Een koninklijk priesterdom
Pastorale overwegingen
5
Bisschoppelijke leiding ? ? ?
Er wordt van verschillende kanten wel eens gezegd, dat het maar bar jammer is, dat de kerken der reformatie de Bisschop kwijt zijn. Voor het bestuur en de vaste leiding zou zulk een figuur van grote waarde zijn. Men wijst dan wel eens bij voorbeeld op de chaotische omstandigheden in verschillende gemeenten, de moeilijke praktijk van het beroepingswerk en dergelijke. De Grieks-orthodoxe, de Rooms-katholieke en de Anglikaanse kerk gaan zelfs zover, dat men daar stelt, dat er zonder bisschoppelijke leiding geen eigenlijke kerk is. Dat verlegt het wezenskenmerk van de kerk dus in haar ordening, bestuur en organisatie. Daartegen protesteren we met klem. En we zien bij Rome hoever men komen kan: de opperbisschop is onfeilbaar in de leer (uitspraken).
Nu moeten we ook niet al te veel schrikken van het woord bisschop, oorspronkelijk 'episkopos' wat wil zeggen 'opziener', zoals ook het bevestigingsformulier voor dienaren des Woords ons onderricht. Het gaat om het opzicht over het huis Gods, waarin zij verkeren. De figuur van bisschop is in de verdere ontwikkeling en de loop der tijden te voorschijn gekomen. Gevaar van op te gaan in uitwendigheden als bevoegdheid, macht, aanzien, rijkdom dreigt altijd, evenzo goed als het gevaar van onordelijkheid, independentisme, onafhankelijkheid, ieder op zichzelf, vrije gemeenten, van plaats tot plaats.
Ik dacht dat Calvijn nog altijd het dichtst bij de Schrift was als hij, wat de ordening van het kerkelijk leven betreft, een warm pleidooi voert voor de presbyteriale opbouw der kerk. Zelf kwam hij wel tot vier ambten, te weten, predikanten, doctores of leraars, ouderlingen en diakenen. Maar hij zocht nauwe aansluiting bij wat het Nieuwe Testament ons aanwijst, wat nuttig en nodig is. Het Nieuwe Testament is en geeft zelf geen kerkorde, wèl, wat tot opbouw van het geestelijk en gemeentelijk leven dienende is.
Wat is wezenlijk ?
Altijd weer staat centraal bij de bediening der ambten de taak der verkondiging. Het Woord moet zijn loop hebben, de prediking van het Evangelie, de bediening der sacramenten, de leiding van en in de gemeente. Maar dat Woord waaiert uit 222 in verschillende vorm. Daar is de prediking, dat is 'het Woord in de kleine kerkjes' bij bejaarden-zieken(huis)-en huisbezoek, de catechisatie en het godsdienstonderrricht. Letten we er op dat niet voor niets in het bevestigingsformulier van ambtsdragers ook ten aanzien van diakenen sprake is van 'troostrijke redenen uit het Woord Gods'. In wijder verband is ook te letten op de geweldige taak van de vooropleiding tot de prediking, het werk van de hoogleraren. Nemen we hen in de voorbede van onszelf en van de gemeente op ? Zij moeten toch waken over het grote goed van het bijbels karakter en gehalte der prediking. Zij vormen de toekomstige dienaren des Woords. Hoe zou dat kunnen zonder de leiding van de Heilige Geest, Die in al de waarheid leidt ? Hoe zou dat kunnen zonder liefde tot God, Zijn Kerk en de studerenden ? Hoe zou dat kunnen zonder het gebed der gemeente ? In diens 'Christliche Ethik' wijst Soe er op, dat de professoren in de theologie een eigenaarde 'dubbelpositie' innemen. Zij hebben als geleerden hun plaats en taak in het wetenschappelijk onderzoek, ' anderzijds staan ze ook in het midden van kerk en ambt. Hij pleit er dan ook voor, dat de kerk invloed moet hebben bij de beslissing wie de toekomstige voorgangers moeten onderwijzen om door theologische arbeid de zuiverheid der kerkelijke prediking te verzekeren. Een en ander hangt nauw samen met de structuur van het theologisch onderwijs en de verhouding kerk-wetenschap-overheid, als er al niet meer te noemen is. Maar met het oog op deze rubriek wijs ik er op, dat deze mensen wel eens erg geïsoleerd kunnen staan, in het pastoraat worden vergeten; en wat wij als lezers en gemeenteleden al op zijn minst moeten en kunnen doen, is de voorbede.
De zegen der eenvoud
Als de Schrift de ware eenvoud aanprijst, moeten we niet menen: 'hoe dommer, hoe beter'. De Bijbel prijst ons echt de domheid niet aan. Maar wel zegt Deze en weten wé toch uit ervaring hoe een gemeente, een kerk ambtsdragers gezegend zijn met een eenvoudig, godvrezend volk, dat de gave des onderscheids heeft. Hoe nodig is een zuiver onderscheid tussen waarheid en leugen, tussen ware en valse grond. Het is de heilige roeping van al Gods kinderen om de 'diverse geesten te beproeven, of ze uit God zijn', wat Paulus ook als een bijzondere genadegave kent bij sommigen van de gemeente van Korinthe. En het kan zijn, dat een eenvoudig gelovige scherper onderscheidt dan een hoogleraar in de theologie. Maar dat beduidt niet een misduiding der wetenschap, zoals sommigen dwaselijk menen. We zijn dubbel gezegend zo God ons geeft en de kerk voortbrengt een eenvoudig volk, geoefend in godsvrucht. Ze kunnen voor elkaar onderdoen, wanneer we voor God onderdoen. Ze kunnen van elkaar leren, zo de Heere Zelf onderwijst en Een onze Meester is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's