Rondblik in kerk en samenleving
Waakzaamheid
Als er één zaak is, die van de christenheid over heel de wereld momenteel de aandacht vraagt, dan is het wel de kwestie van de abortus. Nu in ons land de PvdA en de VVD elkaar als het ware met handjeklap, in een handel om menselijk leven, hebben gevonden schijnt de zaak er wel erg kritiek voor te staan. Niettemin is er het niet aflatend protest. Het geweten is hier toch ook bij velen nog wakker. Enkele weken geleden zijn 650.000 handtekeningen aangeboden aan het ministerie, waarin tegen de abortuslegalisering wordt geprotesteerd. Maar intussen vreet dit kwaad voort als de kanker. Bij een lezing vernam ik dat er jaarlijks in Nederland 100.000 aborteringen plaatsvinden.
Intussen bereidde een comité 'Eerbied voor de Schepper', gevormd doof 'Ga op de bressen staan', de stichting 'Levenszaak Levenstaak' en de stichting 'Recht zonder Onderscheid' een nationale gebedsdag voor op 1 mei in de Grote of St.-Jacobskerk te Den Haag. Men kan zeggen: is deze gebedsdag niet te breed opgezet ? Me dunkt, dat het hier een nationale zaak betreft. Gelukkig zijn er nog krachtige weerstanden én bij het protestantse en bij het rooms-katholieke volksdeel. Maar blijvende voorlichting is gewenst en blijvende waakzaamheid is geboden.
Wat die voorlichting betreft, het is een goede zaak, dat de stichting Stirezo een huis-aan-huis folder heeft verspreid, met een in te vullen verklaring bedoeld om in te zenden aan de politieke partij waartoe men behoort. Deze folder bevat enkele beelden van geaborteerd menselijk leven. Wie de armpjes en de beentjes van de geaborteerde mensjes ziet beseft temeer dat juist is wat onderaan de folder staat: 'Abortus is moord' en 'gij zult niet doden'.
Ik moet zeggen dat, toen ik de afbeeldingen in dia's, die op de folder van Stirezo staan afgebeeld, voor het eerst zag ik me opnieuw met een schok realiseerde wat zich hier in ons volksleven voltrekt. Beelden inzake deze materie zullen gepast moeten zijn. Welnu, dat zijn deze beelden en hoe verbijsterend ze ook zijn, nergens meer door zullen de mensen zich ten volle realiseren wat er aan de hand is dan door het zien van deze beelden.
Informatie is er intussen genoeg. Er is ook een cassette en een lp met toespraken o.a. van prof. dr. W. H. Velema, Leopold Verhagen en prof. dr. J. van Essen (te bestellen door storting van ƒ 17, 50 op gironummer 2 963 282 t.n.v. Stirezo, Nijmegen). Als het waar is, dat nog één op de zeventien artsen in Nederland tegen abortus is, dan is het duidelijk dat het ongeboren menselijk leven de meest bedreigde groep is in de samenleving. Het leven wordt bedreigd vanuit de medische hoek en drie gevaarlijke wetsontwerpen liggen klaar om deze bedreiging te wettigen.
Ik eindig met een woord van Solzjenytsin, dat ik citeer uit een folder van de werkgroep Vereniging tot bescherming van het ongeboren kind te Wapenveld, die deze week een actieweek houdt, namelijk dat we zo hopeloos ontmenselijkt dreigen te worden, dat we voor het voedsel van vandaag bereid blijken te zijn onze principes en onze zaligheid op te offeren, als ons breekbaar bestaan maar niet verstoord wordt. En een woord van Groen van Prinsterer: 'er zijn tijden waarin zwijgen een vorm van medeplichtigheid is'.
Een ontdekkende opmerking
Dezer dagen kreeg ik een brief, waarin een zin stond, dié bij mij bleef haken. De briefschrijver schreef, dat hij bepaalde boeken op het gebied van theologie en onderwijs niet wilde lezen — hoewel ze binnen handbereik lagen — en zei toen: 'Ik ben wel eens bang, dat, als ik veel van die cahiers lees, ik — in ongunstige zin — erdoor besmet raak'. Een woord om over na te denken en om ons te scherpen in het kritisch-waakzaam zijn tegen de dingen die op ons afkomen.
