Het is tijd om te ontwaken
Opmerkingen over onze Evangelisatorische roeping
3
Ontwaken
Naar mijn mening zullen de gemeenteleden, die nog bij het kerkelijk leven betrokken zijn, als eersten moeten ontwaken. Het gaat niet aan om alleen maar te klagen over anderen. Als wij geloven dat God door Zijn Woord gn Geest mensen wekt uit uit de slaap van de dood, die de natuurlijke mens, zonder kennis van God, slaapt, of uit de sluimering waarin mensen na een en ander gehoord te hebben uit de Schriften toch weer terecht kunnen komen, dan is het toch een vanzelfsprekende zaak dat we in de eerste plaats het ontwaken daar zouden moeten verwachten waar mensen zich nog door dat Woord laten gezeggen.
Als dan de visitatoren de hele kerk aanraden om het gesprek tussen de modaliteiten onderling weer op gang te krijgen, dan is het primair zaak met elkaar ons af te vragen wat we nu eigenlijk in de Schriften in handen hebben. Is dat het gezaghebbend Wpotd van onze God of is het wat anders? In hoeverre spreekt de exegese van de Schrift voor zichzelf ? In hoeverre kunnen we bij de exegese om de situatie heen ? Op welke wijze is de Schrift gezaghebbend ? Onderwerpen wij ons aan dat gezag ? Dit lijken mij bijzonder belangrijke zaken.
Als we de geschiedenis van de kerk nagaan kunnen we ook zien dat een reformatie of een reveil altijd gepaard is gegaan met een opnieuw ontdekken van de Schriften en een luisteren naar wat daarin aan ons wordt gezegd.
Zien we ook niet in onze tijd dat er groepen mensen zijn (voornamelijk jongeren), die vragen naar wat er staat geschreven? Laten we dat niet afdoen met fundamentalisme. Is in de goede zin van het woord het terugvallen op het fundament geen wezenlijke zaak ? Laten we er naar staan de Schrift in zijn breedte en diepte weer aan de orde te krijgen in de hele kerk. Dat is fundamenteel aan het herstel van de kerk bezig zijn.
We mogen weten dat God door Zijn Woord en Geest mensen wekt; daarom zullen we weer naar de Schriften zoals ze voor ons liggen terug moeten met daarbij het gebed om de Heilige Geest teneinde deze te verstaan. Daarom is het voor ieder (maar niet eerst voor de ander), van welke kerkelijke kleur of modaliteit dan ook, zaak zichzelf opnieuw op het Woord te oriënteren, meer aan bijbelstudie te doen (alleen, maar ook met elkaar) en meer te bidden om een open oog en open hart voor datgene wat God in de Schriften met ons en met anderen voor heeft. Dit is geen kleinigheid je waarmee we de malaise wat of heel wat kunnen oplossen. Dit is een proces dat altijd voort wil gaan en dat jaren kan duren aleer-het licht weer duidelijk gaat doorbreken. Denk maar eens aan de jarenlange studie van de Bijbel, die Maarten Luther heeft verricht aleer het hem daagde. Studeerde hij niet 3 uur per dag in de Bijbel ? In dit opzicht zouden we als - hervormd - gereformeerden voorop moeten gaan, juist omdat we de dingen, die ik hierboven heb genoemd, hoog in ons vaandel hebben staan. Langs die weg zouden we veel, ook vóór anderen, kunnen betekenen.
