De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Seismograaf of kompas?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Seismograaf of kompas?

14 minuten leestijd

Bovenstaande titel vraagt enige toelichting. Met een seismograaf registreert men aardbevingen, aardschokken. Op een kompas oriënteert men zich bij de vaart. De vraag is welke instrumenten de kerk hanteren moet. Me dunkt beide. Een seismograaf is nodig om de aardschokken van de eigen tijd te registreren. Maar het kompas is onmisbaar om de koers te bepalen. Waarom ik dit schrijf ? Omdat naar mijn stellige overtuiging op de laatstgehouden predikantenvergadering van de Hervormde Kerk, zoals elk jaar georganiseerd door de Bond van predikanten, meer de seismograaf is gehanteerd dan het kompas. IJverig zijn de eigentijdse verschijnselen in kerk en theologie en de vigerende verschuivingen geregistreerd, maar waar was het aangeven van de koers op grond van het enige kompas dat de kerk ten dienste staat?

Vele soorten dominees

Dr. A. H. van den Heuvel, om met zijn toespraak te beginnen, verwachtte in de toekomst dominees in vele soorten. Er is — dit tussen twee haakjes — weinig reden om te zeggen dat afgaan op een krantenverslag bezwaren oplevert, want diverse kranten gaven een zelfde verhaal met dezelfde citaten (kennelijk was de tekst of een gedeelte ervan voor de pers beschikbaar). Ik citeer nu letterlijk:

'We zullen in de komende twintig jaar niet minder maar meer soorten predikanten krijgen. Naast de gewone en de buitengewone en de bijzondere predikanten en naast de zendingspredikanten en de predikant-evangelist, naast part-timers en teamwerkers, naast bezoldigde en onbezoldigde zullen we nog wel meer termen moeten uitvinden. We zullen zeker de transconfessionele dominee krijgen, die werkt in een andere kerk dan degene waar hij zijn eerste confessionele loyaliteit vindt. We zullen dominees krijgen die volstrekt buiten het instituut gaan werken omdat ze nog meer vrijheid nodig hebben dan zelfs de hervormde kerkorde ze geeft. We zullen predikanten krijgen met en zonder academische graden (zoals we al hebben). We zullen zwarte en bruine en gele predikanten bij ons krijgen. Gaat u maar door en noemt u het maar op. Wij zullen misschien de direct herkenbare dominee ook nog houden of weer terug krijgen. We zullen zeker meer witte toga's krijgen en de priesterboorden zullen ook wel weer terug komen. We krijgen veel meer vrouwelijke predikanten en we zullen onze handen vol krijgen aan predikanten die in allerlei niemands-land wandelen. We zullen in de toekomst niet alleen VVD-ers maar ook CPN-ers onder de dominees krijgen. We zullen er mee moeten leven dat het aantal en soort van nevenwerkzaamheden niet tot het ziekenhuis, de school en het maatschappelijk werk beperkt blijft'.

Leiding-gevend ?

Afgezien van de vraag of deze profetische mijmeringen van de secretaris-generaal vervulling zullen krijgen, moeten we de vraag stellen: was hier niet wat meer te zeggen ? Waarom wel de seismograaf voor de toekomst gehanteerd en waarom geen leidinggevend woord ? Zullen we er in (hebben te ) berusten, dat we in de toekomst 'niet alleen VVD-ers maar ook CPNers onder de dominees krijgen ? ' (zullen er overigens misschien ook nog andere stemmers zijn ? ) De secretaris-generaal beseft kennelijk niet, dat uitspraken als genoemde de inzet worden van een gewenningsproces. De discussie aan de VU over de benoeming van CPN sympathisanten is — met volle inzet van de studentendominees — nog maar net op gang of de prognose wordt gemaakt: ook CPN-ers onder de dorninees ! Ik verwacht hier van de secretaris-generaal, bij zijn seismografische onderzoekingen, een commentaar, een aangeven van grenzen, een aanduiding van wat in de kerk, die naar haar kompas van Hoger Hand wil leven, kan en niet kan. Ik vlei me niet met de illusie dat er één (dominee) door de woorden van dr. Van den Heuvel communist of communist-af zal worden. Maar zijn spreekgestoelte staat in de kerk ook wel weer zó hoog, dat hij er rekening mee houden moet, dat zijn woorden effect hebben, in dit geval het effect van gewenning en daardoor bevordering van een kerk met dominees 'van-elk-wat-wils'.

