Het volk en de enkeling
In Jerusalem verdringen de kerken, de godsdiensten en de secten elkaar om een klein stukje van wat men heilige grond wil heten, te bezitten. De kerken tuimelen als het ware over elkaar heen. Ze zijn soms zelfs op en over elkaar heen gebouwd.
En toch: Hij is hier niet! Hij is opgevaren en een wolk nam Hem weg.
Al dat gedoe in Jeruzalem stuit ons tegen de borst, zeker wanneer we de praal van al die heiligdommen vergelijken met de armoede, de schamelheid van die ene, de Man van smarten.
Het enige wat daarbij intussen toch stof tot nadenken geeft is dat, daar in Jeruzalem toch kennelijk zó wereldgeschiedenis is gemaakt, dat de hele wereld zich daar, hoe dan ook, samenbalt. 'Christus de zin der geschiedenis'. Dieper nog: het kruis is het centrum van de geschiedenis. Vandaar toch ook die aandacht, dat beweeg en dat gedrang.
Het volk stond er bij
Eén ding kan men zich, lopende door de smalle straten van Jeruzalem, overigens heel goed voorstellen. En wel hoe het allemaal is gegaan toen Jezus Zijn zware gang ging van Gabbatha naar Golgotha. Hij torste Zijn kruis en de mensen deden hun nering. Hij ging Zijn via dolorosa temidden van al die handel en het bezig zijn van de mensen. Uit één van de straten, uitkomende op die weg, kwam Simon van Cyrene. Een toevallige voorbijganger, komend van zijn werk, die het kruis van Jezus overnam. Maar óók dit: het volk zag Hem gaan, een kruiseling, een vervloekte, een terechtgestelde. De sensatiezucht van de nering-doenden, de conversatie-gragen, de nieuwsgierigen, maar ook van de aardsvijandigen brak los toen de Kruis-tocht langs kwam. Zoals altijd bij sensationele gebeurtenissen: het volk loopt mee. En op Golgotha, daar staan de mensen dan. Lucas zegt, héél fijnzinnig: 'En het volk stond en zag het aan'. Het volk stond erbij en zag toe.
Het volk zag toe en zag in feite echter niets. Ze zagen niet zoals die énkelen zagen: de moordenaar ('Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan') en de hoofdman, na het scheuren van het voorhangsel ('Waarlijk deze mens was rechtvaardig'). Een toeziende massa: nameloze weedom voor de Zaligmaker.
Wat kunnen mensen zich in de onpersoonlijke massa al eenzaam voelen. Hier stond echter de Middelaar alleen, zó diep als nooit iemand alleen stond, en dan temidden van een toeziende massa.
Door de eeuwen heen
Door de eeuwen heen is het de tragiek van het volk, van de massa geweest, dat het niet zag wat enkelingen mochten gaan zien, met verlichte ogen mochten zien. Als Jezus van Zijn komend lijden vertelt druipt de schare af. 'Deze rede is hard, wie kan ze horen'. Maar op de vraag van Jezus: 'wilt gij ook niet weggaan? ', kunnen de discipelen bij monde van Petrus alléén maar zeggen: 'tot wie zullen we heengaan. Gij hebt de woorden van het eeuwige leven'. Van de massa moet Christus het niet hebben, toen niet en nu niet. In moeilijke tijden van een volksbestaan — men denke te onzent aan de Tweede Wereldoorlog — loopt de massa weer te hoop. Maar de tijd slijt. De één voor de ander gaat heen, krijgt de tegenwoordige wereld lief. De enkelingen echter die het gezien hebben blijven, omdat... ze vast gehouden worden.
Na Pasen
Na Pasen is het volk verdwenen. De mensen zijn weer naar hun handel of vermaak, of naar weer de volgende sensationele gebeurtenis.
Wat er intussen op de Paasdag is geschied ontgaat het volk. Dat wordt geopenbaard aan die enkelen, die — nadat hun hoop met Hem in het graf was vergaan, zodat ze achter gesloten vensters zaten — door de Opgestane Zelf worden opgezocht. De enkelingen, Zijn volgelingen, mogen dan het ongelooflijke aanschouwen. Dat wat niét te geloven is en daarom alléén maar te gelóven is. Wie zou het Thomas verwijten, dat hij het niet direct gelooft. Maar als hij zijn vinger mag leggen op de tekenen van de nagelen, dan zegt hij het, in de hoogste (geloofs)verwondering: 'Mijn Heere en Mijn God'.
