De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De prediking van de Nadere Reformatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De prediking van de Nadere Reformatie

2

6 minuten leestijd

Praktisch motief

Zo zien wij, dat het praktische motief van het streven naar duidelijkheid ook kan geleid hebben tot het 'onderscheidenlijk' preken. En als dat zo is, dan is het niet in te zien, waarom de Nadere Reformatie in het gebruik van deze methode zulk een unieke plaats zou innemen als Brienen wil doen voorkomen. Hij zoekt naar parallellen in de Oude Kerk en de Middeleeuwen. Bij Origenes treft Brienen wel parallelle gegevens aan, maar vindt ook punten van verschil, die hem ervan weerhouden om zonder meer van parallelle prediking te spreken (blz. 210). Toch geloof ik, dat er bij Origenes een groter parallellie is met de classificatiemethode, en mogelijk ook wel invloed (via Bernardus) op de Nadere Reformatie is, dan Brienen aanneemt. Ik meen, dat Brienen te veel de nadruk legt op het Griekse element bij Origenes en te weinig op het bijbelse. De indeling van de hoorders bij Origenes hangt niet uitsluitend samen met zijn meervoudige Schriftzin, zoals Brienen zegt, maar vooral met zijn visie op de Persoon van Christus. Wanneer hij verder zegt, dat men bij Origenes geen rubricering vindt van hen, die niets van de Schriften verstaan, dus van de ongelovigen, is dat maar betrekkelijk waar. Ook de voorstelling, dat de indeling van Origenes steeds een indeling in drieën is, analoog aan zijn drievoudige Schriftzin, namelijk: envoudigen, gevorderden en volmaakten, is al te simplistisch. Frederic Bertrand heeft in zijn boek 'Mystique de Jésus chez Origène' (1951) aangetoond, dat de indeling van Origenes wel degelijk in verband staat met het beleven van hetgeen de Schriften zeggen in plaats van met het verstaan der Schriften. De Persoon van Jezus is het centrum bij Origenes (p. 143). Het centrale thema in zijn werk is de menigvuldigheid van de aspecten (gezichtspunten, epinoiai) van Christus (p. 15). Elk van deze aspecten is verbonden aan één of meerdere activiteiten van Christus in de zielen. Jezus past Zich in Zijn openbaring aan de zielen aan. Christus is veelvoudig; Zijn aspecten zijn veelvoudig; en de geestelijke groei (vooruitgang, prokopè) der zielen is ook veelvoudig. Origenes onderscheidt volgens Bertrand vijf fundamentele disposities der ziel ten opzichte van Jezus: oeken, komen tot (naderen), ontvangen (aannemen), volgen, grijpen en aanraken. Voorts - rangschikken zich rondom deze hoofdthema's weer een bepaald aantal secundaire thema's. Ieder daarvan is een variëteit en tegelijkertijd een determinatie van het fundamentele thema. In het kader van deze secundaire thema's laat Origenes ook tegelijkertijd bij wijze van spiegelbeeld de daaraan tegenovergestelde houding ten opzichte van Jezus zien, dus de gedragslijn der ongelovigen. Nemen wij als voorbeeld de fundamentele dispositie van het aannemen van Jezus. Bepaalde zielen kunnen Jezus aannemen, maar Hem niet lang vasthouden (bijvoorbeeld de inwoners van Kapernaüm, Joh. 2 : 12, Samaria, Joh. 4 : 40); anderen kunnen in Zijn gezelschap leven, anderen ontvangen Hem in het binnenste van hun hart. En daar kan Hij wandelen, rusten, de maaltijd gebruiken, al naar gelang de graad van intimiteit. Maar Origenes beschrijft onder dit gezichtspunt ook, dat sommigen weigeren Jezus te ontvangen, en dat Hij ze daarom verlaat (Matth. 23 : 38: Uw huis wordt u woest gelaten'). Zo zien we, dat het Origenes' gewoonte was, een schematisch itinerarium te geven van het geestelijk leven.