Als verder gezegd wordt, dat er dominees zijn die buiten het instituut gaan werken omdat die meer vrijheid nodig hebben dan 'zelfs de Hervormde Kerk hen geeft' (en ik twijfel er echt niet aan dat dit zo zijn zal), waarom dan niet tegelijkertijd een goed woord voor dat instituut ? Het institutaire van de kerk is niet niets. Moet ik nóg weer eens herinneren aan het woord van ds. M. Groenenberg die zei — we citeerden het enkele weken geleden — dat als daar de verbinding met de kerk, waarbij men minachtend spreekt over het instituut, verdwijnt en jongeren er niet aan denken belijdenis te doen of zich voor de kerk in te zetten of er zelfs te verschijnen, dan moet men niet jammeren dat de invloed gaat toenemen van degenen, die zich anders en veel positiever opstellen in en ten opzichte van de kerk ook als instituut.

Werkt dr. A. H. van den Heuvel er op deze wijze niet aan mee impliciet de kerk als instituut naar beneden te praten ?

'Wij zullen misschien de direct herkenbare dominee ook nog houden of weer terug krijgen', zegt hij. Ik tast naar de bedoeling van deze woorden. Temidden van de vele uiteenlopende soorten dominees wordt de gewone dominee met een misschientje afgedaan ? De vraag is dan wel waar de gewone gemeente zal zijn als de gewone dominee er niet meer is. Die zal wellicht terzijde van deze heirbaan vertoeven. Of zal de gewone gemeente de buitengewone dominee moeten betalen en er intussen door belaagd worden ? Zoals nu de gewone gemeente soms al flink last kan hebben van predikanten in buitengewone dienst, die aan de plaatselijke gemeente zijn verbonden (dr. Van den Heuvel pleit ervoor dat zij effectief worden verbonden aan een plaatselijke gemeente of gemeenschap).

Eén opdracht

Kort en goed, de kerk heeft slechts deze opdracht: verkondigt het evangelie aan alle creaturen (de verkondiging), dezelve dopende in de Naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes (de bediening der sacramenten), lerende hen onderhouden al wat ik u geboden heb (de leer, de catechese, het onderricht dus in het gebod van God, dat zeer wijd is, het hele leven omspant). Ik had graag gezien, dat de secretaris-generaal orde geschapen had in de (zich aandienende) chaos en leiding had gegeven. Nu wekt hij de indruk, ik zeg niet van schik te hebben in, maar toch wel van vrede te hebben met een pluriforme kerk, waarin weinig orde en structuur meer te ontdekken valt.

Voor mij is het geen vraag of de CPN dominee wel ooit aan de opdracht van Mattheus 28 gestalte zal (kunnen) geven; en ik ben bang dat er onder de bonte mengeling van dominees, die dr. Van den Heuvel voorziet, meerderen zullen zijn die die opdracht niet meer zien.

Maar — en daarin heeft Van den Heuvel gelijk — 'er zullen altijd predikanten zijn', is het echter niet hier dan elders, is het niet in Europa (meer) dan wel in Azië. Want het getuigenis zal doorgaan totdat er geen tijd meer zijn zal, tot de laatste engel zal hebben gebazuind. Maar het zullen dan wél, wil het goed zijn, dominees zijn met een gemeente en geen generaals zonder leger. In de kerkelijke aardverschuivingen die zich gaan voltrekken en waar we al midden inzitten zullen er hopelijk ook die dominees blijven (en dat zijn ten diepste alléén maar gewone dominees) die het weten: wee mij als ik het evangelie niet verkondig ! En er zal hopelijk een volk blijven, dat naar die dominees blijft vragen.

Afbraak van het instituut ?

Er zat wél structuur in de Hervormde predikantenvergadering, dat wel. Dr. P. W. J. van Hooff hanteerde eveneens de seismograaf en signaleerde verzet bij de jongeren tegen iedere 'maatschappelijke, religieuze en ethische bevoogding'. De officiële kerk is bij vele jongeren uit het vizier verdwenen. Geen nood, eerder een deugd. Van Hooff zegt: 'de langzame maar zekere afbraak van de huidige institutionele kerk zou wel eens kunnen behoren bij wat de Geest in onze dagen uitwerkt'. Er is geloof buiten de kerk en we moeten geloof en kerk niet al te zeer op elkaar betrekken.