Het volk had 'het al lang bekeken' toen de discipelen en de vrouwen het mochten zien. Maar zij worden dan ook geroepen om getuigen te zijn van Zijn Opstanding. Het volk dat er zo maar bij gestaan had, had niets te getuigen. Het was gebeurd, afgelopen. Men kon nog wat praten over het schouwspel van de kruisiging. Was het bij de kruisiging gebleven dan hadden de discipelen óók niets meer te vertellen gehad. Maar het behoefde niet bij zwijgen te blijven. Uit het feit dat een handjevol eenvoudige vissers door hun getuigenis van de opstanding een niet meer te stuiten wereldwijde stroom van getuigen en getuigenissen op gang mochten brengen, blijkt wel overduidelijk wat de kracht van de opstanding is. De verkondiging van het evangelie over de gehele wereld culmineert, vindt haar hoogtepunt in het getuigenis van de Opstanding. En zo staat de prediking als het ware 'op de hoogte van de heilsfeiten'. Paulus zegt in zijn brief aan Timotheus, dat de verborgenheid der godzaligheid groot is: 'God is geopenbaard in het vleels, is gerechtvaardigd in de Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is opgenomen in heerlijkheid'.
De prediking wordt in één adem met de heilsfeiten genoemd. De prediking staat en brengt op de hoogte van de heilsdaden van God. Vanuit de Opstanding van Christus mocht het getuigenis naar de volkeren.
Volk én volk
En zo is door de eeuwen heen een volk uit het volk geboren, bestaande uit mensen, enkelingen, die het gezien hebben door de verlichting met de Heilige Geest wat het geheimenis is van Kruis en Opstanding. 'Hij voor mij daar ik anders de eeuwige dood had moeten sterven'. En — de hoogste concentratie van het evangelie — Hij opgestaan tot Mijn rechtvaardiging'. De massa tast hoogstens wat aan de buitenkant, ziet een lijdend mensenkind. Maar wie door de Geest des Heeren wordt verlicht mag het heil zien, maar dat wordt hem dan ook geopenbaard. Zo ontstond een volk onder de volkeren, een volk Gods in de massa van de mensenwereld.
Tot op vandaag
Tot op vandaag mag het getuigenis van Gods daden doorgaan. Ook vandaag leeft de massa van het sensationele. Met elkaar vergaapt men zich aan de dingen van deze wereld. En het komt intussen niet boven het alledaagse uit. Maar óók vandaag zijn er de enkelingen, die weliswaar samen de gemeente vormen en door de tijden en over de continenten een schare vormen, die niemand kan tellen, maar die boven het alledaagse zijn uitgetild en getuigen mogen van de dingen die ze gehoord en gezien hebben, die leven mogen uit de kracht van de Opstanding. De kerk mag dan in onze tijd nog zo gesmaldeeld worden omdat toeschouwers, mensen die er alleen maar bij stonden en toekeken, afvallen, het getuigenis des Geestes mag ook in onze tijd doorgaan. De kracht van de Opstanding is ook nu manifest.
En wanneer ook de theologie in onze tijd verstrikt raakt in het zichtbare en het tastbare, dan nog zal dit getuigenis van de Opstanding doorgaan. Men mag dan van het kruislijden een symbool van alle menselijk lijden maken en van de opstanding een soort 'recht tot opstand', terzijde van de heerbaan van deze theologie zal ook vandaag het volk Gods leven, dat uit Kruis en Opstanding de kracht mag putten om lijden te dragen, het leven, te leven en 'vromelijk tegen de zonde, de duivel en zijn ganse rijk te strijden en te overwinnen'. Dan kan er ook heel wat verduurd moeten worden van de massa die er niets in ziet. Maar met het oog op de Gekruisigde en Opgestane is in de meest moeilijke tijden het leven leefbaar.
Leven onder het kruis is mogelijk met zicht op het kruis en de opstanding. Christen zijn is zo ook de smaad van Christus dragen en daar dan ook dankbaar voor kunnen zijn. (Men zie Hand. 5 vers 41). Zo leven de enkelingen in de massa. Ik eindig met enkele woorden van Thomas a Kempis uit De navolging van Christus: 'Jezus heeft heden vele beminnaars van Zijn hemels koninkrijk maar weinige dragers van Zijn kruis. Hij heeft velen die Zijn vertroosting, maar weinigen die Zijn beproeving begeren. (...) Velen vereren Zijn wonderen, weinigen volgen de smaad van het kruis'.
'In het kruis is de zaligheid. In het kruis is het leven. In het kruis is de bescherming tegen vijanden. (...)
Want zo gij met Hem gestorven zijt zult gij ook tesamen met Hem leven.
Dit teken des kruises zal staan aan de hemel wanneer de Heere zal komen ten gerichte'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1976
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1976
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's