Het is tijd om te ontwaken
Opmerkingen over onzelEvangelisatorisclie roeping
2
Verlegenheid
In het vorige artikel heb ik vermeld dat vele kerkeraden, volgens het vijfjaarlijks rapport van de visitatie 'in verlegenheid verkeren' ten aanzien van het evangelisatiewerk. Op deze verlegenheid, die overigens niet alleen bij kerkeraden voorkomt, maar in de gehele gemeente, wil ik nu wat nader ingaan.
Laat ik een aantal zaken die hiermee verband houden eens op een rij zetten:
a. Een toenemend gebrek aan ambtsdragers
Daarover zegt het rapport:
— Steeds meer kerkeraden kost het moeite om de vacatures vervuld te krijgen.
— Dit verschijnsel komt in alle sectoren van de kerk voor.
— In praktisch alle provinciale visitatieoverzichten is dit een regelmatig terugkerende klacht.
— De ouderling gaat veelal gebukt onder de last van het grote aantal gezinnen, wat hem is toevertrouwd. Wanneer er bovendien vacatures zijn in de kerkeraad, wordt dat er niet beter op.
Over het feit dat de ouderlingen vaak geen raad weten met de aan de orde komende vragen en over het buiten de deur gehouden worden door de gemeenteleden wordt nauwelijks gesproken. Maar is dat geen bekende nood ?
Over dieperliggende oorzaken wordt in dit verband trouwens helemaal weinig gezegd. Ik zou willen wijzen op de onzekerheid waarin vele gemeenteleden zelf verkeren zowel ten aanzien van hun eigen geloof als ten aanzien van hun taak en wijze van leven in deze wereld. Is het vandaar uit bezien verwonderlijk dat velen geen mogelijkheid zien een ambt te aanvaarden ?
Verder zou ik willen wijzen op het uit het vizier raken van het ambt zelf ? Worden ambten niet vaak gedegradeerd tot funkties.
Nog een zaak, die in dit verband genoemd moet worden is het steeds geringer wordend aantal belijdeniscatechisanten (onmiskenbaar duidelijk, zegt het rapport). Als er weinig nieuwe lidmaten bijkomen, hoe zullen de ambten dan vervuld kunnen worden ? De nood hiervan zal alleen nog maar groter worden om dat op het ogenblik nog vele ouderen 'aanblijven' in de kerkeraden.
Het gebrek aan ambtsdragers en de niet geringe nood van vele ambtsdragers is een duidelijke reden waarom het vervullen van de evangelisatorische taak nogal vaak achterwege blijft.
b. De gringe vorming van de gemeenteleden.
Het visitatierapport spreekt hierover niet zo uitvoerig, maar toch wel duidelijk genoeg. Met de zondagsschool 'gaat het nog wel', maar op een aantal plaatsen heeft het aantal 'leerlingen' neiging om terug te lopen. Het zou interessant zijn als we wisten hoe groot het percentage kinderen dat nu nog door de zondagsschool bereikt wordt is, in vergelijking met 10, 25 of 40 jaar geleden.
Bovendien zou het van belang zijn te weten hoe groot het percentage kinderen dat op deze wijze nog bereikt wordt is op het totaal aantal kinderen in dorp of stad.
Als we die getallen wisten, zouden we ontsteld zijn over het aantal kinderen dat de Naam van God en Christus niet meer hoort noemen.
Over het jeugdwerk wordt gezegd dat er behouden het werk dat door de HGJB in bepaalde gemeenten wordt gedaan, geen sprake is van bloeiend gericht jeugdwerk 'en' 'Het aantal jeugddiensteh zal wel minder zijn dan vroeger'.
Wat moeten we denken van het grote aantal groepen, dat zich bezig houdt met andersoortig benaderen van de jeugd ? Ik denk aan Youth for Christ, e.d.