En in en buiten de kerk gaat het om twee soorten religiositeit: namelijk de persoonlijk gerichte en de sociaal-politiek gerichte (bijvoorbeeld bij christenen voor het socialisme). Welnu, in deze situatie is voor de kerk de vraag: hoe kunnen mystiek en politiek met elkaar verbonden worden ? Met die vraag moet de kerk bezig zijn wil ze kerk van de toekomst zijn.

Welk kompas dient hier nog, zo vraag ik weer ? 'Is het nu werkelijk zo dat het de taak van de kerk is om alle verschijnselen en stromingen onder één grote parapluie te vangen ? Zou het dan werkelijk niet zo meer kunnen zijn, dat stromingen of be­ wegingen zich expresselijk of inhoudelijk buiten de grenzen van de kerk plaatsen ? Moeten we nu alléén maar een seismograaf laten werken en elk geluid registreren en dan ook maar laten doorklinken ? Van Hooff ziet in de afbraak van het instituut een mogelijke werking van de Geest in onze dagen, ik houd het bij Augustinus' krasse uitspraak: extra ecclesiam nulla salus, buiten de kerk geen (enkel) heil. De stemmen klinken steeds luider: breek dit instituut maar af. Maar zal een kerk — buiten de kerk — gesteld dat ze er zou zijn — nog een boodschap, een woord van vermaan en troost, een woord van bemoediging en leiding vernemen in de chaos van deze tijd ?

Men kan God niet als Vader hebben als men de kerk niet als moeder heeft. Ook een te krasse uitspraak ? Wie God vond, als zijn Vader kennen leerde door de verkondiging in de kerk, krijgt ook die kerk, want Gods gemeente hartelijk lief. Ik had graag gezien dat van die liefde iets naar buiten was gekomen nu predikanten over de kerk, waarin ze hun ambt als gave uit de hand van de Koning der kerk ontvingen, bijeen waren.

Een moment van Gods handelen

En nu het laatste verhaal, het meest trieste (sloot zich hier de keten van de referaten? ). Dr. L. Hoedemaker, nazaat van de grote dr. Ph. J. — van wie ik zo een en ander van de kerk mocht leren en wiens liefde voor de kerk hem wel niet aangeboren maar wel aangeleerd was door de Heilige Geest — hield een pleidooi om de betrekkelijkheid van het christendom te erkennen en theologisch te verwerken. De andere godsdiensten zijn er — om zo te zeggen — óók nog. Wat men door alles heen proeft is in feite die telkens maar weer opduikende leer van de algemene verzoening, die ten grondslag ligt aan de vele dwalingen van onze tijd en die al zo lang zielsmisleidend en kerkverwoestend heeft gewerkt. Hoedemaker zegt: 'Het gaat er om de wereld serieus te nemen als terrein van Gods handelen'. En: 'Gods aanwezigheid en handelen in de wereld is een handelen Gods in de Geest, gericht op de eenheid en het heil van de wereld' (men lette op de uitdrukking 'eenheid .. . van de wereld', een zaak waarom het ook in Nairobi ging). Deze visie van de algemene verzoening, waarin het geloof niet meer van beslissende betekenis is om in het heil te delen, is de doodsteek voor de verkondiging, inclusief de zending en de evangelisatie.

Maar als Hoedemaker dan óók nog zegt dat het Christus-gebeuren tweeduizend jaar geleden ook 'maar een moment van het handelen Gods in de Geest was', waarvanuit dan duidelijk wordt waar het in het handelen van God om gaat, maar dan toch maar een moment dan vraagt men over welke Christus spreekt hij, die van het evangelie ? Paulus zegt: Ik wens niemand anders te weten dan Jezus Christus en die gekruist. Is kruis en opstanding een moment ? Of is het dé heilsdaad van God bij uitstek, een unieke daad, die zijn weerga in de geschiedenis niet heeft ? Hier is een woord van beslissende betekenis. Een moment of hét moment. Als het Christus-gebeuren (waar komt die uitdrukking overigens vandaan) een moment is dan wordt de rest van de geschiedenis ook van een normerend karakter. Dan wordt de wereld (en de verschijnselen daarin) zo goed bron en norm voor het leven als het Woord. Dan is de evolutie in de geschiedenis van evenzoveel betekenis ala die toegespitste geschiedenis van twee duizend jaar geleden, ook al zegt de Schrift dat daar het eigenlijke van de geschiedenis plaats greep.