Verootmoediging
Als we de Schriften nagaan om te zien wat er gebeurt als mensen ontwaken, dan kunnen we duidelijk vaststellen dat zij zich verootmoedigen, vanwege hun schuld. Denkt u maar eens aan de boeken der Richteren, der Koningen, Kronieken, Ezra, Nehemia en de Profeten. En we zien dat de verootmoediging niet alleen betrekking heeft op het 'geestelijke' leven, maar ook op het concrete leven van elke dag. Daarmee wil ik zeggen dat we het schuldbelijden zowel in de diepte als in de breedte moeten zoeken. En ook dat geldt niet alleen voor anderen, dat geldt ook voor onszelf. Hoe vaak horen we niet dat mensen in de Schriften zeggen 'wij hebben gezondigd, wij en onze vaderen ook'. Als ik denk aan 'de stad van de mens' (Harvey Cox), is dat een stad zonder God. Op deze stad van de mens gaat onze samenleving steeds meer lijken. Daarover zullen we schuld moeten belijden.
Wat zien we nog meer als mensen ontwaken, gebeuren? We zien dan ook een zich inspannen om het hele leven weer onder het beslag van het Woord van God te brengen. Niet alleen in persoonlijke aangelegenheden dus, maar ook in breder verbanden.
Op deze wijze bezien heeft 't Woord Gods zonder meer maatschappelijke en politieke relevantie.
Als we op deze wijze de dingen bekijken beginnen we bij het begin en gaan we vandaar uit werken in de wereld aan de samenleving; dat is een beeld gezegd een breedvertakte boom, gedragen door de wortels, anders gezegd een heel leven, een samenleving voortgesproten uit de ENE WORTEL, JEZUS CHRISTUS. Nu lijkt het leven vaak op cirkel zonder middelpunt, hetgeen een contradictie (een uitspraak die met zichzelf in strijd is) is; evenzo is een maatschappij zonder God dat; dat belijden we toch ?
Lijkt het er nu niet vaak op dat politieke prediking en maatschappelijk engagement (betrokkenheid) wel de Bijbel ter sprake brengt, maar geen God overhoudt ?
De wezenlijke dingen
Als ik het goed zie en me niet vergis, wordt de vraag naar de wezenlijke dingen sterker en duidelijker. Als ik goed luister, hoor ik steeds meer ambtsdragers (in allerlei kring) vragen naar het wezenlijke van hun eigen overtuiging; ze willen zelf uit de vragen komen om anderen te kunnen helpen. Lange tijd was het gevaarlijk en ongepast om uit te komen voor je eigen twijfel en onzekerheid, nu wordt dat denk ik wat doorbroken. Als dat waar is, worden we gelukkig als kerk niet hoogmoediger. Moeten we niet eerlijk zeggen dat er nog al wat kerkewerk schijnt te zijn, dat gedaan wordt zonder relatie, de geloofsrelatie tot dé levende God, de Vader van Jezus Christus ? Nogmaals laten we niet alleen kijken naar anderen, maar ook naar onszelf.
Wat zijn dan de wezenlijke dingen, zonder welke het niet kan, ook niet, ik zou zeggen vooral niet, als we in de wereld willen staan ?
Ik denk dat dat de vraag is naar God. — 'Wie is God voor mij ? '
— 'Hoe kan ik Hem vinden ? '
— 'Hoe kom ik van mijn schuld en mijn angst af ? '
— 'Wat is een levende relatie tot Jezus Christus hebben ? '
— 'Wat verstaan we onder dé leiding van de Heilige Geest in ons leven ? '
— 'Hoe vind ik een nieuwe bron van kracht ? '
— 'Op welke wijze is door God in Zijn Woord de toekomst ontsloten en hoe krijg ik daar deel aan ? '
Ik hoor signalen en zie tekenen, die er op wijzen dat mensen daar komen waar over deze dingen wordt gesproken.
De hele kerk zou deze signalen en teke nen naar mijn mening moeten horen en zien. Op deze vragen moet eerst een antwoord komen. Om deze zaken mogen we niet heen blijven lopen.
Dit kan geen uitstel lijden anders zijn zo als het vijfjaarlijkse rapport zegt de 'mee levenden van vandaag de buitenkerkelijken van morgen'.