De tijdgeest laat niemand onberoerd. We staan er middenin. En bij het kritisch bezig zijn ten aanzien van de geesten, die zich breed maken, mogen we onszelf niet vergeten. Ik kan me indenken, dat er een bevreesdheid is om kennis te nemen van bepaalde lectuur vanwege het gevaar er zelf door besmet te worden. Wie kent zichzelf voldoende als hij zou zeggen, dat de zonden van onze tijd, de geest van onze tijd, de verleidingen van onze eeuw op hem of haar geen vat hebben ? Hoevelen zien we niet afvallen, verschuiven, ontgroeien aan de geestelijke sfeer, waarin ze lange tijd hebben geademd ? De zonden van onze tijd zijn ook ónze zonden, hoezeer we ons ook onbesmet van de wereld proberen te bewaren. Er zijn er ook in onze kring die afvallen. Er zijn er ook in onze kring, die geïmponeerd worden door niet-gereformeerde, half-gereformeerde of door schijn-gereformeerde theologie. Daarom is het goed als we van onszelf beseffen, dat we mede bloot staan aan de beïnvloeding, die van geestelijke en theologische lectuur en van eigentijdse ontwikkelingen uitgaat. Zodat we temeer beseffen, dat de strijd van het geloof niet te voeren is zonder de geestelijke wapenrusting van Efeze 6. Wie zichzelf vergeet in de strijd tegen de geest-(en) van deze eeuw loopt het gevaar hypocriet te worden. Het eigentijdse levensgevoel dringt door de kieren van ons aller bestaan, het is als een geur die het leven doortrekt. En daarom is het geen vreemde zaak als iemand bang is zélf besmet te worden. Maar anderzijds, wie strijden wil tegen ontwikkelingen, die niet naar de Schrift zijn, moet wel wéten wat die ontwikkelingen zijn. En misschien moet dan toch gezegd, dat er in de gemeente toch eerder te weinig dan teveel gelezen wordt.
Het Contact Orgaan van de Gereformeerde Gezindte
Als ik heel eerlijk mag zijn vond ik ditmaal de conferentie van het COGG (het zogeheten Contact Orgaan voor de Gereformeerde Gezindte), weinig inspirerend. Nu zou men kunnen zeggen, dan behoeft er niet over te worden geschreven. Maar ik vroeg me af waar het in zat. Het COGG is weer springlevend, zei iemand van het moderamen van de Gereformeerde Synode mij. Hij doelde kennelijk op de grote belangstelling, die er voor deze conferentie, waarop ds. J. Overduin, gereformeerd predikant te Veenendaal sprak over de prediking, bestond. Toch zou ik dat wat nader willen analyseren. Inderdaad was er grote belangstelling, maar het moet opvallend genoemd worden, dat die grote belangstelling er wel heel speciaal was vanuit de Gereformeerde Kerken. In de eerste plaats wees de aanwezigheid van het complete moderamen van de Gereformeerde Kerken uit, dat men de band met de Gereformeerde Gezindte — door alle spanningen, die deze kerken thans doormaken, heen — wil aanhouden of misschien zelfs verstevigen. En in de tweede plaats waren er — blijkens gesprekken in de groepen — nogal wat gewone leden van de Gereformeerde Kerken, die de conferentie bijwoonden vanuit een grote zorg om de prediking, die men hoorde. Ik moet eerlijk zeggen, dat de gesprekken, die ik bijwoonde, voor een groot deel gingen over de nood van de prediking binnen de Gereformeerde Kerken. Ik zeg niet dat die nood er elders niet is, maar een feit was, dat de gesprekken zich op genoemde kerken concentreerden. Daarbij werd duidelijk — dit tussen twee haakjes — dat de theologie van Wiersinga CS. echt niet alleen een academische zaak is maar in kleine munt in de prediking wordt verder gedragen.
