Uit de pers
Vragen aan Verkuyl
Eind vorig jaar verscheen van de hand van Prof. dr. J. Verkuyl een breed opgezet boek, getiteld: 'Inleiding in de nieuwere zendingswetenschap'. Een inleiding die maar liefst 571 bladzijden beslaat. In het Ref. dagblad heeft Prof. dr. C. Graafland een uitvoerige bespreking aan dit werk gewijd, waarin hij spreekt van 'een bijzonder boek'. Graafland wijst er op, dat hier maar niet een geleerde aan het woord is, maar een zendingsman die vervuld is met liefde tot het Evangelie en daarom vol van de opdracht uit te gaan tot alle mensen. Op het wijde veld van de zendingswetenschap neemt Verkuyl een overtuigd orthodoxe positie in. Tegelijk is de plaats van Verkuyl binnen de geref. gezindte een ambivalente: op het ene moment staat hij ons zeer na, op andere momenten blijken toch allerlei inzichten uit de nieuwere theologie hem sterk te beïnvloeden. Dit boek zal ons stellig de komende tijd nog wel bezighouden, als samenvattend overzicht over wat er op dit terrein aan de gang is. In het (uitstekend geredigeerde) zendingsblad Vandaar heeft Jan Filius een bespreking aan dit boek gewijd en daarbij zeven vragen aan Verkuyl gesteld. In het april-nummer van dit blad' gaat Verkuyl op die vragen in, in wat hij noemt een 'voorlopige reactie'. Enkele van die vragen en antwoorden nemen we hier over. Het betreft de kwestie van de dialoog, de invloed van het Woord en de Geest, de bevrijdingsbewegingen.
In Nairobi werd het westers wantrouwen tegenover de dialoog ('verraad aan het evangelie') vooral verklaard uit het feit dat wij de 'natuurlijke dialoog' (overbuurman op de hoek boeddhist en wij een christengezin) niet kennen.
VRAAG: Wat is dialoog voor een Nederlands gezin, met een overbuurman die 'niks' is en een buurman op de hoek die een Turks islamiet is, rekening houdend met uw opmerking (pag. 493) 'wie in de dialoog het Evangelie niet vertolkt, maakt van de dialoog een oppervlakkige conversatie' ?
Toen in Nairobi de dialoog ter sprake kwam werd er mijns inziens terecht vooral uit Azië op gewezen, dat de dialogische relatie met andere religieuze gemeenschappen en met ideologieën een onnalaatbare roeping is om elkaar te begrijpen, om met elkaar samen te werken, maar ook om het Evangelie te communiceren.
Toen — zo heb ik het begrepen uit de vele verhalen — uitten sommige westerse mensen hun zorg over 'syncretisme' (religieuze vermenging). Daar op werd gezegd: 'beginnen jullie in het Westen dan maar eerst eens met de dialogen in jullie eigen omgeving, waar de kerken afbrokkelen en de diepe communicatie ontbreekt tussen de groepen'.
Ik denk, dat wij die vermaning zeer ter harte moeten nemen, hier in het Westen. Terecht is erop gewezen, dat daarom bijvoorbeeld evangelistiek of 'binnenlands apostolaat' in het-leerplan van het theologisch onderwijs moet worden opgenomen in alle theologische faculteiten.
Verder vind ik, dat wij in de komende jaren veel meer nadruk moeten leggen op de voorbereiding van zulke dialogen, omdat de weerstanden en misverstanden veel groter zijn dan men denkt en wij heel weinig geprepareerd zijn. En vooral, dat mensen die bijzondere gaven hebben tot deze communicatie onze stimulans nodig hebben.
En tenslotte, dat ieder daarin een taak heeft.
Dan zullen wij ontdekken ook voor onze eigen omgeving, dat zonder dialoog apostolaat ook hier niet mogelijk is en anderzijds, dat als in de dialoog het Evangelie ontbreekt de omgang tot vormelijkheid verschraalt.
En zo zullen wij beseffen, dat wij elkaar moeten leren helpen om deze taak te doen.
