De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Opstanding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opstanding

6 minuten leestijd

Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal weder opstaan. Maria zeide tot Hem: Ik weet, dat, hij zal opstaan in de opstanding ten laatsten dage. Jezus zeide tot haar: Ik ben de opstanding en het leven. Joh. 11 vs. 23-25a.

Pasen is tegenwoordig wel in opspraak; als men er tenminste nog over spreekt. Want de laatste christelijke sporen worden snel uitgewist in onze samenleving. Pasen dat is: opstanding en leven.

Daar kijken we even tegenaan. Opstanding? Laten we het maar houden op opstand. Daar komen wij tenminste aan te pas en dat schept hoop voor verdrukten, voor doodgedrukten. En leven. Dan een leven tot de dood. Het leven is toch ten dode opgeschreven, men dient dat moedig of droevig te beseffen. De dood laat ons immers niet los, al roepen wij luidkeels: leven. Daarom laten we in arren moede 't leven maar los: dood is dood. En wij, die zo vast in de dood geloven, wij worden overvallen door de boodschap van pasen: opstanding en leven. Wat is dat meer dan een woordenspel ? Kan het meer zijn ? Er wordt op pasen met woorden gegoocheld: dood, leven. Kunnen angst en nood dan bezworen worden met woorden en nog eens woorden ? Veranderen de hoogdravende woorden, als ze maar vaak genoeg herhaald worden, iets aan de werkelijkheid ? Is de prediking ook geen woordenspel, en waar worden grote woorden vaker herhaald dan op de preekstoel. De dood komt daarvan, in ieder geval, niet onder de indruk.

Ondertussen krijgen wij allen met de dood te maken en kan de angst ons naar de keel vliegen. Opstanding, leven. De wind waait over de graven en neemt de woorden mee; ze fladderen over onze hoofden heen als aangeschoten vogels. Straks vallen ze met een doffe bons op de grond. Zo voelt u dat toch ook. Zo voel ik het soms, plotseling lopen de grote woorden leeg. Opstanding. Leven. Ik geloof de wederopstanding van het vlees en het eeuwige leven. Zou dat waar zijn?

We lezen samen het evangelie; daar wordt er over gesproken, midden in de rauwe werkelijkheid van de dood: Lazarus is gestorven. U weet wel, de vriend van de Heere Jezus, de broer van Maria en Martha. Zij hadden Jezus bericht gedaan van diens ziekte, in de hoop dat Hij ten spoedigste komen zou. Maar Jezus kwam niet, althans niet dadelijk. Toen Hij aanstalten maakte, was het eigenlijk al te laat: Lazarus onze vriend slaapt. De discipelen dachten: dat is een teken van beterschap. Later bleek slapen toch sterven. Martha zegt: waart Gij hier geweest, dan was mijn broeder niet gestorven. Ze denkt, het .was niet nodig geweest, het had voorkomen kunnen worden. Is er ooit in Jezus' tegenwoordigheid iemand gestorven? Niet dat ik weet. Zijn aanwezigheid houdt de dood op een afstand, dat gelooft Martha. Maar Hij was er niet. Hij liet de dood zijn gang gaan en dat neemt ze Hem bijna kwalijk. De dood ging zijn gang, onverhinderd. Nu, in het graf is hij een voldongen feit. Al vier dagen. Jezus liet op zich wachten; nu kan Hij er ook niets meer aan doen. Misschien doet Hij nog een gebed, doet zijn gebed nog wat ? Ze klampt zich nog ergens aan vast, op gevaar af, dat ze het een strohalm is.

