De nood des tijds
Prof. dr. W. J. Aalders
5
SURROGATEN
De weg naar boven uit de decadentie is velen te steil. Daarom zoekt men naar andere uitwegen. Maar de vraag is, of wij daarmede overal en altijd uitkomen. Wat voor de gezonde mens waarde heeft, geeft mij niets als ik in levensgevaar ben. Dan baat het fraaiste boek en het schoonste uitzicht niet.
Men kan voor de donkere realiteiten van dood, schuld en angst een scherm zetten en zich beperken tot hygiëne, voeding, arbeid en woning, eugenetiek (veredeling van het ras) eubiotiek (harmonische levenskunst) en euthanasie (pijnloze dood). Maar dit is surrogaat van de waarachtige levenskunst.
Verschillende afgoden
Nietsche verheerlijkt alles wat gezond en sterk is. In Rusland wijdde men een bijna afgodische vereering aan de machine, die als in een profane processie het dorp werd binnengehaald. Het Westen vereerde productie om de productie. Zo worden ook maatschappij en staat, volk en ras verheerlijkt.
Wee de oude christenen, die scherp onderscheidden wat des keizers en wat Godes was. Communisme en Nationaal-Sócialisme laten zien, waartoe de dienst der surrogaten leiden kan.
Ieder heeft zo z'n idealen, z'n afgoden, hetzij een persoon of een zaak, een werkelijkheid of een gedachte. Het ongeloof is ook een vorm van geloof, en wel een zeer fanatieke. Het is de caricatuur er van. Hoe heeft men niet vaak de wetenschap of de wijsbegeerte verheven tot de hoog-ste vorm van bestaan, de spits van dat, waartoe een mens in staat is. De godsdienst was hoogstens een voorbereiding daartoe.
De psycho-analyse
Nog altijd vertrouwen tal van geleerden op de onfeilbaarheid van het menselijk denken. Toegepast op de onrustige en lijdende mens, wil men hem door de psycho-analyse langs de hellevaart der ontleding brengen tot de hemelvaart der synthese, waarin alles op z'n plaats komt. Maar de analyse kan niet meer doen dan ontleden. En dan — diagnose is nog geen genezing, kennis der gebondenheid nog geen verlossing er uit. 'Relatief toegepast is zij waardevol; absoluut genomen is zij gevaarlijk'. Zij wordt dan een surrogaat van de religie. De psycho-analyst vervangt de zieleherder.
De kunst
Aalders wijst er op, dat, in tijden van godsdienstig verval, ook de kunst zich aandient als surrogaat. Soms bevrijdt en verlicht de kunstenaar zijn gevoel en geweten, door wat hem bezwaart uit te drukken in een literaire vorm. Dat wordt zoiets als een ongewijde biecht, waarbij de zelf-expressie door de biechteling als een soort. absolutie gevoeld wordt. Men wil dan het leven niet verzaken. Ook niet het verbeteren. Maar het kleuren met de schone schijn, weglevend in het droomland van heldere verbeelding. In alle eeuwen heeft de kunst daartoe een groot vermogen getoond in kleur en klank, vorm en beeld. Wij moeten zelfs toezien, dat de ontroering, die b.v. de Mattheus-Passion wekt of een Gothische dom, geen surrogaat-religie wordt.
De zedelijkheid
Immanuel Kant heeft haar verheerlijkt in haar gestrengheid, die niet wil behagen, maar alleen onderwerping verlangt, waarbij alle neigingen verstommen. Het is een geloof, dat in de mens zelf rust, in zijn rede, zijn beter, eigenlijk 'ik'. Maar Nietsche heeft de naïviteit al gesignaleerd, die meent, dat 'de moraal overblijft, als de sanctionerende God ontbreekt'. Tegenover de majesteit Gods bezwijkt de mens met al zijn normen. Hij is niet maar een stukje 'rede', maar een levend mens, die zich niet weet te bergen in de dag des toorns.
Religieus surrogaat
Velen hebben de religie van de christelijke kerk met haar scherpe markering van God en wereld, schepping en verlossing, zonde en genade, dood en oordeel, verworpen. Men wantrouwt het bestaande kerkelijk leven als vormelijk en onwaarachtig. Men speurt ook elders religieuze bloesems en vruchten. Men verlangt naar een al-eenheid, waarin de overgangen geleidelijk en de grenzen vloeiend zijn. In culturele kringen vindt men belangstelling voor het exotische (uitheemse) en het Occulte (het geheime, verborgene). Critiekloos worden daarbij de meest heterogene (onderling verschillende) bestanddelen aanvaard en bijeengebracht. Maar de echte religie is onverdraagzaam, omdat zij voor een besliste en beslissende keuze stelt. Daarom kan zij alleen uitkomst geven in de concrete werkelijkheid van het leven.
Daarin staat ook de christelijke kerk met de genademiddelen, die God haar heeft toevertrouwd, een kerk, die de eeuwen door, van geslacht tot geslacht, de draagster was van geestelijke schatten. Zolang niet bewezen is, dat deze schat haar waarde verloren heeft of de kerk deze schat heeft prijsgegeven, is het niet raadzaam haar los te laten. 'Men geeft de mens niet gemakkelijk iets terug, dat nabijkomt aan de waarde van het Evangelie met zijn ontzaglijke dramatiek van Schepper en geschapenheid, van tijd en eeuwigheid, van dood en leven, van recht en genade, van liefde en haat van offer en gehoorzaamheid, van schuld en boete, van verzoening en verlossing, van eeuwig wel en eeuwig wee'. Daartegenover is een mozaiëk van gegevens van hier en van daar surrogaat.