Niet alleen, maar samen
Als we zien dat het aantal predikants plaatsen snel afneemt (met name in de grote steden van ons land en in de noor delijke provincies), waarvoor allerlei oor zaken te noemen zijn, maar beslist niet alleen zakelijke, sociologische, conjuncturele, e.d. zeer zeker ook geestelijke (waar worden mensen mee gevoed ? ), dan zullen we ons als gemeenteleden er op moe ten voorbereiden zelf tot daden te komen. Zei Wichem, de vader van de Inwendige Zending in Duitsland (rond 1850) al niet dat de gemeenteleden het algemeen priesterschap der gelovigen in de praktijk moesten gaan brengen ? Hij zei dat o.a. omdat de ambtsdragers niet meer in staat waren de massa te bereiken en hij toch vond dat het hele volk het Evangelie moest (blijven) kunnen horen. Hij was niet tevreden als zijn eigen groep het hoorde, nee hij vond dat de kerk, kerk voor het hele volk behoorde te zijn.
Het is tijd naar deze stem van Wichem te luisteren. Willen we zelf niet overspoeld raken en willen we onze roeping niet verwaarlozen dan is het tijd om te ontwaken en de hand aan de ploeg te slaan.
Wat staan velen in dit grote werk alleen. Wat staan weinigen toch vaak voor veel. Het lijkt wel alsof steeds minder mensen steeds meer moeten gaan doen om het geheel van de kerk nog aan de gang te houden.
Daarom is de oproep van Wichem van zo'n groot belang, juist ook in onze tijd. De hele gemeente is geroepen tot het al gemeen priesterschap der gelovigen (1 P. 2:9, 10). Let wel: riesterschap, leest u het verband waarin de tekst gebruikt wordt er maar eens op na.
Wil het goed zijn, dan zullen we aan deze arbied samen hebben te beginnen (is er in 1 P. 2 geen sprake van volk, priester schap, geslacht, dus een gemeenschap in plaats van losse enkelingen ? ).
Gemeenteleden zullen moeten worden toe gerust inzake persoonlijk geloof, maar ook aangaande het staan in de wereld als minderheid (in toenemende mate) te midden van een andersdenkende meerder heid. In dit soort zaken staan we nog maar aan het begin. We zullen moeten beginnen met onze eigen geestelijke ar moede te bestrijden, te laten bestrijden, wil het tot een opleving in de kerk komen. We zouden wel graag willen dat de kerk herleeft, maar willen we ook zelf herleven ? Willen we onszelf zodanig geven (priesters) dat we het merken, dat we er zelfs wel wat aan gaan lijden ?
Kernen en groepen
Het lijkt mij nodig dat kerkeraden zich met deze zaken gaan bezighouden en pogen te komen tot het vormen van groepen, die zich zowel met principiëele bezinning bezig houden als met een (al is het maar een klein) stukje uitwerking in evangelisatie, hulpbetoon, e.d. Aan dit soort mensen is behoefte. Is er op veel plaatsen ondanks een stuk maatschappelijk werk geen brok sociale nood aanwezig, die niet gelenigd wordt omdat het juist de mens zelf is die tussen wal en schip raakt ? Velen worden niet begrepen als er over nood geklaagd wordt. Als het goed met ons staat kunnen we als christenen juist iets zeggen over de diepste nood, die zonder het Evangelie eigenlijk niet te peilen is.
Waar het formele kontakt van de kerk(en) met zijn leden taant, zullen we het moeten hebben van de informele kontakten, die er gelukkig nog heel wat zijn. Het Evangelie zal niet alleen aan de voordeur moeten worden aangereikt, maar vooral ook over de heg van de achtertuin als buren en kennissen onder elkaar. Niet alleen worden aangereikt, maar ook worden voorgeleefd. Door dat laatste vielen de eerste christenen in elk geval op.
Om zover te komen is het bovengenoemd werk dringend nodig, vooral nauw verbonden aan en onder leiding van de plaatselijke gemeente.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's