomen dan we zelf bedoelen. Dat zelfonderzoek hebben we ook als Hervormd Gereformeerden hard nodig. Hebben we voldoende ootmoed ? Zijn we trouw aan de Waarheid ? Gaat er een levend getuigenis van ons uit ? Hebben we, bij alle scherpte in zaken, persoonlijke mildheid ? Hebben we een goede stijl van omgaan met de anderen ? Of hebben we een houding van 'wij-en-de-anderen ? ' Dient elkander in de liefde !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Heeft het nog zin?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's