Passie en Pasen
Dat zijn twee woorden, die in vorm en klank veel met elkaar gemeen hebben. Maar ook in betekenis.
Passie d.i. het lijden, het grote lijden van de Man van smarten. En Pasen. Dat komt toch oorspronkelijk van Pascha. En aan denken we aan Paulus' woord: want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus (1 Cor. 5:7). Dat woord Pascha brengt ons dus ook bij het lijden van het Paaslam, geslacht tot verlossing van zondaren.
Eenheid en verscheidenheid
Toch: Pasen heeft in de loop der eeuwen een heel andere klank gekregen als Passie. Bij de Passietijd behoren heel andere instrumenten dan de trompetten en bazuinen, die de grote overwinning verkondigen op dood en graf, oordeel en straf. In de Passietijd gaat de kerk om zo te zeggen ; in het zwart. Aan Pasen verbindt zich de vroeger gebruikelijke uitdrukking: op z'n Paasbest.
De mineurtoonzetting maakt plaats voor majeurtoonaarden. De kleuren, die de kunstschilder gebruikt om taferelen uit de Passietijd uit te beelden zijn donker en diep. De Paastinten zijn helder en licht als de glans van een stralende morgen. De woorden, die Jezus spreekt in de lijdensnacht en op Golgotha zijn weinige, maar aangrijpend van diepte. Diepte van lijden en duistere verlatenheid. De Opgestane spreekt woorden vol van majesteit, van macht, alle macht in hemel en op aarde; vol ook van vergezichten op een gemeente uit heel de volkerenwereld. Bij de Passietijd denken we aan de Hogepriester, Die ingaat in het donkere, binnenste heiligdom. Bij Pasen aan de Koning, Die Zijn vijand verslaat. Zijn dienaren beveelt en regeert. Zijn troon gaat bestijgen en Zijn buit uitdeelt.
Passie en Pasen-verschillen zóveel in klank en kleur, dat we geneigd zijn te vragen of Pasen (dus = Pascha) eigenlijk wel de juiste benaming is voor al dat triomfantelijke, dat bezongen wordt met woorden als: het vrolijk morgenlicht breekt aan, de Zoon van God is opgestaan ! In de Paasliederen zijn de Halleluja's niet van de lucht. En ze roepen heel andere gevoelens wakker dan de diep aangrijpende Passiemuziek..
Maar één Evangelie!
Toch horen ze bij elkaar. We moeten zelfs niet een al te zwaar accent leggen op de verscheidenheid van Kerstevangelie, Lijdensevangelie, Paasevangelie en Pinksterevangelie. Want er is maar één Evangelie. En de verschillende onderdelen ervan zijn zo nauw verbonden als de leden van één levend lichaam. Zonder het Pinksterevangelie zouden we b.v. noch van de geboorte, noch van het lijden, noch van de opstanding des Heeren iets verstaan. Vanwege die éénheid van het Evangelie moeten Passie en Pasen dan ook nauwer aan elkander verbonden zijn, dan een oppervlakkig beluisterde klank zou doen veronderstellen.
De oude christelijke kerk was zelfs gewoon zowel de lijdenstijd als de blijde viering van de opstanding aan te duiden met het woord Pascha. Het eerste heette het Pascha der kruisiging, het tweede het Pascha der opstanding.
Ze vormen één geheel. Zoals de tiende plaag in Egypte, waaraan Israël ontkwam door te schuilen achter het bloed van het lam aan de, bovendorpel en de zijposten der huizen, één was met de uittocht en er de oorzaak van was.
De Heere Jezus heeft dan ook nooit gesproken over Zijn lijden op zichzelf zonder Zijn opstanding daarbij te betrekken. De Emmaüsgangers bestraft Hij vanwege hun onverstand en traagheid van hart en Hij zegt: 'moest de Christus niet al deze dingen lijden en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan ? ' Het was de vreugde, die Hem voorgesteld was, die Hem het kruis deed verdragen en de schande verachten. In Zijn afscheidsgesprekken gebruikt. Hij het beeld van de geboorte van nieuw leven. Dat gaat door de barensweeën heen. Maar die smarten staan niet op zichzelf. Zij zijn de moederschoot van nieuw en eeuwig leven.
Het kruis niet isoleren
We moeten dus wel toezien, dat we die twee Passie en Pasen bij elkander houden. Zo gemakkelijk krijgt het één alle accent ten koste van het andere. Soms hoorden de discipelen alleen de boodschap van het lijden — en al wat in hen was, verzette zich ertegen. 'Heere, wees Uzelf genadig', is Petrus' reactie. Maar soms ook snellen hun gedachten vooruit naar de komende heerlijkheid en ze begeren de eerste plaatsen bij de troon, vergetende de drinkbeker, die gedronken en de doop, die ondergaan moet worden. Dat gevaar is er nog altijd. Men duidt vaak het christelijk geloof aan als de godsdienst van het kruis, zoals de Islam genoemd wordt naar de halve maan en het communisme getypeerd wordt door sikkel en hamer.
Er is goede reden voor die aanduiding 'het kruis'. U moogt denken aan Paulus' woord: ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus en Dien gekruisigd.
