Boekbespreking
Jacobus Revius: Over-Ysselsche Sangen en Gedichten; Uitgave Hes Publishers, Utrecht, samen met Uitgeverij De Banier, Utrecht, 221 pagina's, ƒ 85, —.
Deze 'sangen en dichten' van de bekende zeventiende eeuwse dichter Revius — tijdgenoot van Cats en Huygens — is uitgegeven 'met ongedrukte gedichten vermeerderd en-van verklarende aantekeningen voorzien' door W. A. P. Smit. In 1630 verscheen het boek voor de eerste maal. In 1930 verscheen deze uitgave, voorzien van een voorwoord van W. A. P. Smit opnieuw, aangevuld in bovengenoemde zin. De nu voor ons liggende uitgave is een ongewijzigde herdruk daarvan.
Tijdens Revius' leven werd zijn werk niet herdrukt, al werden in 1634 de nog onverkochte exemplaren, vermeerderd met nog een aantal verzen, door een andere uitgever in de handel gebracht. Pas in 1863 kwam er door publikatie van prof. dr. J. van Vloten eerherstel voor Revius en in 1926 verscheen in Blaricum een bloemlezing geestelijke poëzie.
Smit heeft zich met deze uitgave gericht op de oorspronkelijke Deventer uitgave met 'omzettingen, verbeteringen en bijgeschreven verzen in Revius handschrift'. Smit heeft verder het hele boek met het oeuvre van Revius van verklarende voetnoten voorzien.
De uitgever heeft met deze heruitgave ongetwijfeld de Nederlandse literatuur eeij grote dienst bewezen door het oeuvre van deze grote dichter, die onvoorwaardelijk uitging van het gezag van Gods Woord, opnieuw uit te geven in een fraaie uitvoering.
We nemen hier nog over wat van prof. dr. G. A. van Es op de omslag is overgenomen uit Geschiedenis van de Letterkunde der Nederlanden, deel IV. 'Niet het eigen-ik, maar het Woord Gods staat in het centrum. En dat niet enkel als de basis of achtergrond, maar in den meest volstrekten zin als de bron van Revius' inspiratie, ja het onderwerp zelfs van zijn gedichten. (...)
Zijn dichtwerk zet ons midden in den strijd van het geloof, de spanning tusschen ondergang en verlossig, maar de worsteling van het individu is opgenomen in de worsteling van de Kerk aller eeuwen, zooals die belichaamd is in het geschreven Woord en zich voortzet in de geschiedenis der volkeren. Van dit conflict is de oplossing gegeven en de uitkomst zeker. (...) Revius verwerkelijkt met zijn poëzie het dubbele ideaal der voorgaande generatie: het gereformeerd-schriftuurlijke maar ook het Calvinistischnationale lied. (...)
Directer en vollediger dan Cats en Huygens geeft hij de dichterlijke vertolking van het Christelijke geloof, afgeleid uit de Schrift, doordacht en doorleefd in Calvinistischen geest. Door dat alles is Revius de dichter van het Calvinisme, in zijn eigen tijd, maar ook voor de tijden na hem'.
v. d. G.
P. Kuyt: Model-reglement Oudercommissies, met toelichting, ƒ4, 50. Uitg. 'De Banier', Utrecht.
'School en ouders', themanummer van 'De Reformatorische School', te bestellen door overmaking van ƒ 3, 75 op gironununer 3 267 858 t.n.v. penningm. D.R.S., Schuberthof 37, Waddinxveen.
Bovengenoemde uitgaven behandelen beide de zg. oudercommissies die op grond van de per 1-1-1976 in werking getreden wettelijke bepalingen aan kleuter-en basisscholen gevormd moeten worden, wanneer de ouders daarom vragen. De brochure van de heer Kuyt geeft een modelreglement voor het werk van deze commissies, dat eventueel afhankelijk van plaatselijke omstandigheden verder ingevuld kan worden. Voor het goed functioneren van oudercommissies is een goed reglement van groot belang, zodat ieder weet waar de verantwoordelijkheden liggen en wat ieders taak is.