Iets dergelijks zien wij in de Hoogliedpreken van Bernard van Clairvaux. Opmerkelijk is, dat Brienen als vertegenwoordiger der middeleeuwse predikers Tauler noemt. Mijns inziens had Bernardus daar eerder voor in aanmerking gekomen, daar diens Hoogliedpreken immers de belangrijkste en meest invloedrijke prekenbundel der Middeleeuwen vormen. En ook deze stelt: 'Nee uno omnibus modo, sed, ut ait Apostolus, multifarie multisque modis' ('Niet aan allen op één manier, maar, zoals de apostel zegt, op veelvoudige wijze en op vele manieren', XXXI, 4). Hij spreekt over een viervoudige manifestatie van Christus, als Sponsus, Medicus, Dux, Rex (XXXI, 6, 7), en behalve over de Sponsa ook over de adolescentulae, virgines en proximae. Een hele schematiek en puntsgewijze differentiatie dus. Wanneer deze ergens aangetroffen wordt, hoeft dit niet altijd te wijzen op invloed van de scholastiek. Brienen vermeldt ergens zelf een uitspraak van iemand, die spreekt over de 'fijne zielsontleding', welke typerend is bij de mystieken (258, aant. 53). Wij moeten ons ervoor hoeden om a priori systematisering en inwendige ervaring tegenover elkaar te stellen of van elkaar te willen losmaken. Een geestelijke ervaring van enige diepte, ondergaan door een mens die in staat is om over zijn onderwerp na te denken '. .. en wie zal ontkennen, dat dit het geval was bij de mannen van de Nadere Reformatie zowel als bij Origenes en Bernard ? .. .wordt op heel natuurlijke en vanzelfsprekende wijze gesystematiseerd. Dat betekent niet, dat deze uitwerking een blauwdruk is van de innerlijke ervaring, doch wel, dat men haar er niet a priori van moet willen losmaken.

Bijbelse motivatie

Een volgend punt is, dat ik van mening ben, dat Brienen de bijbelse motivatie van de auteurs der Nadere Reformatie wat meer au sérieux had moeten nemen. Is het niet zo, dat er voor een meer gedifferentieerde benadering van de mens minstens evenveel bijbelse argumenten zijn aan te voeren als voor de door Brienen voorgestane totaliteitsbenadering ? Zeker, de differentiatie zal nooit zover mogen gaan, dat men door de bomen het bos niet meer ziet, en dat de klemmende oproep tot geloof en bekering teloor gaat of naar de achtergrond wordt gedrongen. De prediking zal een opdrachtgevende prediking moeten zijn en geen wensende prediking, een appellerende en niet uitsluitend een descriptieve prediking. Maar toch zal men daarbij ook rekening hebben te houden enerzijds met de gesteldheid der hoorders, en anderzijds met de Schrifttekst, die behandeld wordt. Het kan wezen, dat deze ongewongen aanleiding geeft om de hoorders te differentiëren. Men zou hier kunnen wijzen op de zaligsprekingen in Matth. 5 : 3—11 en op het viermaal Zalig en viermaal Wee u! in één verband in Lucas 6 : 20—26.

Onderscheiding

Tenslotte: Brienen verwerpt de omschrijving van de gereformeerde prediking als: uitlegging en toepassing van het Woord van God. Het lijkt mij echter beter, in het voetspoor van ds. I. Kievit, deze onderscheiding te handhaven, en haar synthese te zoeken in de persoon van Christus. Christus moet het levende middelpunt der prediking zijn. De apostel zei: Ik heb niets geweten onder u, dan Jezus Christus, en Die gekruisigd. Dit houdt in, dat de prediking trinitarisch moet zijn, want Christus is de Middelaar. Hij staat georiënteerd naar de Vader, maar geeft ook Zijn Geest aan de gemeente. Hij staat tussen God en mens in. In Hem zijn het voorwerpelijke en het onderwerpelijke verenigd. Hij is God mét ons: Immzmuël. Hij heeft die twee waren tot één gemaakt. Daarom zongen de engelen: Ere zij God (theologisch), vrede op aarde (christologisch, want Hij is onze vrede), in mensen een welbehagen (pneumatologisch, de Geest woont in de herschapen mens). De voorwerpelijk-onderwerpelijke prediking vindt haar grondslag in Christus. Mijn voornaamste conclusie luidt, dat de methode van het onderscheidenlijk preken méér steun vindt in de Schrift en de traditie dan dr. Brienen aanneemt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De prediking van de Nadere Reformatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's