De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gedenken met een goed geweten?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gedenken met een goed geweten?

19 mei 1876: Mr. G. Groen van Prinsterer †

9 minuten leestijd

'Niemand kan beletten dat door den stroom, eenmaal logelaten, al wat er op drijft, medegesleept wordt'. 'Niemand kan beletten dat. het uitgestrooide zaad eigenaardige vrucht draagt'. (Groen van Prinsterer in 'Welke is voor Nederland de hoop van een christen ? ')

Groen van Prinsterer is één van die begenadigde personen uit de geschiedenis, die, in eigen tijd bestreden en verguisd, hoewel ook bewonderd en gewaardeerd, in de tijden na hun verscheiden in levende herinnering blijven. Waar is de levende herinnering aan vele van Groens verklaarde tegenstanders ? Maar Groen leeft voort nadat hij gestorven is. In 1876 ging hij de weg van alle vlees. In 1976 wordt opnieuw zijn standaardwerk 'Ongeloof en Revolutie' uitgegeven. Groen blijft actueel en wordt het in onze revolterende tijd weer in toenemende mate. Zijn genoemde boek had nu geschreven kunnen zijn. Het hierboven afgedrukte citaat mag bepaald ook wel van Groens werk gelden: 'Niemand kan beletten dat het uitgestrooide zaad eigenaardige vrucht draagt'.

Groen heeft intussen zelf wel beseft hoe de waarheid altijd weer een storend element is. Hij zegt: 'waar men de dwaling toelaat is de waarheid een storend element; aan haar wordt slechts een plaats ingeruimd op voorwaarde dat ze haar plicht en haar aard verloochent door de dwaling met rust te laten'. En ook 'want dit is het roemvolle alternatief van het christelijk leven in de boezem der zichtbare kerk: het zegeviert of wordt niet geduld'.

Zou er na Groens tijd veel veranderd zijn ? We mogen hem, actueel in deze tijd, gedenken. Hoe ? Als politicus ? Als kampioen voor de strijd van het christelijk onderwijs ? We zeggen het met zijn eigen woord: 'Staatsman, niet, evangeliebelijder'. 

Tegen de revolutie het evangelie

Groen heeft — het is bekend — tegenover de revolutie de banier van het evangelie gesteld. Hij doorschouwde de revolutie tot op het bot, tot in de wortel, radicaal. Hij zegt in zijn standaardwerk: 'In revolutionaire tijden komt steeds een ras te voorschijn van verdorven wezens, aan wie het kwade behaagt en die het als zodanig beminnen. Alleen op puinhopen kunnen ze op hun gemak ademhalen, en wanneer men hun de macht laat stroomt de misdaad uit hun gemoed, zoals de lava uit de krater stroomt'.

Waar komt de revolutie uit voort ? Groen heeft maar één, in vele varianten herhaald, antwoord: uit ongeloof! Hoe wordt de revolutie bestreden ? Ook hier maar één antwoord: door geloof! Ik citeer: 'Hij bedenke, dat al wat de mens nuttig en heerlijk is, door de vreze Gods bevorderd (wordt) (en) dat de revolutionaire theorie ontvouwing van de ongeloofskiem is en dat de giftige plant, door geloofsverzaking gekweekt, in de atmosfeer van geloofsherleving verkwijnt en verstikt.

'Ongeloof is alleen te bestrijden met geloof. Groen besluit zijn 'Ongeloof en revolutie' dan ook met het bijbels gegeven dat het geloof de wereld overwint en met de bede: 'Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp'.

Groen en de Gereformeerde Gezindte

Wanneer wij Groen van Prinsterer willen gedenken dan zal het weinig moeite kosten om — en nu doel ik op de zogeheten Gereformeerde Gezindte — met 'eenparige schouder' aan zijn kant te staan in zijn stellingname tegen de revolutie en hem 'onze man' te noemen in de chaotische, revolutionaire ontwikkelingen van onze tijd, waarvan hij zo radicaal de oorsprongen aangaf. Maar me dunkt dat we zo te gemakkelijk, te goedkoop van hem afkomen. De vraag mag gesteld of Groen Ook een erfenis heeft nagelaten die voor de Gereformeerde Gezindte van belang is. Groen is, om zo te zeggen, de grondlegger van de Gereformeerde Gezindte (Gezindheid). Tegenover het Hervormd Genootschap van zijn dagen verdedigde hij — zelf van harte tot de Hervormde Kerk behorend — het goed recht der afgescheidenen op grond van hun gereformeerde gezindheid. Gereformeerd zijn was voor hem een zaak van gezindheid niet gebonden aan één instituut, aan één bepaalde kerk. Maar me dunkt dat de Gereformeerde Gezindte zich dan óók aantrekken kan wat Groen over het gereformeerd zijn heeft gezegd.