Wij zijn niet alleen bezig. God is ook, aan het werk: Missio Dei. Terecht vraagt u zich af: ja, maar waar ? Eerst zegt u: 'daar waar de liefde tot God en de naaste opbloeit ' Een pagina verder echter: 'alles wat gericht is op heil, bevrijding heeft te maken met de Missio Dei'. Daar is de 'liefde tot God' ineens verdwenen.
VRAAG: zijn niet-christelijke, niet uit de liefde tot God ontstane 'goede werken' nu al of niet deel van de IVIissio Dei?
Een van de accenten, die tegenwoordig terecht worden gelegd, is dat dezelfde God, die in de geschiedenis van Israël en van Jezus Christus werkt, ook nu handelt in de hedendaagse geschiedenis. Jezus zegt van Hem: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook' (Johannes 5 : 17).
Dit geloof, dat God voortwerkt vanuit Jezus Christus betekent echter volstrekt niet, dat Gods bevrijdingsgeschiedenis en de wereldgeschiedenis samenvallen. Daarom moet de uitspraak: 'God werkt in de hedendaagse geschiedenis' met grote schroom en voorzichtigheid worden gebruikt, want deze God is geen afgod, maar de God en Vader van Jezus Christus, ook als Hij werkt in de huidige geschiedenis. Hij heeft de richthjnen van zijn werk aan ons bekend gemaakt.
Ik herinner mij een gesprek met Martin Niemöller op de wereldzendingsconferentie in Mexico-city (1963). Onder de invloed van een bepaalde Amerikaanse theoloog werd de uitdrukking 'God acts in history' (God handelt in de geschiedenis) op bepaalde revoluties betrokken zonder enige schroom. Martin Niemöller zei: 'Als ik dat zo hoor schrik ik altijd, want dan hoor ik ineens weer de stem van Adolf Hitler, die ook zijn nihilistische revolutie als een daad van de goddelijke voorzienigheid zag en aan prees met hysterische stem'.
Toen kwamen wij al sprekende tot de conclusie, dat je Gods handelen herkent aan het opbloeien van de liefde tot God en de naaste. Dat is het merk van Zijn werk. Dat alleen. Want deze God is een Moloch of de God van Edda of van griekse mythen, maar Hij is de God en Vader van Jezus.
Maar nu zie je vaak liefde tot God en de naaste opbloeien buiten het officiële christendom en toch niet zonder de invloed daarvan. Er is een uitstraling van het licht van Christus ook buiten het 'officiële christendom'. Er is een werkzaamheid van de Heilige Geest ook buiten de kring van de kerken onder de stille invloed van het Evangelie.
Hoe dat geschiedt ? Wie zal die vraag beantwoorden ? Ik moet altijd denken aan een woord van dr. Paul Devanandan uit India, die zei; 'Hoe God doorwerkt vanuit de Geest in de wereld weet ik niet. Dat weet Hij alleen. Maar één ding weet ik: als ik mij bewust overgeef aan de leiding van Jezus dan beweeg ik mij in de richting van het Koninkrijk Gods'. Of, om het mèt een bijbelwoord te zeggen: 'Jezus is de ware wijnstok, die in Hem blijft draagt veel vrucht'. (Joh. 15). Dat is de opdracht aan ons. En laten wij met verbazing en dankbaarheid erkennen: Daar waar de vruchten van de Heilige Geest bloeien, daar waar de echte humaniteit zich manifesteert, daar is op de een of andere wijze de invloed van deze ware wijnstok aanwezig onder de volkeren. Hoe, dat weet ik ook niet. Hoe Hij dat alles samenvat onder één hoofd: Christus, dat is een vraag, die niemand kan beantwoorden dan Hij alleen. Onze roeping is dicht bij Hem te leven en uit Hem bewust-gelovig te putten als ranken aan de wijnstok.
Er is nogal wat weerstand in Nederland tegen het steunen van bevrijdingsorganisaties in b.v. Zuidelijk Afrika. Terwijl nota bene onze eigen bevrijdingsstrijd geleid werd door een buitenlander (Willem van Oranje), met zijn en ander buitenlands geld gefinancierd werd, en mede met door hem gefinandierde huurlingen werd bevochten.
VRAAG: zou wat meer kennis van de geschiedenis niet kunnen helpen om actuele situaties beter te verstaan, ook in wat de missiologie betreft ?