De andere kant is echter dat een groot deel van de Gereformeerde Gezindte in engere zin op deze conferentie verstek liet gaan. Er waren slechts enkele Hervormd Gereformeerden, van de Gereformeerde Gemeenten telde ik zegge en schrijven één predikant, er waren ook slechts enkele christelijk gereformeerde predikanten. Het mag dunkt me een punt van bezinning zijn voor het COGG hoe men de gehele Gereformeerde Gezindte bereikt. Blijft namelijk staan het feit, dat, toen de Gereformeerde Bond enkele jaren geleden een conferentie voor de Gereformeerde Gezindte belegde, de belangstelling niet alleen nog groter was maar dat er óók andere conferentiegangers waren. Me dunkt dat, als het COGG een bezinningscentrum wordt — om het maar eens wat zwart wit te zeggen — inzake de problematiek binnen de Gereformeerde Kerken het doel wordt gemist. De conferentie van vorig jaar was overigens — juist ook door het meer uitgesproken en fundamenteel ingaan op de zaken, die binnen de Gereformeerde Gezindte verdelen — boeiender en wezenlijker (men denke aan de discussie met prof. Douma over de kerkvraag), minder verhuld.
Dit wil natuurlijk niet zeggen, dat er nu geen wezenlijke dingen aan de orde zijn geweest. Ds. J. Overduin wist over de prediking bepaald ook wel boeiende gedachten weer te geven, en ook in het forum zijn zinnige opmerkingen gemaakt. Zodra we overigens over het gereformeerde karakter van de prediking spreken binnen de Gereformeerde Gezindte zijn we ook nog niet klaar, gegeven de verschillende accenten die worden gelegd. Kort en goed, bij alle grote belangstelling die er was, het kader waarin het COGG thans staat is te eng (of juist te breed ? ) maar in ieder geval ontbreekt een belangrijk deel van de Gereformeerde Gezindte (moet ik zeggen het 'bevindelijke' deel ? ) op het appèl. En dat is alleen maar jammer !
Reformeren en doleren
Wat in deze tijd binnen de Gereformeerde Gezindte met name weer een centrale vraag is, is wat het woord reformeren inhoudt ten aanzien van de kerkvraag. Vanuit de Gereformeerde Kerken worden we op dit moment, bij het stichten namelijk van noodgemeenten, geconfronteerd met de woorden reformeren en doleren. Me dunkt dat dit thema een conferentie waard is. In de kerkelijke pers binnen de Gereformeerde Kerken wordt thans gepoogd duidelijk te maken, dat de dolerende noodgemeenten van nu iets anders bedoelen dan Abraham Kuyper bedoelde met zijn Doleantie. Maar het verschil blijft mistig. Het woord dolerend dook voor het eerst op in de zeventiende eeuw ten tijde van de remonstrantse twisten, vooral na een in 1614 door de Staten aangenomen 'Resolutie tot den vrede der kerken'. Mensen, die niet samen met de Remonstranten gemeenschap in een kerkdienst wilden hebben, gingen eigen godsdienstoefeningen beleggen.
En de Doleantie van 1886 was niet anders dan dat een aantal kerkeraden van Hervormde gemeenten 'optredend als ambtelijke vergadering met eigen verantwoordelijkheid voor God om het belijdend karakter van de kerk te handhaven met de synodale bestuursorganisatie braken'. Wat gebeurt er nu binnen de Geref. Kerken anders ? Er wordt binnenkerkelijk gedoleerd. Dat kan niet zegt de gereformeerde kerkelijke pers. Dan kan men niet binnen het verband blijven. Dat zal kerkordelijk gezien echt wel juist zijn opgemerkt. Maar stel dan, dat men er buiten komt, gebeurt er dan iets anders dan wat er ten tijde van Kuyper gebeurde toen die kerkeraden, die zelfstandig gingen staan, een zelfstandige kerk werden ? Toen kon het kerkordelijk ook niet, namelijk binnenkerkelijk doleren. Me dunkt, dat het zozeer benadrukken van het feit, dat het nu toch met dat doleren anders is dan ten tijde van Kuyper, hiermee samenhangt, dat men persisteert bij de ontkenning, dat de Gereformeerde Kerken als gehéél geen Gereformeerde kerken meer zijn. Ds. J. Overduin was weliswaar zo eerlijk de situatie in één zinsnede te doorlichten, toen hij op het COGG zei, dat men in de Gereformeerde Kerken vroeger een ketter op 10 km afstand rook maar dat men hem nu vaak nog niet rook 'als hij vlak naast je stond'.