Orthodox en dóód-orthodox

Groen nam het telkens weer op voor de rechte leer. Men denke slechts aan het door hem opgestelde aan de synode gerichte adres van de Haagsche Heeren in 1842, waarin de bazuin in de crisis van het kerkelijk leven van die dagen geen onzeker geluid gaf en waarin men opkwam voor het recht der belijdenis als spreekregel voor de kerk.

Maar Groen zag ook een onwettige strijd. Hij zegt: 'Wanneer ik denk aan de uitgewerkte systemen der kerkleer, wier vorm en betoogtrant met de eis van letterkunde en beschaving weinig overeenstemt; aan de heirlegers van vertogen en preken, voor wier delen en onderdelen het alfabeth van elke oude en nieuwe taal tekort schiet; aan zifterij der woorden, waaronder de kracht des Woords teniet gaat; aan kerkelijke lichtgeraaktheid, waardoor de heiligheid der Openbaring op elke tittel en jota van menselijke meningen en vooroordelen wordt overgebracht; aan dwaze opgewondenheid, waarmee, van alle zijden door de schromelijkste wanbegrippen overvleugeld, men dikwerf aan punten van ondergeschikt belang de levenskrachten heeft gewijd, dan ontwaar ik in al de orthodoxe ijver en toestel, het zwaard niet meer, dat een oordeler is der gedachten en overleggingen des harten; dan zijn dit de wapenen niet van de apostolische krijg, ook in de hand der Hervormers, krachtig door God tot nederwerping der secten. Dan vraag ik niet langer waarom twijfelarij en zedenbederf bij velen de overhand verkreeg; dan bevreemdt het mij niet zo dergelijke dode. rechtzinnigheid, in de engten van het kerkelijk leven verschanst, ook aldaar in de tijden des gevaars krachteloos was' (Ongeloof en revolutie, p. 129).

Me dunkt, woorden om ter harte te nemen. Is hier niet een vinger gelegd bij een wondeplek in het geheel van de Gereformeerde Gezindte ? Wordt in onze 'tijden des gevaars' de kracht van de Gereformeerde Gezindte ook niet gebroken door soms 'uitgewerkte systemen der kerkleer', zifterij der woorden', en 'dwaze opgewondenheid', kenmerkend voor dode orthodoxie in plaats van voor orthodoxie ?

Groen laat niet na er op te wijzen voor welke dingen men wél zal staan: de onfeilbaarheid der Heilige Schrift, de godheid van de Zaligmaker, de persoonlijkheid des Heiligen Geestes, het gehele bederf onzer natuur, de voldoening voor onze zonden, de toerekening der gerechtigheid van Christus, de noodzakelijkheid der wedergeboorte en der heiligmaking. Waarheden in het éne nodige. Vrede door het bloed des Kruises, samengevat.

Zijn het deze dingen niet, die ook in onze dagen de strijd om het belijden van de kerk uitmaken, zaken die thans zo omstreden zijn of verzwegen worden, dat binnenbrandjes binnen de Gereformeerde Gezindte daartegen wel schril .afsteken. Zélfs wijst Groen op het gevaar van het ter hand nemen van de belijdenis door dode rechtzinnigheid, waardoor de strijd, die gestreden wordt ook een onwettige, want ongeestelijke wordt. Hij zegt:

'Gij kent de eindeloze twisten der Protestantse wereld, van theologen en van het theologiserende volk. En schoon ik het goede en christelijke element, voorzeker hier te lande dikwerf onmiskenbaar, niet misken, zijn ze ook hier geenszins met die overvloeiende mate van liefde gevoerd, zonder welke zij schade brengen aan de ziel, ook van hem die overwint.