In het boek, dat je besprak, heb ik over dat onderwerp bijna niets geschreven, omdat ik in twee publicaties, namelijk in 'Breek de muren af' en 'Het Program ter Bestrijding van het Racisme en de kerken in Nederland' daarover reeds geschreven had.
Ik versta onder bevrijdingsbewegingen die bewegingen, waarin de drang tot vrijmaking van onderdrukte volken en groepen gestalte krijgt.
De kerken hebben, zoals Kraemer ons altijd leerde, temidden van zulke bewegingen éen profetische en priesterlijke taak om gestalte te geven aan het geloof in Hem, die bevrijdt en die verzoent en verenigt. Deze taak geldt die bevrijdingsbewegingen, die op geweldloze wijze hun doeleinden nastreven. Maar de kerken mogen die bewegingen, die in hun wanhoop, de toevlucht tot geweld nemen, niet in de steek laten, ook al mogen ze de wapens van de revolutie niet zegenen.
Dr. Manas Buthelezi deed in Nairobi een beroep op de kerken om pastorale zorg te schenken aan de leiders van zulke bewegingen.
Maar er is ook een roeping tot kritische solidariteit. Het geven van enkele bescheiden giften voor bepaalde humanitaire projecten van bevrijdingsbewegingen is naar mijn mening onvoldoende. Solidariteit vanuit de kerk van Jezus Christus kan dan alleen vruchtbaar zijn als deze solidariteit reflex, weerspiegeling en toepassing is van Christus' solidariteit met de armen en verdrukten. Het moet een solidariteit zijn vol van hoop en geloof en van liefde. Het gaat om handelingen die door het gebeuren der verzoening, waarvan de kerk leeft, worden gedragen en gestempeld. Het gaat om een solidariteit, die zich zowel uitstrekt tot de 'Herodianen' als tot de 'Zeloten' om hen te bewegen tot het verlaten van heilloze wegen en om hun 'voeten te zetten op de weg des vredes' (Lucas 1 : 79). Ik vind, dat deze kritische solidariteit in de omgang met bevrijdingsbewegingen veel te weinig woirdt beoefend en dat vanuit de kerken daarop met woord, daad en voorbeeld moet worden aangedrongen.
Ik ben het met je eens, dat het kweken van inzicht in de emancipatieprocessen en de geschiedenis, ook van ons eigen verleden, mee kan helpen om meer begrip voor de bevrijdingsbewegingen te wekken. Dat kan een fragment zijn in de dienst der verzoening, maar die dienst omvat méér dan het kweken van begrip voor historische processen.
Ook hier komt iets van die ambivalentie om de hoek kijken. En naar mijn mening ook een te groot optimisme over allerlei huidige ontwikkelingen. Wanneer Verkuyl spreekt over de invloed van het evangelie in de wereld, de uitstraling van het licht van Christus buiten het christendom, de werkzaamheid van de Geest buiten de kerken, wijst hij enerzijds op de gevaren van een onkritische vereenzelviging van Gods geschiedenis en de onze, maar meent aan de andere kant voor deze wijde werking van Christus zich te kunnen beroepen op Johannes 15. Kan men zeggen: waar echte humaniteit aanwezig is, daar is de invloed van de ware wijnstok aanwezig ? Wat is dan de betekenis van het geloof ? Het is toch duidelijk dat die geloofsrelatie juist in Johaianes 15 in elk woord meespreekt.
Ook blijf ik van oordeel dat Verkuyl te gemakkelijk overspringt van de bevrijding, waar het in de Schrift om gaat, naar de bevrijdingsbewegingen. Wat bedoelt hij precies met kritische solidariteit ? Heeft Verkuyl wel voldoende oog voor de demonische aspecten in allerlei revoluties en omwentelingen ? Zo zouden we door kunnen vragen. In elk geval, het is duidelijk dat het gesprek door zal moeten gaan. En wat Verkuyl op tafel gelegd heeft, moge ook onder ons brede aandacht krijgen.