Maar het zou gevaarlijk zijn dat kruis en de overdenking ervan al te zeer op te sluiten in een door de traditie der kerk gegroeide Passietijd, waarin we met diepe ontroering de Man van smarten volgen op Zijn lijdensweg en bewogen worden door de vertolking van het kruisevangelie in gevoelvolle lijdensliederen of in machtige oratoria.
Het ware beter het hele zg. Kerkelijk Jaar af te schaffen dan het kruisevangelie te isoleren van de overige heilsfeiten, in het bijzonder van de opstanding. Het hartebloed moet het ganse jaar door alle leden van ons lichaam gestuwd worden. Zo ook geeft de levenswarmte van het bloed des Lams levenskracht aan ieder onderdeel van het Woord des levens.
Wie alleen bij de Passie zou blijven staan zou gevaar lopen het spoor te volgen van de vrouwen van Jeruzalem, die tot tranen bewogen waren, maar niets verstonden van eigen ellende, noch van het verlossingswerk, dat daar volbracht werd. Zonder de verbinding van Passie en Pasen wordt de lijdensgeschiedenis de smartelijke geboorte van een levenloos kind. Het tarwegraan valt in de aarde en sterft. Maar het doel is die aarde open te breken en veelvoudige vrucht te dragen. Het baat niet zoals in sommige gemeenten van onze kerk geschiedt de Goede Vrijdag met uitzonderlijke ernst en Avondmaalsvieringen jaarlijks te onderhouden, wanneer de opstanding tegelijk feitelijk geloochend wordt en men met de verschijningen van de opgestane Levensvorst geen raad weet.
Dan wordt de bewogenheid van de Passietijd tot wat de Duitsers noemen: die Wanne der Wehmut — het genot van de weemoed — een mooie, maar onvruchtbare stemming.
Opstanding door het kruis
Anderzijds is er ook geen echte Paasblijdschap mogelijk, wanneer die niet samenhangt met en gegrond is in het lijden des Heeren. Men kan zoveel dichterlijke parallellen trekken als men wil met de ontwakende lente, waardoor de dorre takken weer gaan uitspruiten om bladeren en bloemen, bloesems en straks de vruchten te dragen; maar wat in de hof van Jozef van Arimathea geschiedt is geen natuurgebeuren. Onze - bomen en heesters zijn in de winter niet dood. Ze zijn alleen maar doods.
Maar wat op Pasen herdacht wordt is de overwinning van de reële macht van de dood. En dan in al zijn dimensies.
Pasen is niet alleen maar de overwinning op een natuurlijk stervensproces. Daar zit veel meer achter. 'De prikkel nu des doods is de zonde en de kracht der zonde is de Wet'(1 Cor. 15 : 56).
Wij vragen wel eens: hoe is dat mogelijk, die opstanding ? Dat Een, Die gestorven is, waarlijk gestorven, weer levend wordt ?
Maar is het niet een veel grotere vraag: hoe kan de zonde, die door ons nooit ongedaan gemaakt kan worden, teniet gedaan worden ? Hoe kan de Wet Gods het zwijgen opgelegd worden ? Of liever: hoe kan de Wet van God het eens worden met de verlossing en vrijspraak van een overtreder ? Hoe kan, naar recht, de dood plaats maken voor het leven ?
Met Pasen gaat het niet om een wonder van de pure almacht Gods. Maar om een wonder, waarbij alle eigenschappen, dus het hele wezen Gods betrokken zijn. Want God is wel liefde. Maar die liefde is een heilige liefde. Zij is ook nimmer in strijd met de ongeschondenheid van Zijn recht en van Zijn eer.
Daarom — al moeten wij ons hoeden voor alle al te menselijke beredenering van datgene, wat altijd al ons denken te boven blijft gaan — we mogen door het geloof en met eerbiedige terughouding iets verstaan van dat noodzakelijk verband tussen Passie en Pasen. Het kruis en de opstanding zijn de beide pijlers, waarop het grote Godsgebouw der verlossing rust. Valt één van beide weg, dan stort alles ineen. Dezelfde steen, die door de mensen verworpen wordt, is door God tot een hoofd des hoeks geworden. Juist zo is Hij bij God uitverkoren en dierbaar. Die Gode evengelijk was heeft Zichzelf vernietigd en vernederd, gehoorzaam gevjorden tot de dood, ja de dood des kruises. Daarom heeft God Hem uitermate zeer verhoogd (Fil. 2 : 6—11).
Als de schrijver van de brief aan de Hebreeën gaat eindigen vat hij alles nog eens samen met de woorden: de God nu des vredes (welk een naam !), Die de grote Herder der schapen (welk een tekening van de persoon en het werk van de Heere Jezus Christus !) door het bloed des eeuwigen Testaments uit de doden heeft wedergebracht, nl. onze Heere Jezus Christus, Die volmake u in alle goed werk (Hebr. 13 : 20—21). Daar ligt zo maar. in een volzin de rechte verhouding tussen Passie en Pasen.
Christus is overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Het kruis is de hefboom, waarmee God de steen van het graf afwentelt. Ook in het geloofsleven blijven beide verbanden. Wie met Hem begraven wordt in Zijn dood, wordt ook met Hem opgewekt tot een nieuw leven. Paulus verbindt beide aan elkander met een 'opdat' (Rom. 6:4, 6). Door de Heilige Geest wordt de kracht van Passie én van Pasen openbaar in het hart van Christus' kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1976
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1976
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's