De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leven

7 minuten leestijd

Jezus zeide tot haar: Ik ben de opstanding en het leven. Joh. 11 vs. 25a.

Midden in de rouw en het leed, ontmoeten wij de Heere Jezus. Horen wij dat sterke woord. Ik ben ! Ik ben er; Martha, Maria en allen die door de dood bevangen en voor de daod bevreesd zijn Ik, Jezus. Vraagtekens genoeg. Hij zet een uitroepteken met vaste hand. Ik ben de opstanding en het leven. Wij moeten die twee woorden dicht bij elkaar houden. Opstanding is de doorbraak van en tot het leven. Leven is opstandingsleven. Zo zijn ze op elkaar betrokken en aan elkaar geklonken. De opstanding opent de poort voor het leven. Het leven loopt door de poort van de opstanding de vrijheid in, het eeuwige leven. Dat is de volgorde.

Gaat de dood dan vóór het leven uit ? Ik dacht dat de dood het leven op de voet volgde en het inhaalde vroeger of later. Dat dacht u maar. De dood heerst. De dood nam de leiding, toen de zonde haar intrede deed. Zo is hij tot allen doorgegaan, er is geen tegenhouden aan. Een kerkhof, boven op een oude stadswal, de poort is met klimop begroeid. Boven de poort: heden ik, morgen gij. Triest en troosteloos. Een kleine stoet, langs verweerde stenen, achter de baar. Wilt u mij maar volgen. We moeten wel. De dood en de zonde; de dood door de zonde. De dood is de vervreemding van God zegt Calvijn. Dan is het nog uitzichtlozer dan u dacht. Daaraan ontdekt ons de Heilige Geest: het leven is aan de dood vervallen. Dood in de zonden en misdaden. Het gaat niet om de zware woorden, het gaat om de vreselijke kwaal. Er is geen overgang van de dood naar het leven. Wacht eens, waar las ik dat ? Wij zijn overgegaan uit de dood in het leven. Bij Johannes in een van zijn brieven. Dus toch. Opstanding !

Ging het leven dan door de dood heen ? Inderdaad. Jezus is het leven en ziet, Hij is gestorven, onze dood gestorven. Het oordeel over de zonde werd aan Hem voltrokken. Het leven kan nooit en nergens door de dood heen, het loopt er op vast, het loopt er in... dood. Pasen ! Het leven neemt een voorsprong, op de dood, het leven begint met de opstanding. In Christus geloven is Hem volgen. Wilt u Mij maar volgen. Eeuwig leven is leven dat voorgoed aan de dood ontworsteld werd. Wie dat deed. Jezus. Pasen is passeren. Jezus passeert de dood, die gaat voor Hem opzij.

Ik ben. Dat is een exclusief woord. Ik en niemand anders. Wij moeten het toegeven: niemand anders. Zo leren wij belijden dat wij midden in de dood liggen en dat Hij het leven is. Dat wij niet op kunnen staan, en dat Hij de opstanding is 'De' en 'het'. Dat klinkt ook uitsluitend. Wij verzinnen geen andere opstanding en geen ander leven dan in Hem. Zeker, wij zijn druk met deze woorden in de weer. Wij zullen er wat van maken. Van het leven. Wij zijn nog jong, het leven ligt nog voor ons. Is dat echt zo. Jongens en meisjes — lezen jullie wel eens mee ? — als je de Heere Jezus volgt, dan heb je het leven voor je. En anders ? Dan lacht de dood ons uit. Dan waarschuwt Christus ons: Ik ben ! Wie dat mag beamen, die heeft het leven vóór zich, zelfs als hij sterft. 'De' en 'het' laten we dus staan.

Ik ben. Dat is een explosief woord. Buskruit is er niets bij. De orde van de dood wordt grondig verstoord als er van opstanding sprake is en het leven ligt blijkbaar elders, waar wij het niet zoeken. Leven en dood verwisselen van plaats als de opstanding van kracht wordt. Dat is hoopvol. Pasen is het feest van de hoop. Christus legt zich niet bij de feiten neer. Hij staat op. Hij verlaat het graf, Hij leeft.