Het bijzonder onderwijs is gekant geweest tegen het verplicht stellen van oudercommissies, en terecht. Deze verplichting past niet in het geheel van de vrijheid van onderwijs. Nu het een wettelijke bepaling is geworden, zal ook het christelijk onderwijs verder moeten en er in ieder geval voor dienen te zorgen dat wanneef een oudercommissie in het leven wordt geroepen, deze kan functioneren in overeenstemming met de grondslag van de school. En daartoe is een goed reglement een eerste vereiste. Overigens zij opgemerkt dat oudercommissies binnen de school een goede functie kunnen vervullen. Het verzet betreft dan ook alleen het verplicht karakter ervan.
Het themanummer in 'De Reformatorische School' bevat ook een modelreglement met toelichting. Het is uitgegeven door het bestuur van de Vereniging voor Gereform. Schoolonderwijs. Modelreglement en toelichting vormen een degelijk stuk werk. Voor schoolbesturen een goede gelegenheid dit modelreglement af te stemmen op de plaatselijke situatie, zodat ook het werk van de oudercommissies althans juridisch een goede basis krijgt. Jammer dat binnen de kleine kring van het reformatorisch onderwijs twee ontwerpen op de markt komen, dat is niet nodig. Hoewel beide reglementen bruikbaar zijn, verdient het ontwerp van een officiële instantie de voorkeur boven een privé-initiatief.
Het thema-nummer van D.R.S. bevat naast het ontwerp-reglement diverse bijdragen over ouderparticipatie. Zo een artikel van drs. Kruidenier over 'School en ouders tijdens de schoolstrijd'; pedagogische notities over 'Ouderparticipatie' door de heer Houweling en voorts bijdragen uit de praktijk van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Een aantal schoolbestuursleden en onderwijsmensen geven hun oordeel over vormen van ouderparticipatie. Al met al een zeer lezenswaardig nummer dat alle bestuursleden en onderwijsgevenden niet ongelezen moeten laten. Het maandelijks verschijnend blad is overigens voor allen die in onderwijsvragen geïnteresseerd zijn en een standpuntbepaling zoeken vanuit de gereformeerde levensvisie, zeer de moeite van het zich abonneren waard. Administratie-adres: Schuberthof 37, Waddinxveen, abonnementsprijs per jaar ƒ25, —.
M. Burggraaf
Jehovah's getuige, mag ik ook wat zeggen ? , door J. G. Fijnvandraat; Uitgave H. Medema, Apeldoorn; 120 blz.; ƒ 7, 50.
Dit is eens een geheel ander boekje dan de meeste boekjes, die over de Jehovah's getuigen verschijnen. Het is namelijk in de eerste plaats bestemd voor Jehova's getuigen zelf met wie de schrijver in gesprek wil zijn. Dit gesprek is polemisch van aard, hier en daar misschien iets te sterk, maar toch met bewogenheid. De schrijver valt met de deur in huis door te spreken van de dwaalleringen van de Jehovah's getuigen; dat geeft meteen duidelijkheid. '
Het boekje snijdt in vier hoofdstukken enkele kernthema's aan van wat de Jehovah's getuigen leren t.a.v. de Godheid van Christus, de opstanding van Christus, de menselijke ziel en het eeuwige oordeel. Was het niet goed geweest eerst een historische schets te geven en de lijnen te trekken vanuit het centrale punt van wat de Jehovah's getuigen leren, namelijk het goddelijke plan der eeuwen en het duizendjarig rijk ? De vier kernpunten (hoewel hoofdpunten) lijken nu wat willekeurig gekozen.
De schrijver weerlegt de dwalingen vanuit de Schrift. Het had echter aan diepte gewonnen als de Bijbelse lijnen ook waren doorgetrokken vanuit het dogmatisch denken. Nu heeft het boekje enigszins het vermoeiende van de wijze waarop de Jehovah's getuigen zelf met de Bijbel omgaan. Maar tenslotte is het boekje vooral voor hen bedoeld.
Te gemakkelijk vergeten we, dat we ten aanzien van Jehovah's getuigen een taak kunnen hebben. Al was het alleen al doordat we hen dit boekje zouden kunnen laten lezen. Daarom is het goed dat het verscheen. De uitgever heeft het verzorgd uitgegeven voor een zeer billijke prijs. Hulde.
H. Veldhuizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's