De les van de geschiedenis
We willen nogmaals terugkomen op de kwestie van de VU en de CPN. Nadat de kopij voor het vorige nummer de deur uit was, kreeg ik een artikel van ds. J. Overduin in het Centraal Weekblad van 27 m.aart onder ogen. Overduin herinnert daarin aan de les der geschiedenis, n.l. de dertiger jaren, toen velen nogal argeloos allerlei goede elementen in het nationaal socialisme ontdekten en meenden dat een gezuiverd nationaal-socialisme wel te verenigen zou zijn met de volksaard. Wij zouden van allerlei excessen geen last krijgen, enz. enz.... In dat verband wijst Overduin dan op de discussie die rondom de VU gevoerd wordt. Hij citeert met instemming een artikel van dr. J. de Zwaan in Trouw, waarin deze er o.m. op attendeert dat een christencommunist per definitie een ongerijmdheid is, en zegt dan:
Het schijnt helaas telkens in de geschiedenis voor te komen, dat idealisten onbedoeld hebben meegewerkt aan de grootste gruwelen. Achteraf zeggen de geschiedenisschrijvers: men had veel harder moeten schreeuwen om op deze gevaren te wijzen.
Daarbij komt dat velen voor wie het bestemd is hardhorend zijn. Zij willen het op z'n hoogst getemperd tot een vriendelijk fluisteren horen. , En nu kom ik op deze zaak terug, opdat de geschiedenis later niet kan zeggen: 'waarom niet harder geroepen? '
Vandaag beleven we weer een zelfde verschijnsel, maar nu ten aanzien van het communisme en het marxisme. Natuurlijk wensen de idealisten en salonmarxisten geen Russisch communisme. Natuurlijk met een menselijk gezicht. Natuurlijk hebben zij nobele motieven — tenminste de beste onder hen. Maar het zal niet baten. Hetzelfde historisch proces zal zich afspelen als in de dertiger en beginveertiger jaren en als in de Oostbloklanden. Eerst elke hulp gebruiken en dan als het niet meer nodig is, aan de kant zetten.
Het is verbijsterend dat de studenten-predikanten de methoden van elke totalitaire Staat niet door hebben of niet erg vinden.
De methoden van mantelorganisaties, van indringen en beïnvloeden van scholen, universiteiten, wetenschap, kunst, kerk, jeugdorganisaties enz.
De methode van gebruik maken van idealisten op allerlei gebied, en van ontevredenen en van het scheppen van ontevredenheid. Zij worden even makkelijk gebruikt als straks aan de kant gezet. De kampen, gevangenissen en psychiatrische inrichtingen openen zich ook voor hen, die toch communist willen zijn, namelijk communist zoals zij het droomden, maar zoals de werkelijkheid niet is.
En wanneer de studentenpredikanten dit alles wél door hebben, dan wordt hun houding nog onbegrijpelijker. Ik vraag me af: wat bezielt toch deze studentenpredikanten? Zijn ze zo verblind?
Zijn ze zo meegesleurd met het modieuze van het neo-marxisme? Interesseert het hun dan niet dat communisme a la Marx (en zoals wij dit in de praktijk overal zien) de godsdienst volkomen uitsluit?
Ik heb het gevoel dat wij evenals in de dertiger jaren tegen een muur praten. Velen zijn bevangen in een selectieve verontwaardiging. Elke dag lees je in de krant allerlei gruwelen. Maar waarvoor en waartegen gaat men de straat op? Tegen onrecht en onmenselijkheid en discriminatie.
Goed! Maar men blijft telkens 'rustig' thuis zitten als het gaat om gruwelen, die kwantitatief en kwalitatief honderd maal erger zijn. Wij behoren onze stem te verheffen tegen alle goedbedoelde maar verblinde idealisten en theologen, opdat de geschiedenis ons straks niet zal veroordelen. (...)
Tenslotte, om het heel duidelijk te zeggen: wanneer ik studerende kinderen had, zou ik ze niet graag toevertrouwen aan deze studentenpredikanten, welke goede kwaliteiten en bedoelingen ze ook verder hebben. De geschiedenis heeft me teveel geleerd. En elke dag valt er veel te leren, als men maar wil.
Een eerlijk en bewogen artikel, waarvan we hopen dat het door mag werken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's