De levendigheid van het geloof hield niet gelijken tred met orthodoxe nauwgezetheid. Hoe minder levendig het geloof, des te meer gehechtheid aan uit'erlijken vorm en verslaving aan letterlijke opvatting van eenmaal aangenomen belijdenisschriften. Vijand der formulieren ben ik niet; des te meer vijand der vadsigheid, die ze tot oorkussen, der bekrompenheid, die ze tot steunsel, zelfs tegen den Bijbel, misbruikt. Ik ben voorstander van formulieren. Ik erken, dat ze nodig zijn, als gegeloofsuitdrukking en kenmerk der Gemeente, ter handhaving van eenheid en orde. Toen sommige mijner vrienden gemeend hebben, bij het verwoesten onzer Kerk niet langer te mogen zwijgen heb ik onder het althans niet voorbarige protest volgaarne en herhaaldelijk mijn naamtekening gevoegd. Des te meer ben ik gerechtigd, zonder vrees voor misverstand, overdrijving te misprijzen'.

Belijden is als het goed is een levende zaak, een zaak van het hart. Daar waar het leven wijkt blijft de letter over. Zouden inderdaad de eindeloze twisten ook binnen de gereformeerde wereld niet voortkomen uit gemis aan levende kennis van het Woord en het belijden der kerk ? De verdeeldheid van de Gereformeerde Gezindte kan alleen maar worden verklaard uit een losraken van de levende geloofsinhoud van de confessie, waarvoor we allen zeggen te staan, maar die we kennelijk maar zo weinig in de volle breedte en diepte kunnen peilen en bewaren.

De liefde

Waar is de liefde onder broeders van hetzelfde belijden ? Ieder loopt voor eigen huis en het huis des Heeren wordt woest gelaten. Nog één citaat van Groen:

'Maar hoe was het, waar de Hervorming het veld behield, hoe in haar eigen kring, met christelijk geloof en geloofsleven gesteld ? Droevig voorzeker. Het loste zich bijkans op in polemiek. Bestrijding der dwaalbegrippen is onmisbaar, maar wee de Kerk, die haar taak met polemiseren afgedaan acht! Haar strijd ontaardt dan in spitvondig en liefdeloos ophalen van verscheidenheden, met voorbijzage van overeenkomst. De liefde gaat verloren, en waar de liefde verloren gaat, is het geloof in levensgevaar'.

Wie zou het zich niet ter harte nemen ? Welke kerk en kring, die gereformeerd gezind wil zijn, zou hier niet aan zelfonderzoek moeten doen ? Als we Groen willen gedenken willen we graag m, et de waarheid tot de Gereformeerde Gezindte inkeren. Deze gezindte zou uit kracht van haar belijdenis in onze 'tijden des gevaars een kracht moeten en kunnen zijn. Maar is ze niet vaak krachteloos ? Ook nu laaien dan hier en dan daar de binnenbrandjes op en het zal wel gegeven zijn met de betrekkelijkheid van deze aardse bedeling.

Waar is de liefde ? Dat is een vraag die we wel telkens moeten stellen. Want hier ligt ten diepste de nood binnen de Gereformeerde Gezindte. Groens sterfjaar mag ons daar zeer nadrukkelijk bij bepalen, omdat hij naast de hang naar revolutie ter ener zijde, de hang naar splijtzucht, door liefdeloosheid gedreven, ter ander zijde signaleerde.

We gedenken in Groen een man van hoge eruditie, van grote scherpzinnigheid, met een profetische geest. Een man die in de strijd der geesten, die thans gaande is, ons op onnavolgbare wijze is voorgegaan. Maar ook een man die het klassiek gereformeerde wist te onderscheiden van een heilloze strijd om molshopen van eigen overtuiging, waarvoor mensen hun leven veil kunnen hebben.

Van deze evangeliebelijder mogen we leren te moeten strijden om de pura doctrina de reine leer, en bij die leer het leven niet te vergeten, ook niet daar waar het zich in bewogenheid te richten heeft op sociale nood. Van dit laatste — en daarmee besluiten we — is Groens leven ook bepaald een getuigenis geweest, zodat de arbeiders in Den Haag zeiden, dat wanneer er ooit een revolutie zou uitbreken onder de arbeiders in Den Haag het huis aan de Korte Vijverberg, Groens huis, zou blijven staan. Dat werd gezegd ten aanzien van een man, die de revolutie verbond met het ongeloof, maar die ook liet zien dat ongeloof alleen te bestrijden is met geloof.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Gedenken met een goed geweten?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's