In ieder geval — óók al zeggen wij, dat de weg van Doleantie niet de weg is tot kerkherstel — men kan ons moeilijk duidelijk maken, waarin de situatie binnen de Gereformeerde Kerken thans verschilt van die in de Hervormde Kerk van de vorige eeuw en waarin de Doleantie van nu dan verschilt van die van toen. Met evenveel recht kan men van de Hervormde Kerk zeggen dat deze hervormd is als dat men van de Gereformeerde Kerken thans kan zeggen dat die nog gereformeerd zijn (we bedoelen uiteraard in hun totaliteit).
Dan is er nog het woord reformerend. Wat dit betreft geldt voor de héle kerk dat ze gereformeerd is om telkens gereformeerd te worden. Reformerend behoort de héle kerk te zijn. Maar ook daarover verschillen we binnen de Gereformeerde Gezindte. Daarom, hier ligt stof voor een wezenlijke ontmoeting.
Een Hongaarse 'staten'-bijbel
Aan de secretaris-generaal van de Hervormde Kerk, dr. A. H. van den Heuvel, werd op de Hervormde synode gevraagd of contact met de officiële kerken achter het ijzeren gordijn wel vertrouwd is; betekent dat niet concessies doen aan de staat ? Me dunkt, dat dit een terechte vraag is. Ik zou niet graag zeggen dat alles in de officiële kerken daar 'fout' is en dat de échte kerk alleen maar ondergronds gaat. Maar de kerkelijke leiders van de officiële kerken zouden geen leidinggevende positie (kunnen) hebben als ze zich niet aan de staat hadden gehouden. De bekende Hongaarse bisschop Tibor Bartha, één van de belangrijkste personen, die in Nairobi de verklaring inzake het 'schenden van mensenrechten in Rusland' ongedaan wist te maken, , zei op een predikantenconferentie in Siofok, dat hij 'als lid van het parlement namens de kerken kon verklaren dat het gevoerde regeringsbeleid juist is'.
Nu ontving ik dezer dagen informatie, die ik hier wil doorgeven, om te laten zien hoe hachelijk de dingen hier liggen. Er verscheen dezer dagen een Hongaarse Nieuwe Bijbelvertaling van het Hongaarse Bijbelgenootschap met Tibor Bartha als voorzitter. De realisatie ervan stond onder controle van dr. Karoly Toth, secretaris-generaal van de 'Christelijke Vredesconferentie'. De Universiteitsdrukkerij van Budapest zou de Bijbel drukken maar zou dit alleen kunnen doen als er moderne machines uit hèt Westen zouden worden geïmporteerd. Er kwam contact met de Wereldbond van Bijbel Genootschappen. Het gevolg was dat er in plaats van één pers vier werden geleverd door 'goedwillende christenen uit het Westen'. De drukpersen zijn nooit afgestaan aan het Hongaarse Bijbelgenootschap maar werden door de overheid overgedragen aan de genoemde universiteitsdrukkerij (staatsbedrijf), waar de communistische literatuur ('van hoge kwaliteit') wordt gedrukt. De universiteitsbibliotheek was in ruil wel bereid 50.000 bijbels te drukken (een veel te laag aantal). Van deze vijftigduizend bijbels zijn er inmiddels veel naar de V.S. verzonden voor harde valuta, terwijl ze in Hongarije te duur worden verkocht. De Hongaarse kerk prees de staat intussen voor haar medewerking. In een door de staat uitgegeven propagandablad Magyar Hirek werd daarvan gewag gemaakt. De marxistische taalgeleerde Loricze was aangezocht te onderzoeken of de vertaling voldeed aan 'moderne taalinzichten'.
Wat van dit alles te zeggen ? Wij kennen onze statenvertaling 'op last van hoogmogende heren '. . . . .
Maar deze ontstond in een tijd dat kerk en staat vanuit de religie op elkaar betrokken waren. Maar waar een atheïstisch staatssysteem én de kerk samen moeten werken, met name inzake een bijbelvertaling, daar wordt een 'staten'vertaling in dit geval een vertaling onder staatstoezicht, wel een dubieuze en hachelijke zaak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's