Operatie Supermens
5
Moraal van het mensen-maken
Na de vele informatie, die de auteur ons in het begin van zijn boek heeft verstrekt, besteedt hij in het vijfde hoofdstuk aandacht aan de ethische aspecten. Dit is zonder meer noodzakehjk omdat de biologie een huiveringwekkende ontwikkeling doormaakt, die ons in vele opzichten boven het hoofd groeit.
De achtergrond van deze ontwikkeling is het streven tot het creëren van een supermens. Uit onze inleiding bij het eerste artikel is wel gebleken, dat er technisch gezien mogelijkheden zijji. Vele boeken zijn op dit terrein verschenen met vaak opzienbarende titels zoals 'De biologische tijdbom' (in 1968). Het is de verdienste van Ouweneel, dat hij de véle informatie geordend heeft en zo toegankelijk maakt voor vele geïnteresseerde leken.
Moraalvernieuwing
De auteur noemt ons twee manieren van moraalvernieuwing. In de eerste plaats een ontmanteling van de gangbare christelijke moraal om zo de gerichte evolutie van de mens mogelijk te maken. Dit leidt in de tweede plaats tot een openlijke aanval op de bijbelse moraal, (zie het citaat van Prof. Szent-Gyorgiji in een van de vorige afleveringen).
Tegen deze moraalvernieuwing moet stelling worden genomen. Dit gebeurt wel, maar dit tegenspel kan niet altijd onze instemming verkrijgen. Om een voorbeeld te geven. Als men stelt, dat we aan de Bijbel geen Goddelijk Gezag moeten toe kennen en we aan het Bijbelwoord alleen maar grote betekenis moeten hechten, keurt de auteur dit ten strengste af. Ons verstand en ons geweten zijn nooit een betrouwbare maatstaf; dat is alleen het Woord van God.
Van de bijbelse ethiek, die Ouweneel naar voren brengt, willen we één aspect belichten, namelijk Gods scheppingsorde. God schiep de mens als beeld en naar gelijkenis van God, dit in tegenstelling tot de dieren. Daarnaast schiep God de mens als man en vrouw. Zo werd het eerste mensenpaar een echtpaar, dat het bevel kreeg: 'Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt U'. Het monogame huwelijk en het gezin werden hier door God ingesteld. Voor ons denken en handelen zijn ze normatief.
Experiment met mensen
Voor een lange evolutieweg van de mens vanuit het dierenrijk is dan ook geen plaats. Deze tegenstelling manifesteert zich in de opvattingen van de verschillende onderzoekers ten aanzien van het experimenteren met mensen. Maar deze zijn ontoelaatbaar, want de mens is geen veredeld dier, zoals velen ons willen doen geloven. Vanuit dit oogmerk ziet Ouweneel fundamentele bezwaren tegen kunstmatige inseminatie met zaad van een donor (K.I.D.). Een vrouw is geen veredeld zoogdier.' Maar er zijn nog meer vragen zoals deze: Wie bepaalt welke vrouw niet of wel geschikt is voor K.I.D. En wat zijn de psychische gevolgen voor de ongeschikte vrouw. En welke conflicten worden er gecreëerd als een vrouw een kind verwacht, waarvan haar eigen man, hoewel potent en vruchtbaar, niet de vader is.
Zo somt Ouweneel vele problemen op, die ons tot nadenken moeten stemmen. Terecht voegt hij er aan toe, dat beperking van het genetisch onderzoek misbruik van kennis niet kan voorkomen. En als de overheid bepaalde wetten mocht uitvaardigen, die indruisen tegen Gods geboden, brengt dit niet met zich mee, dat wij deze verplichtingen moeten nakomen. Hierbij verwijst de auteur naar 1 Petrus 2 : 13-17.
Aan verplichte eugenetische euthanasie, therapeutische abortus, eugenetische conceptie en eugenetische K.I.D. moet de Christen zich onttrekken. Hij zal zich moeten verzetten tegen elke dwang, die de persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover God aantast.
Huwelijk en gezin
In aansluiting op de gestelde problemen belandt de auteur bij het bestaansrecht van het huwelijk en het gezin. Hij ziet het gezin als een door God bedoelde scheppingsordening. Herhaaldelijk wordt dit in de Bijbel benadrukt, vergelijk Gen. 7:1: Ga, gij en uw ganse huis in de ark. Vergelijk ook Hebr. 11 : 7. In welk een schrijnende tegenstelling staan deze teksten tot de 'Brave new world' van Huxley, die al in 19.32 meer heil zag in zogenaamde babyfabrieken. Voor hem bestaat geen liefde meer tussen ouders en kinderen. De K.I.D. komt dan in plaats van het monogame huwelijksleven. Geen wonder dan ook, dat Ouweneel dit hoofdstuk besluit met te wijzen op het beest uit de zee en het beest uit de aarde (Openb. 13). Maar hij voegt er aan toe, dat deze twee levend zijn geworden in de poel des vuurs, die met sulfer brandt. (Openb. 19 : 20).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's