Jezus zei tot haar: Uw broeder zal weder opstaan. Dat is het antwoord. Jezus had daarop al eerder gezinspeeld: hij slaapt, maar Ik ga heen om Hem uit de slaap op te wekken. Inderdaad, dat was Hij van plan, dat was Zijn paasplan. Dat voert Hij straks uit en dat strekt tot verheerlijking van God, beide van de Vader en van de Zoon. Martha verstaat het niet en het stelt haar wat teleur. Ik weet, zo neemt zij de draad van het gesprek op, dat hij zal opstaan in de opstanding ten laatsten dage. Het klinkt wat gelaten, al zou dat een dooddoener zijn. Sadduceen en Samaritanen wilden daar niets van weten. Opstanding ? Maar de opstanding was geloofsgoed van Israel geworden, en werd kortweg 'de troost' genoemd. Martha is er niet zo door getroost, naar haar stem te oordelen.

Ten laatsten dage, dat duurt nog zo lang. Zij is haar broeder kwijt en daaraan kan deze verwachting, deze toekomstverwachting, die ook zij koestert, niets veranderen. Jezus bedoelt: hij zal nu opstaan, vandaag nog, maar dat zegt Hij niet in ronde woorden, er valt naar te raden. Eigenlijk stelt Hij de opwekking uit, door dit gesprek. Het wordt een diepgaand gesprek over opstanding en leven. Hij gaat het antwoord los maken van de vraag. Het 'geval' Lazarus laat Hij even rusten, het was trouwens voor Hem geen 'geval' daarvoor was Hij er te nauw bij betrokken. Hij verklaart: Ik ben de opstanding en het leven.

Wat een machtig woord. Bijna te machtig. En toch een wóórd. Zeker, een paaswoord. Het is niet bij woorden gebleven. Jezus bezegelt Zijn grote woorden met grote daden. Deze geschiedenis is het voorspel van zijn eigen dood en opstanding. Zoals Lazarus in het graf ligt, zal Jezus in het graf liggen. Achter de steen. Hij laat die steen niet aan zijn plaats. Hij wentelt die weg, Hij komt er achter vandaan: Ik ben dood geweest en weder levend geworden. Zo maakt Hij Zijn woorden waar. Hij hecht er het kleine zegel van de opwekking van Lazarus aan, én het grote zegel van Zijn opstanding: Ik ben.

Over opstanding gesproken, over leven gesproken ! Als we daar met pasen over spreken, spreken wij over Hem. Anders moeten wij er het zwijgen toe doen. Bij onze woorden kunnen de doden niet leven en de levenden niet sterven. Bij Zijn woord wel. Zijn woord mag ik u overbrengen. Ik ben de opstanding en het leven. Hij zegt niet: Ik heb. Ik kan. Ik zal. Hij zegt: Ik ben. En waar Ik ben, daar gebeurt het. Gelooft gij dat Ik het ben^ dan komen de dingen heel anders te liggen, de dingen van dood en leven.

Ik ben. De opstanding van Lazarus. Zijn opstanding, de opstanding ten taatsten dage, het ligt allemaal zo verspreid. Hij trekt het aan Zich: Ik ben. Hij stelt Zichzelf in het middelpunt. Dat mag geen mens doen. Hij moet het doen, want Hij is het. Hij alleen. En wat wij er van geloven of niet geloven hangt af van het geloof in Hem en hangt daarmee samen. Zoveel zal ons nu wel duidelijk zijn. Afgezien van Hem, kunnen wij gevoeglijk afzien van opstanding en leven. Laat Hij het afweten, dan weet ik nergens meer van. Hij laat het niet afweten; het open graf getuigt er van. De opstanding en het leven. Mijn broer zou nog leven als Zal hij opstaan? Jezus zet het in een breder verband, zodat het ook ons geldt, vandaag nog. In Hem is het gewaarborgd, door Hem wordt het weggeschonken. Hij roept de opstanding en het leven uit, in het machtsgebied en binnen het machtsbereik van de dood. Hij schept ruimte in een werkelijkheid, waarin wij zouden stikken, zo benauwd is het er. Ik kan de doden opwekken. Ik zal uit de doden opstaan. Wat is het vergeleken bij dit stralende: Ik ben. En hoe onverbrekelijk is het er mee verbonden. Het kan, het zal, omdat Ik het ben. De opstanding en het leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1976

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Opstanding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1976

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's