Krijgen we geen rekening gepresenteerd? Ten aanzien van de catechese lezen we over 'allerlei pessimistische geluiden, die her en der klinken', '(bedenkelijke) teruggang', 'aangevochten zaak' ook horen we van het 'op peil blijven' en de 'belangstelling neemt toe' en 'de jeugd wil over de bijbel horen'.
Weer zou ik willen weten hoe groot het aantal jongeren nog is dat het onderricht van de kerk nog volgt.
Over het kringwerk is het rapport optimistischer. Dat zou wel eens een gunstige heroriëntatie ten aanzien van de wezenlijke vragen kunnen inhouden.
Het bezoek aan gemeenteavonden is volgens het rapport vaak beneden de maat. Al met al geen mooi beeld.
c. De inkrimping van het werk
Als gevolg van vaak voorkomende financiële zorgen moet er nog al eens wat werk gekapt worden hetgeen niet bevorderlijk is voor het goed funktioneren van het evangelisatiewerk.
d. De stemming van: de kerk is op retour.
Wie zich inzet voor een teruglopende zaak (athans voor het oog en naar menselijke maatstaven) moet extra gemotiveerd zijn om het vol te houden. We doen liever mee aan iets dat bloeit dan aan iets dat er zorgelijk uitziet.
e. Een wellicht nog voorkomende introverte houding.
Zoals boven al gesteld meen ik dat het zwak funktioneren van de kerk niet voortkomt (althans alleen maar) als gevolg van een introverte houding. Er is meer aan de hand. Toch zal de introverte houding er wel zijn. Deze kan voortkomen uit eigen onzekerheid, maar ook uit tevredenheid; deze kan voortkomen uit de stemming 'alle zeilen te móeten bijzetten om nog te houden wat we hebben', maar ook uit een zekere angst om met anderen wezenlijk in kontakt te treden.
ƒ. Onvoldoende toerusting om de complexe situatie tegemoet te treden.
Hoe vaak staan we niet met een mond vol tanden, zonder dat we daar iets aan pogen te doen ?
De 'verlegenheid', die ten aanzien van het evangelisatiewerk kenmerkend genoemd kan worden, strekt zich dus verder uit dan de ambtsdragers alleen, zij raakt de gehele gemeente in al haar geledingen, van jong tot oud. Dat kunnen we gevoeglijk uit het rapport concluderen en de ervaringen in de praktijk van alle dag bevestigen dat. Als de uitspraken uit het rapport met cijfers zouden kunnen worden gestaafd, dan zou het aanzienlijk ernstiger zijn dan woorden doen vermoeden.
Cijfers
Reeds enkele malen heb ik gesproken over cijfers. Misschien is goed eens wat recente cijfers te nomen.
In 1971 is 39; 5% van onze bevolking Rooms-Katholiek, 23%, Hervormd, 7% Gereformeerd, 8% overige godsdienstige stromingen e.d. belijdend, en 22, 5% geen godsdienstige gezindheid toegedaan. In 1974 heeft een onderzoekbureau in opdracht van de N.C.R.V. en he't N.B.G. een onderzoek ingesteld naar bijbelgebruik en bijbelbezit.
Van alle Hervormden bleek 15% geen bijbel te bezitten, terwijl de percentages voor de overige groepen als volgt luiden:
Rooms-Katholieken 58%, Gereformeerden 9%, andere groeperingen 8% en die geen bepaalde godsdienst belijden 59%.
Gemiddeld wil dat zeggen dat 43% van de nederlandse bevolking geen bijbel heeft. Van alle Hervormden leest 43% nooit in de bijbel, terwijl de percentages voor de overige groepen als volgt luiden: Rooms-Katholieken 73%, Gereformeerden 9%, andere groeperingen 21% en die geen bepaalde godsdienst belijden 82%. Gemiddeld wil dat zeggen dat 54% van hen die een bijbel bezitten er nooit in lezen.