Misleidend

Al met al, de Hervormde predikantenvergadering was eerder misleidend dan leidend. De kerk als instituut werd naar beneden gepraat. De veelsoortigheid onder de Verbi Divini Ministers werd met een knipoogje bekeken. En — en dat is het ergste — het Christus gebeuren is een moment in Gods handelen. Waar was het gereformeerd geluid ?

Iemand heeft op de bewuste predikantenvergadering opgemerkt, dat Hoedemaker (de nazaat van dr. Ph. J. dus) de theologie uitnodigt het einde van het corpus christianum (het christelijke tijdperk) nu maar te voltrekken, daar aan, om te zeggen, mee te helpen. Dat is juist en het geldt niet alleen van wat deze dr. Hoedemaker zei. De kerk verhaast de afbraak van de kerk. Ik kan niet laten hier een bewogen woord van dr. Ph. J. Hoedemaker naast te zetten, de man die als geen ander opkwam voor het gezag van het Woord in kerk en en staat:

'ik behoor zeker niet bij hen, die zich in een eng kringetje opsluiten, die zich om de verbreking van Jozef niet bekommeren, dié onder de invloed van de beginselen der Doleantie staan . . . Ik ben eenvoudig een mens, die de belijdenis zal blijven beamen, zolang hij niet overtuigd is dat zij op dit of dat punt afwijkt van het Woord, waaraan hij. zich gebonden voelt; een christen die zich één weet met allen-die uit en naar de waarheid leven, ja voor zover zij dit doen, ook met hen die de 'God der vaderen zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms'; een hervormde die in de abnormale toestand waarin de kerk verkeert niet de allergeringste aanleiding vindt om haar te verlaten, veeleer het tegenovergestelde; ... en een predikant die meer dan ooit zijn roeping gevoelt, waarlijk te zijn wat God hem gemaakt heeft'.

Bemoedig de predikanten

Al het bovenstaande nog eens overziende denk ik terug aan wat ds. J. van Amstel, emeritus predikant te Huizen, me enkele jaren geleden toevoegde bij een interview: 'bemoedig de jonge predikanten !' Welnu een woord van bemoediging hebben ze wel nodig — niet alleen de jongeren — als we bedenken dat ze in een kerk hun werk moeten doen, die theologisch naar beneden wordt gepraat, als ze temidden van (tegen)stromingen hun werk moeten doen, die goed worden gepraat, en als ze in een geestelijk gedachten klimaat hun werk moeten doen waarin de Schrift en de belijdenis van de kerk dood worden gepraat.

En toch, het Woord van God is niet gebonden. Daarin mogen predikanten en ambtsdragers hun bemoediging vinden. Predikanten gaan vaak — hun werk brengt dat met zich mee — alleen hun weg in de dagelijkse gang in de gemeente, onttrokken aan het oog en het meeleven van anderen vaak, wanneer ze hun werk moeten doen in een sfeer van afweer, verzet, vijandigheid, onverschilligheid, kwasi-godsdienstigheid (gelukkig is er óók meer). En niet zelden gaan ze door tussen de kritische stemmen van de spraakmakende gemeente. Niet zelden valt het hen moeilijk zichzelf te zijn omdat de gemeenten - willen dat ze iemand anders zijn. Niet zelden worden ze geremd in de ontplooiing van hun gaven — soms hun artistieke gaven, naar mij enkele jaren geleden uit de mond van een hoog literair begaafd — nu reeds overleden predikant bleek — omdat de gemeente dat niet begrijpt.

In deze tijd van Godsverlating en van het najagen van wind, van theologie en kerkpraktijk die meer weg heeft van waterloze wolken dan van fijn goud, mogen predikanten — de gewone, ja — zich wel extra bemoedigd weten door de gemeenten, opdat ze in hun aanvechting en strijd ook mede daardoor staande mogen blijven en opgewassen blijven tegen de vloedgolven van het huidige modernisme-en van een kerk-naar-beneden-pratende theologie.

Maar de grootste bemoediging ligt hier: ziet Ik ben met u, al de dagen tot aan de voleinding der wereld. Er is een hoop die niet sterft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Seismograaf of kompas?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's