PARALLELLEN
Wie over zijn eigen tiid nadenkt heeft de neiging die te vergelijken met andere perioden van de wereldgeschiedenis. Dat heeft vooral zin, wanneer men gelooft, dat die geschiedenis geen onwezenlijke schijn is (Boeddhisme) of 'n steeds terugkerende kringloop (de Grieken, Nietsche), maar gevormd wordt door de opperste Kunstenaar en Bouwmeester; dat wel de gedaante der wereld voorbijgaat, maar haar wezen duurzaamheid bezit. Het vuur van het oordeel maakt openbaar wat blijft en wat vergaat.
Bij alle verschil in het karakter der tijden is de nood van de mens tegenover God wezenlijk dezelfde. Die nood echter kan wezenlijk worden beseft, maar ook weggeleefd en weggedacht. Ook is het mogelijk, dat op de Macht, die deze nood overwint, vast wordt gerekend (in geloof); of dat deze Macht onzeker en zelfs onwezenlijk schijnt.
De tijden vergelijken is een gevaarlijke zaak, omdat de mens zich niet boven de tijd kan stellen, maar een kind des tijds is. Toch zijn er bepaalde trekken van overeenkomst tussen verschillende tijden. We zien bij de ondergang van bepaalde beschavingen (Egypte, Assur, Babel, Griekenland, Rome) innerlijk verval of aanvallen van buiten, zelfs in de regel beide. Het weerstandsvermogen gaat ontbreken.
Symptonen
Religieuze eerbied, grootheden als gezag en gezin, besef van plicht tot arbeid, worden ondermijnd. Voorstellingen en gebruiken vermengen zich, verliezen het karakteristieke. In het pantheon (huis voor alle goden) is voor elke god plaats. Scepsis tast zedelijk en wetenschappelijk leven aan. Rechten en plichten houden elkander niet meer in evenwicht. Het.zinnelijke is tenslotte het meest nabije en algemene. Men vraagt om brood en spelen.
Aalders denkt hierbij in het bijzonder aan de ondergang van het West-Romeinse rijk en tekent daarin de persoon van Augustinus, die ondanks alles, wat de wereld van die tijd aan zijn zinnen en aan zijn denken geeft, niet gelukkig is. Niet uit de wijsbegeerte, maar uit de boodschap Gods in het Evangelie is het licht opgegaan in zijn gevoelige, naar zekerheid hunkerende ziel. Hij illustreert duidelijk, waar zekerheid niet en waar zij wel te vinden is.
Renaissance en Reformatie
Daarmede staan we in een crisis in grote stijl. Daar is weer een strijd tussen gezag en vrijheid, waardoor de betrekkingen tussen de mensen onderling, maar ook die tussen de mens en God op de proef worden gesteld. Drie stromingen staan daar tegenover elkaar: de Rooms-Katholieke, die zich buigt voor het gezag van de kerk (Contra-Reformatie); de Protestantse, die zich alleen onvoorwaardelijk gebonden weet aan God (vrij van alle mensen en tegelijk aller dienaar); en daarnaast, die van de zich onafhankelijk achtende mens, bewuste drager van de krachten en wetten deze wereld (de zgn. universele mens). In die strijd der geesten ontwikkelen zich allerlei vrije stromingen: religieus, sociaal-economisch en artistiek. Een heroïsche tijd, die slachtoffers maakt, maar ook helden kweekt.
De blijvende vastheid boven ons
In de critische perioden van de geschiedenis wordt de mens voor een keus gesteld. Die keus scheidt enerzijds, verbindt anderzijds. 'Het is slechts de vraag of er een beginsel is, dat de keus bepaalt en deze waard is'. Bij vergelijking blijkt er een lijn te zijn, die Paulus, Augustinus en Luther verbindt. Daar is de zekerheid dat geen schepsel zal scheiden van de liefde Gods in Christus (Paulus). Daar komt het geloof te staan boven alle verwarring, door de kracht van die God, Die alle dingen aan de voeten van de mens onderworpen heeft, maar aan Wie de mens zelf als schepsel onderworpen is en blijft (Augustinus). En Luther ziet de christen in Christus door het geloof, en in de naaste door de liefde.
Bij allen is het de strijd tussen mensenwerk en Godswerk.
'Wil onze tijd verlost worden, dan zal hij moeten leren, dat niet binnen, maar boven ons, boven ons zijn en bewustzijn, boven ons doen en laten, ook boven ons bereik en bevatting, de plaats is voor houvast'. Deze boodschap is nu meer dan ooit actueel, nu de mens meer dan ooit geneigd is 'de grond der dingen' in zichzelf te zoeken; omdat hij zowel die God kwijt is, Die in de hemelen is, als Christus, Die was eer de wereld was; nu hij het Evangelie van zijn genadige inhoud ontdaan en tot een opdracht gemaakt heeft, die hij, door in hemzelf wonende krachten, verwezenlijken moet.
Ook 1934 en 1976 blijken parallel te lopen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's