Van alle Hervormden gaat 37% nooit naar de kerk (32%wekelijks), van alle Rooms-Katholieken gaat 11°/o nooit (48% wekelijks), van alle Gereformeerden gaat 7% nooit (85% wekelijks), van andere kerkelijke groepen gaat 24% nooit (2%wekelijks).
Als we lettten op de gegevens van de Gereformeerde Kerken dan zouden we kunnen denken dat we daar nog met een hele gunstige situatie te maken hebben. Niets is echter minder waar. Nu is het nog goed, maar in snel tempo daalt ook daar het kerkbezoek, (vgl. I.P.T. Rapport nr. 2 van de Vrije Universiteit). Relatief mag het in deze kerken dan nog wel goed zijn, één van de conclusies van het rapport is dat 'het afnemend kerkbezoek een zich versnellend proces is'.
Als we in onze kringen nog mogen spreken over een goed of behoorlijk kerkbezoek moeten we ons daarop niet verkijken. Het zou goed zijn als ieder in eigen kring eens een berekening maakte van het aantal kerkgangers in verhouding tot het aantal hervormden dat administratief bij de gemeente hoort en tegelijk hoe hoog het percentage van de plaatselijke bevolking is dat in geen enkele kerk meer komt en steeds verder van de kennis van het Woord Gods vervreemdt.
Gezien alle bovenvermelde gegevens is het zaak om te ontwaken.
Concrete grootte van het arbeidsterrein der inwendige zending
Het is goed alvorens op onze evangelisatorische roeping in te gaan een poging te wagen concreet de grootte van het arbeidsterrein onder ogen te zien.
Stellen we de grootte van de nederlandse bevolking op 13 miljoen zielen en aanvaarden we dat 21% daarvan zegt geen enkele godsdienst te belijden dan houdt dat in dat ongeveer 2.750.000 mensen, jongeren en ouderen, zich meer of minder vergaand van het Evangelie hebben gedistancieerd.
Als 43% van de nederlandse bevolking geen bijbel heeft, wil dat zeggen dat ongeveer 5.590.000 mensen, jongeren en ouderen, leven zonder het kontakt met het Woord van God te onderhouden.
Als van de 57% van de nederlandse bevolking, die wel een bijbel heeft, 54% nooit daarin leest, wil dat zeggen dat van de 7.410.000 mensen, die de Schrift ter beschikking hebben, jong en oud, 4.001.400 er nooit in kijken, laat staan er mee leven.
Tellen we dat bij elkaar op dan zien we dat ongeveer 10 miljoen van de 13 miljoen Nederlanders de Schriften niet kennen of er niet in lezen.
Als we aannemen dat we onder andere naar de kerk gaan om ons tot geloof en bekering te laten leiden en om ons te laten voeden met het hemelse brood, dan moeten we er ernstig verontrust over zijn dat van de 3.000.000 administratief hervormd geregistreerde mensen, ongeveer een derde wekelijks naar de kerk gaat. Verschraling en afsterving van geestelijk leven moeten we constateren. Het vijfjaarlijks rapport spreekt over het feit dat de visitatoren zich niet aan de indruk kunnen onttrekken dat 'uitzonderingen daargelaten, de kerkgang niet toeneemt'. Zelfs al zou hier en daar het aantal kerkgangers iets stijgen dan is het nog de vraag hoe groot het percentage van hen die naar de kerk gaan is in vergelijking met hen, die niet gaan.
Wie concreet nagaat hoe de grote steden en de verstedelijkte gebieden met name ontkerstenen en ook wel grote delen van het platteland, kan niet anders zeggen dan dat het tijd is om nu te ontwaken en ons niet langer meer op de situatie te verkijken.
Het past mij niet om cijfers van concrete gebieden te noemen. Ieder kan er over lezeji in kranten en tijdschriften. Het gaat in het geheel niet om preken voor eigen parochie. Het gaat om het ontwaken van de Kerk (en), en ook onze eigen groepering.
Over een concrete aanzet wil ik de volgende keer iets zeggen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's