Dat maakt Pasen tot een persoonlijke zaak. Een zaak, die om één persoon draait: om Christus. Waar is de opstanding en het leven. Bij Hem. In gemeenschap met Hem. U moet zich persoonlijk bij Hem vervoegen, dat ook geen algemene waarheid, geen voor waar houden van wat er gebeurde in de hof en bij het graf. Maar doorlopen, op Hem af gaan: Ik ben. Heere Jezus, U bent mijn enige verwachting. Mag ik u dringend uitnodigen tot Hem te gaan. Buiten Hem om, geen opstanding en geen leven. Bij en in Hem is het niet vaag en vreemd en ver. Nabij u is het Woord. Hij Die hier spreekt is het.

Wie zal ons daarvan overtuigen. Hij ! Hij komt in Zijn Woord naar ons toe. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: de ure komt en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem van de Zoon van God en die ze gehoord hebben zullen leven. Hoort, Jezus roept: Lazarus, kom uit. Doodse stilte. Nee, het beweegt: leven. En de gestorvene kwam uit zodra-de opstanding en het leven roept, komt de dode uit. In deze korte zin vat Luther dit evangelie samen. Hoe kan dat ? Ik ben.

Zo Zijn stem horen. Daarom beginnen zij, die in Christus geloven te leven. Dat tekent Calvijn hier bij aan. Een opstandingsleven. Zo staat de verloren Zoon op; hij was dood en zie, hij is weder levend geworden. Het ziet er niet rooskleurig uit. Het is weerzinwekkend: hij riekt al. De doodsgeur. Ik ben de opstading en het leven. Wanhoopt daarom niet, hoopt op Hem. Gelooft in Hem. Die in de Zoon gelooft heeft het eeuwige leven. Het geloof treedt in het opstandingsleven. Dat ligt niet in het verlengde van ons leven, gelukkig niet; dan zou het vergankelijk zijn. Het geloof valt Jezus om de hals. Alweer een woord van Luther. De hervormers waren godgeleerden. Daarom waren het predikers van het woord des geloofs. Heere Jezus ik geloof dat U de opstanding en het leven bent.

Heere, waart Gij hier geweest stamelt Martha. Maar ook nu, voegt ze er aan toe. Ook nu weet ik. Ziet hier ben Ik, hoort hier ben Ik. Wij hebben Zijn vergeving nodig, telkens weer. Als we de dood van het leven mogen inwisselen, worden wij nog door duizend doden omringd, hebben we de dood soms voor ogen, levensgroot. Dan zegt Hij tot allen, die vragen en aarzelen: Ik ben de opstanding en het leven. Waarom wekt Jezus Lazarus op ? Waarom liet Hij het eerst zo ver komen ? Opdat God verheerlijkt zou worden. En opdat wij zouden geloven dat Hij door de Vader gezonden werd — vs. 42;

Wie het gehoord en geloofd heeft, heeft er de troost van, leeft er bij en sterft er bij: Christus. Die ons leven is. Er blijft niets anders over, dan Zijn woord. Er is geen andere zekerheid, dan de verzekering van zijnentwege. Het is niet mijn pen op het papier. Het is pasen. En Hij spreekt, woorden van eeuwig leven.

Luther bezocht eens een oude vrouw die erg ziek was. Dank zij pasen, voerde hij met haar dit simpele gesprek, gespeend aan alle diepzinnigheden, en toch zo diepgaand: Tante Lena, ken je me nog, hoor je me nog ? Zij herkende hem en zei: Uw geloof is alleen op de lieve Heere Christus gevestigd. Toen zei Luther: Hij is de opstanding en het leven ! Het zal je aan niets ontbreken. Je zult niet sterven, maar als een wiegekind inslapen en als het morgenrood doorbreekt zul je weer opstaan en eeuwig leven. Ze zei: Ja. Heb je geen aanvechting ? Nee. Hij keerde haar de rug toe, en stond voor het raam te bidden. Tot de omstanders zei hij: Het gaat goed met haar, want dit is geen dood, maar een slaap. 's Avonds stierf ze.

Ik ben de opstanding en het leven. Dat Hij het zegt, dat zegt alles.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's